• 13 mei 2021
    Media

De zorgvuldigheidsrevolutie

Rymke Wiersma

De linkse Gutmensch is het pispaaltje geworden. Jaren geleden begon het al, het gezeur over politiek correct, ook binnen links trouwens. Mensen die hun best doen om goed te leven, bah, saai! Goed zijn is not done. Je hoort er pas bij als je er niet vies van bent af en toe wat schade toe te brengen. Aan je eigen en andermens of -diers gezondheid en veiligheid, door te roken bijvoorbeeld, door auto te rijden, vlees te eten, noem maar op.

Niets levert blijkbaar zo'n ergernis op als mensen die hun best doen goed te leven, goed in de zin van rekening houden met anderen, proberen zo min mogelijk schade aan te richten. Binnen links wordt zorgvuldigheid nogal eens verward met aangepastheid, maar dat is natuurlijk iets heel anders, een brave burger zijn zou je inderdaad saai kunnen noemen of erger: slap of onnadenkend, gemakzuchtig, wat dan ook. Iemand die probeert idealen consequent na te leven en toe te passen heeft eerder een boeiend leven, die maakt het zichzelf bepaald niet gemakkelijk.

We weten sinds de tweede feministische golf allemaal dat het persoonlijke politiek is, ook het leven thuis doet ertoe. Wat een individu meemaakt heeft alles met politiek te maken. En daarbij gaat het niet alleen om de vrouw (man of wie dan ook) als degene die iets tegen haar (zijn, diens) wil ondergaat, als 'slachtoffer' dus, maar ook om deze persoon (elk individu) als 'dader', als degene die handelt en daar verantwoordelijkheid voor kan nemen. Alles is belangrijk, overal vallen keuzes te maken. Wat je doet doet ertoe, evenals wat je laat, hoe je oordeelt over anderen en de woorden die je daarbij gebruikt.

Deze bewustwording, die ruime interpretatie van dat het persoonlijke politiek is, is al een tijd lang in grote delen van de wereld gaande, je zou het de 'zorgvuldigheidsrevolutie' kunnen noemen. Het gaat daarbij om dingen als je eigen vanzelfsprekendheden ter discussie kunnen stellen, niemand uitsluiten op basis van vooroordelen, verantwoordelijkheid nemen voor het veilig kunnen deelnemen van iedereen aan alle onderdelen van de samenleving. Het ultieme voorbeeld van dat laatste is misschien wel de 'safespace', een ruimte waar persoon of groep x gegarandeerd veilig is, niet bang hoeft te zijn voor beledigingen of aanvallen of subtielere soorten afwijzing zoals laatdunkendheid etc. Persoon of groep x kan iedereen zijn, maar meestal gaat het om mensen van een in deze samenleving gediscrimineerde groep.

Wat extra moeite doen, zodat iedereen zich veilig kan voelen, wie kan daar tegen zijn?

Een prima ontwikkeling zou je zeggen, helaas wel eentje die allerlei wrevel en andere negatieve reacties uitlokt. Vooral bij rechts, waar de mores is dat iedereen maar flink moet zijn en tegen een stootje kunnen, waarbij voor het gemak over het hoofd wordt gezien hoe dat ene stootje er een van de zeer vele is, doordat de discriminatie en uitsluiting ingebakken zit in het hele maatschappelijke systeem, waardoor iedereen het met de paplepel ingegoten krijgt, zowel de 'daders' als de 'slachtoffers' – woorden die misschien helemaal niet handig zijn hiervoor te gebruiken, maar dat is een ander verhaal.

Over woordgebruik gesproken, vaak gaat het erover dat bepaalde woorden niet meer gebruikt moeten worden, of andere juist wel. Links heeft daar over het algemeen wel oren naar, maar daarbuiten is de reactie meestal iets in de trant van 'je mag tegenwoordig ook niks meer zeggen' of minder defensief, vaak met een beroep op Voltaire of andere 'vrijdenkers': 'ik zeg wat ik denk'. Tja, en als het je niet bevalt dan zoek je maar een ander kosthuis, of een ander land om te wonen, of nog erger ga je maar 'terug' naar je eigen land, enz. enz. Ik hoef hier niet al die onzin te herhalen.

