zaterdag, 1 juni 1991

Rond 1840 werd de gevangenisstraf in Nederland ingevoerd. Voor die tijd was het straffen een bloederige aangelegenheid, bedoeld om af te schrikken. Dood, lijfstraffen en verbanning pasten niet meer in de tijdgeest van de industriële revolutie waarin vooruitgangsdenken en preutsheid in opkomst waren. De doelstelling veranderde in zedelijke heropvoeding.

Al snel drong het besef door dat zoiets niet te bewerkstelligen was in gevangenissen waar iedereen in dezelfde ruimte verbleef. Kriminaliteit werd gezien als een besmettelijke ziekte. Dus werd het in Amerika ontwikkelde cellulaire systeem in Nederland ingevoerd. Een gevangene werd bij binnenkomst gelijk geïsoleerd en dat bleef zo tot het eind van de gevangenisstraf. Iedereen werkte alleen op cel, werd alleen gelucht (het dagelijks of wekelijks contact met de buitenlucht) en praten met cipiers was verboden. Een variant hierop was het gezamenlijk werken in een werkzaal, waarbij praten verboden was, hetgeen werd afgedwongen door sancties. Alhoewel onderzoek had uitgewezen dat totale isolatie tot psychische problemen leidde, zoals psychoses en uiteindelijk zelfmoord, werd toch doorgegaan met deze manier van opsluiten. In 1928 werd de gedwongen psychiatrische behandeling (TBS = ter beschikking stelling) ingevoerd. Uitzonderingen daargelaten, zoals gevangeniskamp Veenhuizen, waar onder andere dienstweigeraars gezamenlijk opgesloten werden, bleef in Nederland het systeem van permanente isolatie bestaan tot ruim na de tweede wereldoorlog.

humanisering

Langzamerhand kwam, onder andere door de ervaringen van politieke gevangenen tijdens de tweede wereldoorlog, de discussie over die isolatie op gang en deden begrippen als humanisering en resocialisatie (het begeleiden van gedetineerden tot terugkeer, als goede burgers in de maatschappij) hun intrede. Vanaf halverwege de vijftiger tot eind zeventiger jaren stond het gevangenissysteem onder zware kritiek van wetenschappers, journalisten en politici. Het ene humane voorstel was nog niet aangenomen of wetenschappers en journalisten klaagden de volgende misstand al weer aan. Iedereen was er van overtuigd dat opsluiting niet goed was voor de opgeslotene, wraak en afschrikking verdwenen uit de doelstellingen van het gevangeniswezen. Ze maakten plaats voor geestelijke begeleiding, de zogenaamde resocialisatie. Gedetineerden kregen rechten, maar die waren altijd weer verbonden aan vele mitsen en maren en konden ten allen tijde afgenomen worden. De zeventiger jaren waren ook de jaren van de voorstanders van afschaffing van het gevangenissysteem (abolitionisme) zoals Bianchi en Kneepkens.

In het afgelopen decennium trad de restauratie in. De rechtse regeringen gingen gevangenen weer als onhandelbaar en onverbeterlijk (niet-resocialisabel) zien. Gevangenisstraf werd opnieuw opgevat als straf, afschrikking en wraak. Dus menselijkheid en resocialisatie verdwenen uit het beleid van het gevangeniswezen. Ook werden de straffen aanzienlijk verzwaard, nieuwe gevangenissen gebouwd en werd de meer psychologische manier van opsluiten geïntroduceerd. Vanuit bezuinigingsoogpunt mochten gedetineerden TV aanschaffen, zodat ze langer op cel gehouden konden worden en het aantal bewakers af kon nemen.

de pijn

In de laatste 50 jaar is het aantal geregistreerde psychische problemen en zelfmoorden onder gevangenen, in vergelijking met niet-gevangenen toegenomen van twee naar acht maal zoveel. Volgens Franke heeft dit te maken met de grotere aandacht hiervoor en het verdwijnen van het taboe op zelfmoord. In de discussies van de afgelopen jaren wordt dan ook steeds vaker naar voren gebracht dat een groot deel van de gevangenen dat nu vast zit door detentie rijp is voor psychiatrische behandeling. Onder het publiek hoort men tegenwoordig ideeën over gevangenen en gevangenissen waar de honden geen brood van lusten. Daarnaast zijn er de politici die elkaar regelmatig proberen af te troeven met reactionaire taal.

Herman Franke is als kriminoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam en heeft recentelijk een boek gepubliceerd. "Twee eeuwen gevangen, het emancipatieproces van de Nederlandse gevangene" gaat over de ontwikkeling van het Nederlandse gevangeniswezen in de laatste twee eeuwen. Bovenstaande is een samenvatting uit dat boek. Vanuit historisch oogpunt gezien is Franke's boek zeer de moeite waard, maar op het politieke vlak is zijn verhaal meestal onduidelijk en trekt hij, in mijn ogen, de verkeerde konklusies.

emancipatie

Door het boek heen komt steeds het woord emancipatie om de hoek kijken. Bijna elke ontwikkeling binnen het gevangeniswezen in de laatste twee eeuwen wordt door de schrijver gezien als een bijna natuurlijk proces van emancipatie. Dit ziet hij als een positief gegeven, een mogelijkheid die onze democratische maatschappij biedt. Soms ziet hij emancipatie als een bevrijding van onderdrukkende krachten, soms als wettelijke gelijkstelling, soms als erkenning van specifieke behoeften. Ook als deze doelen niet helemaal te bereiken zijn blijft de emancipatie volgens Franke altijd gericht op veranderingen die gevangenen meer kansen geven om het gedrag van hun bestraffers te beheersen en te beïnvloeden en hun eigen gedrag te bepalen. Hierbij kun je denken aan de mogelijkheden die gedetineerden hebben gekregen om zich te verdedigen, zoals een meer toegankelijke advocatuur of het aanspannen van een kort geding.

