• 01 december 1991
    Linkse discussie

'We waren een soort arbeidersmafia'- interview met Alberto Franceschini (Brigate Rosse)

PaulR

In het interview over de Tupamaros (Konfrontatie nr.3) gaf Huidobro aan, dat de gewapende strijd zijn voortzetting heeft en moet hebben in andere strijdvormen en dat zo'n voortzetting bepaald wordt door steeds weer opnieuw de situatie in de samenleving te analyseren en vooral niet dogmatisch te zijn in strategische beslissingen. Alberto Franceschini komt in het hier volgende interview over de Brigate Rosse tot de conclusie, dat elke vorm van verzet gevaar loopt zich buiten de samenleving te plaatsen. Hij geeft aan, dat dit gevaar bij de B.R. (= Brigate Rosse) niet bestond in de verwijdering van hun basis. Want daar gaan de B.R. erg prat op, dat zij met hun strategie juist ingebed waren in een brede arbeidersbeweging. Nee, zij kwamen buiten de samenleving te staan door de vervreemding, die optrad, toen zij zichzelf niet langer meer wisten te definiëren als onderdeel van een omvangrijke reeks machtsfactoren en daarmee hun eigen positie erin niet meer konden inschatten ('De kameraden hadden een atoombom in hun vingers, maar gingen er mee om als of het een rotje was...').

En Franceschini kon het weten. Hij maakte deel uit van de zo geheten 'historische kern' van de Brigate Rosse, voerde de eerste acties uit tegen afdelingsleiders van grote bedrijven in Milaan, nam deel aan gewapende overvallen en ontvoeringen van 'huurlingen van de macht', totdat hij zelf in 1973 voor het eerst werd gearresteerd. In de bajessen organiseerde hij met z'n talrijke medegevangenen verzet en nam deel aan grote bajesopstanden.

En vanuit de bajes tijdens het zich traag voortslepende proces tegen de historische kern moest hij toezien, hoe de ontvoering van presidentskandidaat Aldo Moro uiteindelijk tot niets leidde. De B.R. eisten voor Moro de vrijlating van alle politieke gevangenen, onder wie Franceschini zelf. In de onderhandelingen met vertegenwoordigers van verschillende partijen eiste de historische kern (Franceschini, Curcio e.a.) alleen maar een positief gebaar van de kant van de overheid: sluiting van de speciale gevangenis van Asinara. Zij van hun kant zouden dan tijdens een zitting van de rechtbank in actie treden en de kameraden buiten de bajes oproepen om Moro vrij te laten.... Maar een bepaalde fractie van de christendemocratische partij had blijkbaar de dood van Moro nodig, om het 'historische compromis' (de afgesproken coalitie van christendemocraten en communisten) tegen te houden. Die fractie heeft van alles ondernomen om een ingaan op de gestelde eisen en daarmee de vrijlating van Moro te saboteren.

Alberto Franceschini zwoer in '83 de gewapende strijd af en legde zijn beslissing uit in het boek 'Mara, Renato e io storia dei fondatori delle B.R.'. Hij pleegde geen verraad, liet zich niet omkopen tot spijtoptant, maar leverde zo gezegd de wapens in.

Het verschijnen van het boek was voor het Franse tijdschrift Le BriseGlace (=LBG)aanleiding om een interview met Franceschini te houden.

mijn Rode brigaden

LBG: Waarom heb je meer een persoonlijke, op feiten gebaseerde geschiedenis van de B.R. geschreven dan een algemene geschiedenis?

Franceschini: Omdat het sowieso mijn eigen verhaal, mijn eigen geschiedenis zou zijn geworden, een extreem subjectieve reconstructie. Ik achtte mezelf ook niet in staat om zo'n complex fenomeen te beschrijven. In je eentje de geschiedenis van de B.R. willen schrijven zou behoorlijk arrogant zijn.

LBG: Je zou het samen met anderen hebben kunnen doen.

Franceschini: Daarover hebben we sinds 1980/81 in Palmi (een moderne supergevangenis, waarin een groot gedeelte van de B.R. gevangen zat) onderling gediscussieerd: we wilden een collectieve geschiedenis van onze organisatie schrijven. Toendertijd zaten alle B.R.leden bij elkaar. We hebben verschillende keren geprobeerd een opzet te maken, maar dat leverde steeds weer onmiddellijk heel heftige conflicten onder elkaar op. We hebben toen ingezien, dat in de verschillende generaties steeds weer een andere B.R. bestond. Een en hetzelfde feit, zoals bij voorbeeld de ontvoering van Sossi, werd heel verschillend geinterpreteerd. Wij die de ontvoering hadden uitgevoerd, vatten haar op de ene manier op en zij die er later pas bij kwamen beleefden haar op een andere manier.... De ene geschiedenis van de B.R. zouden we nooit hebben kunnen schrijven. Er zouden minstens drie of vier geschreven moeten worden......