Zoals al door veel anderen gezegd is: iedereen mag alles zeggen, of in elk geval heel veel, maar er wordt tegenwoordig nogal eens teruggepraat, en daar kunnen veel mensen blijkbaar maar niet aan wennen.

Ik gebruikte het woord revolutie, maar 'een opvallende evolutie' is misschien toch beter, want erg snel gaan de veranderingen niet. Er is al tijden een gure rechtse tegenwind. Angsten zullen hierbij meespelen, angst om de vanzelfsprekende machtspositie kwijt te raken, als man, als witte, als liefhebber van 'tradities', als geboren Nederlander of Belg enzovoort.

Gewiekst worden dingen omgedraaid: de door velen gewenste keuze voor een zwarte vertaalster voor het gedicht van Amanda Gorman werd door heel wat mensen racistisch genoemd. Dat er in eerste instantie zoveel dichters en vertaalsters van kleur over het hoofd werden gezien (of ronduit genegeerd, gepasseerd) drong blijkbaar niet tot ze door, of raakte ze blijkbaar niet. Dat niet-zien, niet-aan-denken is een voorbeeld van alledaags racisme. Of alledaags seksisme. Onzorgvuldigheid in het kwadraat.

En zo gaat het vaak, heel vaak, in allerlei varianten.

Dat het soms moeilijk kan zijn om vrouwen te werven voor een redactie of andere groep die geheel uit mannen bestaat is begrijpelijk, en dat geldt ook ongetwijfeld voor het werven van mensen van kleur voor een redactie of andere groep die honderd procent wit is. Hetzelfde geldt voor jong versus oud, en allerlei andere verschillen tussen mensen. Maar dat het moeilijk is is niet erg, je kunt er in elk geval moeite voor doen de situatie te verbeteren.

Ideaal gezien zouden we helemaal geen etiketten plakken op mensen, want iedereen is een uniek individu, maar zolang er discriminatie is op basis van bepaalde groepskenmerken zal daarover terechte verontwaardiging zijn, en dan krijg je rijtjes als lhbtqi enzovoort tot in het oneindige en woorden als antivalidisme en anti-ageïsme, en antifaçadisme (tegen discriminatie op uiterlijk) en zal er onenigheid zijn over de juiste woorden om aan te duiden dat alle mensen gelijkwaardig zijn.

En kunnen we dan nog lachen? Tja. Degenen die onverschillig zijn voor een bepaald soort onderdrukking vinden in de regel dat degenen die zich daar wel druk over maken geen humor hebben. Rechts vindt dat links geen humor heeft. Sexisten vinden feministen humorloos. Vleeseters vinden veganisten geen greintje humor hebben. Om maar te zwijgen over antivalidisten. Je zou zeggen, als je alles tegelijk bent, als je tegen alle vormen van onderdrukking bent, dan valt er niets meer te lachen. Gelukkig klopt daar niets van. Er blijft genoeg te lachen over, lachen om de macht bijvoorbeeld, om de machtigen. Maar vooral kunnen we blijven lachen om onszelf.

Humor ten koste van een groep die toch al gediscrimineerd wordt is is geen humor maar pesterij. Dat is de lach van de machtige meerderheid die de ander nog verder de grond in trapt.

Nooit iemand op de tenen trappen, in het dagelijks leven is dat ondoenlijk, en soms is het misschien terecht om te zeggen: 'kop op, stel je niet aan, het was maar een grapje'. Maar het kan geen kwaad er moeite voor te doen. Zelfs als het niet gaat om de pijnlijke teen van iemand van een gediscrimineerde groep, maar gewoon om je zus of een vriend, dan nog geldt dat je kunt doorvragen en je er eens voor kunt gaan zitten om te luisteren waarom iemand zo heftig reageert. Zorgvuldigheid maakt het leven soms ingewikkeld maar ook interessanter, veel interessanter dan schelden en uitlachen en al die flauwe humor ten koste van wie dan ook.

Rymke Wiersma