• 01 november 1991
    Linkse discussie

Solidariteitsbeweging is een politieke beweging

Leon Sonnenschein

In de loop van 1990 werd in het blad Onze Wereld de aanval geopend op de solidariteitsbeweging. Onder koppen als 'Waar is de Derde Wereldbeweging gebleven?' en 'Het einde van de solidariteit' werd forse kritiek geleverd op de landen en solidariteitskomitees. Het bereik is te klein, de werkwijze inefficiënt, de Derde Wereldbeweging kan geen vuist meer maken.

Deels terechte kritiek. Maar onder het mom van kritiek op werkwijze werd en passant de politieke solidariteit naar de prullenbak verwezen. Politiek is uit in een tijdperk waarin tegenstellingen vervagen en de ideologische strijd tussen Oost en West (voorlopig) in het voordeel van de laatste lijkt te zijn beslist. Tot nu toe bleven de landen en solidariteitsgroepen het antwoord schuldig.

In een interview met de Volkskrant waarschuwde Eduardo Galeano onlangs tegen het 'totalitaire Noorden', dat het einde viert van elke geschiedenis die een andere maatschappij aan zou kunnen kondigen. Geeft de solidariteitsbeweging de strijd tegen het 'totalitaire Noorden' op?

De Derde Wereldbeweging kan geen vuist meer maken. Brede publiekscampagnes, kritisch consumeren, lobbyen over milieu en schulden, dat zijn de reddingsboeien die de solidariteitskomitees worden voorgehouden. Er moet vooral gedepolitiseerd worden, want de tegenstellingen zijn niet meer zo scherp. Er is geen ideeënstrijd meer en het grote publiek lust geen politiek. De voorzitter van de NCO Ton Waarts zei het zo: "Ik heb m'n buik vol van die mensen die altijd meteen roepen dat het ook hier moet veranderen." De NCO is de Nederlandse Commissie voor Ontwikkelingssamenwerking en bewustwording, een van de belangrijkste subsidiegevers van landen en solidariteitsgroepen.

Waarover gaat de discussie? Over samenwerking tussen landen en solidariteitsgroepen. Maar samenwerking waartoe? Om 'n vuist te maken? Om invloed te hebben op het beleid? Wat voor invloed en welke vuist? Op dit moment wordt er vooral gewerkt aan praktische samenwerking, middels een serviceburo dat diensten moet verlenen aan solidariteitsgroepen. Dat zou een teken van kracht kunnen zijn: iets doen met de terechte kritiek en de rest rechts laten liggen. Maar ik vrees dat de zaak zo niet in elkaar zit.

Uit de diskussie zoals die tot nu toe gevoerd is komt vooral naar voren hoe zwak de komitees zijn als het erom gaat te formuleren waar ze voor staan. Of misschien beter: om daarvoor uit te komen. Er lijkt verwarring te zijn. En als Ton Waarts op een studiedag van het beraad landen en solidariteitsgroepen de suggestie doet dat de enige oplossing voor het conflict in Sri Lanka een internationale interventie is, is er niemand die reageert. Dat is pas krisis!

solidariteit

Laten we er geen doekjes om winden. Solidariteit is politiek en solidariteitsgroepen zijn dat ook. De meesten zijn ontstaan uit solidariteit met linkse volksbewegingen. Bewegingen waarvan we vinden dat ze nog steeds onze steun verdienen. Het is nog steeds zo dat de meeste van die bewegingen marxistische analysemodellen gebruiken, en velen van ons doen dat ook. Het aardige is ook dat die modellen nog uiterst aktueel blijken, om de ingewikkelde wereld van vandaag te begrijpen. Daar heeft de val van zogenaamde socialistische regimes in het Oostblok niets aan veranderd. Andere groepen zijn solidair met bewegingen die misschien minder uitgesproken links zijn, maar in alle gevallen gaat het om solidariteit met zelforganisaties van de armen. Die strijden om ontwikkeling en demokratisering van onderop.

De critici van de politieke solidariteit wijzen er vooral op dat de tegenstellingen niet meer zwart wit zijn. Maar ze verwarren de tegenstelling Noord Zuid met de tegenstelling Oost West. Het is natuurlijk onzin om te stellen dat de tegenstellingen meer grijs zijn gekleurd. De tegenstelling Noord Zuid staat nog keihard overeind. Een vluchtige blik in de rapporten over het verbruik van grondstoffen in de wereld, de netto kapitaalstroom van Zuid naar Noord, de winsten van multinationals afgezet tegen het bruto nationaal produkt van arme landen en het morbide receptenboek van IMF en Wereldbank, vormen daarvoor een afdoende bewijs. En de plotselinge bezorgdheid van politici in het rijke Noorden om het lot van onze rasgenoten in de voormalige Oostbloklanden doet vermoeden dat de aanduiding zwart wit tegenstelling ook steeds meer in letterlijke zin moet worden opgevat.

Het is ook niet zo, zoals de critici de solidariteitsgroepen voorhouden, dat de tegenstelling rijk arm in de landen van het zuiden zelf minder scherp is geworden. Ook al probeert men ons te doen geloven dat met het heenzenden van de dictators en het eerherstel voor de aloude elite democratieën, de democratie is weergekeerd. Op het moment dat ik dit schrijf zijn er op de Filipijnen van Corazon Aquino weer 2 mensen verdwenen of vermoord, een tiental gearresteerd, en evenzoveel families hun huizen ontvlucht omdat het leger hun land bombardeert. Hun enige misdaad is dat ze hun stem verheffen. En niemand hoeft de illusie te hebben dat het westen Aquino steunt omdat ze zo'n lieve vrouw is die het beste voor heeft met het Filipijnse volk.

tegenstellingen

Nee, de tegenstellingen liggen nog steeds uiterst scherp. Misschien kun je stellen dat de structuren die uitbuiting en onderdrukking voortbrengen complexer, geraffineerder zijn geworden en daarmee minder doorzichtig. Maar ligt daar dan niet juist de uitdaging van de solidariteitsbeweging: het blootleggen van die structuren, het ontmaskeren van de macht?

