Terug naar hoofdinhoud
  • 12 april 2026

Marktdenken

Weia Reinboud

Er was een dorp, of was het een stad, een dorp of een stad met een groot plein en op het plein werd wekelijks markt gehouden. Van heinde en ver kwam men met wat spulletjes en stalde die uit. Ze verkochten het en kochten elders op de markt wat dingen die ze nodig hadden.

Het zou over alle markten in alle steden en dorpen van overal kunnen gaan, maar ik zie een bepaalde foto voor me. Vanaf een hoog standpunt een foto van de markt op de Hof in Amersfoort. Zo rond 1890. Geen gedoe met kramen, alles ligt op de grond. Als je goed kijkt zie je een wit stipje op de trap van de kerk die aan de Hof ligt. Dat zou grootje kunnen zijn, mijn overgrootmoeder. Ze woonde ver buiten de stad, op Liendert, maar het was maar twee kilometer lopen van de boerderij naar de Hof. Met één mandje groenten zat ze op marktdagen op haar vaste plekje op de trap.

Zo voorgesteld staat een markt dichtbij ruilhandel, al is er ook geld nodig, als tussenruilmiddel. Dat oogt best onschuldig en idyllisch bijna, zeker als het om zo lang geleden gaat. Grootje in klederdracht. Eén mandje handelswaar. Lopend heen en lopend terug.

Maar ook toen was de ruilhandel lek, het was geen eenvoudige kringloop. Mijn voorouders hadden de boerderij niet, er was een eigenaar in de stad die de pacht opstreek, zonder daar iets anders voor te hoeven doen dan eigendom te bezitten. Ook ging er al vele eeuwen geld richting andere bezitters. Edelen, geestelijken, kloosters enzovoort. En die edelen, geestelijken en andere bezitters hebben steeds zelf mooie regels bedacht en ingevoerd om hun eigendom te beschermen en ze hebben ook allerlei manieren gevonden om hun eigendom te vergroten. Plus, niet onbelangrijk, ze hebben ook steeds verteld dat hun gedrag nobel was. ‘Nobel’ komt van ‘noblesse’ oftewel adel. Koningen keizers pausen bisschoppen abten en nonnen maakten het helemaal bont, ze zeiden dat god erachter stond – een niet-bestaande entiteit van zo enorm belang dat ie met een hoofdletter geschreven moest worden.

Sprong naar het heden, intussen heeft ook de markt mythische of zelfs goddelijke status gekregen. Markt met een hoofdletter dus? Dat zouden de bezitters wel willen. Degenen met bezit beweren voortdurend dat als iets via marktwerking geregeld wordt, dat dat iets dan efficiënter en beter en goedkoper geregeld zal worden. Vanzelf, dankzij de markt. Maar het enige dat efficiënt gaat is de geldstroom richting bezitters.

Aanleiding om dit nu weer eens aandacht te geven is dat ik betrokken was bij een ecologische woonwijk in oprichting. Een zwik burgers heeft daar de schouders onder gezet en je zou denken dat een gemeente denkt: huizen voor onze burgers, fantastisch als die burgers daar zelf plannen voor ontwikkelen. Maar niks, dat is buiten de markt gerekend. De zaak moest aanbesteed worden, een tender heet dat. Iedereen mag plannen indienen, we kiezen er drie uit en dan laten we ze in een wedstrijd (zo noemen ze het echt) hun plannen gedetailleerd presenteren. Iedereen aan de slag, ook de burgers steken er vele uren in.

Wonder boven wonder wonnen de burgers niet maar werd de wedstrijd gewonnen door degenen met de grootste zak geld. Het betreft een op zich best ecologisch denkende projectontwikkelaar, maar wel een zogeheten marktpartij. Waar je als burgers geen partij voor bent.

De gemeente zal wel zeggen dat dit van Den Haag moet en Den Haag zit vol met marktdenkers, marktfundamentalisten en omdat de laatste halve eeuw de VVD tachtig procent van de tijd in de regeringen zat… Zitten we met een woningmarkt die voor de niet-bezitters weinig goeds in petto heeft.

Terzijde: ‘markt’ komt via het Frans uit het Latijn, maar daar is het via een onbekende taal in terecht gekomen, misschien het Etruskisch. Hoe werkte de markt toen, bijna drie millenia geleden? Hoe was het voor mijn multi-bet-multi-overgrootmoeders van destijds?