03 september 2022

Vrij

Weia Reinboud

De kop boven dit stukje is tevens de titel van een boek van Lea Ypi. Mijn Albaans is absent, het lijkt erop dat de uitspraak van haar naam Leá Uupí is. Ze is opgegroeid in de tijd van het Albaans stalinisme van Hoxha (uitspraak Hodzjá), supersektarisch want Hoxha keerde zich van Joegoslavië af toen dat een beetje minder communistisch werd, keerde zich van Rusland af toen daar een vleugje verslapping intrad, keerde zich van China af toen dat brokjes kapitalisme toestond. Maar verkruimelde zelf, als laatste Oostblokland, als laatste in Europa reëel bestaande socialistische staat.

Lea beschrijft hoe ze op school door de juf stalinisme toegediend kreeg. Hoe ze thuis enthousiast de leer verkondigde, terwijl haar ouders… Het knappe van het boek is dat ze echt van binnenuit beschrijft hoe dat was, van eerst die juf en later de verkruimeling.

Aan het eind stelt ze een interessante vraag.

Maar eerst dit. Het is niet moeilijk om op de gang van zaken in zo’n dictatuur met afgrijzen te reageren. Of met medelijden met de kinderen die daarin opgroeiden. Want wij hier… Nou, daar wou ik het even over hebben.

Wat doet de juf? Ze vertelt leergierige kinderen heldere verhalen. Ze heeft die verhalen zelf goed geleerd en misschien gelooft ze ze, misschien ook niet, maar de schoorsteen moet roken, ze moet elke dag eten kunnen maken, na lang in de rij voor de groentenwinkel te hebben gestaan. Een dictatuur zorgt ervoor dat er voldoende juffen zijn die de staatsideologie doorgeven. Ze zorgen ervoor dat er geen grammetje tegengeluid te horen is. Op de achtergond dreigen strafkampen en daardoor lukt het om de kinderen precies dat ene te leren, te laten geloven. Thuis hebben de ouders wel tegengeluiden, maar er dreigen strafkampen.

In communistische dictaturen ging het op die manier, in religieuze dictaturen gaat het op dezelfde wijze. Zijn er geen strafkampen dan zijn er misschien wel bendes van buitengewoon gelovige en buitengewoon gewelddadige venten die maken dat de durf om tegengeluiden te laten horen verdwijnt, omdat tegengeluiden rondbazuinen neerkomt op suïcide.

Maar zonder geweld kunnen religies er ook wat van. Er zijn vele religies op de wereld, in Nederland zijn er al tientallen verschillende soorten gereformeerdheid. De juffen op religieuze scholen doen precies hetzelfde als de juffen onder Hoxha, ze vertellen leergierige kinderen heldere verhalen. Zonder tegengeluiden. Of met dichtgetimmerde antwoorden op tegengeluiden. Er dreigt alleen een strafkamp in het hiernamaals, de hel.

Hoe het ook precies zit, het feit doet zich voor dat er ontzaglijk veel kinderen zijn over heel de wereld die geheel per ongeluk dezelfde ideeën aanhangen als hun ouders. Precies dezelfde. Dat is minstens merkwaardig, maar eigenlijk vooral verdacht. Het doet vermoeden dat er allerlei volwassenen zijn die kinderen als tabula rasa zien, als onbeschreven blad, als leeg vat, waar je, als je het slim aanpakt, van alles in kunt gieten. Je laat tegengeluiden weg. Of je maakt ze belachelijk. Of je maakt je eigen ideologie immuun voor ontzenuwing. Of je gooit er een paar drogredenen tegenaan. Of enzovoort. Dit hele proces zie je bij dictaturen, bij religies, dat laatste in brede zin zodat ook antroposofie en wappologie eronder vallen.

Maar ook bij hoe de kapitalistische ideologie doorgegeven wordt. In de NRC stond deze zomer een nogal kritische reeks artikelen over kapitalisme en groei, vorig jaar hadden ze ook zo’n reeks over kapitalisme. In beide jaren zónder een definitie van kapitalisme te geven! Dat gebeurde onlangs ook in televisieprogramma Zomergasten waar een bankierse (bankière?) de gast was. Ze viel met haar gedachten over klimaataanpak helemaal niet tegen maar toen ze ging opnoemen waar kapitalisme uit bestaat riep ik bij alles ‘niet!’ Ze noemde dingen die in deze economie spelen en omdat deze economie een kapitalistische is wordt alles kapitalistisch genoemd. Terwijl ze niet exclusief voor kapitalisme zijn en het zelfs zo is dat een niet-kapitalistische economie óók het klimaat kan vernielen. De tijd van de slavernij was niet-kapitalistisch, om nog iets te noemen.

De krant en de gast liepen om de hete brij heen, namelijk dat er een groep is, klasse is eigenlijk een beter woord, van mensen die geld over hebben, dat geld ergens investeren en er vervolgens rendement over vangen. Dat allerlaatste is waar het mis gaat, dat is de kern van kapitalisme, ik word niet moe het te herhalen. Er is een klasse van mensen die geld opstrijken zonder zelf te werken maar die anderen laten werken, anderen die dat geld dus niet opstrijken. Deze klasse heeft ervoor gezorgd dat de regeltjes voor hen gunstig zijn. Ze zorgden ervoor dat zij op een voetstuk kwamen te staan. Dat overheden hun slippen dragen. Dat enzovoorts. De duivel schijt altijd op de grote hoop, weer die duivel, maar nu in het hiernumaals.

Ergens moeten er dus mensen zijn die kinderen en andere ontvankelijke mensen niet het hele verhaal vertellen over kapitalisme. Misschien omdat ze zelf niet het hele verhaal geleerd hebben, misschien omdat ze gemeen zijn, misschien omdat ze dom zijn, misschien omdat ze zelf graag hebzuchtig zijn. In elk geval is het verdacht dat dit aldoor zo gaat, dat veel mensen per ongeluk precies zo denken over economie als de vorige generatie. In het geval van kapitalisme gaat het, net als bij stalinisme, om echt zwaar giftig gedachtegoed.

Lea Ypi laat in haar autobiografische verhaal zien hoe er steeds vrijheid in het spel is. De juf heeft daar mooie verhalen over, over hoe vrij ze zijn. Bij de latere instorting van het stalinistische Albanië zijn er ineens allerlei andere vrije keuzes mogelijk. Soms mooie, soms desastreuze. De economie die dan ontstaat heet vrij te zijn, maar intussen is de solidariteit die er voorheen was aangetast of zelfs verdampt. Ze vraagt zich af of het niet anders kan.

Ze heeft daarbij een bemoedigende gedachte: ze heeft al een keer meegemaakt dat een heel gedachtegoed verkruimelde, in heel korte tijd. Zou dat niet nog een keer kunnen, maar dan met het onsolidaire kapitalisme?


Recente blogs