zaterdag, 1 juni 1991

De Egyptische schrijfster en arts Nawal El Saadawi sprak in Paradiso over de dekolonisatie van de verbeelding. Het volgende stuk is een weergave van haar lezing voorafgegaan door een korte biografie.

Nawal El Saadawi werd door haar dokterspraktijk op het Egyptische platteland dagelijks geconfronteerd met sexuele verminking en onderdrukking van vrouwen. In 1972 werd ze door haar openlijk verzet tegen het patriarchaat uit een topfunctie ontslagen en richtte zich helemaal op het schrijven. Na een periode van ballingschap keerde ze terug naar Egypte: de vrouw van Sadat had zich voor vrouwenbevrijding uitgesproken, wat voor Saadawi een relatieve veiligheid betekende. Desondanks werd zij vlak voor de moord op Sadat drie maanden gevangen gezet zonder formele beschuldiging. Haar boeken zijn tot nu toe nog steeds verboden in Egypte. In 1982 werd de Arab Women Solidarity Association opgericht, waarvan zij voorzitster is, met als doelstellingen de ontsluiering van de geest en politieke macht voor vrouwen maar ook voor alle onderdrukten (25% van de leden zijn trouwens mannen). De AWSA is pan-Arabisch en niet regeringsgebonden.

Nawal El Saadawi heeft vele boeken geschreven. De kracht van haar verhalen zit in de beschrijving van de ervaringen van de zeer verschillende vrouwen die zij gesproken heeft. De meeste bekendheid in het Westen verwierf ze door haar boek "De gesluierde Eva", een studie van achtergronden van de relatiepatronen in de Arabische wereld, gerelateerd aan de godsdienst, de tradities, de cultuur, de politiek en de geschiedenis. Zelf wordt ze liever geïdentificeerd met haar boek "Ferdaoes", over een prostituee die in de dodencel zit nadat ze een pooier heeft vermoord die haar onder zijn bescherming wilde nemen.

Nawal El Saadawi verzet zich in haar uitspraken tegen imperialisme, tegen de Westerse inmengingen in de Golf die de Arabische wereld verdelen en de militaire hegemonie van Israël in het Midden-Oosten bevestigen. Volkeren hebben voor hun eigen bevrijding geen buitenlandse inmenging nodig. De vrouwen in Koeweit hebben geen stemrecht van de Amerikanen nodig, de enige manier waarop ze zichzelf kunnen bevrijden is door zelf, op hun eigen manier die strijd te voeren. Verzet ook tegen de Egyptische regering die verandering van de wetgeving tegenhoudt. Het is bijvoorbeeld voor de AWSA nog steeds onmogelijk zich als organisatie met politieke of religieuze zaken te bemoeien. Belangrijk hierbij is internationale solidariteit zonder scheidingen tussen Oost en West, man en vrouw, zwart en wit. Zoals ze zelf zegt, Sadat die haar gevangen had gezet was een zwarte man.

"Ik zou vanavond willen spreken over mijn eigen ervaring met het dekoloniseren van mijn verbeelding. Gewoonlijk spreken we over de ander maar niet over onszelf, over onze ervaring, onze werkelijkheid, de diepgravende psychologische, sociale, politieke ervaring in de dekolonisatie van onze verbeelding. Ik spreek hierover als een romanschrijfster en niet als een academica en omdat ik aan een nieuwe roman over dit thema bezig ben. Een roman over een jonge vrouw die naar mij toe kwam toen ik een jonge psychiater was, vele jaren geleden. Zij dacht dat zij de duivel was. Dat is wat haar ouders haar vertelden, dat zij duivels was.

Ze was erg briljant, erg intelligent, erg gekant tegen de gewoontes en tradities en ze had haar eigen dromen, haar eigen verbeelding, haar eigen onderbewustzijn. Ze voelde dat alles waar zij over dacht, alles waar zij over droomde, inging tegen wat haar ouders haar leerden, tegen wat God zei, tegen wat haar leraar en haar school vertelden. Ze zeiden tegen haar:"Je bent de duivel, je bent de ander, je bent de gedachte waar we nooit aan gedacht hebben." Ze was erg jong en net als Ferdaoes in mijn andere roman heeft ze op een bepaalde manier mijn verbeelding gedekoloniseerd. Wij als dokters, wij als academici zouden moeten leren van onze patiënten, van onze studenten, wat we nooit doen. In feite is een van de grootste problemen dat we gewoonlijk onderwijzen, we onderwijzen de hele dag, we denken dat we onderwijzers zijn en als we dokters zijn denken we dat we behandelen, dat we genezen. Wat ik van dit meisje, duivelse meid heb geleerd, is dat ik zou moeten leren van mijn patiënten, van mijn studenten en van mijn dochter en mijn zoon. Dit is hoe ik mijn verbeelding dekoloniseerde toen ik volwassen was.