Ten tweede vind ik het niet zo belangrijk voor me zelf om een geschiedenis van de B.R. te schrijven. Ik sta momenteel buiten deze jaren van politiek activisme en voel bij mezelf een soort afneiging van politiek. Bovendien had ik geen zin om een politiek beeld van de B.R. te schilderen. Dit heeft tot nu toe iedereen al gedaan. Ik weet niet hoeveel journalisten en historici al hun geschiedenis van de B.R. hebben geschreven. Ik wilde vooral vermijden, dat ik me op hun nivo zou begeven.

Ik wilde in mijn herinneringen teruggaan, de relaties tussen een paar enkelingen uit de begintijd van onze geschiedenis terugvinden. Daarom had ik aanvankelijk ook als titel 'Mijn Rode Brigaden' gekozen. Maar het was de uitgever die de huidige titel wilde hebben.

Ik heb het boek aan een stuk door geschreven, in twee maanden tijd. Ik ben gestopt bij het jaar 1983, omdat het vanaf dat moment te actueel werd en ik me er bovendien zelf middenin bevond. Alles vóór 1983 echter, ook al is het relatief gezien pas tamelijk kort geleden, leek wel een eeuwigheid geleden en heel ver weg voor me. Het boek schrijven was voor mij zo iets als mijn eigen uitvaart bezorgen, mijn lijk begraven, ten minste dat gedeelte van mij dat in 1983 stierf. De daarop volgende periode van mijn afhaken gaat al te zeer over die persoon, die ik nu ben....

LBG: Toen je met de gewapende strijd begon, dacht je toen, dat de revolutie in Italië een reële mogelijkheid was?

Franceschini: Ik was er heilig van overtuigd. Ik dacht, dat onze aktie werkelijk een proces van sociale omwenteling zou uitlokken. Dat was een idee à la Che Guevara: de focustheorie; Milaan was onze Sierra, onze jungle. Dat hebben we ook letterlijk zo geformuleerd. In dit opzicht waren we heel gelovig. We geloofden in de kracht van het voorbeeld.... 'In Italië bestaan al geruime tijd revolutionaire voorwaarden en een revolutionaire klasse. Maar haar leiders zijn verraders. De Communistische Partij is een partij van verraders, van brandweerlieden'; deze redeneertrant was destijds heel gangbaar.

LBG: En jullie waren die goede leiders?

Franceschini: Ja. Maar dat moest door persoonlijke opoffering aan de bevolking duidelijk worden gemaakt. Wij waren de goede leiders, omdat we bereid waren om ons leven op het spel te zetten; dit in tegenstelling tot de leiders van de Communistische Partij die voortbouwden aan hun burgerlijke carrière, doordat ze in het parlement zitting namen. We hanteerden de theorie van 'de zwakste schakel': gezien de positie van Italië moest een revolutie in dit land de revolutie in heel Europa tot gevolg hebben. We stonden bovendien in contact met Franse en Duitse kameraden; in Frankrijk met de Gauche Proletarienne, de Nouvelle Resistance Populaire en de Vive La Revolution. We onderhielden nauwe banden met hen tot 1972, het jaar waarin de ontvoering van Nogrette (personeelchef bij Renault) plaats vond. Deze ontvoering en die van Macchiarini, chef van het staatsbedrijf Siemens, waren een gecoördineerde aktie. We hadden wederzijds informatie uitgewisseld over de plannen. We hadden er samen over gediscussieerd zonder dat de preciese gegevens aan elkaar werden prijsgegeven. Er bestonden dus wel degelijk contacten met Fransen en Duitsers over de mogelijkheden van ingrijpen in produktieprocessen en fabrieken.

het culminatiepunt van de beweging

LBG: Opvallend in jouw boek is, dat er geen scherpe scheiding bestond tussen de Italiaanse samenleving en de B.R. en nog minder tussen de Partij en de B.R. en tussen de beweging en de B.R. Van buiten af werd de B.R. altijd als een uiterst geheime organisatie beschouwd, die totaal los stond van de rest van de samenleving. Volgens jouw beschrijving klopt dat dus niet.

