• 01 januari 1992
    Media

RARA-actie: reactie op een extreem en gevaarlijk asielbe­leid

JoopFinland

Er zijn inmiddels bijna twee maanden verstreken sinds de RARA-aanslagen op het huis van Kosto en het ministerie van Binnen­landse Zaken. Er lijkt een algehele stilte rondom de acties ingetreden te zijn. Dat stilzwijgen is onterecht. De uitwerking van Kosto's asielbeleid werd half decem­ber weer eens pijnlijk duidelijk door de schandalige uitzetting van vier hongerstakende Vietna­mezen en 43 Russische joden. Zonder pardon van hun bed gelicht, werd de laatste groep, met behulp van honderd man ME, op het vliegtuig gezet. Tijd voor een terug­blik op de reacties in de reguliere pers - ik beperk me voorna­melijk tot de Volkskrant en de NRC - in de twee weken die op de aanslagen volgden, temeer nu een bredere groep via bladen als NN en Konfrontatie de kans heeft gekregen zelf kennis te nemen van de argumenten van RARA.

De informatie die de reguliere pers verschaft heeft, blijkt bij een vergelijking met de persverklaring van RARA uiterst selectief en, met name in de Volkskrant, boordevol vooroorde­len omtrent het gedachtegoed van RARA, waarbij voor het gemak tegelijkertijd het gedachtegoed van geheel radicaal links in Nederland en het buitenland wordt inbegrepen. De NRC reageert af en toe wel inhoudelijk, maar bovenal wordt de informatie in beide kranten bepaald door verontwaardiging over het middel dat RARA koos om de aandacht te vestigen op de schandalige kanten van het vluchtelingenbeleid. Het middel van bomaansla­gen kan aanleiding geven tot verscherping van de veiligheids­maatregelen rond politici en dat bedreigt de gemoedelijke verhouding die in Nederland zou bestaan tussen burgers en politici. "Het Binnenhof is van ons allemaal", stelt de NRC op 14 november in haar redactioneel commentaar, en dat moet zo blijven.

Toch geeft RARA nergens in haar verklaring aanleiding om te denken dat zij het gemunt had op het leven van Kosto en zijn vrouw of dat van enige andere politicus of -ca. Integendeel. Ook uit de eerste berichten in de radiojournaals op de ochtend van de aanslag en in het NOS-journaal 's avonds, bleek dat beide aanslagen ruimschoots vooraf en op een heldere wijze gemeld zijn.

Een andere suggestie in dit argument is dat er in Nederland een sfeer van het type 'ouwe-jongens-krentenbrood' zou bestaan tussen burgers en politici. Daarbij kunnen grote vraagtekens geplaatst worden, gezien de talloze aanwijzingen in de afgelo­pen jaren dat de kloof tussen burgers en de politiek juist dramatisch groeit.

Dan de tweede reden van verontwaardiging over het middel: bomaanslagen zijn niet democratisch. Ja, dat is zo. Maar het is niet erg netjes met twee maten te meten. De wijze waarop Kosto's asielbeleid tot stand is gekomen, is ook niet bepaald een staaltje van democratisch handelen. Terecht constateert RARA in haar verklaring dat dit kabinet steeds vaker rapporten van organen die de regering moeten adviseren, inclusief die van de Raad van State, naast zich neerlegt, en er tevens haar hand niet voor omdraait over de Tweede Kamer heen te walsen, zoals bleek bij de gang van zaken rond het akkoord van Schen­gen, een voor het asielbeleid in hoge mate bepalend verdrag.

In het NRC-commentaar wordt "een gezond besef van betrekke­lijkheid" gesteld tegenover "het gevaar van vermenigvuldiging van de woede." Dat roept bij mij de vraag op hoe lang een besef van betrekkelijkheid gezond is. Is dat gezond in een situatie waarin mensen op een wettelijk gelegitimeerde wijze rechteloos worden gemaakt? Is dat gezond in een maatschappe­lijke situatie waarin extreem rechts geweld hand over hand toeneemt, en met name de plegers van geweld tegen migranten en vluchtelingen, en in het algemeen mensen met fascistische denkbeelden, zich gesteund weten door het asielbeleid: dé reden waarom Kosto's vluchtelingenpolitiek niet alleen onmen­selijk, maar ook gevaarlijk is? Wanneer, vraag ik me af, ontstaat het keerpunt waarop een besef van betrekkelijkheid gevaarlijk wordt, en een vermenigvuldiging van woede gezond?

