-
15 juli 2026
Het automerk Urgentie bestaat niet
Ik moet weer met Gino bellen. Maar deze keer is de vraag niet wanneer. Nu gaat het om de toon waarop ik hem mijn vraag zal stellen.
Gino heeft een aangename stem. Om die reden zal hij wel als ambtenaar zijn aangesteld: om de weg naar zijn collega-ambtenaren te blokkeren. Bel je het nummer van ons stadje, dan krijg je Gino aan de lijn en neem je voor zoete koek aan dat hij je zaak doorgeven zal.
Dat gebeurt dus niet. Ik heb nu twee keer met Gino gebeld, en de tweede keer wist hij de eerste keer moeiteloos uit zijn archief omhoog te trekken. Hij verontschuldigde zich voor de gang van zaken en beloofde daarna hetzelfde als de eerste keer.
Mijn vraag aan Gino gaat over het fout parkeren in onze straat. Onze woning wordt van de rijweg gescheiden door een stoepje en wat struikgewas. De rijweg voor onze huurwoningen wordt geflankeerd door een parkeerstrook ten behoeve van de eigenaren van de huizen aan de overkant.
Door het struikgewas zijn twee paadjes aangelegd als verbinding tussen stoep en rijweg. Dat is handig voor ons in het geval de stoep geblokkeerd wordt. Maar dat is vooral pure noodzaak voor hulpdiensten zoals ambulance en brandweer.
Wij huren zogenoemde 55+ woningen en de meeste van ons zitten dik tien jaar boven die leeftijdsgrens. We hebben in de vijf jaar die we hier wonen al vijf keer ambulancepersoneel de vreemdste capriolen met een brancard zien uithalen. Vanwege die paadjes.
Die worden dus geblokkeerd door geparkeerde auto’s. Een goede remedie zou zijn om de paadjes allebei te voorzien van een bordje Uitrit vrijlaten, eventueel met de reden erbij. En dan natuurlijk toezicht laten houden op naleving van het gebod door onze automobiele overburen.
Aldus in het kort mijn verzoek aan Gino op het stadskantoor. Hij zal de derde keer dat ik hem bel vast en zeker dezelfde voorkomende houding aannemen. Dus is het aan mij om een andere toon aan te slaan.
Zal ik hem de urgentie van de zaak uitleggen door een scenario te schilderen waarin het bakken van een ei de buurman niet meer zo goed af gaat en de brandweer vervolgens niet snel en adequaat bij zijn keukentje kan vanwege het hierboven beschreven probleem?
Hoe geef je aan dat iets urgent is?
Gino heeft me de lust in de lokale besluitvorming benomen. Morgenavond presenteert de baas van Gino, wethouder Sjoerd, een plan voor de middelbare school die ik vroeger bezocht. Het ding, aan het eind van onze straat, staat leeg en omdat het een monument is, niet op de slooplijst.
Het plan van Sjoerd komt neer op nog jaren leegstand van het gebouw. Want er moeten woningen in komen. Voor jongeren, voor ouderen, of voor mensen daar tussen in – daarover wil de wethouder ons buurtbewoners laten meedenken.
Ik ga niet naar de presentatie. Ik heb meegedacht en voor mij had mijn school een school kunnen blijven. Ik ging destijds met plezier naar de grote en gerenommeerde streekschool. Die moet je niet zomaar opdoeken, nu een gebrek aan scholing deze maatschappij zo veel parten speelt.
‘Ja meneer, goed onderwijs is zeker belangrijk, maar hier in het centrum van het stadje wonen geen gezinnen meer’, hoor ik de baas van Gino al zeggen. En dan laat ie een spreadsheet zien waarop zijn bewering in een grafiek is afgebeeld.
Mijn klasgenoten kwamen destijds potverdomme van tien, soms wel dertig kilometer hier vandaan. Op de fiets, meneer! In regen en wind! Maar ik zal dat niet naar Sjoerd roepen, vandaar dat de aanhalingstekens ontbreken. En ook mijn andere tegenwerping zal niet te horen zijn.
Die gaat over wonen en urgentie. Er is een grote en groeiende groep mensen in dit land die niet zit te wachten op een huis met alles er op en er aan. Asielopvang, daarvoor leent zich een nog in goede staat verkerend schoolgebouw toch bij uitstek?
Urgentie.
(Auto-)mobiliteit is het meest urgente probleem van onze era. Bewegen veroorzaakt niet-bewegen. Daarvan getuigt niet alleen de filevorming op de doorgaande wegen, maar ook het gedoe met de parkeervignetten in de agglomeraties.
Men is in de voorbije halve eeuw de constipatie te lijf gegaan met maatregelen die een kind niet zou verzinnen. Meer asfalt om de rijvorming op het asfalt te voorkomen. Carpooling om meer mensen in een vierkante meter auto te krijgen.
In de tien auto’s die de reddende paadjes voor onze woningen blokkeren heb ik maar zelden meer dan één mens zien zitten. Carpooling heeft dus geen zoden aan de dijk gezet. En de files zijn alleen maar groeiende.
Ga eens bij een school staan waar op een open dag de toekomstige leerlingetjes verwelkomd worden. Verkeerspolitie probeert er de autodrukte in goede banen te leiden! De tieners van weleer hoeven niet meer op de fiets maar krijgen een lift …
Is er een reden voor al dat bewegen? Gaat men van A naar B om er een noodzakelijke handeling te verrichten? En is er geen openbaar vervoer waarvan men gebruik kan maken? Bijvoorbeeld omdat men nodig is in de nachtelijke uren?
