Skip to main content
  • 14 november 2008

Zwartepieten

Govert de Groot

'Heerlijk!’, de speculaasbrokken met amandelen liggen al enige tijd bij onze Appie Hein, de overwinnaar van de supermarktoorlog. Met zijn leger Zwarte Pieten komt op 15 november de NOS Sint-Nicolaas weer uit Spanje aan. ‘Gezellig!?’, op naar de kortste dag van het jaar.

Op het moment dat ik de oproep ontving voor de anti-zwartepietdemonstratie op 30 augustus in Eindhoven, dacht ik dan ook: ‘Ga nou niet zwartepieten’. Ik ben níet trots op Nederland, ben genoeg gezwartepiet en moet uitkijken dat ik niet geduyvendakt word. Daarnaast heb ik me nooit als Zwarte Piet, Sinterklaas of Kerstman voorgedaan en Neptunus heb ik door een ander laten doen. Al houd ik niet van negerzoenen, er verdwijnt al zoveel folklore, of het wordt - al dan niet gestandaardiseerd - veramerikaanst. Pak toch die bedrieger, die commerciële Kerstman aan, stop met het cowboy- en Indiaantje spelen, om maar niet te spreken over de verschillende geloofsmythes.

Over de herkomst van Zwarte Piet wordt veel gesuggereerd. Hij zou afgeleid kunnen zijn van de Ethiopische wees Piter, de gemodelleerde Moorse pages of van de Italiaanse schoorsteenvegerknecht. De laatste is de versie van Trots op Nederland, Rita Verdonk, die doet of ze dement aan het worden is. Zij is vergeten dat ze in de krakerswereld actief was en tegen monumenten ter herinnering van de afschaffing van de slavernij is. Nu wil het geval dat ik net 'De zwarte met het witte hart' van Arthur Japin heb gelezen. Daar was ik op 'stralend' groen Groenland niet aan toegekomen. Een aanrader, net als Japin’s ‘De Overgave’ en ‘Een Afrikaan op Groenland’ van Tété-Michel Kpomassie.

In Japin's boek lopen natuurlijk werkelijkheid en fictie op een oncontroleerbare manier door elkaar, maar ik houd het erop dat koning Willem de oorzaak is van Zwarte Piet in zijn huidige vorm. In opdracht van de Nederlandse regering wordt een verdrag gesloten met de Ashanti-koning Kwaku Dua II van het huidige Ghana - niet die waarvan het hoofd op sterk water staat in het Leids museum. In ruil voor wapens levert de koning rekruten voor het Nederlands-Indische leger. Die rekruten, in feite slaven van de Ashanti's, konden zich vrijkopen met van Nederland geleend geld, dat zij dan weer door inhoudingen op hun soldij terug moesten betalen.
Als onderdeel van deze transactie kreeg koning Willem I in 1837 als cadeau twee Ashanti-prinsen, Aquasi Boachi en zijn neefje Quamin Poko. Willem zou in Delft verder voor de opvang en opleiding van deze jongens zorgen. De twee Ashanti-prinsen worden ook met onze Sinterklaastraditie geconfronteerd. Op 5 december 1838, in het Paviljoen de la Reine op een duintop op Scheveningen, viert het sinterklaaskind kroonprins Willem Frederik naar Russisch gebruik zijn verjaardag aan de vooravond. De als Sinterklaas verklede koning komt binnen en roep om zijn Pietermannen. Daarop sprongen uit de gordijnen twee zwart gemaakte kerels te voorschijn, zwaaiend met een twijgenbos. Eén ervan was erfprins Willem Alexander, die kennismakend met de 'echte' Pieten zich als een echte Romanov schijnt gedragen te hebben.
Op 5 December 1840, toen net na de troonwisseling in 's-Gravenhage tientallen gebouwen als bij toverslag met gas werden geïllumineerd, zijn de twee Afrikaanse prinsen wederom op het koninklijke sinterklaasfeest. Kroonprins Willem Alexander heeft het idee een echt Moortje op te voeren en haalt één van de Ashanti-prinsen over om zich als Zwarte Piet te verkleden. Bruin schminken was niet nodig en de maillot paste niet. Niet alleen de andere Ashanti-prins schrok zich zowat dood, ook ontstond bij de overige koninklijke genodigden grote consternatie. Hierover moet het in Den Haag, mede door andere incidenten rond de Afrikaanse prinsen, gegonsd hebben.

Voordat Nederland een koninkrijk werd, vierden we Sinterklaas niet overal op dezelfde manier. Op het platteland vonden wilde vormen van sinterklaasvieren plaats, zoals klaasjagen of sunteklaaslopen. In de jonge staat Nederland waren de normen en waarden niet bepaald hoogstaand. Net zoals in deze tijd, werd niet alleen heldenverering ingezet om de normen en waarden op te vijzelen (De Ruijter, Barentsz, etc.), maar ook een vernieuwd sinterklaasfeest. In 1850 publiceerde daarvoor de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman het boekje ‘Sint-Nikolaas en zijn knecht’. Het is zeer aannemelijk dat Schenkman geïnspireerd is door de viering ten paleize.

Overigens, in 1850 wordt prins Aquasi, zonder zijn moederland te mogen bezoeken, naar Nederlands-Indië gestuurd, waar hij op 9 juli 1904 overlijdt. De Ashanti-troonopvolger, zijn neef Prins Quamin, krijgt een militaire loopbaan en brengt het tot korporaal. In februari 1850, in het Nederlandse Fort Elmina, al maar wachtend om te mogen terugkeren naar zijn moederland, schiet hij zijn hoofd aan flarden met het geweer dat hij van koning Willem II had gekregen.

Nederlanders zijn erg goed om volken, al dan niet met mooie beloftes, over deze wereld te verhuizen. Wanneer deze 'uitgenodigde' mensen problemen veroorzaken, kunnen onze gasten op discriminatie rekenen. De discriminator vergeet daarbij dat hij of zij zelf vaak het resultaat is van een mix van volken. Al woon ik bewust in een gewone Haagse straat met zo'n zestig nationaliteiten, toch moet ik blijven waken zelf in de wildersklem te trappen. Racisme zit toch wel erg in de Nederlandse genen. Het zijn bepaald geen normen en waarden om trots op te zijn. Al met al lijkt het me wel degelijk van belang de pedagogische kant van Zwarte Piet te herwaarderen. Daarvoor lijkt me een belangrijke rol voor trendsetter NOS met haar sinterklaasintocht weggelegd.

Hé, deze week geen bonusaanbieding voor speculaasbrokken met amandelen.

Zie ook www.defabel.nl

P.S. Vooruitlopend op de consumerende kerst en het aankomend Hudsonjaar, hier de juiste versie van de herkomst van Santa Claus. In december 1661 in Nieuw-Amsterdam (New York) vierden de Nederlandse kinderen, net als in hun thuisland, traditiegetrouw Sinterklaas en kregen op 5 december cadeautjes. De Engelse, Franse, Duitse en Zweedse kinderen oefenden druk op hun ouders uit om de Nederlandse folklore over te nemen. Aldus begon Sint-Nicolaas aan zijn Amerikaanse reis als Santa Claus. (Bron: Russell Shorto - Nieuw-Amsterdam - 2004)