Toen ik een kind was, was ik ook een beetje duivels en ik was geobsedeerd door een groot aantal demonische gedachtes. Wat was mijn verbeelding toen ik een klein kind was? Ik ben geboren in een arm gezin, in een dorp. De meeste van mijn familieleden zijn ongeletterd, ze gaan niet naar school. Mijn grootmoeder was analfabeet, ze zwoer niet bij God, niet bij de Islam, niet bij het Christendom, niet bij het Jodendom. Ze was van gemengd bloed: Joods, Islamitisch, Moslim, Koptisch, Egyptisch, Afrikaans, Mediterraans, ze wist in feite niet wat ze was. Ze was een mens en ik heb veel van haar geleerd, van deze vrouw van gemengd bloed die niet kon lezen of schrijven. En goddank las ze geen boeken, ook mijn boeken niet, ze las de Koran niet omdat ze niet kon lezen of schrijven, ze las de Bijbel niet, ze las het Oude Testament niet. Met haar primitieve, intuïtieve, originele, creatieve denkwijze heeft ze mij veel gegeven.

In mijn dorp, een klein dorpje bij de Nijl, binnen mijn arme ongeletterde familie, had ik dromen. Ik droomde dat ik de Profeet Mohammed was. Iedere familie heeft een familiestamboom en iedere familie probeert haar wortels terug te voeren naar een of ander prominent figuur. Als ze uit de upperclass komt, moet ze bijvoorbeeld afstammen van koning Faruk, maar ongeletterde mensen zoals mijn familie proberen terug te gaan naar de Profeet Mohammed. Ik zag dus onze familiestamboom, met de over- over- overgrootvader van wie we allemaal afstammen, namelijk Profeet Mohammed, die voor gerechtigheid, vrijheid, enz. preekte. Ik werd in de Islam geïntroduceerd door mijn grootmoeder, door haar primitieve opvatting van godsdienst, haar ongeletterde opvatting van God en van de Profeet: ze vochten voor gerechtigheid en voor de armen en meer niet, en die opvatting was heel goed voor mij, ik had geluk. Mijn droom was dus voor gerechtigheid en vrijheid te vechten, net als de Profeet Mohammed, want ik zag dat mijn familie arm was, dat mijn familieleden geslagen en onderdrukt werden door de heerser van het dorp. Veel van mijn neven en nichten gingen niet naar school, ik had geluk dat ik wel ging. Ik droomde dat ik Profeet Mohammed was en ik vertelde het mijn ouders die zeiden:" Oh, maar Profeet Mohammed was een man en jij bent een vrouw, je kan dit niet dromen." Dit is de eerste dekolonisatie van de verbeelding voor vrouwen. We hebben geen geschiedenis om over te fantaseren, geen hoop en zelfs geen Paradijs.

Ik begon te lezen en te schrijven en ging toen de Koran lezen, de Bijbel en het Oude Testament en ik begon te denken dat ik naar het Paradijs moest gaan, dat was mijn laatste hoop. Maar ik vond daar geen plaats voor een bruine vrouw zoals ik. Ik moest wit zijn, ik moest maagd zijn. Ik ontdekte dat het Paradijs voor mannen is en voor jonge witte maagden, om deze mannen te behagen. Mijn dromen werden afgesneden, gekoloniseerd, gemasculiniseerd. Ik moest een man zijn, ik moest vechten, ik moest een dokter worden, ik moest professor aan de universiteit worden, ik moest onderwijzer worden, ik moest wit zijn. Ik moest me identificeren met de meesters, met de kolonisatoren. Toen ik klein was, verborg ik mijn bruine huid onder witte poeder. Ik probeerde mijn vrouwelijkheid te verbergen, mannelijk te zijn, op de meester te lijken, op mijn vader te lijken. Ik identificeerde me niet met mijn moeder, want zij was zo ongeveer de kok van het huis. Ik wilde geen kok worden, ik wilde profeet worden, vrijheid en gerechtigheid verkondigen en de wereld veranderen net als Profeet Mohammed.

De dekolonisatie van de verbeelding kan niet los gezien worden van de dekolonisatie van het lichaam en van de hersenen. Een grote handicap voor degenen die aan de universiteit studeren en voor mij als medica, is juist dat we een scheiding aanbrengen tussen verbeelding en lichaam. We kunnen het lichaam en de geest, het bewustzijn en het onderbewustzijn niet van elkaar scheiden. Dit is in het bijzonder belangrijk voor ons als vrouwen omdat we fysiek, biologisch, anatomisch, psychologisch en sexueel gekoloniseerd zijn, met alle gevolgen voor onze verbeelding. Onze kolonisatie komt niet alleen van buiten, van vreemdelingen, uit Europa of de Verenigde Staten. Wij worden ook gekoloniseerd door onze nationale leiders die zwart zijn, we worden gekoloniseerd door onze vaders, onze echtgenoten en zelfs door onze zonen. Vrouwen vormen de helft van de maatschappij, er is geen democratie zonder vrouwen. Er is geen dekolonisatie van de verbeelding zonder vrouwen.