Zowel het redactioneel commentaar van de Volkskrant (ook van 14 november), als dat van de NRC, stellen dat de wereld in de RARA-verklaring wordt voorgesteld als een grote samenzwering waarbinnen alles met alles samenhangt. De Volkskrant noemt dat een kenmerk van infantiel links en komt niet verder dan een ordinaire scheldpartij. Het NRC-commentaar is iets inhoudelij­ker en interpreteert de verklaring als een ongedifferentieerd nihilisme. Dat is inderdaad het gevaar van samenzweringstheo­rieën, maar dit oordeel is bij de RARA-verklaring niet op zijn plaats. De NRC-redactie zal zich toch ook realiseren dat nationale, Europese en mondiale politiek in deze tijd geen autonome grootheden meer zijn, zo ze dat al ooit waren. RARA toont in haar verklaring, via heldere verbindingslijnen aan dat de Europese en de mondiale economische politiek in hoge mate bepalend zijn voor de wijze waarop het vluchtelingenbe­leid op nationaal niveau tot stand komt.

Dat de actie van RARA in de eerste plaats, zoals zij in haar persverklaring benadrukt, een reactie is op het asielbeleid in Nederland, is door de reguliere pers opgepikt als een niet-relevant detail. Het lijkt mij echter duidelijk dat er gerea­geerd moest worden. Het is begrijpelijk dat een bomaanslag gevoelens van afschuw oproept en niemand hoeft het ook met dit middel eens te zijn. Even begrijpelijk is het dat het middel wel gebruikt wordt. Al tijden dringt zich de vraag op welke mogelijkheden mensen in Nederland eigenlijk nog hebben om daadwerkelijk invloed uit te oefenen op de politieke besluit­vorming. En dat is de vraag die politici, in plaats van te zwelgen in afschuw, zich zouden moeten stellen. Het is een vraag naar de kwaliteit van de democratie in Nederland.

Het zijn ook niet zozeer dit soort acties die de democratie bedreigen, als wel het uitsluiten van burgers van politieke besluitvorming enerzijds, en anderzijds de apathie van die­zelfde burgers ten aanzien van politieke besluitvorming. Een reactie op zowel uitsluiting van de politiek als apathie ten aanzien van de politiek, wordt wel heel dringend als het gaat om het asielbeleid. Daarbij is namelijk, in tegenstelling tot bij deze bomaanslagen, wel sprake van gevaar voor mensenle­vens. En inderdaad, het terugsturen van asielzoekers naar hun land is in veel gevallen vergelijkbaar met de deportatie van joden, zigeuners, homoseksuelen en politieke gevangenen in de tweede wereldoorlog. Ook het terugsturen van asielaanvragers betekent in veel gevallen ze vrijgeven aan zware onderdruk­king, foltering en moord. Gaan we nu weer vanaf de zijlijn toekijken hoe dat gebeurt, zoals een groot deel van de Neder­landse bevolking dat tijdens het nazi-regime deed? Een veel gehoorde verontschuldiging daarvoor is: "We wisten niet pre­cies wat er gebeurde met de gedeporteerden." Zo hoor je ook nu weer: "We weten niet wat er gebeurt in de landen van de vluch­telingen die hier asiel aanvragen. Misschien verzinnen ze hun verhalen."

Of de Nederlandse bevolking tijdens het nazi-regime had kunnen weten wat er gebeurde, kan ik niet beoordelen. Nu kunnen we ons echter dagelijks op de hoogte stellen van de situatie in de landen van asielzoekers. De kranten staan er vol van. En wat de geloofwaardigheid betreft: je hoeft alleen maar bij jezelf na te gaan wat het voor je zou betekenen je huis, je geliefden, je werk achter te laten en te vluchten naar een volstrekt vreemd land waar je zeer waarschijnlijk met racisme geconfronteerd zult worden, om je te realiseren dat niemand zo'n stap zet als het niet dringend noodzakelijk is.

En dan die zogenaamde economische vluchtelingen. Burgeroorlo­gen, voortdurend blootstaan aan seksueel geweld, armoede en honger zijn hele legitieme redenen om naar het Westen te vluchten, als je je bedenkt dat de armoede en ellende in de zuidelijke landen voor een groot deel gevolg zijn van eeuwen­lange uitbuiting door met name westerse landen; dat de onge­lijkheid nog steeds voortduurt, onder meer doordat het Westen de schuldencrisis waarin de meeste zuidelijke landen verkeren in stand houdt; dat het Westen nog dagelijks rijk wordt van het Zuiden zonder dat er een cent terugvloeit in de vorm van investering in de economische ontwikkeling van het Zuiden. Gezien deze situatie lijkt mij enige gastvrijheid ten aanzien van zuidelijke vluchtelingen, ook al vluchten ze alleen voor de honger, op zijn plaats. Op die manier zou het Westen een klein deel van de gigantische en eeuwenoude rekening die zij aan het Zuiden verschuldigd is, kunnen betalen.

Lia van der Heijden