Franceschini: Ik heb juist daarom dit boek geschreven, om dit beeld van de B.R., dat een produkt van de pers was, te doorbreken of op z'n minst ter discussie te stellen. Ik heb het nu over de eerste periode, tot 1974-75 of zelfs tot 1978. De mensen van Autonomia Operaia, zoals Negri, Scalzone e.a. kenden ons allemaal. We ontmoetten elkaar op straat en op de bekende plekken. We waren clandestiene mensen, maar wèl zulke die gewoon onder de mensen leefden, zoals ik het ook in mijn boek beschrijf. Het zou niet moeilijk zijn geweest om ons op te pakken, als de machthebbers 't gewild zouden hebben.

In mijn boek schrijf ik over de splitsing tussen ons en anderen, die de revolutie, de gewapende strijd als een uiterst clandestiene activiteit beschouwden en daarmee dus uit de beweging verdwenen. Uit deze breuk met hen zijn wij ontstaan. Wij hadden als uitgangspunt, dat de gewapende strijd binnen de beweging moest plaatsvinden. Wij beschouwden de gewapende strijd als haar culminatiepunt, maar bleven juist deel van haar uitmaken.

Juist omdat we persoonlijke risico's aangingen en wel degelijk wisten, dat we elkaar elk moment in de bajes zouden kunnen tegenkomen, hielden we ons voor: 'Als ik politiek werk aan de basis verricht binnen de beweging, zullen er 100 mensen mijn plaats in kunnen nemen. Maar als ik me in mijn woning opsluit om de terrorist uit te hangen, zal ik me schuil blijven houden.' We hebben ons altijd tegen het terrorisme gekant en uitdrukkelijk gekozen voor het werken aan de basis. Het was ons uitgangspunt: je moest midden onder de mensen leven.

LBG: Scalzone en Negri wisten dus niet per se, dat jullie leden van de B.R. waren, maar ze kenden jullie politieke standpunten wel?

Franceschini: Precies! We hadden regelmatig contact met Negri, Scalzone en met alle kameraden uit de beweging. We voerden continu een politieke discussie met elkaar over alles wat we van plan waren. Aanvankelijk waren we maar met weinig mensen, zo'n tien tot vijftien, en we deden bijna alles zelf. In mijn tijd bestonden er maar twee colonnes, een in Milaan en een in Turijn. Daarnaast waren er nog wat kameraden in de provincie Venetië Padua en Mestre met wie we in contact stonden. In Genua hadden we maar heel weinig mensen . In Rome bestond de organisatie pas sinds 1977.

Tot 1974 bestond onze organisatie uit slechts zo'n 18 tot 20 clandestiene militanten. En we hielden het er op, dat binnen de organisatie de verhouding clandestien niet-clandestien 1 op 10 was. Dus met 20 clandestiene leden hadden we 200 leden van legale organisaties, die nauwe banden onderhielden met de clandestiene organisatie. En daarbij konden we rekenen op zo'n 1000 sympathisanten.

De sterke groei van de organisatie kwam met de Moro-ontvoering. Van toen af aan telde de organisatie circa 50 clandestiene mensen, 1000 kameraden en misschien wel zo'n 10.000 sympathisanten. De Moro-affaire betekende voor ons een grote stap vooruit. Andere groepen, zoals Potere Operaio, raakten in een crisis vanwege o.a. de brutaliteit van de repressie. Dit had tot gevolg, dat een grote groep kameraden uit die kringen zich bij ons aansloten. In de jaren 1978-80 waren er zo'n tienduizend sympathisanten van de B.R. waarmee de clandestiene kameraden in contact stonden en op wier hulp kon worden gerekend.

In 1980 ontstond er een nieuwe crisis en alles zakte als een plumpudding in elkaar. Hiervoor zijn een groot aantal oorzaken aan te voeren. De meest opvallende reden lag in het verschijnsel 'pentiti'; door de overheid worden ze spijtoptanten genoemd en zo betitelen ze ook zich zelf; wij noemen ze gewoon verraders.

LGB: Er zit iets raadselachtigs in dit verschijnsel.... hoe verklaar jíj het?