De analyses die we in de solidariteitsbeweging maakten zijn niet fout geweest. De stelling dat solidariteit met de strijd van de armen in het Zuiden hand in hand moet gaan met strijd voor maatschappelijke veranderingen hier, is nog steeds actueel. Het feit dat de oplossingen die we zochten en steunden niet altijd even succesvol waren is een andere zaak. Er moeten nieuwe oplossingen gezocht worden, jazeker. Nieuwe perspectieven. En de groepen in de Derde Wereld die wij steunen, zijn daar hard mee bezig. Harder dan wij. Ze moeten wel. Ze hebben geen tijd om na te denken of die kritische consument in Amsterdam die gewetensvol zuivere koffie koopt in de Wereldwinkel of bij Albert Heijn, hen ook nog wil steunen als ze de wapens opnemen om hun coöperaties te verdedigen.

Daarmee komen we op een cruciaal punt: De critici van de solidariteitsgroepen wijzen graag op het succes van acties als Max Havelaar, de lobby's van milieudefensie en andere 'brede publiekscampagnes. Maar solidariteitsgroepen zijn geen kritische consumentenorganisaties. Hun werk begint, waar kritisch consumeren ophoudt. Begrijp me niet verkeerd! Het is geen miskenning van kritisch consumeren. Integendeel. Het is vreselijk belangrijk dat mensen op die manier iets concreets kunnen doen. Maar het kan geen einddoel zijn. Uiteindelijk wil je dat het zich ook vertaalt in politieke solidariteit: actieve steun voor fundamentele maatschappelijke veranderingen, hier en in de Derde Wereld.

Solidariteitsgroepen steunen bewegingen die politieke alternatieven aandragen. De essentie van solidariteit is dat je bereid bent om je dan ook sterk te maken voor soortgelijke politieke alternatieven hier. Anders ben je niet bezig met solidariteit, maar met charitas.

idealen

Laten we niet zeuren. We zijn links, we zijn politiek, de tegenstellingen liggen op straat. We zijn het toch nog steeds niet eens met het kapitalisme? Ook niet als dat af en toe een sociaal masker opzet. Laten we dat vooral niet verloochenen. Laten we er trots op zijn. Laten we nadenken over nieuwe oplossingen en leren van onze broeders en zusters in de Derde Wereld.

Het gaat er niet om om mee te praten met de beleidsmakers. Het gaat er ook niet om, zoals sommigen zeggen, een kritische horzel te zijn, een soort folklore. En we willen ook geen kritiekloze consument, die kritisch consumeert. Het gaat nog steeds om maatschappelijke veranderingen daar en hier. Om het fundamenteel ter discussie stellen van het beleid van de regering en de praktijken van bedrijven. Om interventie in de politieke discussie over buitenlands en ontwikkelingsbeleid.

We hebben idealen en daar staan we nog steeds voor. Anders waren we allang afgehaakt. Als we niet trots durven zijn op ons verleden, kunnen we net zo goed ophouden. We hebben fouten gemaakt, natuurlijk, maar het feit dat we de oplossing voor een wereld zonder uitbuiting niet in pacht hebben, wil toch niet zeggen dat we die uitbuiting maar als gegeven moeten aanvaarden?

De diskussie binnen de solidariteitsbeweging lijkt stilgevallen. Er is een initiatief voor een serviceburo, dat praktische diensten aan solidariteitsgroepen moet gaan verlenen. Zeker geen overbodige luxe, maar zal het de invloed van de solidariteitsbeweging vergroten? En wat is invloed? Mijns inziens staat de solidariteitsbeweging op een tweesprong. Kiest zij voor zoveel mogelijk invloed binnen de randvoorwaarden van het huidige politiek economische systeem, of blijft zij kiezen voor fundamentele verandering van die randvoorwaarden en daarmee van het systeem. Kiezen voor het laatste betekent dat solidariteitsgroepen uit het enge circuit van de Derde Wereldbeweging moeten breken. Zij zullen actief deel moeten nemen aan discussies binnen links, op zoek naar nieuwe perspectieven en strategieën. Juist hun contacten met bewegingen en revolutionaire denkers/sters in de Derde Wereld kunnen een waardevolle inbreng opleveren voor diskussies hier. Het politieke vacuüm ter linkerzijde waarin de solidariteitsbeweging nu zweeft, moet worden opgeheven.

Ik besef dat het bovenstaande verhaal geen concrete voorstellen bevat voor samenwerking of richting van de solidariteitsbeweging. Zo is het ook niet bedoeld. Het is geschreven uit verbazing over de verwarring die er lijkt te zijn binnen de solidariteitsbeweging; over het geringe tegenspel dat voorstanders van depolitisering krijgen. Een hartenkreet om de solidariteitsbeweging als politieke beweging te behouden.

Lwon Sonnenschein

De schrijver is aktief in de solidariteitsbeweging met de volksbeweging in de Filipijnen.