• 01 december 1991
    Arbeidsethos en uitkeringsstrijd

"We willen als mens erkend worden en dat hoeft niets te kosten..." Interview met Vrouwen en de Bijstand

Gertjan van Beynum en Bas van der Plas

Dat de Utrechtse cityvorming absurde proporties aanneemt hadden we uit een artikel in Konfrontatie al begrepen. Maar om, gezeten in de sneltram, een en ander 'live' te kunnen aanschouwen is een aparte ervaring. Betonkolossen verrijzen op alle mogelijke en onmogelijke plekken. Bouwkranen wedijveren om het uitzicht te bederven, schreeuwerige borden van makelaars die tienduizenden vierkante meters kantoorruimte aanbieden. De totale vervreemding slaat toe als we bij ons doel komen: een interview met het Landelijk Steunpunt Vrouwen en de Bijstand. We vergeten het sick building syndroom zo ver mogelijk om het over de 'sick society' te hebben.

Konfrontatie sprak met Rita Houweling en Alida Smeekes, vrijwilligsters bij het Landelijk Steunpunt.

Bij het Steunpunt werken allemaal vrijwilligsters. Iedereen kan hier solliciteren, als men wil komen werken dan is daar een mogelijkheid voor. Het enige criterium dat we hebben is dat het een vrouw moet zijn die te maken heeft met de bijstand, die dus of een bijstandsuitkering heeft of een lage weduwen-uitkering, of haar man moet in de bijstand zitten, als gezin dan. Vrijwilligsters zijn wel verplicht om tenminste een dag per week te werken en eenmaal per twee weken de vergadering van het Steunpunt bij te wonen. Op dit ogenblik werken we hier met zes vrouwen, maar dat is eigenlijk te weinig. We streven toch wel naar een stuk of twaalf, veertien, dat lijkt me het mooiste.

In jullie blad staat een overzicht van provinciale steunpunten. We zagen dat er in een aantal provincies vacatures zijn...

Ja, het is heel moeilijk om actieve vrouwen te vinden die er tijd in willen steken en het is natuurlijk ook zo dat je op korte termijn weinig resultaat ziet, dus vrouwen worden heel snel ontmoedigd. Je werkt dan veel, maar er komt voor jezelf eigenlijk weinig uit. En omdat je met zo heel weinig bent heb je ook vaak dat je alles wil doen wat er gedaan moet worden en daardoor toch instort en denkt nou, ik hou er mee op... Vooral het afgelopen jaar hebben we dat veel meegemaakt, toen hebben we een tribunaal georganiseerd en dat is vreselijk veel werk. Daarna zijn veel vrouwen ziek geworden.

Maar krijgen jullie geen ondersteuning van groepen als de Rooie Vrouwen in de PvdA en de Vrouwenbond FNV...

We hebben wel informele kontakten met de Rooie Vrouwen; er werkt er in ieder geval een op het Steunpunt. Het is dus niet zo dat we daar nou mee overhoop liggen of zo, maar wel vind ik dat ze teveel met het arbeidsethos bezig zijn. Betaalde arbeid buitenshuis is werk en binnenshuis is dat niet. De Vrouwenbond FNV is dan toch wat genuanceerder bezig. Daar is meer begrip voor mensen met een uitkering. Maar we krijgen er toch geen rechtstreekse ondersteuning van, dat is altijd op ons verzoek, en dan moet ik zeggen dat ze toch wel meewerken.

We hebben natuurlijk wel een ingebouwde voorzichtigheid tot wie we onze verzoeken richten. Ik ga bijvoorbeeld niet aan de Rooie Vrouwen vragen of ze hier een lezing willen houden voor Bijstandsvrouwen, want ze hebben geen boodschap aan vrouwen die niet werken, daar komt het uiteindelijk op neer. Je kan dus niet zeggen dat we met de Rooie Vrouwenorganisatie, als het grote geheel, een vast contact hebben of zo, zodat je zegt ik weet precies wat daar allemaal omgaat. Het zijn meer ad hoc dingen, dat je tegen iemand aanloopt, dat je iemand spreekt, reacties van andere vrouwen die zelf bij de Rooie Vrouwen zitten maar dan zeggen, waar ze nou mee bezig zijn, dat soort dingen.

En dat is met de FNV Vrouwenbond ook. Je kent op een gegeven moment een paar vrouwen die in de openbaarheid treden en van de manier waarop zij omgaan met vrouwen kan je zeggen: dat gaat echt op een beetje goeie manier lijken om met elkaar om te gaan. Daar kan dan een achterban van 200.000 achter zitten, maar, en dat vind ik ook bij andere organisaties, het is toch vaak de persoon waar je mee bezig bent die voor jou zo'n organisatie uitmaakt.