Franceschini: Tot aan 1980 zaten er zo'n 300 kameraden achter tralies. Werkelijk niemand onder hen heeft met justitie samengewerkt. Iedereen die werd opgepakt verklaarde:'Ik ben krijgsgevangene'. Verder gaf hij dan nog z'n naam en voornaam op en dat was het dan; vanaf dat moment hield elk contact met justitie op. Sinds 1980 deed een totaal tegenovergesteld fenomeen opgang, dat voor ons afschuwelijk was. Vele honderden kameraden werden gearresteerd; in een jaar waren het er wel zo'n 1500. En van hen werden er 12 to 1300 tot verraders, die met justitie en rijkspolitie samenwerkten en aanleiding gaven tot talrijke andere arrestaties. Dit was wel het meest schokkende fenomeen. En we hebben ons afgevraagd, waar deze crisis vandaan kwam.

Mijn stelling is: als je al kan zeggen, dat we verslagen zijn, dan ligt de oorzaak hiervoor niet bij de talrijke arrestaties, de toegenomen efficiency bij de smeris of bij de pentiti......maar omdat we in een fundamentele crisis zitten, die het spiegelbeeld is van de crisis in de Italiaanse samenleving. De periode van de agrarische samenleving uit de jaren 60 en 70 was inmiddels voorbij. Ervoor in de plaats gekomen was het postmoderne, Amerikaanse, New Yorkse tijdperk van de tertiaire sector. Dit betekende een volledige verandering van het maatschappelijke subject en zijn gedragspatronen; tevens veranderden de ideeën van de mensen over maatschappelijke veranderingen. De revolutionaire cultuur, waarvan we ons tot dan toe hadden bediend, het marxisme etc. dat alles sloeg niet meer aan, was onbruikbaar geworden.

We hebben, evenals heel Links, een flinke crisis doorgemaakt. De Communistische Partij had haar eigen crisis, maar die was dan ook niet extreem.... De radikalen beleven alles veel sneller, maar eigenlijk hebben we dezelfde crisis doorgemaakt als de Communistische Partij van Italië of van Frankrijk. Tot het allerlaatste moment zijn we trouwe zonen van de Partij gebleven. Als ik het in mijn boek over Partisanen heb, wil ik daarmee aangeven, hoe sterk wij ons in de traditie van de Italiaanse arbeidersbeweging plaatsten. Volgens mij stond de Italiaanse samenleving op het punt zich radikaal te gaan veranderen. En wij,de kinderen van een samenlevingsvorm die op het punt stond om te verdwijnen, moesten ook verdwijnen. Dit wil echter niet zeggen, dat wij de wil tot veranderingen hebben opgegeven, dat wij nu in de best mogelijke wereld zouden leven. Het betekende wèl, dat wij niet langer de acteurs van de verandering waren, dat andere mensen misschien onze plaats zouden moeten innemen.

krachtpatsers

LGB: Het verschijnsel van de pentiti was om twee redenen iets heel indrukwekkends. Het verschijnsel werd een ware massabeweging en er bestond een gezegde:'Als een pentito begint te praten, is het einde zoek'...

Franceschini: Ja, ja, het leek wel alsof ze hun geweten aan het bevrijden waren. Het deed me denken aan een psychoanalyse. Mijn eerste reaktie was: als ik zo'n type in mijn poten krijg, maak ik hem af. Maar in de loop van de tijd redeneerde ik, dat ik het verschijnsel moest zien te verklaren.

Ten eerste heb ik begrepen, dat op een gegeven ogenblik na 1978, met de Moro ontvoering het terrorisme van de B.R. onder de jongeren tot een modeverschijnsel was geworden. Negri hanteerde de theorie van de behoeften: men doet iets om plezier te hebben, en als het geen plezier meer oplevert, stap je over naar de andere kant. Wij mensen van de eerste generatie huldigden een totaal tegenovergestelde theorie: de theorie van de opoffering. Met de gewapende strijd te beginnen, was wel het allerlaatste wat ik zo graag wilde. Geweld gebruiken kostte me moeite, een offer dat ik moest brengen. Toen ik met een van die jongeren in gesprek kwam, werd het me duidelijk, dat voor hen de gewapende strijd een behoefte was, net als naar de bioscoop gaan. Ze hadden de behoefte om geweld toe te passen. Dat was een heel andere manier van benaderen...

Ik ben mensen tegengekomen die andere mensen hadden vermoord zonder dat ze door hadden wat ze deden. En als ze dan werden gepakt, hebben ze er zich van gedistantieerd, zijn ze gaan praten alsof het de normaalste zaak van de wereld was. Ze vonden het bijna iets vanzelfsprekends.... Ze wilden hun kracht laten zien. En wanneer de overheid door hun arrestatie liet zien dat zij sterker is, gingen ze over stag en kozen de kant van de sterkere. Soms identificeerden ze zich dan net zo makkelijk met de carabinieri......

