• 01 september 1991
    Linkse discussie

De zevensprong

Weia Reinboud

De crisis van links, als die er is, waar bestaat die dan uit? Bij wie ligt de oorzaak, of liggen de oorzaken? Zijn er mogelijkheden om de crisis te doorbreken? Hoe ziet de eenentwintigste eeuw eruit?

Bij het verbeteren van de wereld, en dat mogen we toch wel een doel van links noemen, kan je pakweg zeven fases onderscheiden. Het doet er daarbij niet toe of het om verandering van een kleinigheidje of van weet ik wat voor groots gaat. Ik zal ze eerst even noemen en vervolgens van commentaar voorzien, waarbij ik ervan uit ga dat als je fase zeven wilt bereiken, dat dan alle zes de andere fases van belang zijn.

1 Ergens moet een mens het idee krijgen dat er iets loos is.

2 Dat idee moet in eigen kring aanslaan.

3 Het idee moet in de buitenwereld gedumpt worden.

4 Het is ook nodig om het idee uit te werken, te documenteren.

5 Het uitgewerkte geval moet eveneens in de buitenwereld gedumpt worden.

6 Het moet bovendien hecht in een wereldbeeld opgenomen worden.

7 En dat wereldbeeld moet algemeen aanvaard worden.

de zeven fases in detail

Die fase 1 is niet zo'n probleem. Er is al ontzaglijk vaak ontdekt dat er ergens iets loos is. Er kunnen natuurlijk blinde vlekken zijn, maar voorlopig is er keuze zat. (Daaruit volgt direct dat de aandacht meestal sterk verdeeld zal zijn. Denken dat jouw aandachtspunt, jouw specialisme Het Grote Linkse Actiepunt is, is over het algemeen kortzichtig. Dat er soms voor een bepaald punt een grote beweging op de been te brengen is, lijkt me eerder uitzonderlijk dan normaal).

Fase twee is ook geen probleem. Vrijwel iedereen heeft wel enige maatjes om zich heen, en de antennes van de eigen parochie zijn meestal redelijk goed op elkaar afgestemd. (Er zijn overigens genoeg dingen te noemen die de als eigen gevoelde parochie niet snel oppikte. Antiseksisme bij mannelijk links, antiracisme bij wit links, anti-roken bij junklinks).

Daarna komt fase drie. De wijde wereld in. Heel veel acties, van ludiek tot hard, vallen in deze fase. Een kenmerk van acties is dat het niveau van de slogans zelden overstegen wordt, wat echter helemaal niet geeft. Want we zitten immers maar in fase drie. Dus over naar fase vier.

Veel van wat je in de `eigen pers' vindt past in deze fase. Van boze buien tot achtergrondartikelen in de eigen bladen en als afsluiting een boek bij een linkse uitgeverij. (Bij de eerste drie fases kon iedereen zó meedoen, maar bij fase vier begint het specialiseren, schrijven, dat doen de fanaten, de maniakken, de woordgekken, de zinnensleutelaars. In principe zou iedereen het kunnen, maar de praktijk wijst uit dat het anders loopt. Of dat prima is, of beroerd, laat ik nu in het midden).

Dan echter fase vijf. Wederom de wijde wereld in, maar nu met een hele stapel paperassen onder de arm. Hier gaat van alles wringen. Klachten over de geringe aandacht van de gevestigde media zijn niet van de lucht. De ene strategiediscussie na de andere. Nog weer een actie er tegen aan. Nog meer analyserende stukken in de eigen bladen. Een groeiend onbehagen. Sommige mensen verliezen hun aandacht, of zakken echt in. Modder wordt hun nageworpen, door de ex-kameraden, die gestresst tussen de fases twee, drie en vier heen en weer hollen. Of is dat juist de fout?

Laten we maar naar fase zes kijken. Wat mij opvalt is dat de basis van wat links denkt voornamelijk oud is. Twintigste-eeuwse acties op een negentiende-eeuwse sokkel. Die sokkel/basis bestaat uit vrij eenvoudige uitgangspunten, waar op zich niets tegen is. Maar wordt het niet vanzelf te eenvoudig als je er in een of anderhalve eeuw weinig aan weet toe te voegen? Zit daar misschien de fout?

Kijk dan tenslotte naar fase zeven. Als het al lukt om iets gemeengoed te laten worden dan is het vrijwel steeds in sterk verwaterde vorm. Feminisme is heus wel enigszins doorgedrongen, maar het is maar een schaduw van wat het had kunnen zijn. Dat is natuurlijk zo fout als wat.

drie stappen in persoonlijke geschiedenis

Voordat ik meer zeg over het eventuele foute in de laatste drie fases, ga ik een klein stapje de geschiedenis in doen. Ik ben 41. Niet wat je noemt oud, maar toch is het een hele tijd. Zie eens wat ik na de dood van mijn moeder vond tussen de spullen. Ik sloeg het `Huwelijksonderricht voor katholieke echtgenoten' zomaar ergens open en las: "Overal waar mensen samenwonen en samenwerken, zijn leiding en volgzaamheid onontbeerlijk. In het gezinsleven heeft God het gezag toevertrouwd aan de man, en aan de vrouw heeft Hij onderdanigheid opgelegd."