Betekent het dan dat jullie met een heel andere strijd bezig zijn dan de Vrouwenbond of de Rooie Vrouwen?

Nee, er zijn parallellen, bijvoorbeeld om de onbetaalde arbeid verdeeld te krijgen en meer zicht te krijgen op al het werk dat vrouwen verzetten, positieverbetering in de maatschappij. Wij hebben ons toegespitst op het juridische gedeelte. Daar is de Vrouwenbond FNV op 't moment ook wel mee bezig, zijdelings met die pensioenrechten en dergelijke, ze kaarten het in ieder geval aan. Ze komen er mee naar buiten en dat geeft sowieso natuurlijk steun aan de groeperingen die daar echt werk van willen maken. Alleen al het idee dat de Vrouwenbond FNV daar ook mee bezig is is al een duwtje in de rug...

Er zijn dus parallellen, maar op een gegeven moment krijg je dat punt, dat breekpunt. Ik heb pas een themadag in Den Bosch gehad over het verdelen van onbetaalde arbeid, georganiseerd door de Provinciale Vrouwenraad. Dan blijkt dus, hoe ver je ook met elkaar op kunt trekken, wat voor gat er gaapt... Er waren daar vrouwen die stelden ja, al dat vrijwilligerswerk, als dat allemaal betaald moet worden, dat moet je toch allemaal vrijwillig kunnen doen. Dat is leuk geredeneerd vanuit degene die een behoorlijk inkomen achter zich heeft staan. Ik mág ten eerste dat vrijwilligerswerk niet doen, ik moet naar de arbeidsmarkt en als ik het al doe, dan toch omdat m'n ziel erin ligt. Maar als ik met hetzelfde werk een leuke betaalde baan zou krijgen, dan zeg ik ook, nou, dan maar betaald. Maar het is heel moeilijk om te combineren, om zo strijdvaardig te blijven eigenlijk.

Op die themadag, waar trouwens toch 200 vrouwen op afgekomen waren terwijl je zou denken dat het verdelen van onbetaalde arbeid al een uitgekauwd thema is, zit ik dan m'n eigen stekkie te verdedigen. Maar dan zit er ook zo'n groot gedeelte dat meteen dwars gaat liggen als je het over betaling hebt of in ieder geval over het opnemen van al die onbetaalde arbeid in het bruto nationaal produkt. Of het nou betaald wordt of niet, neem in ieder geval op wat er betaald zou moeten worden, want dat werk moet wel gebeuren en als het niet gebeurt...de cijfers kloppen gewoon niet.

Er waren daar vrouwen die zeiden hoe kan je nou het werk dat je als moeder doet laten betalen, dat is toch onbetaalbaar. Ik zeg maar ja, al zouden ze maar heel voorzichtig beginnen bijvoorbeeld. Het grootste gedeelte ligt dan dwars, maar dat is gewoon omdat ze van een ander uitgangspunt uit kunnen gaan. Ze hebben de mogelijkheid om uit te gaan van alle voorzieningen die er al zijn. Als een vrouw kan zeggen dat werk moet onbetaald blijven, dan moet ze toch op de een of andere manier een inkomen hebben. Dan zeggen ze: we vinden dat iedere Nederlander economisch zelfstandig moet kunnen zijn. Prima, dat vind ik ook, maar dan wel in verhouding. Dan niet degenen die thuis een taak hebben buitenshuis ook nog eens veertig uur een extra last geven.

Maar wat denk je dan van een basisinkomen?

We zijn daar wel mee bezig, we pakken alles aan om in ieder geval het recht te hebben op een inkomen. Want zover zijn we nog steeds niet gekomen hoor, we parasiteren nog steeds. Officieel hebben we wel het recht, maar in de wandelgangen hebben we nergens recht op. Je zit maar thuis te nietsen, je hebt helemaal nooit deelgenomen aan het arbeidsproces. Daar wordt helemaal niet over gesproken, alsof je nooit een leven hebt gehad voor dat je in de bijstand kwam. Wat dat betreft komt natuurlijk het basisinkomen een heel stuk de goede kant uit, maar het linke vind ik van dat basisinkomen dat iedereen er weer mee gaat spelen. Want wij willen wel een basisinkomen, maar dan wel een basisinkomen waar je van kunt leven. En dan komt er een ander die zegt, iedere Nederlander 400 gulden en voor de rest zoek je het maar uit. Dus dat is een heel eng begrip vind ik, hoor. Ik denk dat je heel sterk moet zijn wil je er iets leuks van kunnen maken voor de mensen die echt aan die basis zitten.