In de jaren 70 bestond er voor de jongeren geen school meer; die was door de 68er beweging kapot gemaakt. Zo had je bij voorbeeld het systeem van het gegarandeerde cijfer, waardoor niemand meer kon blijven zitten. Dus het was niet langer meer nodig om in verzet te komen tegen de leraren die je treiterden. Ouders lieten hun kinderen hun gang gaan. Het was dus een generatie die niemand had om tegen te vechten. De generatie na ons had geen opvoeders, geen kwade opvoeders, alles was uiterst simpel. Ook het juridische strafsysteem was soepel: men verdween voor een paar jaar achter tralies en dan werd men weer vrijgelaten ook zonder de verklaring, dat ze de gewapende strijd zouden opgeven. Toen in 1982 nieuwe wetsbepalingen in zake de duur van de in bewaring stelling van kracht werden, werden talrijke jongeren op vrije voeten gesteld, ook al waren sommigen in eerste instantie tot 30 jaar of zelf tot levenslange opsluiting veroordeeld.

LBG: Fascinerend aan deze hele geschiedenis is, dat het gewapend verzet, en dan met name de B.R., voor een groot deel verslagen werden door de pentiti. En dat het verschijnsel pentiti op zijn beurt is ontstaan dank zij de media. In een bepaalde periode ontstond het beeld over 'het Brigadelid', waarmee vele jongeren zich begonnen te identificeren. En precies dàt was het, wat de B.R. om zeep heeft gebracht.

Franceschini: Ja, dat is maar al te waar. Vier jaar geleden hebben we in Rebibbia (de nieuwe gevangenis in Rome) een workshop met een aantal journalisten georganiseerd over de relatie tussen massamedia en terrorisme. De discussies gingen over de twee periodes van onze geschiedenis. De eerste periode ging tot aan de Moro-ontvoering: in die tijd waren wij in de ogen (en in de artikelen) van de journalisten nooit revolutionaire communisten, maar altijd slechts een stelletje bandieten en zelfs fascisten. We werden dus precies als het tegendeel van wat we werkelijk waren afgeschilderd. Vanaf 1978 werden we dan door de media als communisten bestempeld en kregen we een bepaalde politieke identiteit aangemeten, die de media echter zelf hadden ontwikkeld.

Als ze vóór 1978 beweerden, dat we fascisten waren, werd dat door niemand geloofd; want wat we deden, was wel opvallend anders dan wat de fascisten uitvoerden. Het beeld dat ze van ons probeerden te construeren, was dus ineffectief. In 1978 kwam er een discussie op gang naar aanleiding van een interview met MacLuhan in, als ik me goed herinner, de Corriere della Sera. Dat was tijdens de Moro-ontvoering. In dat interview beweerde MacLuhan, dat men het beste de B.R. kon bestrijden door 'de microfoon uit te schakelen', d.w.z. in de kranten er geen melding meer over maken, totaal doodzwijgen dus; want de terroristen leefden juist van de propaganda. Als radio, televisie en kranten er niets meer over zouden berichten, zouden de terroristen vanzelf verdwijnen. Deze stelling werd aangeduid met:'De baby in de moedermelk verzuipen'.

MacLuhan was zeker niet dom en had deze stelling juist als provocatie geponeerd om een discussie uit te lokken. Heel clever is men er op ingegaan, maar dan wèl op een speciale manier. Er werd besloten om het beeld van de terrorist te gebruiken en daar een heel apart beeld van te creëren. Als er helemaal niet meer over zou zijn gesproken, was er een leemte ontstaan, die wíj hadden kunnen opvullen. Maar doordat de media er over bleven berichten, namen ze daarmee alle ruimte in beslag. Dat was je zuiverste vorm van cultuurimperialisme. De journalisten probeerden elkaar te overtreffen in de stelligheid van hun bewering, dat wij communisten waren. Net zo als zij daarvóór hadden beweerd, dat wij fascisten waren.

Binnen de kortste keren stond de Unitá, het dagblad van de CPI, helemaal alleen met haar bewering, dat wij fascisten waren. Alle andere bladen schreeuwden het uit:'Nee, nee, het zijn communisten, het zijn jullie kinderen!' Daar zaten natuurlijk politieke speculaties achter verscholen; maar het klopt, dat wij de kinderen van de Communistische Partij waren. Ze begonnen ons dus een politieke identiteit toe te kennen, maar ze creëerden bovendien een beeld van ons, dat hen op dat ogenblik goed uitkwam. Wel nu, wat gebeurde er?