Ik sloeg gauw een andere bladzij op. "Van de eerste levensdagen af gewenne men het kind aan regelmaat en orde." Halleluja god is groot, maar je bent met zoiets wel mooi in de aap gelogeerd. Verder gelezen heb ik niet. Als tijdsbeeld heb ik het boekje meegenomen en ik heb mezelf gefeliciteerd met dat ik nog best aardig terecht ben gekomen. Voor mijn gevoel is er in de 41 jaar dat ik nu op aarde rond kruip een heleboel gebeurd.

Er zijn weliswaar nog zat seksistische mannen, er zijn nog zat vrouwen die liever dellen dan denken, er zijn nog zat onnozele kinderen. Maar er zijn ook vele mensen die zoiets als die aangehaalde zinnen niet uit de strot krijgen. Ergens is dat een culturele ommezwaai van jewelste. Die heb ik gewoon, bijna ongemerkt, meegemaakt. En ik ben nog hartstikke ontevreden ook.

Laat ik een tweede stap in de geschiedenis doen. Trek van mijn geboortejaar nog eens 41 jaar af. We zitten dan in 1909. Het begrip wereldoorlog bestond nog niet. Het algemeen kiesrecht deed nog 10 jaar op zich wachten (België: 1948). Domela was nog niet klaar met zijn 4500 publikaties. Troelstra was geheel sociaaldemocraat geworden. Het scholingsniveau van de meeste mensen was bedroevend.

Deze willekeurige greep in de geschiedenis leidt al tot de constatering dat ik persoonlijk zestig procent van de duur van het algemeen kiesrecht heb meegemaakt. Niet dat ik dat zo'n fantastische verworvenheid vind, ik ben anarchiste in hart en nieren, maar ik zie wel dat er vóór het kiesrecht helemaal geen sprake was van dat er naar je geluisterd werd. Mondigheid had nauwelijks zin. Combineer ik dat met het feit van de geringe scholing van toen, dan kom ik tot de conclusie dat pas in deze eeuw een begin is gemaakt met een traditie van iedereen kan (mee)denken.

Een derde stap van 41 jaar terug brengt ons in 1868. `Het Kapitaal' was een jaar uit (fase zes!). De Parijse Commune moest nog komen. Bakunin en Marx begonnen eens ernstig te krakelen in de Internationale. Dat is tegelijk lang geleden, een wereld van verschil en maar een paar passen achterwaarts.

oude arbeideristische denkschema's als linkse crisis

Nu over naar de crisis van links. Marx en consorten legden de vinger op enige zere plekken. De uitbuiting diende bestreden te worden. Klopt. De arbeiders konden een vuist maken. Natuurlijk. Onder meer doordat ze met velen waren. Fantastisch. Ze kregen het voor elkaar om de materiële omstandigheden te verbeteren. Applaus. Die weg kon verder gegaan worden. Zeker. Iedereen een autootje. Reusachtig. En dan?

Hoe terecht het ook moge zijn geweest om de abominabele arbeidsomstandigheden van de vorige eeuw aan te vatten, toch denk ik dat wat er sindsdien allemaal gebeurd is een gigantische blunder bevat. Een kapitale gedachtenfout, namelijk dat het zinnig is om bij het opzetten van een wereldverbeterende beweging materiële verbeteringen als lokkertje te gebruiken. Gelukkig maken we nu mee dat bloot komt dat die denkfout er steeds inzat. We maken tevens mee dat de luchtkasteligheid van de Oosteuropese sprookjesrijken aan het licht komt. Maar is dat een crisis te noemen? Lijkt me juist erg gezond.

Dat eigen autootje is volstrekt belachelijk. Dat het milieu bergafwaarts gaat ligt natuurlijk niet aan tweehonderd rijkaards alleen en ook niet aan twintigduizend. Daar zijn velen bij nodig. In 98 van de 100 huishoudens staat een koelkast. Dat zet pas gaten in de ozonlaag. Als het zo is dat het in de negentiende eeuw voor de hand lag om massabewegingen met materiële lokkertjes groot te maken en bij elkaar te houden, dan kan het intussen zo zijn dat de eventuele nadelen van die strategie aan het licht komen. En dat komen ze.

Het is wat onnozel van links dat daar pas over nagedacht gaat worden als helemaal duidelijk is dat die nadelen er zijn en dat er van een massabeweging geen sprake meer is. Vooral dat laatste wordt als `de crisis' gevoeld en dat eerste wordt hooguit schoorvoetend in de gedachten betrokken. Mij stemt zo'n crisis overigens niet treurig, omdat ik ervan uit ga dat het wegdoen van lokkertjesdenken alleen maar tot betere linkse theorieën kan leiden. En daarmee tot betere praktijk.

tekortschietend wereldbeeld als persoonlijke crisis

Er is nog meer crisis, naar mijn mening. Het probleem zit niet alleen in de ontoereikendheid van de oude arbeideristische denkschema's, er zit ook iets in het denken zelf. Want hoe heeft het zo kunnen zijn dat de linkse massaorganisaties vaak zo autoritair ingericht waren? Waarom was ten tijde van mijn geboorte de mythe van de gewenning aan regelmaat en orde nog niet doorgeprikt? Waardoor kwamen de zestiger jaren pas in de zestiger jaren?

