zaterdag, 1 juni 1991

In een gesprek met een lid van de PFLP wordt de relatie gelegd tussen het Koerdisch verzet in Irak en de Intifadah. Een inschatting van de situatie na de Golfoorlog.

'Er dreigt bijna rivaliteit te ontstaan tussen Irakese Koerden en Palestijnen over de vraag, wie nu het zwaarst getroffen slachtoffer van de Amerikaanse Golfoorlog is. En voor de steun-groepen hier in het rijke Westen is deze vraag niet minder van belang, want hoezeer zijn juist de slachtoffers nodig om te bewijzen hoe slecht het systeem wel niet is waaronder wij allemaal gebukt gaan. En wanneer wij ons hier er niet toe willen laten verleiden de zaken zo tegenover elkaar te stellen en het autonomiestreven van de Koerden heel bewust koppelen aan de strijd voor een onafhankelijke Palestijnse staat zoals het AntiGolfOorlogKomitee ook deed , kan het gebeuren dat een van de slachtoffers afstand van zo een koppeling neemt.'

Voor mijn gesprekspartner Ahmed, jarenlang voorvechter van de PFLP - een radikale vleugel binnen de PLO onder leiding van Georg Habash - is een dergelijke koppeling noodzakelijk vanuit internationale solidariteit. De PFLP heeft ook altijd deze verbinding ondersteund.

'Maar de situatie van de Koerden in Irak is geenszins te vergelijken met die van de Palestijnen. Afgezien van een groot aantal verschillen in de uitgangsposities van enerzijds de Koerden en anderzijds de Palestijnen, waarop ik later nog wil terugkomen, is het grote verschil, dat de Palestijnse strijd, en met name de Intifadah, anti-imperialistisch is. En dat kan nu niet bepaald gezegd worden van de strijd die de Koerden momenteel voeren in het noorden van Irak.

Uit betrouwbare bronnen weten we, dat al tijdens de operatie Desert Storm de Koerdische Pershemerga's vanuit het Turks/Iraaks grensgebied het noorden van Irak zijn binnengedrongen en hun aanval op het bestuursapparaat en op legeronderdelen van de centrale macht in Bagdad zijn begonnen. Er zijn tienduizenden doden. Onder hen ook veel Koerden die sinds 1974, toen het gebied een soort bijzondere status van autonomie kreeg toebedeeld, bestuursfunkties bekleedden. In Irbil, waar een Koerdische universiteit is, zijn volgens een interview in het PFLP-blad Al Hadaf veel docenten als collaborateurs mishandeld en gedood. Omdat het grensgebied van Turkije tot militaire zone van de geallieerde legers is verklaard en de Koerdische bevolking naar weerskanten de grens over is gejaagd, is precieze informatie moeilijk te verkrijgen. Ook geruchten over een beperkte coördinatie tussen de legerleiding in dat gebied en de Koerdische opstandelingen zijn nauwelijks te verifiëren. Maar duidelijk is wel dat, sinds de rede van president Bush waarin oppositionele groepen in Irak werden aangemoedigd Saddam Hoessein ten val te brengen, het offensief van de Pershemerga's opvallend sterk toenam.

En zo ziet het er naar uit, dat de Koerden in hun jarenlange en gerechtvaardigde strijd voor zelfbeschikking en autonomie plotseling een zeer handig wapen worden voor de Heilige Oorlog van meneer Bush tegen de 'nieuwe Hitler'.'

Is dus het verschil tussen het Palestijnse en het Koerdische verzet, dat de Koerden in Irak in hun strijd een burgerlijk separatisme nastreven?

'Evenals de Palestijnen vechten de Koerden voor een autonome staat, die hen ook in internationale verdragen werd toegekend. Maar 'de Koerdische staat waarvan Jalal Talabani droomt' is over vier territoriale mogendheden verdeeld. En alleen al daardoor is het Koerdische verzet verdeeld. We hebben het dan nog niet over de ideologische scheidslijnen van reactionair, burgerlijk en revolutionair verzet. Die verschillen kwamen op de conferenties in Londen en Beiroet wel heel duidelijk boven tafel. Het Palestijnse verzet is een veel grotere eenheid, met een revolutionair programma en een duidelijke leiding, ook al bestaat er binnen die leiding veel discussie en onderling verschil. Ook als er op dit moment Palestijnen uit de bezette gebieden aan het praten zijn met de Amerikaanse minister Baker, spreken zij uitsluitend vanuit de PLO.

