• 28 september 2009
    Ecologie

Bij Bijen Bijeen

Rymke Wiersma

Ik ving ze op weg naar school. Op de rozenstruiken waar ik langs liep wemelde het ervan. 'Kijk eens wat ik durf.' Ik hield mijn twee handen half geopend tegen elkaar en hield ze boven een van de rozen waar een bij op zat. Zodra het insect opvloog vouwde ik mijn handen dicht. Voorzichtig liep ik dan verder, een zoemende bij in de holte van mijn handen. Even later liet ik het diertje weer vrij. Stoerheid? Of gewoon een onhandige poging tot vriendschap? Tot er op een dag eentje in mijn vinger stak. Toen besloot ik ze voortaan met rust te laten. Zodat ze ongestoord nectar konden verzamelen, voor mijn lievelingsbroodbeleg: honing. Wat voor mij als een leuk spel voelde moest op hen alleen maar als pesterij overkomen. Of nog erger: groot gevaar. Heel veel later ontdekte ik pas dat, als ik bijen echt vrijheid wilde gunnen, ik de honing voortaan juist zou moeten mijden. Evenals de waskaarsen. Want wat voor koemelk geldt geldt ook voor honing: het is niet bedoeld voor mensen. Het kan wel door mensen gebruikt worden natuurlijk. Maar daar is een woord voor: uitbuiting. Een ernstiger vorm van pesterij.

Ziezo. Dat is gezegd. Wellicht denk je (ondanks het stevige woord uitbuiting, ondanks de praktijk van het uitroken van bijenvolken, ondanks de grimmige werkelijkheid: dat zij hun eigen honing niet mogen opeten, maar in plaats daarvan een goedkope en ongetwijfeld smaakarme suikeroplossing krijgen): wat een soft onderwerp. Bijen! De bloemetjes en de bijtjes, ach wat schattig. Maar net als ik zul je de laatste tijd ook wel bestookt zijn met de boodschap dat het zeer slecht gaat met de bijen, alarmerend slecht, dat er steeds minder bijen komen, dat dat alarmerend is, niet alleen voor de schattige bijen, maar ook voor de wereldvoedselvoorziening, alarmerend dus voor mensen. Daarbij wordt veelvuldig Albert Einstein aangehaald, die gezegd schijnt te hebben 'If the bee disappeared off the surface of the globe, then man would only have four years of life left. No more bees, no more pollination, no more plants, no more animals, no more man.' Googlend en krantenlezend kwam ik erachter dat we voor 30 procent van ons voedsel afhankelijk zijn van de bestuiving van bijen - en veganisten, zo schat ik in, nog wat meer, want alle fruit en zo'n beetje alle groenten (behalve de knolgewassen zoals aardappel) vallen eronder. Dat wordt knap saai dan. Als een wereld zonder bijen al niet saai zou zijn, dan toch wel een wereld zonder appels, bramen, druiven en tomaten!

Als veganist ben ik natuurlijk extra kritisch als imkers aan het woord zijn. Het gaat mij niet om het in stand houden van de honingbij (een hier ingevoerde bij, die zonder ingrijpen van de mens niet kan overleven, en die de hier van nature voorkomende wilde bijen en hommels benadeelt). Als de honingbij, een huisdier, uitsterft, hoe triest ook, betekent dat misschien een kans voor de wilde bijen om verloren terrein te herwinnen. Wilde bijen zijn vast veel sterker. Zo dacht ik eerst. Maar toen bleek dat ook wilde bijen en hommels last hadden van mijten en virussen. Van algemene zwakte. En dat er ook daarvan steeds minder komen. Dat er in Nederland zo'n driehonderd bijensoorten voorkomen, waarvan tweederde dreigt te verdwijnen.

Op www.bijensterfte.nl lees ik: 'De sterfte van complete bijenvolken bij Nederlandse imkers - waarbij niet enkele bijen maar het hele volk in een bijenkast verdwijnt - is de afgelopen zes jaar verdubbeld. Ook elders in Europa en de Verenigde Staten neemt bijensterfte alarmerend toe. In delen van China moeten fruittelers al noodgedwongen met de hand bestuiven. Gevolgen van de wereldwijde bijensterfte voor landbouw en natuur kunnen catastrofaal zijn. Terecht wordt gesproken van een dreigende wereldwijde bestuivingscrisis.' Verdachte in deze zaak is een nieuw 'gewasbeschermingsmiddel' (gif dus gewoon), dat niet wordt toegepast door te bespuiten in het open veld, maar door het dompelen van zaden in een fabriek. De stofjes zijn al in minieme hoeveelheden giftig voor insecten, maar niet voor vogels en zoogdieren. Oeps even niet aan gedacht dat bijen ook insecten zijn, blijkbaar. Bijen gaan niet altijd meteen dood aan het gif, maar ze raken wel verzwakt en gedesoriënteerd, en zijn dus gevoeliger voor virussen enzovoort.

Een andere dikke oorzaak is grootschaligheid, zo lees ik in het blad 'Natura': 'Onder natuurlijke omstandigheden in dunbevolkte gebieden, is bestuiving niet zo'n groot probleem. Bij een eventueel gebrek aan bijen zijn er vele andere soorten insecten die voor bestuiving kunnen zorgen. De noodzaak van honingbijen is het meest voelbaar in dichtbevolkte gebieden en in grote tuinbouwgebieden, waar zulke geweldige massa's voedsel moeten worden geproduceerd dat dit voor natuurlijke bestuivers een vrijwel onmogelijke opgave wordt.' Dat er af en toe ziektes uitbreken onder de bijen is niet zo bijzonder. Maar waar grote massa's voedsel worden geproduceerd moeten ook grote massa's bijen rondvliegen. Net als in de bio-industrie besmetten de dieren elkaar gemakkelijk zodra er ziektes uitbreken.

Op www.bijensterfte.nl lees ik dat er onlangs een groot bijencongres is geweest, in Montpellier, waar bijenhouders, wetenschappers en andere betrokkenen zich over alles wat met bijen te maken heeft gebogen hebben. Over een ding waren ze het eens: bijensterfte wordt veroorzaakt door 'een samenspel van varroa (mijt), chronische blootstelling aan pesticiden, monoculturen (te eenzijdig stuifmeelaanbod), imkerpraktijken, de wereldmarkt van bijenkoninginnen (waardoor genen van bijen die niet aan lokale omstandigheden zijn aangepast worden geïntroduceerd), watergebrek, virussen en schimmels.' Kortom: ook de bijenteelt is onderdeel van, en daardoor slachtoffer van het kapitalisme oftewel de groei-economie.

Gaat de wereld dan op deze manier ten onder? We hebben gedemonstreerd tegen de neutronenbom, tegen de kruisraketten, tegen oorlogen, tegen kerncentrales. We houden ons hart vast voor de klimaatveranderingen, voor het opraken van de olie, en vooral voor hoe er binnen een kapitalistisch systeem op deze crises gereageerd zal worden. En dan ineens blijken er kleine beestjes te zijn, mijten, die andere kleine beestjes ziekmaken. De honingbijen, de wilde bijen. We blijken zeer afhankelijk van ze te zijn.

Het tij kan nog keren, maar dan niet door nog wat extra korven te plaatsen. Een gifvrije, kleinschalige wereld graag. Met veel wilde bloemen. En bijen die zichzelf kunnen redden. Dan redden wij het misschien ook. Alles komt bij bijen bijeen.