In het hoofdstuk over Moro, dat in het boek de titel draagt 'De keizer van z'n paard trekken', heb ik het over de 'historische leiders'; want volgens mij hebben we sinds de Moro ontvoering de beeldvorming van de media geaccepteerd en de rol van historische leiders gespeeld. Dit was geen kunststuk, want het sloot nauw aan bij de werkelijkheid. Als ze beweerden:'Jullie zijn communisten, jullie zijn revolutionairen', konden wij de rol van revolutionaire communist spelen. Zij leverden het draaiboek. En wij begonnen deze rol in de media en voor de rechtbank te spelen, we begonnen een soort symbolen te worden, vaandels die uitgestoken worden. Het is triest, maar het lag in de logica van het systeem besloten; het was precies wat het systeem van ons verwachtte en het was precies wat wij ook deden. Wij in de bajes en de anderen er buiten. Iedereen heeft z'n rol gespeeld. Bij onze akties hielden we er rekening mee, hoe het in de pers zou worden opgepikt. Uiteindelijk was de krant onze gesprekspartner. We bedreven echt mediageniek terrorisme.

het laatste mediaspectakel

LBG: Maar dat was toch van het begin af aan het geval? Na de Sossi-ontvoering hebben jullie zelf gezegd:'We zijn er in geslaagd door de muur van de pers heen te breken'.

Franceschini: Het kostte ons altijd moeite om de muur van de informatie af te breken. En op het moment dat je dat lukt, wordt je gevangene van de informatie. Je wordt een bepaald type, dat z'n rol opzegt. En de jongeren die dit beeld te zien krijgen, willen er op lijken. Het is zo ongeveer hetzelfde als bij een popgroep, met dit tragische verschil, dat het hier om leven en dood gaat.

Aan het eind van de workshop hebben we moeten vaststellen: de ergste vorm van terrorisme is van ná de Moro-affaire, van doden, van pentiti. En tot de verbaasde journalisten zeiden we:'Dat zijn nu de terroristen die jullie wilden hebben. Dat zijn niet onze kinderen; het zijn jullie kinderen! En jullie moeten het maar met hen zien uit te zoeken!'

LBG: Met jullie avantgarde-akties hadden jullie toch kunnen weten, dat jullie tot symbolen zouden worden?

Franceschini: Ik heb een paar Situationisten uit de 68er beweging gekend, o.a. Cesarano, die zich naderhand van het leven heeft beroofd. Met hem hebben we diepgravende gesprekken gevoerd, toen we met onze eerste akties begonnen. We hadden met hem een soort gespreksrelatie. Na zijn zelfmoord werden bij hem thuis onze eerste documenten teruggevonden. Hij schreef een boek met als titel 'Apocalyps of revolutie', dat ik naderhand in 1974 in de bajes heb gelezen. Hierin leverde hij toen al kritiek op ons en schreef, dat wij het laatste mediaspectakel waren. En hij heeft gelijk gekregen, als je bekijkt wat het uiteindelijk heeft opgeleverd. Zijn overwegingen zijn mij ten alle tijden bijgebleven.

Wij werden mediafiguren tot op het bot. Wij werden tot het eind toe gebruikt. Ik weet niet, of er infiltranten onder ons waren, mensen van de smeris die ons gebruikten, maar een ding is zeker: wij werden door de kranten gebruikt. Na '78 werden wij variabelen van het systeem, van het informatiesysteem en van het politieke systeem.....

Wat we niet door hadden, waar we geen rekening mee hadden gehouden: in de consumptiemaatschappij is informatie de meest elementaire handelswaar. En het terrorisme is vanuit dat opzicht een van de grootste producenten van informatie, van handelswaar. Wij waren derhalve factoren van de vermarkting. Zou het ons niet hebben gegeven, zou het systeem ons hebben moeten uitvinden.....

LBG: Jullie lijken bijgedragen te hebben aan de omvorming van de Italiaanse samenleving. Het opvallendste in deze geschiedenis van de nieuwe generatie is het feit, dat jullie een soort afleidingsfunctie hebben vervuld. Jullie hebben alles naar jullie toegetrokken, wat het apparaat bij de omvorming van de samenleving zou hebben kunnen storen. En jullie hebben bovendien als voorbeeld gediend.

