• 28 mei 2010
    Ecologie

Biodiversiteitsjaar 2010

Govert de Groot

Opgelet, binnenkort worden rode hoofddoekjes afgeraden. Nog even en ze komen de grens over en dat zo vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen op 9 juni a.s. Ze zitten al rond Berlijn en de dichtbijzijnde is op 180 km van de grens gezien. Het CDA in de Tweede Kamer wil terugkeer actief dwarsbomen. Logisch nu staatsecretaris van Defensie, Jack de Vries is afgetreden, de kazerne heeft verlaten en weer kan gaan spindoctoren op rentmeesterschap.

In het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit 2010 komt de wolf onze kant op. Canis lupus is - na natuurlijk Ursus maritimus (ijsbeer) - voor mij een van de fascinerendste zoogdieren. In tegenstelling tot ijsberen ben ik wolven in de vrije natuur alleen dood tegengekomen. Tot mijn schaamte moet ik bekennen dat ik bijna van een vacht een shapka had laten maken. Regelmatig geef ik aankomende wetenschappers Never Cry Wolf geschreven door een van mijn favorieten, Farley Mowat (niet het schip).

Omstreeks 1800 kwamen er in Nederland nog wolven in redelijke aantallen voor. De laatste waarneming stamt uit 1897 uit Heeze, Noord-Brabant. Er zijn veel sprookjes en mythes over wolven, al dan niet met rood hoofddoekje, waarschijnlijk omdat hij zoveel op onze soort lijkt en je in een spiegel kijkt.

Nietsvermoedend ben ik ze in mijn Haagje tegen het lijf gelopen. Ervaringsdeskundige werd ik door mijn eigen familie en vrienden en zelf kan ik er ook wat van. Kunst is om in de spiegel te kijken. Op 28 mei zou mijn vader 89 jaar zijn geworden. Van jongs af aan had ik het, als oudste zoon, al met hem aan de stok. Zijn uitvaart, en een aantal jaren later van mijn moeder, gaf dan ook spanning met mijn broer en zus, maar vooral met mijn Franse zwager. Gelukkig eronder ben ik niet, maar inmiddels woon ik enkele jaren aangenaam samen met Nana.

Naast uitvaarten zijn ook huwelijken en verjaardagen een goede gelegenheid om ervaring op te doen. Als fan van de ethologen Niko Tinbergen, Konrad Lorenz, Desmond Morris e.a. was ik nog niet vertrouwd met de ziekbedvariant. Met blauw licht werd twee maanden geleden mijn goede vriend John naar het ziekenhuis afgevoerd, geopereerd en kreeg de boodschap zaadbalkanker. Voor chemo werd hij naar een academisch ziekenhuis overgebracht. Om spanningen te ontlopen heeft John rond zijn achttiende het nest verlaten, en is inmiddels twee keer zo oud. Gewoonlijk loopt hij bij ruzie liefs even weg, maar is nu aan bed gebonden.

Bij mijn eerste ziekenbezoek beginnen John’s pogingen tot regisseren. Tactisch vraagt hij zijn schoonmoeder zijn luidruchtige stiefschoonvader zijn kamer uit te geleiden. Later ontmoet ik zijn vader en stiefmoeder. John heeft een haatliefde verhouding met hem, van zijn stiefmoeder moet hij niets hebben. Al is het koppeltje al jaren onregelmatig samen, voor de familie kwam zijn vriendin Marie uit de lucht vallen. Het was toch weer ‘uit’! De eerste misverstanden ontstaan. Daar draag ik onbewust aan bij als loslopende, oude, wijzere alleenstaande man en geen familie. Weet die loslopende reu zijn plaats wel!

De dag erop wederom op bezoek, maar hij ligt niet op zijn kamer en wordt geopereerd. Tussen vader en schoonvader vindt een hevig roedelgevecht plaats. Schoonmoeder en stiefmoeder houden zich enigszins afzijdig. De strijd om wie het alfavrouwtje is, komt later wel. Vrouwen spinnen beter heb ik gelezen. Tussen de vuren staat zijn vriendin. De volgende dag arriveert zijn moeder met rustige stiefvader. Vader en stiefmoeder reizen af. De positiebepaling tussen vriendin en moeder wie het alfavrouwtjes is begint, maar wordt snel bijgelegd. Ondanks goede gesprekken ben ik ineens het doelwit van de teefjes. In het belang van John, en om te voorkomen dat ik er zelf aan onderdoor ga, besluit ik de roedel te verlaten. Ik voel me een, uit de roedel gestoten, gesteriliseerd gaymannetjes wolf, die de grens over wil.

Omdat ik Charles Darwin niet achterna wil, moet ik met vergelijkingen tussen mens en dier oppassen. Wij staan toch boven de natuur en zijn intelligente zoogdieren? Andere soorten hebben toch alleen instinct, al merk ik dat niet aan mensen om mij heen en aan Nana, mijn gesteriliseerde, gekruiste jachthond, die tijdens de jachtles niet goed oplette en net zoveel stoornissen heeft als ik. Wij passen dus goed bij elkaar.

Bij het bepalen van de positie in mensen- of wolvenroedels draait het om reïncarnatie (voortplanting) en evolutie. John, Nana en ik kunnen dat niet meer, en hebben dus geen hoge positie in de roedel. Lex Runderkamp, regisseur de Beagle (VPRO-gids 2010/22): ‘Voor behoud van biodiversiteit zijn keiharde overlevingsredenen’ en ik voeg daar aan toe: het behoud van culturele diversiteit.

In het Internationaal Jaar van de Biodiversiteit 2010 gaat de ijsbeer hard de reuzenpanda achterna. Voor de stadsrepubliek Nederland met een koning(in) zal het winst zijn als de wolf onze biodiversiteit verrijkt. Het CDA heeft hij daarvoor niet nodig, de wolf bepaalt zelf wanneer hij komt.