Franke noemt de veranderingen in het Nederlandse gevangenissysteem een emancipatoire ontwikkeling. Iemand als Foucault heeft bijvoorbeeld beweerd dat veranderingen binnen het gevangeniswezen juist geleid hebben tot een verfijnde en meer uitgekiende vorm van machtsuitoefening over gevangenen. Franke's acceptatie van het gevangenissysteem past precies in dit emancipatiedenken. Natuurlijk, als je de gevangenis van nu vergelijkt met die van honderd of vijftig jaar geleden hebben er veel veranderingen plaatsgevonden. De verschillen tussen straffers en gestraften zijn kleiner geworden (straffers kunnen tegenwoordig ook opgesloten en veroordeeld worden). Maar dat is tot nu toe niets nieuws of interessants. mannen, vrouwen, bejaarden, iedereen is emanciperende, de vraag is of het de machtsstrukturen heeft aangetast. Ik stel dat het niet zo is. En hier zit 'm dan ook het verschil tussen emancipatie en daadwerkelijke verandering.

psychologie

Franke noemt nieuwe gevangenissen, w.c. op cel en beklagrecht vooruitgang. Geen woord schrijft hij over de nieuwe gevangenissen die op een behavioristische leest zijn geschoeid (= gedrag en beheersingspsychologie. De mens wordt gezien als een 'black box' waar je prikkels instopt en reakties uitkomen. Bij goed gedrag komt men in een mild regime, maar bij opstandigheid treedt het zware regime in werking). Zelfs de bouw van die nieuwe gevangenissen is voor hem een positieve ontwikkeling. Iets wat hij wederom ondersteunt met het hebben van w.c en t.v. op cel en een omgeving die bestaat uit velerlei kleurtjes. De architect van de nieuwe gevangenis Leeuwarden liet zich inspireren door een Limburgse boerderij, maar de vrolijk gekleurde leuningen op de balustrade langs de cellengalerij en de speelse lichtinvallen werden ontleend aan Amerikaanse onderzoeken van beheersingspsychologen.

In een boek van Boudewijn Chorus en Rene van der Velden: "Gevangenen. De werkelijkheid achter tralies, elf interviews met gedetineerden", zijn toch heel wat andere geluiden te horen. Om een aantal voorbeelden te noemen:

* Het is een kille, gevoelloze bende. Ze maken je langzaam kapot. Ik voel dat ook; ik ga hier dood, ik sterf van binnen.

* Over het algemeen worden we in Nederland niet gefolterd. Ze maken ons psychologisch af.

* Je stompt af.... Je ziet vrouwen die na een jaar of drie een beetje als zombies rond gaan lopen. Het wordt zo monotoon. Die vrouwen zijn platgeslagen....

onaangepast is psychisch gestoord

Voor Herman Franke is de gevangenis met haar bewoners een maatschappelijk probleem. Deze maatschappij is goed en in de twee afgelopen eeuwen zijn we beter met onze gevangenen omgegaan. Lichamelijk geweld komt niet meer zoveel voor en bovenal hebben gedetineerden een fikse materiële vooruitgang geboekt. De isolatie is niet meer zo permanent als vroeger en de pijn en woede wordt toch redelijk opgevangen door w.c., t.v. en c.d. op cel. Om nog maar te zwijgen over de mooie kleurtjes en studiemogelijkheden. Een gevangenis is als een Hilton hotel.

Intussen is lichamelijk geweld vervangen door de psychische terreur van bureaucratie, isolatie en materiële welstand (alsof die w.c., t.v. en c.d. de pijn van het opgesloten zitten verzachten). En als het Hiltonhotel-principe niet werkt ga ik me afvragen hoe lang het nog zal duren voordat we de gevangenissen sluiten en al de 'onaangepasten' van deze maatschappij massaal gaan zien en behandelen als psychisch gestoorden (de Amerikaanse behavioristische psychiater Verdier stelt voor om gevangenen te hersenspoelen tot aangepaste burgers en daardoor het cellenprobleem op te lossen).

Voor mij is deze maatschappij het probleem en zolang ze mensen blijft isoleren en uitkotsen zal ze het probleem blijven.

Herbert Bitter

literatuur:

*Herman Franke. Twee eeuwen gevangen, het emancipatieproces van de Nederlandse gevangenen. Uitgeverij Balans. 1990

*Boudewijn Chorus en Rene van der Velden. De werkelijkheid achter de tralies. Uitgeverij Bruna. 1989

*Gerard de Jonge, Gerard Mols en Annelies van Vliet (red.) Crimineel Jaarboek 1991. Uitgeverij Papieren Tijger/Coornhert Liga. 1991