Naast alles wat er scheef gegroeid en uit de hand gelopen is, is er tegelijkertijd best een hoop voor elkaar gekregen. Maar wat er niet bereikt is is dat er nu alom zelfstandig denkende mensen rond lopen. Waar linkse gedachtes doorgedrongen zijn zit men meestal tot over de oren in de slogans. Het lijkt me dat dat wat zegt over de kwaliteit van de linkse theorieën.

Ter illustratie leg ik iets links onder het vergrootglas. Je hoort vaak dingen als 'de toenemende repressie', 'het opkomend fascisme', en bijna even zo vaak denk ik: is dat wel zo? Is er niet sprake van gezichtsbedrog? De afgelopen 41 jaar zijn er immers aldoor (fascistische) rechtse groepen en groepjes geweest. En de binnenlandse repressie in 1909 en 1950 was ongetwijfeld niet gering. Het verschijnsel mobiele eenheid is een nieuw oppervlakteverschijnsel, maar het is niet echt iets nieuws.

Ik hecht eraan om zulke dingen nauwkeurig te benoemen. Ik heb namelijk de indruk dat veel van wat links beweert bij anderen als hol gepraat over komt, als overdrijving, louter en alleen vanwege onzorgvuldig woordgebruik en door onzorgvuldig gerichte opwinding. Je kunt natuurlijk tegenwerpen dat alleen rechtse mensen de dingen niet oppikken, maar dat vind ik goedkoop. Natuurlijk is het achterlijk dat ze fase een of twee nog niet eens weten te bereiken, maar als wij de wereld willen verbeteren dan zijn we bezig met van rechts links te maken.Iedere poging om elders iets van onze ideeën door te laten dringen is er dan eentje, en eventjes nadenken voor je uit je vel springt lijkt me niet onbelangrijk. Zonder mikken krijg je de bal in ieder geval niet in de basket.

(Hoezeer ik ook zie hoeveel feminisme níet doorgedrongen is, toch is er iets doorgedrongen. Je kunt vanwege de vele gemiste kansen sikkeneurig worden en de moed opgeven, maar je kunt ook denken: er is in ieder geval iets om op voort te bouwen. En je kunt denken: blijkbaar is het in dit heelal, op deze wereld, met dit soort mensen alleen maar mogelijk dat veranderingen op kleine schaal weliswaar snel en diep kunnen gaan, maar op grote schaal alleen maar traag en met kleine stapjes. Sikkeneurig worden is dan een persoonlijke crisis vanwege een tekort schietend wereldbeeld).

Linksheid is een reactie op de rechtse buitenwereld, en voor de kwaliteit van wat je bereikt kan je natuurlijk niet bij rechts aankloppen. Daaruit volgt logischerwijs dat de volle verantwoordelijkheid voor de crisis bij links zelf ligt. (Of je dit een leuke of vervelende conclusie vindt, doet niet ter zake. Zelf vind ik het wel een prettige conclusie omdat ik liever niet afhankelijk ben van wat anderen doen). Ook de volle verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de oplossingen voor de crisis ligt bij onszelf.

de weg van het gelijk

En daar kom ik in de buurt van waar ik naar toe wil. Naar mijn smaak zijn linkse theorieën niet alleen negentiende-eeuws in de boven vermelde zin, maar ook in hoe ze in elkaar zitten. De theorieën zijn meestal gericht op overtuigen (ouderwets preken bijna), op het overbrengen van het linkse gelijk. Vinden dat je gelijk hebt is geen kunst, maar gelijk krijgen wel. De weg van het gelijk willen krijgen is over het algemeen geplaveid met denkfouten en drogredeneringen, met overbodigheden, met incomplete redeneringen en demagogisch geassocieer.

Die weg blijkt nu dood te lopen. Crisis. Prima, want nu zal het sloganniveau overstegen moeten worden. Wat mij betreft is er voldoende aanleiding voor links om eens geheel opnieuw te gaan denken. Niet voortwandelen op oude paden. De terechte kritiek op hoe rechts redeneert en demagogiseert gebruiken om jezelf een spiegel voor te houden. Tijd voor nuchterheid, en eenvoud. Voor scepsis en logica. En voor nog veel meer. De vraag is niet langer `hoe krijgen we veel mensen achter ons aan?', maar `hoe wordt dit een wereld vol zelfstandige denkersters?'.

Samenvattend: oorzaken van de crisis zitten zowel in de inhoud als de vorm van wat links zegt en schrijft. De tijd dat linkse slogans een massa bereikten lijkt me definitief voorbij. Gelukkig maar. Intussen is de toestand van de wereld zoals die altijd al was: er is een hoop loos en het zijn kleine groepen die daar het drukst mee bezig zijn. Wil je als kleine groep veel invloed hebben, dan moet datgene wat je naar buiten brengt (fase drie, vijf en zeven) van extreem hoge kwaliteit zijn. Aan de slag!

Weia