-
31 mei 2026
Hoe linkse bestuurders de woonongelijkheid erger maken
Als je elke tien jaar een foto zou nemen van Nederlandse steden, zou je het zien. Autowegen worden smaller, fietspaden breder. De laatste wonden van het industriële tijdperk worden ingevuld door groene wijken met hoogbouw. Drukke autostraten veranderen langzaam in lommerrijke lanen.
Wie kan hier tegen zijn? Op het eerste gezicht lijkt het de triomf van het inzicht waar de Provo-beweging zestig jaar geleden mee kwam: dat niets zo dom is als het verminken van je leefomgeving met asfalt en parkeerplaatsen. Geef ruimte aan mensen, in plaats van aan blik, en welzijn én welvaart nemen toe.
Als er al kritiek op deze ontwikkeling komt, gaat die over gentrificatie. Gewone mensen vertrekken, hoogopgeleiden nemen hun plaats in, huren schieten omhoog. Het bruine café maakt plaats voor de zoveelste lunchroom die op een heel eigen manier toch dertien in een dozijn is.
Dit soort kritiek heeft altijd een beetje een nostalgische toon, en is daarmee ook makkelijk weg te wuiven.
Soms wordt het in verband gebracht met de woningcrisis. Maar ik vermoed dat de lezers van Konfrontatie nog verhalen uit de jaren vijftig kennen van pasgetrouwde stellen die - uit ruimtegebrek - slaapkamer of zelfs bed moesten delen met hun schoonouders. En de Volckerschok, waardoor woningzoekers in de jaren '80 vast zaten in de dubbele Nelson van hoge werkloosheid en een stilvallende bouwsector, is inmiddels ook niet meer voor te stellen. De woningnood van nu is ánders van aard. Maar hoe?
Het woord woningcrisis miskent wat hier écht gebeurt. Het aantal woningen per inwoner was in Nederland nog nooit zo hoog. Het aantal vierkante meters woning per inwoner was nog nooit zo hoog. Wat wél schever dan ooit is, is de verdeling, en dat komt omdat de overheid op grote schaal publieke waarde naar private vermogens verplaatst. Aangevoerd door - voornamelijk - linkse gemeenteraden.
Investeringen in de openbare ruimte verhogen de waarde van die ruimte. Scholen, wegen, groene ruimte. Dat zijn zeker niet alleen investeringen van de overheid. De straatmuzikant, de pizzakoerier, je buurvrouw die een geveltuintje onderhoudt, de vrijwilligers bij de daklozenzorg, ze dragen allemaal bij. Dat kan uit altruïsme zijn, maar ook uit eigenbelang. En hoe dichter we op elkaar wonen, hoe meer effect onze handelingen op elkaar hebben, in zowel positieve als negatieve zin. Gelukkig slaat de balans positief uit. Enorm positief zelfs.
Dat klinkt als een weinig concreet feel-good verhaaltje, maar de markt hangt hier keurig een prijskaartje aan. En dat wordt ingeboekt als harde euro's op de vermogensposities1 van de mensen die de stad bezitten. Vermogensposities die steeds groter worden, en steeds minder gelijk verdeeld.
Voor de duidelijkheid: dit is geen liquide, contant geld, maar vertegenwoordigt de verwachte waarde van de omgeving in de toekomst. De enorme bedragen laten zien hoe sterk de verdeling van onze welvaart is verschoven van de groep mensen die zich - al dan niet betaald - inspant voor een ander, naar de groep mensen die bezit.
Als je wil zien waar mensen maximaal profiteren van de samenleving, moet je niet (alleen) de grote villa's in Bloemendaal bezoeken, maar juist de stadswijken waar een eenvoudig rijtjeshuis inmiddels een miljoen euro kost.
Dat verklaart waarom rechtse sneren over de ‘randstedelijke havermelk-elite’ zo goed plakken. Iedereen met open ogen kan zien dat het geld in de grote steden - en de satellietgemeenten - tegen de plinten klotst. De winkelstraten puilen uit van mensen die kopen, kopen, kopen. De terrassen zitten vol. In de stad is - ondanks de linkse gemeenteraad, ondanks de pogingen tot sociale woningbouw - steeds minder plek voor midden- en lage inkomens.
Ook nu de verhuurdersheffing is afgeschaft, zijn de hoge grondprijzen2 een grote last voor de sociale huisvesting, zowel vanwege hun oplopende financieringskosten, als vanwege de kosten die nu moeten worden gemaakt als nieuwe woningen worden gebouwd.3
Samengevat zitten we nu met zijn allen in de kolderieke situatie dat bijna álles wat we doen om onze omgeving mooier te maken de vermogensongelijkheid vergroot, sociale woningbouw moeilijker maakt, en mensen met een inkomen uit arbeid verder op een achterstand zet ten opzichte van mensen met een inkomen uit bezit. Juist het linkse beleid om te investeren in openbare voorzieningen zonder een tegenprestatie te verwachten van de bezitters, maakt dit erger.