Van de verdeeldheid binnen het Koerdische verzet weet het Amerikaans imperialisme handig gebruik te maken. Was het bijvoorbeeld alleen maar een conferentieplek in Beiroet, die Syrië aan het Iraaks-Koerdische verzet aanbood? Want Syrië maakt namelijk wel deel uit van de geallieerde troepenmacht tegen Saddam Hoessein. En intussen vluchtten wel grote delen van de Koerdische bevolking uit angst voor wraak van Saddam Hoessein samen met de Pershmerga's de bergen in. Want een gifgasaanval zou voor de deur staan. In Iraanse opvangkampen zouden Koerden met brandwonden zijn aangekomen, veroorzaakt door napalm.'

Ook Palestijnse verzetsgroepen hebben toch onderdak in Syrië gevonden?

'Ja, dat klopt, ook al bestaat dat onderdak voor honderden van hen uit een gevangeniscel. Maar de Syrische aspiraties stroken in talrijke opzichten niet met die van het Palestijnse verzet. Nóg worden de Palestijnen gedoogd. En er is bovendien nog steeds een gezamenlijke vijand: het Israëlische zionisme. Maar het opportunisme van de Syrische president Assad in de Golfoorlog steekt toch wel duidelijk af tegen de Arabische solidariteit in verzet tegen het Westerse imperialisme."

En nogmaals herhaalt mijn zegsman het PLO-standpunt:

'De steun die Saddam Hoessein van ons heeft gekregen geldt niet de bezetting van Koeweit, maar uitsluitend en alleen zijn aanval op het Westerse imperialisme, dat zich in Koeweit bedient van een invloedrijke lokale clique, om zo zijn oliebelangen veilig te stellen op kosten van de Arabische volkeren en van de Derde Wereld. Het is juist ook vanuit dit imperialisme dat het project-Israël werd gerealiseerd en tot de dag van vandaag verder wordt uitgebreid.

En inderdaad, er woedt al heel lang een oorlog in het Midden-Oosten; en niet pas sinds 15 januari van dit jaar. Dat de strijd die de Palestijnen al sinds de oprichting van de staat Israël voeren herhaaldelijk in het wereldnieuws kwam en tot konflikten in de hoogste machtscentra van de Westerse wereld hebben geleid, heeft zeker ook te maken met de sterke eenheid en de daaruit voortvloeiende kracht van het Palestijnse verzet. Maar het was steeds weer vooral de bedreiging voor imperialistische belangen, in dit geval voor het projekt-Israël die de bezette gebieden tot 'brandhaard in het Midden-Oosten' maakte. De strijd voor een onafhankelijk Koerdistan heeft de gemoederen in het Westen nooit echt bezig gehouden, omdat het geen bedreiging voor het imperialisme vormde. En laten we eerlijk zijn: de beroering die ontstond naar aanleiding van de gifgasaanval van het Iraakse leger in de Koerdische stad Halabja, waarbij zo'n 4000 mensen om het leven kwamen, betrof niet de slachtoffers van het Koerdische verzet, maar uitsluitend 'de atoombom van de arme landen'.'

Wat verbindt op dit ogenblik de strijd van de Palestijnen met die van de Koerden, meer dan alleen het feit dat nu ook de Koerden in kampen leven?

'Zo'n cynische vraag verlangt een scherp antwoord. Welnu, wat het Koerdische en het Palestijnse volk verbindt is dat waarin hun kampen verschillen! Ik beschouw de Koerdische kampen in het noorden van Irak als uitvalsbases voor het imperialisme. Met deze opmerking wordt een duidelijke aanwijzing gegeven voor de huidige situatie van de Palestijnen. Alle berichtgeving en elke onderhandeling wordt beheerst door het 'probleem van de Koerden'. De Palestijnse zaak wordt in het Westen momenteel gereduceerd tot een kwestie van diplomatie, waarvan in de ogen van de PFLP niet meer dan iets secundairs verwacht mag worden. Breed uitgemeten wordt de slachtofferrol van de Palestijnen in het 'herboren en vernieuwde' Koeweit. Maar de Intifadah, die is uit het nieuws verdwenen.'