Franceschini: Wij waren zo iets als een katalysator, een enzym, versneller van diep ingrijpende maatschappelijke processen. In een tijdsbestek van tien jaar zijn in Italië vijftig jaar voorbijgegaan. De huidige samenleving is totaal anders, zowel qua mentaliteit en gedragspatronen als ook qua productie...

delegeren aan de voorhoede

LB:. In Frankrijk is de kritiek op de B.R. doorgaans als volgt: 'De B.R. hebben met hun stalinistische praktijken de revolutionaire beweging kapot gemaakt'. Wij en met ons nog een paar anderen geven daarop als antwoord, dat de B.R. hebben bestaan, omdat de sociale beweging niet in staat was haar eigen machtsmiddelen in te zetten. Ik zou graag jouw standpunt horen over jullie relatie met de arbeidersklasse.... In jouw boek bijvoorbeeld heb je het over die demonstratieve optocht in een fabriek, die plotseling bleef staan, terwijl die op weg was om een van de chefs te grazen te nemen... en dan zeg je, dat jullie toen voor korte tijd deze figuur hebben ontvoerd. Weet je nog, hoe de arbeiders in de fabriek op jullie aktie reageerden?

Franceschini: In feite hebben niet de B.R. het einde van de arbeidersbeweging veroorzaakt, maar viel het einde van de arbeidersbeweging samen met het einde van de B.R. Wij waren nooit een massabeweging, we waren slechts een klein onderdeel, dat echter heel diep heeft ingewerkt op het arbeidersbewustzijn....

De grote pech was, dat de arbeiders naar ons toe een houding van delegeren aannamen. Bij FIAT wisten een heleboel arbeiders precies, welke arbeiderscollega's bij de B.R. zaten. En ze keken er wel voor uit, om ze te verklikken. Dat heeft zelfs 'n Guiliano Ferrara bevestigd, toen die nog de verantwoordelijke man van de PCI in de fabrieken van Milaan was. In plaats van ze te verklikken ging men naar hen toe om te zeggen:'Deze chef heeft dit of dat uitgehaald'. Men wist dan, dat die informatie op de juiste plek terecht zou komen en de chef zou worden neergeknald. De houding van de arbeiders was altijd zo, dat ze het gewelddadige deel aan ons delegeerden, aan ons overlieten. Wij waren hun beschermheilige.

Je zou ze opportunisten kunnen noemen. Ze deden zelf niks, namen zelf geen enkel risico en beperkten zich tot het uiten van beschuldigingen, hetgeen voor hen voldoende was. Het is zeker een feit, dat de fabrieken tien jaar lang onbeheersbaar waren. Op dit punt heeft Agnelli de waarheid gesproken. De chefs bij FIAT waren volledig geïntimideerd. De arbeiders deden waar ze zin in hadden en er werd bijzonder weinig werk verricht. Collega's hebben me verteld, dat tussen '72 en '79 van alles werd gedaan behalve werken, onder meer omdat wij hun chefs onder vuur namen. We waren een soort arbeidersmafia.

Maar ik geloof niet, dat wij het einde van de arbeidersbeweging op ons geweten hebben; veel eerder het omgekeerde. Wij waren qua omvang een element in dienst van de arbeidersbeweging. Niet voor de partij, niet voor de vakbonden, maar voor de arbeidersstrijd. We hebben veel bijgedragen aan het arbeidersverzet. Maar we hebben ook afschuwelijke fouten gemaakt......

Toen de B.R. waren verdwenen, zeiden de arbeiders tegen elkaar niet:'Nu moeten wij zelf op onze chefs gaan schieten', maar ze zeiden:'Oh, als de B.R. er nog zouden zijn geweest...' Ze hebben hun houding van delegeren behouden naar een schimmige groep toe, een institutie die hen zou hebben moeten verdedigen.

Verder was de manier waarop de Moro-ontvoering plaats vond, een grote politieke fout. Het meest onvoorstelbare daarbij was het feit, dat kameraden Moro hadden ontvoerd om de christendemocratie aan de schandpaal te stellen. Dit is een erg simpele verklaring, want in werkelijkheid was de ware bedoeling toch om een aanval te doen op het historisch compromis. Dat was de echte politieke betekenis van de ontvoering. Als je de pamfletten van de kameraden buiten de bajes er op naleest, kan je zien, dat ze 't nog steeds niet hadden begrepen. Je kon het er mee eens zijn of niet, maar het was wèl het resultaat van de hele operatie.