Het is tijd om in dit verhaal een blog van Peter Storm te betrekken. In Hittegolf en klimaatbeleid als sociale kwesties stelt hij: Wie praat over klimaatcrisis, doet er goed aan om dit als een kwestie van rechtvaardigheid te stellen.
Natuurlijk, zoals elke crisis kent ook die van het klimaat daders en slachtoffers. Onze overburige huizenbezitters hebben in tegenstelling tot ons niet alleen geen parkeerplaats voor hun deur maar aan de achterkant van hun optrekje een eigen tuin, dakterras of balkon.
En natuurlijk, ook ik vind het billijk dat een huisarts op het platteland een auto plus een goed onderhouden weg tot zijn beschikking heeft om zijn patiënten ook ’s nachts even goed te kunnen helpen als zijn collega in de stad dat kan.
Maar voor Peter strekt de rol van slachtoffer van de klimaatcrisis zich ook uit tot een aanzienlijke categorie automobilisten. En voor mij had hij iets kritischer naar die groep mogen kijken. In het blog wordt het volgende voorbeeld aangehaald:
Als je in een dorp woont zonder OV, en de plaats waar je je slecht betaalde slopende werk moet verrichten is dertig kilometer verderop en heeft ook geen OV, en je hebt de goedkoopste benzine-auto die je kon krijgen om maar op je werk te kunnen komen, dan heb je weinig andere opties dan die auto te gebruiken voor je woon-werkverkeer.
Ik heb in een land gewoond waar ik dertig kilometer naar mijn werk moest reizen en daarvoor geen trein of bus kon gebruiken. Maar dat land heet niet Nederland. (En ik heb in mijn geval ook geen auto aangeschaft maar een lift van en naar dat werk geregeld.)
Men mag me dus de plek in Nederland aanwijzen waar je alleen maar lopend of met de fiets naar je werk dertig kilometer verderop kunt. Maar moet de vraag niet zijn: waarom verplaats je je dertig kilometer om in een bullshit job je brood te verdienen?
Waar is de overtuiging gebleven volgens welke werk bij lange na niet hetzelfde betekent als een betaalde baan? Volgens welke je ‘slecht betaald slopend werk’, meestal ook nog voor een baas, in kunt en mag ruilen voor een uitkering?
Ik heb alleen in het andere land van hierboven betaalde baantjes gehad, in Nederland was ik Bewust Baanloos. En ik was heus niet de enige. Nooit een dag zonder werk gezeten! OK, leven van een bijstandsuitkering was beknibbelen maar daar had ik dan ook de vrijheid voor terug …
En nu we het toch over mooie dromen van links hebben: was het niet de bedoeling mensen werk te laten verrichten waar ze wonen? Dus het hele ‘woon-werkverkeer’ naar de Eeuwige Jachtvelden te helpen? De kraakbeweging werd godbetert baanbrekend vanwege haar woon-werkpanden!
Woon-werkverkeer, het zal me wat. Dit stadje is autoluw en dat betekent dat het ‘doorgaande verkeer’ om het centrum wordt geleid. Ik heb gisteravond weer es naar dat doorgaand verkeer zitten kijken en vind er weinig doorgaand aan.
Feitelijk zag ik ze alleen maar rondrijden, al die auto’s en autootjes, met maar één automobilist achter het stuur. In dat andere land van mij noemen ze het verschijnsel een pussy rally: rijden voor je lol, om anderen te imponeren.
Peter Storm maant klimaatactivisten om ‘de klimaatstrijd tegelijk als sociale strijd (te) zien’, en om ‘arme mensen (te) helpen om zich tegen aanvallen op hun levensstandaard te verdedigen.’
Mensen zijn best de auto uit te krijgen – als de bus en de trein goedkoper is – en waarom niet gewoon gratis? – en als die bus en trein dan tenminste ook daadwerkelijk – en niet slechts twee maal per etmaal maar met grote regelmaat en frequentie – naar je bestemming rijdt.
Dit is de Tesla-oplossing. Geef mensen -nou ja, zorg dat ze zich blauw betalen aan- een rijdende accu en je bent weer … een stap verder in de vernietiging van diezelfde mens. Een fopspeen, bedacht door de mensen die net zo makkelijk wapens maken en verkopen: autofabrikanten dus.
Waarom denken wij dat zij ons de weg uit de klimaatcrisis zullen wijzen? Er is toch geen automerk dat Urgentie heet?
En het probleem heet niet automobiliteit maar mobiliteit. Die moet omlaag. We moeten af van de beweging. Weg met het vliegen, rijden, sporen, varen. We trekken al bewegend een spoor van vernieling door onze rijen.
Want het is de mens die de hand aan zichzelf slaat. De overige natuur geeft geen krimp. Die wil ons mensen alleen maar ausradieren, omdat we de weeffout in het geheel zijn geworden, net als de mammoets van weleer. Die planeet van ons, die blijft heus wel bestaan tot aan een kosmische ramp.
Er is geen tijd te verliezen. En enorme offers zullen gebracht moeten worden. Helaas door iedereen. Dit is de urgentie die de radicale klimaatbeweging op onze drukbezette agenda wil krijgen. En voor mij heeft ze het bij het rechte eind ...
Meer bijdragen van deze auteur
- Lees meer over en van JoopFinland op toandfrom.net
