• 18 september 2009
    Migratie en asielrecht

Ramadankoekjes

Wendela de Vries

Elk jaar eind december bakt mijn  vriend zo veel zulke lekkere oliebollen dat niet alleen de hele familie maar ook alle buren op onze Amsterdamse trap met buikpijn het nieuwe jaar in gaan. En elk jaar tegen Suikerfeest boent de ene Marokkaanse buurvrouw onze stoep (ik doe dat in het voorjaar) en bakt de andere Marokkaanse buurvrouw grote schalen mierzoete ramadankoekjes. Daarmee houdt de integratie in ons huis wel zo'n beetje op, want de Nederlandse kinderen en de Marokkaanse kinderen spelen niet met elkaar (andere speelgewoontes) en de Nederlandse buren drinken wel een glaasje wijn bij elkaar, maar daar doen de Marokkanen dan weer niet aan mee, want wijn is Haram. Het delen van feestgebak is as far as we can come. Dat maakt die feesten des te belangrijker.

Het is dan ook onbegrijpelijk dat het belangrijkste en leukste islamitische feest, het Suikerfeest, nog steeds door de meeste niet-islamieten wordt genegeerd. Wij krijgen vrij voor totaal onbegrijpelijke christelijke hoogtepunten (Pinksteren? Heeft iemand enig idee wat Jezus deed met Pinksteren?) en dan bovendien nog twee dagen, wat in omliggende christelijke landen erg vreemd wordt gevonden. Tweede paasdag, twee kerstdag en tweede pinksterdag hebben niets met het christendom te maken maar zijn door vakbonden bedongen vrije dagen, die voor het gemak aan bestaande christelijke vrije dagen zijn vastgeplakt. Maar vrij op Suikerfeest, dat blijkt nog steeds onhaalbaar. Een poging van Doekie Terpstra enkele jaren geleden om het Suikerfeest tot officiële feestdag te verheffen leidde tot een storm van protest uit de achterban van zijn christelijke vakbond. Hij trok het voorstel schielijk terug, vaststellend dat 'de tijd nog niet rijp" was. Het toont overigens ook aan dat er blijkbaar niet veel islamitische achterban in die vakbond zit, die Terpstra massaal had kunnen steunen.

Het negeren van het Suikerfeest leidt tot rare situaties. Dit jaar valt het toevallig op zondag, maar als het suikerfeest op een doordeweekse dag valt zijn op sommige scholen halve klassen afwezig. Overigens was dat begin vorige eeuw nog veel erger. Mijn oma zat op school in de tijd dat er nog op zaterdagochtend lesgegeven werd. Elke zaterdagochtend zat ze met slechts twee andere kinderen in de klas, de rest had Sabbat. Helemaal niet erg, vond mijn oma, ze had altijd mogen tekenen en had daar goede herinneringen aan. En blijkbaar vond iedereen het doodnormaal. Een kwestie van gedogen, een oud-Nederlands gebruik dat onder druk van de EU dreigt uit te sterven (zie het drugsbeleid) maar dat we vooral in ere moeten houden.

Je zou verwachten dat er in linkserige, zeg groenlinkserige kringen wel enig benul van het belang van Suikerfeest zou bestaan. Maar uitgerekend in deze hoek is men zo dom geweest om de autoloze zondag op de dag van het Suikerfeest te laten vallen. Terwijl oma’s en neven en tantes vervoerd moeten worden van de ene schranspartij naar de andere is de Amsterdamse binnenstad afgesloten voor autoverkeer. Dat toont ook weer aan dat er niet veel islamistische achterban bij de milieubeweging zit, want die zouden daar toch wel een stokje voor gestoken hebben. Als je allochtone Amsterdammers voor de milieubeweging wilt interesseren -ook allochtone moeders maken zich zorgen over fijnstof bij speeltuinen- dan is dit wel een slechte binnenkomer.

Het is niet goed dat we niet samen vertegenwoordigd zijn in belangenorganisaties. Als er meer islamieten in de vakbond zaten kreeg Terpstra zijn Suikerfeestvrij er doorheen, als er meer islamieten in de milieubeweging zaten was de autovrije dag een week uitgesteld. Als er meer islamieten in het COC hadden gezeten was homoseksualiteit en islam eerder als pijnpunt gesignaleerd en bespreekbaar gemaakt, waarmee wellicht veel verdriet voorkomen had kunnen worden.

De enige belangenorganisatie waar ik ooit goede en gelijkwaardige samenwerking heb gezien (afgezien van Nederland Bekent Kleur, waar samenwerking core business is) is het Komitee Anti Golf Oorlog geweest, dat functioneerde tijdens de eerste Golfoorlog. Daar werden Turkse en Marokkaanse vakbonden en vluchtelingen-zelforganisaties van het begin af aan op voet van volkomen gelijkwaardigheid in de organisatie opgenomen. Niet dat het makkelijk was, alleen al omdat op een vergadering soms zeven talen werden gesproken (het Europees Parlement heeft er meer, maar die hebben simultaantolken). En vermoedelijk waren sommige Arabische leuzen en spandoeken bij de demonstraties niet helemaal conform de gezamenlijk afgesproken politieke lijn. Maar het was wel een goede manier om ‘de boel bij elkaar te houden’, iets waar we met z’n allen erg ons best voor moeten doen.

De kleurrijke Babylonische spraakverwarring tegen de Golfoorlog heeft maar kort bestaan. Niet lang daarna werden anti-oorlogskomitees weer volgens de Nederlandse ons-kent-ons structuur georganiseerd en werden allochtone groepen hooguit als toehoorder uitgenodigd. Iemand zei me ooit in alle ernst dat het ook niet anders kon, omdat die allochtonen er in oorlog- en vredezaken vreemde meningen op na hielden. Tja, als het ene deel van het gezelschap zijn beeldvorming door Al-Jazeera laat bepalen en het andere deel door CNN moet er inderdaad enige moeite voor gedaan worden om elkaars standpunten te begrijpen. Maar dat is toch ook precies waar je het voor moet doen?

Integratie moet van twee kanten komen. Ramadankoekjes en oliebollen moeten gelijkelijk worden aangevoerd, en we moeten samen zorgen voor een geboende stoep. Daar hebben we uiteindelijk allemaal belang bij. Hoopgevend is overigens, dat zowel de Nederlandse als de Marokkaanse kinderen op Hyves zitten. Misschien zullen ze elkaar uiteindelijk toch nog ontmoeten, in cyberspace.