De rijke mest van de gemeenschapswaarde maakt ons land de perfecte voedingsbodem voor onkruid als huisjesmelkers en Blackstone. En ja, ook dat geveltuintje van je buurvrouw en de ruilwinkel van je kraakpand dragen hier een klein beetje aan bij.
Dit is geen pleidooi om maar niets te doen, om alles maar te laten verslonzen om te voorkomen dat mensen profiteren. Het probleem van gentrificatie is niet dat mensen hun omgeving mooier en leefbaarder maken, het probleem is dat de winsten in private zakken terecht komen. Bijna niemand wíl dit, maar we praten er ook niet over met elkaar.
Linkse politici schetsen toekomstbeelden over de circulaire economie, terwijl ze de erfpacht - bedacht om de gemeenschapswaarde te laten circuleren, in de tijd dat socialisten nog op de centjes letten - afschaffen. In haar verkiezingsprogramma haalde Groenlinks+PvdA, nu PRO, het CDA, D’66 en JA21 op dit punt rechts in door het eigenwoningforfait bij het oud vuil te zetten.4 en 5
Over de woonongelijkheid wordt de analyse van rechts gedeeld; dat we te veel mensen hebben voor het aantal woningen, en dat we er gewoon wat bij moeten bouwen, met het enige verschil dat links sociaal wil bouwen. Dat is een eenvoudig verhaal, maar het is ook een frame van schaarste en conflict. Het plaatst woningzoekers tegenover statushouders, natuurbeschermers tegenover boeren tegenover projectontwikkelaars.
Zijn er lichtpuntjes? Ja. De kraakbeweging laat al heel lang zien dat je kunt wonen zonder eigendom. In Frankrijk en België is er een groeiende trend om sociale huisvesting te organiseren als community land trusts, verenigingen van eigenaren die zich contractueel verplichten om de stijgingen van de grondprijs in te zetten voor het belang van de gemeenschap. Ook in Nederland hebben we sinds kort zo'n CLT, in de Bijlmer.6 Recent hebben Coen Teulings en Maaike Schoon hun platform als expert respectievelijk journalist gebruikt om de aandacht te vestigen op de rol van grondwaarde.
Als laatste is er van alles aan te merken op woningcorporaties - ze zijn vaak meer bezig met beleidsdoelen van bovenaf dan met de wensen van bewoners - maar ze zijn al jaren de enige organisatie in Nederland die de taak heeft om de waarde die de gemeenschap opbouwt terug in circulatie te brengen als maatschappelijke investeringen. Ere wie ere toekomt.
De problemen zijn niet nieuw. De oplossingen ook niet. Voor de duidelijkheid, ik geef zelf de voorkeur aan oplossingen van onderaf, die ruimte bieden voor creativiteit en eigen initiatief. Zo ben ik medeoprichter van een club om één van die mogelijkheden onder de aandacht te brengen7 (en ja, we kunnen ook jouw creativiteit en initiatief gebruiken).
Maar er is nog een wereld te winnen in het publieke debat. De retoriek van rechts weet van onze situatie - een overvloed aan gemeenschapswaarde - een probleem van schaarste te maken. Het moedigt een ieder voor zich-mentaliteit aan waarbij mensen zich vastklampen aan hun eigendom, hun huis zien als onderdeel van hun pensioen, als onderpand om te zorgen dat hun (klein)kinderen nog een kans hebben op een woning.
De waarheid is dat we ook in een klein land waarschijnlijk nooit een tekort aan grond om te wonen zullen hebben. En dat we de waarde van die grond als gemeenschap elke dag opnieuw zelf produceren. De enige vraag die we hoeven te beantwoorden is, voor wie?
1 Zie het rapport van het CBS, ‘Vermogensposities in beeld’: https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2024/14/vermogensverdeling-in-beeld
2 Meestal wordt het woord ‘grondwaarde’ gebruikt. Maar de waarde komt voort uit de gemeenschap, uit de aanwezigheid van anderen. Ik gebruik in dit stuk de woorden ‘grondwaarde’ en ‘gemeenschapswaarde’ opzettelijk door elkaar.
3 Voor een analyse van de manier waarop woningcorporaties veel zwaarder worden belast dan gewone particulieren en investeerders, zie dit artikel van drs. R van Haperen: https://www.ndfr.nl/content/NTFR2020-2437
4 Naast de plannen om het eigenwoningforfait af te schaffen, wilde GroenLinks+PvdA de duur van de hypotheekrente verlengen, wat prijzen en ongelijkheid nog verder zou opdrijven: https://www.pvda.nl/verkiezingen/verkiezingsprogramma/wonen/betaalbare-koopwoningen/
5 Zie ook de analyse van Matthijs Korevaar: https://esb.nu/verhoog-het-eigenwoningforfait/
6 De CLT-H buurt, zie https://www.clthbuurt.nl/
7 Land en Vrijheid, zie https://landenvrijheid.nl/
