• 18 oktober 2009
    Imperialisme en Globalisering

Wit goed en zwart geld

JoopFinland

We schrijven dertig jaar geleden, de studentenflat Zilverberg in Amsterdam-Noord. Met de naam is meteen het mooiste aan het gebouw genoemd. De strontkleurige kolos telt bijna duizend identieke kamertjes van vier bij drie meter en elk van die celletjes is toegerust met een zogenaamd ”zelfmoordraam”, een tuimelraam dat net genoeg ruimte laat voor je handen. De meest deprimerende ruimte op De Berg is de hal. De liftschacht stinkt er naar oud vuil en in de postvakjes wordt eens per week vuurtje gestookt. Bouwstof voor rook en vlammen vormt de stapel huis-aan-huisbladen die niemand ophaalt, laat staan leest.

Eén van de ongelezen kranten is die van Wastora. Het ding biedt witgoed aan. Was- en vaatwasmachines, strijkijzers, koffiezetapparaten, en het nieuwste van het nieuwste: de magnetron!

Dit alles aangeprijst als “leefgenot”. Wastora is eigendom van Klaas en Henk of is het Jan Molenaar. Ook diegenen die geen „leefgenot“ aanschaffen,  kennen de broers Molenaar omdat zij ook de voetbalclub AZ bezitten. De ploeg uit Alkmaar wordt in 1981 vanuit het niets landskampioen en verovert bijna de UEFA-Cup.

Het AZ van 30 jaar terug is ‘n prachtige zeepbel.

Toeschouwers trekt de ploeg nauwelijks‚ de nationale en internationale uitstraling van de club is minimaal. Wel wil bijna iedereen in AZ spelen. De ploeg telt sterren als Wim van Hanegem, Hugo Hovenkamp en Keje Molenaar (ja, familie van). Legendarisch worden de Deense spits Kristen Nygaard en Kees Kist junior. De aantrekkingskracht van AZ op broodvoetballers wordt gevormd door de miljoenen van Klaas en die andere Molenaar. Nog geen twee, drie jaar na de landstitel is het gedaan met zowel Wastora als AZ. De broers gaan failliet en vlak na elkaar dood, AZ zakt eerst naar de middenmoot van en degradeert uiteindelijk zelfs uit de eredivisie.

In een ander decennium zouden de Molenaars hebben voortgeleefd als sjacheraars en zwartgeldhandelaartjes maar met de collectieve herinnering aan de jaren tachtig van de vorige eeuw is iets vreemds aan de hand: ook Reagan en Thatcher vereren wij nu als helden. Dezelfde collectieve Alzheimer heeft het fenomeen Dirk Scheringa gevoed. Weer zo’n naam uit Dik Trom en weer uit de polder ten noorden van de hoofdstad. Scheringa verschijnt voor het eerst in de publiciteit nadat hij zich begin jaren ’90 heeft meester gemaakt van een schaakclub.

Nu hoef je zelfs Dirk niet uit te leggen dat de “exposure“ van een schaakclub nog minder is dan die van AZ in 1981, dus de stap van Scheringa naar ’n grotere sport is snel gemaakt. Vijftien jaar geleden begint hij een schaatsploeg te sponsoren en begin deze eeuw ontfermt hij zich over het zieltogende AZ. Van witgoed wordt tegenwoordig niemand meer rijk dus Scheringa verkoopt geen ijskasten maar geld. Meer verschillen zijn er niet. In ’n wervende brief van Scheringa’s bank wordt waarschijnlijk hetzelfde aangeprezen dat de Molenaars ooit aanprezen: “leefgenot“.

De bank van Scheringa is sinds een week failliet. Duizenden kopers van leefgenot gedupeerd en Dirkies speeltjes, de schaatsploeg en de voetbalclub van de ene dag op de andere zonder geldschieter. Tussen het AZ van 2009 en dat van 1981 zijn heus wel verschillen. Het stadion is nieuw en op het veld zijn de plaatsen van Van Hanegem, Kist en Hovenkamp ingenomen door Dembélé, Pellè en El Hamdaoui. Maar de ploeg heeft nog steeds geen naam in het voetbal en ook het AZ van 2009 is op sterven na dood.

Morgenavond speelt de ploeg thuis in de Champions League, tegen Arsenal. De Finse televisie zendt het duel rechtstreeks uit. Niet omdat AZ een begrip is maar omdat de Fin Niklas Moisander erin speelt. Ik ga kijken. Niet vanwege Moisander of El Hamdaoui maar omdat het het laatste duel van AZ zou kunnen zijn...