30 augustus 2021

Rutte blok aan been VVD

Henk Witte

De  kabinetsformatie dreigt volledig vast te lopen. Er is nadrukkelijk sprake van wantrouwen tussen de diverse partijen en hoewel onuitgesproken door welke betrokkenen ook kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat het grootste wantrouwen in de richting van Mark Rutte gaat.

Natuurlijk wordt vooralsnog zoiets niet hardop gezegd. Daarvoor staat het democratisch principe bij de betrokken partijen nadrukkelijk in het vaandel. De VVD is verreweg de grootste partij en Rutte heeft opnieuw een duidelijk mandaat tot verder regeren van de kiezer gekregen.

Maar het is nog steeds diezelfde Markt Rutte die zich door zijn gespeelde vergeetachtigheid ongeloofwaardig en vooral ook onbetrouwbaar heeft gemaakt. Het wordt hem allicht door de andere partijen kwalijk genomen dat hij hen kennelijk niet serieus neemt en voort wil werken op de macht van de toenemende arrogantie.

De herhaaldelijke overwinningen de laatste afgelopen vier verkiezingen en de roes waarin men sinds die tijd is gaan leven hebben de VVD en haar leider een redelijk zicht op de politieke verantwoordelijkheid en zelfs op het landsbelang ontnomen.

Het ziet er naar uit dat de demissionair kabinet nog een zure prak voorgeschoteld gaat krijgen met de evaluatie van de ontwikkelingen in Afghanistan tijdens de evacuatie. Meer en meer wordt duidelijk dat er maar verdomd weinig regie was tijdens de spannende weken waarin de Taliban zich weer liet gelden.

Terwijl de verantwoordelijke ministeries tijdens deze toenemende chaos in Kabul duidelijk steken lieten vallen, schitterde Rutte door afwezigheid. Hoewel er niet een één op één vergelijking met Srebrenica gemaakt mag worden, een zaak die het einde aankondigde van Wim Kok als premier, zullen er met Rutte nog stevige noten gekraakt gaan worden. Een confrontatie die wel eens zou kunnen leiden tot opnieuw een motie van afkeuring of misschien zelfs wantrouwen, maar hoe dan ook tot een nieuwe deuk in het imago van de huidige minister-president.

Een beschadiging die hem nog verder in een wankele vertrouwenspositie brengt en die er – het is niet onwaarschijnlijk - wellicht toe leidt dat hij moet vaststellen dat het omwille van het landsbelang en het vlottrekken van de formatie misschien maar beter is terug te treden.

Een man die zo graag staatsman wil zijn maar het nooit zal worden, zou nu al de conclusie kunnen trekken dat hij, Afghanistan indachtig, opnieuw gefaald heeft en dat hij, in het besef dat feitelijk hijzelf het grootste struikelblok is,  zich maar beter kan afmelden. Maar zoals gezegd, een Staatsman zal hij nooit zijn en zo’n stap zal hij dus ook nooit nemen, het land ten spijt.

Henk Witte


Recente blogs