• 01 september 2010
    Linkse discussie

SP verlaat de tribune

Hans Boot

Grimassende smoelen, zalvende prominenten, opgestoken duimen, ministeriële ambities, op de foto met een fan, macabere eensgezindheid, opgeblazen onderhandelaars, achttien miljard bezuinigingen, dikdoende informateurs en een wekenlange informatiestilte - de parlementaire democratie draait op volle toeren.

De SP zit al weer bijna een kwartaal op de tribune en lijkt uit te zijn op revanche na de verboden toegang tot de grootburgerlijke Trêveszaal van vier jaar geleden. Wie overigens denkt dat de SP toen niet 'tactisch genoeg' optrad, miskent het CDA. Dissident Veerman rechtvaardigde zijn afwijzing van de PVV door die te vergelijken met de eerdere uitsluiting van de SP (noch Mussert, noch Moskou). Emile Roemer kijkt echter vooruit, schrijft op Texel zijn zomerse "Aftrap voor een centrumlinkse coalitie" en ziet een verrassende overeenkomst in de 'kernwaarden' van CDA en SP.

Herhaling PvdA

Als mogelijke regeringspartijen staan D66, GroenLinks en PvdA - na een glossy begin - buiten spel. Zelfs op de televisie zijn ze niet te zien. Af en toe een kritische opmerking in de krant, een twitter, nieuwe das of rok, daar blijft het bij. Het zal tot de parlementaire zeden behoren het 'formatieproces' niet lastig te vallen. Maar, eerlijk gezegd, wat valt er te zeggen, er is immers consensus over een neoliberale crisispolitiek.

Dat de SP de stilte doorbreekt en komt met een pleidooi voor een "niet onderzocht alternatief", is dan ook te prijzen. Vrolijk word je echter niet van het "nieuw optimisme" en "wenkend perspectief". De boodschap richt zich vooral tot het CDA, in de hoop dat de daar levende verdeeldheid over de gedogende verstandhouding leidt tot een breuk met de PVV. Misschien is deze keer sprake van de hogeschool van de tactiek, de SP blijkt eens te meer de herhaling van de PvdA. Niet alleen omdat de sociaal-economische beheersing, klassieke kern van de christen-democratie, wordt aangezien voor de sociaal-economische bevrijding, het even klassieke hart van de sociaal-democratie. Die herhaling blijkt ook uit de taak die de beoogde coalitie in tijden van crisis wordt toegekend, namelijk een goede samenwerking met de sociale partners om "de ingrijpende maatregelen te nemen die nodig zijn om uit de crisis te komen".

Pact van sociale vrede

Afgezien van de illusie met nationale politieke middelen de economische crisis te boven te komen, Roemer pleit voor een pact van sociale vrede om verantwoorde maar "omvangrijke bezuinigingen" mogelijk te maken. In vrijwel dezelfde bewoordingen als de voorzitter van de FNV, Agnes Jongerius, in haar brief van 10 augustus 2010 aan de informateur, gaat het Roemer om een kabinet dat kan rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak. Alleen dan kan, via de algemene erkenning van de bezuinigingsnoodzaak, van iedereen een herstelbijdrage verwacht worden  Uiteraard wordt daar vergoelijkend aan toegevoegd: onder de voorwaarden van een eerlijke verdeling van de lasten, verkleining van de inkomensverschillen en bescherming van de kwetsbaren. "En natuurlijk het misbruik van voorzieningen en subsidieregelingen aanpakken", een formulering waarmee zelfs de PVV geen moeite zal hebben.

Wat er in de "aftrap" niet staat - twee kleinigheden: nationalisering van de winsten van de gesteunde banken en aanzienlijk verhoogde belasting op winsten - is tot daar aan toe, het zijn tenslotte maar vier A-viertjes. Vertrouwenwekkend zijn de contouren van een alternatief regeringsprogramma allerminst. Vóór een woord met elkaar gesproken is, vóór van een begin van onderhandelingen sprake is, vóór een spoor van mobiliserende propaganda te zien is, op voorhand is de tekst ontdaan van elke antikapitalistische kritiek. De PvdA deed dat decennia geleden al.