• 15 januari 2010
    Oorlog en ontwapening

45 minutes of fame

Ronald van Haasteren

Door al het partijpolitieke geneuzel over de crisis in de coalitie, psychologische duidingen van het stijfkoppige karakter van Balkenende en andere afgeleide oprispingen uit het politiek-mediale circus zou je haast vergeten dat de commissie-Davids een aantal fundamentele mechanismen in de Nederlandse politiek heeft blootgelegd. Het echte, fundamentele schandaal wat de commissie-Davids op tafel heeft weten te krijgen is het feit dat over de principieel politieke beslissing om de Verenigde Staten en Groot-Brittannië te volgen in hun ramkoers ten opzichte van Irak, noodzakelijk uitmondend in een aanvalsoorlog, precies 45 minuten is vergaderd. En wel op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, door een select groepje topambtenaren en hun chef De Hoop Scheffer. Een beslissing op de automatische piloot: Nederland volgt de transatlantische band, wat de VS doen is per definitie goed en per definitie in het Nederlandse belang. Zo plat is de werkelijkheid. Ook nu is het kwaad vooral banaal.

Nu leeft in meer radicale kringen uiteraard al langer de mening dat Nederland het schoothondje is van Amerika. Maar de officiële bevestiging door de commissie-Davids van dit mechanisme, ook in zaken van oorlog en vrede, is daarom niet minder welkom en zou moeten leiden tot een fundamentele herbezinning op de uitgangspunten van het Nederlandse buitenlandse beleid. Want wie het rapport van de commissie doorspit, kan niet anders concluderen dan dat alles wat daarop volgde - misleiding van het parlement, gerommel met de rechtsgrondslag – allemaal terug te voeren is op die ene Pavlov-reactie: wat de VS doet, is goed. Zoals ook de Nederlandse inlichtingendiensten merkten. "Vanuit het Ministerie van Buitenlandse Zaken werd vernomen dat het besluit om wel of geen steun aan de VS te verlenen louter op opportunistische reden zal worden genomen, of Irak nu wel of niet over NBC-wapens beschikt.” Mededelingen van de inlichtingendiensten – dat er wel wat kanttekeningen te zetten waren bij de Amerikaans-Britse beweringen over de aanwezigheid van massavernietigingswapens en Irakese steun aan Al Qaida – werden dan ook geroutineerd naar de prullenbak verwezen.

De mooiste opmerking in het rapport komt echter op conto van De Hoop Scheffer zelf. In een gesprek met de commissie-Davids verklaarde hij 'geen enkel moment achterdocht' te hebben gekoesterd dat de informatie van de Amerikaanse inlichtingendiensten waren gepolitiseerd om het besluitvormingsproces te beïnvloeden.” De schat. Kennelijk nooit een geschiedenisboek gelezen. Nu lopen er uiteraard wel meer niet-belezen, naïeve dan wel stompzinnige idioten in ons landje rond, maar die laat je dan ook op zijn hoogst een oliebollenkraam bestieren. Die zet je niet aan het hoofd van het departement van Buitenlandse Zaken.

Of de parlementaire behandeling van het rapport nog consequenties zal hebben voor types als De Hoop Scheffer is onduidelijk en zal wel weer ondersneeuwen in partijpolitieke- en coalitiebelangen. Maar de samenleving zou toch ook op de een of andere manier de rekening moeten kunnen presenteren voor gebleken onkunde, manipulatie en naïviteit. Hier ligt een schone taak voor de Universiteit van Leiden. Want die universiteit heeft De Hoop Scheffer een baantje als hoogleraar aangeboden. De man gaat studenten onderwijzen over internationale politiek, diplomatieke praktijk en vraagstukken van vrede, recht en veiligheid. Dat is een blamage van de eerste orde en dat kun je zelfs Leidse studenten niet aandoen. Dan kweek je een volgende generatie nitwitten. Ons land verdient beter, zo zouden we Wilders kunnen parafraseren. Dus universiteitsbestuur: intrekken dat aanstellingsbesluit, openbare excuses maken voor deze misstap en De Hoop Scheffer op een zwarte lijst plaatsen vanwege gebleken ongeschiktheid voor het vervullen van welke openbare functie dan ook die enige intelligentie, kennis, historisch besef en analytisch vermogen vereist.