Wij in de bajes hadden het plotseling wèl door. Als je de communique's leest die wij voor de rechtbank hebben voorgelezen, zal je zien, dat wij het volgende hebben verklaard:'Kameraden, we moeten niet de christendemocratie aanklagen. De hele aktie is, objectief beschouwd, gericht tegen het historisch compromis. Jullie moeten je troefkaart weten te gebruiken'. Maar het bleek, dat ze 't niet hadden begrepen. Als met de dood van Moro het historisch compromis om zeep geholpen had moeten worden, als dat de echte bedoeling was geweest, dan hadden ze de ontvoering zó moeten uitvoeren, dat ze bepaalde dingen daarvoor terug hadden moeten krijgen. In plaats daarvan hebben ze het hele project kapot gemaakt zonder ook maar iets er voor in ruil te hebben gekregen.

LGB: Men zegt, dat de B.R. werden gemanipuleerd door de vijanden van het historisch compromis in het burgerlijk kamp....

Franceschini: Als ik er zo over nadenk, dan is objectief gezien precies dát gebeurt. De beslissing om Moro te doden was de slechtste van alle mogelijke beslissingen. Maar vanaf een bepaald moment was er geen weg terug meer. We zaten op een dood spoor. Het was alsof men van buiten af op ons invloed had genomen, direkt of via de media. Het zou een simpele manipulatie geweest kunnen zijn.... in ieder geval niet het werk van spionnen.....

LGB: Het is wèl zo, dat de politie de plek had ontdekt waar Moro gevangen werd gehouden en het liet gebeuren.....

Franceschini: Dat lijkt ondertussen wel vast te staan. Als ze het hadden gewild, hadden ze de aktie kunnen stoppen. Maar ze gaven er de voorkeur aan, het te laten gebeuren en met de gevolgen van die gebeurtenissen hun spel te spelen. Dat is telkens weer zo gebeurd, maar het valt niet of nauwelijks te bewijzen... We hadden steeds het gevoel, dat ze ons zouden tegenhouden als het hen uitkwam, het gevoel dat ze ons al eerder hadden kunnen tegenhouden. Waarom ze dat dan niet gedaan hebben? We hebben het nooit begrepen. Die vraag kwam steeds weer ter sprake tijdens de Moro-affaire.... De hiertoe ondervraagde carabinieri zeiden ter rechtvaardiging het volgende:'We hielden ze aan de lange lijn om anderen te pakken'. Het is nagenoeg ondoenlijk om langs juridische weg het tegendeel te bewijzen.

LGB: Tijdens het Moro-proces beweerden veel mensen, dat er met de hele affaire uiterst vreemde zaken gemoeid waren.

Franceschini: In het algemeen proberen vertegenwoordigers van de overheid zich daarmee te rechtvaardigen, dat ze op de grote inefficientie van de overheid wijzen. Ze beweren: 'Ten tijde van de Moro-ontvoering hebben we zware missers gemaakt'. Maar volgens mij was het gebrek aan efficiency alles behalve toevallig. Het was inderdaad een geweldig gebrek aan efficiency. Het getuigt van grote intelligentie, dit pseudogebrek aan efficiency. De smeris en de carabinieri hebben enorme blunders gemaakt.... het is onvoorstelbaar dat mensen zó stom kunnen zijn.

LGB: Maar mensen kunnen ècht wel heel erg stom zijn...

Franceschini: Ongeloofwaardig is het juist omdat dezelfde mensen bij andere gelegenheden blijk geven van grote intelligentie. De hele Moro-affaire is erg gecompliceerd. Het zal nooit lukken om de hele kluwen te ontwarren, de rode draad te pakken te krijgen. Als je naar mijn mening vraagt, dan heb ik een hypothese die gebaseerd is op mijn politieke analyse, en die hypothese luidt: het was een grote zaak, waarin zowel het Oosten als het Westen hun vingers in het spel hadden, de geheime diensten uit Oost en West waren erbij betrokken. Ten tijde van de ontvoering voelden noch Kissinger, noch Breznjev veel voor het historisch compromis. Het was een soort spel, waarin de een z'n gang kon gaan, de ander deed alsof ie niks zag, terwijl weer een ander de terechtstelling wel prima vond.....

Ik ben er stellig van overtuigd, dat een ontvoering zoals die van Moro zonder instemming van de Russen onmogelijk zou hebben kunnen plaats vinden. Zij zouden de hele operatie hebben kunnen laten stoppen. Ik kan me niet voorstellen dat zo'n omvangrijke aktie ten einde kan worden gevoerd zonder dat de geheime diensten oogluikend alles lieten gebeuren. Dat is mijn mening......

PaulR (inleiding en vertaling)