Een van de grootste oorzaken van het mislukken van nationale bewegingen, van zogenaamde linkse bewegingen en bewegingen van liberale moslims, theologen en christenen, is volgens mij dat ze vrouwen hebben genegeerd. Ze hebben de helft van de maatschappij genegeerd, hun denkwijze, hun dromen, hun verbeelding, hun geschiedenis. Om mijn verbeelding te dekoloniseren moet ik mijn lichaam dekoloniseren, mijn hersenen, mijn bewustzijn en mijn onderbewustzijn en helaas moet ik daarvoor naar scholen toe want ik kan mezelf niet dekoloniseren zonder te lezen en te schrijven. Natuurlijk had mijn grootmoeder die analfabeet was, geluk dat ze niet teveel boeken heeft gelezen, maar ik had het geluk dat ik een paar boeken kon lezen, dat ik medicijnen kon gaan studeren, anatomie en fysiologie kon leren. Er is een basiskennis die we moeten hebben, en de meeste van onze arme ongeletterde mensen in onze regio's, de zogenaamde Derde Wereld, wordt dit onthouden.

Maar ik had het geluk deze basiskennis te verwerven en daarna weer ter discussie te stellen. Mijn vader zei dat ik de Bijbel, de Koran en het Oude Testament moest lezen en daarna de godsdienst overdenken, opnieuw denken over God. Met mijn medische opleiding moest ik hetzelfde doen en later ook met psychiatrie. Ik moest tegen de opleiding ingaan, het onderwijs weer ongedaan maken. Als ik naar de televisie kijk of naar de radio luister, moet ik eerst het werk van de media voor mezelf weer ongedaan maken. Maar wat een moeilijke taak! Welke kennis en welke geschiedenis moet ik hebben om mijn geest, mijn onderbewustzijn, mijn dromen en mijn werkelijkheid te dekoloniseren? Ik was dus blij hier te komen om naar ideëen te kunnen luisteren en ik wilde er zelf ook een paar op een rij zetten.

Ten eerste moeten we af van de tweedeling van God en de Duivel, want ik heb geleerd van het meisje dat dacht dat zij de Duivel was. Wie is God en wie is de Duivel? Van Saddam Hoesein zeiden ze dat hij de Duivel was. In de regel is de ander de Duivel, het kwaad. Wij weten, we zouden moeten weten dat we God en de Duivel in ons hebben, we hebben onszelf en we hebben de ander in ons. Deze tweedeling, deze scheiding wordt weerspiegeld in de maatschappij, wij in dit land en de ander in het andere land, de ander is dan slecht enz. Ik ben erg tegen kolonialisme, imperialisme en buitenlandse invasie. Dat is politiek en is niet gescheiden van kolonisatie in de familie door onze echtgenoten. We moeten internationale politiek en onderdrukking integreren met nationale onderdrukking door locale dictators, dictators binnen de familie, dat zijn onze echtgenoten, omdat vrijheid niet verdeeld kan worden en dekolonisatie van de verbeelding niet verdeeld kan worden. Je kan je verbeelding niet politiek of internationaal dekoloniseren en dan op nationaal niveau bang zijn om je eigen dictator te bekritiseren. Je kan Bush of Hoesein niet bekritiseren en dan bang zijn kritiek te leveren op je eigen man. De dekolonisatie moet internationaal, nationaal, persoonlijk en in de familie plaatsvinden.

Ik moet het afronden met het tweede punt, dat is onze Arabische Vrouwen Solidariteitsvereniging. We hebben twee hoofddoelen: het ontsluieren van de geest en politieke macht voor vrouwen, mannen en de armen. Het ontsluieren van de geest is precies hetzelfde als de dekolonisatie van de verbeelding, maar als we geest zeggen bedoelen we het bewustzijn en het onderbewustzijn, want die twee werken samen. Waarom zouden we verbeelding en werkelijkheid, dromen en werkelijkheid van elkaar scheiden? Ze zijn een en we moeten ze bij elkaar brengen, zoals we ook lichaam en geest bij elkaar moeten brengen.

We hebben echte democratie nodig en dat is mijn laatste stelling. Zonder vrijheid kun je jezelf niet dekoloniseren, noch je lichaam of je geest of je verbeelding. Je moet moedig zijn om hardop te spreken, je moet de prijs van vrijheid betalen, in de gevangenis belanden, je baan verliezen, je reputatie verliezen en je moet vechten. Het is niet alleen praten over dekolonisatie in een academische instelling, je moet politiek en sociaal strijden om stand te houden en daarvan de prijs te betalen".

Vertaling en inleiding: Laura Carpier