Nadat we jarenlang als Bijstandsvrouwen alleen maar gevraagd hebben om meer geld en tegen de verslechtering van de regelgeving protesteerden, daar iedere keer maar weer achteraan liepen te hobbelen, waren er een paar die, in een helder ogenblik, dachten wat er ook gebeurt, we worden steeds maar armer. Hoe komt het nou dat juist vrouwen zo ontzettend arm worden. Daarover doordenkend zijn we op de huwelijkswetgeving gekomen. Als je eenmaal getrouwd bent en je komt in een scheiding terecht en je man wil niet voor je betalen, of als je zelf niet wilt dat er voor je betaald wordt, dan kom je in de bijstand terecht en kom je in de armoede. Als je trouwt dan zijn er kostwinnersvoorzieningen voor het hoofd van het gezin, maar zo gauw je gaat scheiden blijft daar niets van over voor de vrouw. Met die nieuwe nabestaandenwet komt dat wel heel duidelijk naar voren. Als vrouw zijnde werk je je leven lang voor niks en als je dood bent krijgt je weduwnaar het geld voor al het werk dat jij al die jaren hebt verricht. Die krijgt een postume uitbetaling.

We gingen toen een tribunaal organiseren om vooral die huwelijkswetgeving aan te kaarten. Want het bleek dat je in heel veel wetten afhankelijk bent van je kostwinner. Bijvoorbeeld de pensioenwetgeving. Alle vrouwen die voor 1981 gescheiden zijn hebben nergens recht op. Dan kan je veertig jaar in een huwelijk gezeten hebben en dan heb je niks. Dan is er de zedelijkheidswetgeving. Op het moment is het nog steeds zo in Nederland dat je binnen je huwelijk niet verkracht kunt worden, het is dus geoorloofd. Dat hebben we aangekaart. En de afhankelijkheid van kinderen van hun moeder, bijvoorbeeld bij de studiefinanciering.

Bij het tribunaal werd de Staat der Nederlanden aangeklaagd vanwege de wet en regelgeving die direct of indirect discriminerend is voor vrouwen. Voor onszelf was het een hele mooie climax. Vanaf het moment dat je ontdekt hoe wetten in elkaar zitten. Er zijn wetten waar vrouwen helemaal niet in voorkomen, waarin alleen maar over de man gesproken wordt. Of er zijn wetten waarin over de mens gesproken wordt, maar waarmee eigenlijk alleen maar de man bedoeld wordt. Dat je dat met zo'n tribunaal tot een goed einde hebt gebracht is een mooi resultaat.

Begin oktober zijn alle teksten ook in boekvorm verschenen en kunnen we dit in zoverre afsluiten dat we nu aan een aantal dingen daadwerkelijk onze medewerking kunnen geven. Over pensioenen zeiden we vroeger bijvoorbeeld als je wat adressen wilt hebben of zo, dan kan dat, maar nu zouden we ook rechtszaken kunnen ondersteunen. Toen we naar het tribunaal toewerkten kwamen we mensen tegen die voor zichzelf daar al mee bezig waren, die hebben we hun verhaal laten vertellen. Nu gaan we bekijken welke zaken we op kunnen pakken en daar echt mee aan de gang kunnen gaan.

Het tribunaal gaf handvatten om met concrete zaken aan de slag te kunnen gaan?

Het was ook de bedoeling om een maatschappelijke discussie op gang te krijgen. Dat is ontstaan tussen bijvoorbeeld kerkvrouwen en bijstandsvrouwen, die zijn er ontzettend druk mee geweest. In onze eigen omgeving had je vrouwen die uit de kerk gedonderd werden omdat ze gescheiden waren. Maar wat dat betreft is er al heel wat losgekomen en wordt er in ieder geval over gesproken. Voor mij is het dus ook helemaal geen toevalligheid dat vorig jaar het COC zo druk bezig is geweest met die huwelijkswetgeving. Het is duidelijk dat als wij daar al mee bezig zijn, dat het hier en daar opgepikt wordt. We hadden daar een studiedag over en verder hebben we natuurlijk al een hele tijd reclame gemaakt voor dat tribunaal, met pennetjes, tasjes en boekjes. Dat zoiets opgerakeld wordt, dat hoort bij elkaar.

Zo zijn we ook bezig geweest met naamswijziging, want daar komt de vrouw ook helemaal niet aan te pas. Er lag al tien jaar een wetsvoorstel. We zijn goed en wel bezig met die actie, vanaf maart zijn we gaan bellen om een petitie aan te bieden met handtekeningen voor naamswijziging. Het ministerie had daar geen zin in en uiteindelijk is de petitie in oktober in ontvangst genomen door de vaste kamercommissie.

Ik vlei mezelf dan maar met de gedachte dat al het werk dat je ervoor verzet toch een bepaalde invloed heeft, ja, ik geloof het ook echt hoor. Het is gewoon veel te opvallend. We zijn bezig met de pensioenrechten en ineens komt dat ook op... We hebben het ook over die kostwinnersfaciliteiten, daar willen we vanaf. Maar dan moet je dat gedeelte wat bestemd is voor het werk dat de vrouw doet in het gezin ook voor die vrouw bestemmen. Dan moet je niet de kostwinnersregeling weghalen als een bezuinigingsmaatregel zodat iedereen erop achteruitgaat, dat is natuurlijk ook niet de bedoeling.

