Terug naar hoofdinhoud
  • 13 april 2026

Echt vrij marktdenken

Michiel Buddingh

‘De overheid zal altijd een verlengstuk zijn van de belangen van de grondbezitter’.

Dat was de zin die in me opkwam bij het lezen van het stuk van `Marktdenken' van Weia Reinboud in Konfrontatie van 12 april.

Hij werd geuit door de Engelse radicaal Thomas Spence, ten tijde van de Franse Revolutie. De laatste tijd doet de wereld me steeds meer aan Spence denken.

In de optiek van Spence heeft ieder wezen een onvervreemdbaar aandeel in de natuur. De natuur is eindig, en de mens is de enige diersoort die de natuur opdeelt in landgoederen en percelen; die andere dieren uitsluit van het gebruik maken van die natuur.

Maar iedere generatie heeft opnieuw recht op dat aandeel. Dat we dit recht op grond, op de natuur permanent kunnen ‘verkopen’ is voor hem moreel equivalent aan het verkopen van je kinderen in slavernij. Zelfs al zou je jezelf zoiets mogen aandoen, dan nog heb je het recht niet over de volgende generaties te beschikken. Al het huidige grondeigendom is daarmee diefstal.

De Franse revolutie ging voor hem niet ver genoeg – stemrecht zonder een gelijk aandeel in de natuur was voor hem een lege huls, een systeem dat binnen enkele generaties weer de rijken en het establishment zou bevoordelen.

Spence was vooruitstrevend; voor hem was het vanzelfsprekend dat vrouwen ook kiesrecht zouden krijgen. Dat alle kolonies onmiddellijk vrij moesten worden verklaard. Niet alleen op basis van respect voor andermans autonomie, maar uit welbegrepen eigenbelang. Elke samenleving die profiteert van grote, oneerlijk verdiende geldstromen is kwetsbaar voor corruptie en tirannie. Voor de Britse regering ging het allemaal wat te ver; Spence werd meermaals zonder proces gevangen gezet.

Waarschijnlijk zou hij vergeten zijn als hij niet door Karl Marx als een ideologische voorloper was aangemerkt. Onterecht is hij daardoor in de geschiedenisboekjes en encyclopedieën als een ‘agrarisch socialist’ of ‘vroege communist’ opgenomen.

Maar als je zijn teksten leest, is het duidelijk; Spence staat een vrije markt voor - een écht vrije, waarin niemand slapend rijk wordt, maar waar ruimte is voor het menselijk vernuft en verlangen in al haar complexiteit.

Een stelsel waarin marktprijzen worden gevraagd voor gebruik van de natuur, maar waar de opbrengst gebruikt wordt om deze te beheren en door te geven. En de overschotten beschikbaar komen als hoofdelijke uitkering voor iedereen. Hij was daarmee een van de eerste pleitbezorgers van een basisinkomen.

En hier is een brug te slaan naar de moderne wereld. Naar de beleidsmakers in grijze pakken, de economen bij hun whiteboards. Als je het hen eerlijk vraagt, zullen veel van hen erkennen dat de huidige grondmarkt geen vrije markt is, en zolang eeuwig persoonlijk grondeigendom bestaat, nooit vrij kan zijn. Grond is eindig, en het eigendom daarvan ontstaat niet door productieve arbeid, maar wordt afgedwongen door staatsgeweld. Joseph Stiglitz won de Nobelprijs voor zijn werk op dit gebied.

De ‘location rents’ zijn in Nederland duidelijk een nieuwe motor van ongelijkheid geworden. Sluipenderwijs zien we dat familiekapitaal bepalender wordt voor de manier waarop je woont dan talent en hard werk. In de sociale sector is het niet anders: zittende huurders worden goed bediend, maar de wachtlijsten zijn een slagveld van conflicterende belangen en noden. Het ontkennen van de eindigheid van de natuur, en het ontkennen van elkaars rechten daarin, zorgt voor een steeds hardere strijd om de overgebleven kruimels.

Dit probleem lost zich niet vanzelf op. Niet zolang we accepteren dat de overheid een verlengstuk is van de belangen van de grondbezitter.