Na ruim vier jaar lamgeslagen?

'Een feit is, dat door de Golfoorlog iedere kritische berichtgeving over wat er in Israël en in de bezette gebieden gebeurt, weg is. Een uit de lucht gehaalde Scudraket doet het qua nieuwswaarde beter dan een wijziging in de Israëlische regering. Daar maakt extreem⌐rechts inmiddels deel van uit. Sinds maanden zijn honderdduizenden Palestijnse arbeiders uit de bezette gebieden van hun werk buitengesloten. Als gevolg daarvan hebben zij en hun gezinnen al sinds maanden geen bron van inkomsten meer. Het bijna permanente uitgaansverbod sluit iedere vorm van zelfverzorging nagenoeg uit. En ook de steunbijdragen van Palestijnse arbeiders uit Koeweit komen niet meer binnen sinds het uitbreken van de Golfoorlog. De materiële nood is nóg schrijnender geworden dan die al was. Het Palestijnse volk lijdt honger en er is een groot gebrek aan eerste levensbehoeften. Daarom is de financiële steun vanuit het Westen een eerste vereiste en we doen hiermee een oproep aan alle solidariteitsgroepen.

Maar er is meer aan de hand. Het versnelde woningbouwprogramma voor nederzettingen in de bezette gebieden bewijst de expansionistische politiek van de staat Israël. Meer dan ooit te voren zijn het militaire bolwerken die de bewoners van het land volledig dreigen in te sluiten. De afstand om stenen te gooien is er bij wijze van spreken niet meer. Deze bouwprogramma's dreigen zelfs de Westerse optie voor de oplossing van het Palestijnse vraagstuk - Palestijns zelfbestuur binnen Israëlische grenzen - te doorkruisen. Van terugtrekking uit de bezette gebieden, zoals de VN-resoluties dat van Israël verlangen, is dan al helemaal geen sprake meer. Een 'Koerdische oplossing' van de Palestijnse kwestie ligt dan binnen handbereik; althans voor imperialistische plannenmakers. In dat licht moeten ook de verwoede pogingen worden gezien om de PLO als gesprekspartner uit te schakelen.

Tenslotte is de mogelijke rol die aan de Verenigde Naties werd toebedacht bij de oplossing van de problemen in het Midden-Oosten, en met name in de strijd voor een onafhankelijke Palestijnse staat, volledig verdwenen. Voor de Arabische volkeren zijn de Verenigde Naties een legitimatieorgaan voor het Westerse imperialisme geworden. De laatste strohalm in het internationale krachtenveld heeft voor hen afgedaan. Terwijl de Arabische regeringsleiders met de machtigen van deze aarde koketteren, mort het volk. Het is 't helemaal niet eens met de geallieerde frontvorming tegen een Arabische broederstaat, en nog minder met de massieve militaire aanwezigheid van de imperialisten in de Arabische wereld. Wat de Egyptische schrijfster Saadawi over de stemming in haar land weet te berichten, geldt voor alle Arabische landen. En dit versterkt de hoop van het Palestijnse volk en de bereidheid om de strijd voort te zetten.'

Over de te volgen strategie en wat daaraan veranderd is sinds het uitbreken van de Golfoorlog wil mijn zegsman alleen maar kwijt dat, nu de laarzen van het Westerse imperialisme de Arabische grond stuk trappen, het in de Westerse metropolen niet langer meer veilig zal zijn. En daarbij doet hij een oproep aan alle verzetsgroepen in de Westerse landen, ook hun strijd voor een anti-imperialistische samenleving, vrij van onderdrukking en uitbuiting, op te voeren en hun solidariteit met de Arabische volkeren uit te dragen.

PaulR