Het tribunaal heeft dus een aantal indirecte positieve punten opgeleverd. Maar hoe zien jullie de toekomst voor vrouwen met een bijstandsuitkering, bijvoorbeeld tegen de achtergrond van Europa 1992?

We zitten ook in Europese netwerken. Het enige wat we kunnen proberen is te voorkomen dat het zo wordt dat het rotste systeem van Europa overal moet gaan gelden. En Nederland is daar hard mee bezig, want het is natuurlijk een mooie kans om te kunnen bezuinigen. En als ze hier niet al te zware lasten hebben staan ze straks natuurlijk ook beter in de EEG. Maar ik denk ook dat je, juist door het Europese, een algehele afbraak kunt voorkomen. Ik heb het idee dat als je alleen maar zou zijn overgeleverd aan wat ze hier bekokstoven, zoals het de laatste tien jaar hier gaat, dat je dan beroerder uit zou zijn. Nu zijn er in ieder geval nog Europese normen waar ze zich aan moeten houden.

Maar zijn die dan zo sociaal, zo vrouwvriendelijk?

Nee, maar je bent nu ook met een grotere groep om in ieder geval je stem te laten horen, en ik denk dus dat er niet teveel afgeknepen moet gaan worden, anders krijg je hier ook het soort taferelen zoals laatst in Engeland. Die rellen, daar zijn ze als de dood voor, er worden hele commissies op uitgestuurd om te bekijken hoe dat nou heeft kunnen ontstaan. Je weet dat het gebeurt, maar zelfs al wordt het voorspeld dan willen ze het nog niet geloven. Voorheen werd je voorgehouden dat het allemaal zo goed was in Europa, en Nederland heette dan de beste te zijn, maar die verhaaltjes gaan gewoon niet meer op. Want je kent nu andere groepen uit Europa, je praat met de mensen, je weet wat er gebeurd is met ze. Op die manier kan je Europa als een soort steunpunt zien.

We zitten in een EEG anti-armoedenetwerk, een netwerk van eenoudergezinnen, bij een Women's Exchange Program, gericht op het uitwisselen van informatie die voor vrouwen belangrijk is, en dan zitten we ook nog bij een Europese overleggroep kinderopvang. Maar ook via het Breed Platform Vrouwen voor Ekonomische Zelfstandigheid zijn er Europese kontakten. Als we zelf minder tijd aan ons tribunaal besteed zouden hebben dan hadden we ons daar ook wat meer voor op kunnen werpen, maar je kunt je tijd natuurlijk maar een keer gebruiken. Bepaalde dingen moeten dan gewoon blijven liggen. Vandaar dat we pas na het tribunaal ons echt in Europa konden verdiepen en dat we ook nog eens ergens het voortouw in zouden kunnen nemen.

Vrouwen en de Bijstand zijn ooit bekend geworden door hun acties rond de 400 gulden eis, nog na te lezen in het boek "Zielig zijn we niet". Wat is daar nu nog van over?

Die 400 gulden eis kwakken we nog wel eens op tafel, die blijft nog steeds staan. In de aanloop naar het tribunaal (in november 1990) hebben we een heel actiejaar gehad, waaronder rond de tweedeling in het voedselpakket. Want het is gewoon zo dat als jij met een uitkering zit je geen gezonde voeding kunt kopen. Dat houdt gewoon op. Je kan natuurlijk wel bruin brood eten, maar als je gaat kijken waar allemaal kleurstof in zit...het enige wat je dan nog kan eten is gewoon droog brood. Als je tenminste bij een warme bakker komt waar je nog controle op uit kan oefenen of die er niet van alles ingooit. In je voedselpakket komt het er dus heel duidelijk uit dat je tekort komt en toen hebben we dat meteen weer gebruikt van okee, we moeten die 400 gulden er bij hebben waar we jaren geleden al om gevraagd hebben. Het is natuurlijk meestal de vrouw die ervoor moet zorgen dat er te eten is, die van een cent twee maaltijden moet zien te verzorgen.

De aandacht voor armoede neemt wel toe, maar ik moet eerlijk zeggen dat je er op een gegeven moment zo moe van wordt. Want je wordt te pas en te onpas overal bijgerukt vanwege het feit dat je arm bent, maar heel vaak word je behandeld alsof je niet alleen materieel maar ook geestelijk arm bent. En dan heb ik zoiets, laten we nou maar eens niet over armoede praten, maar wat we ertegen willen doen. Ik wil nou weleens over onze veerkracht praten, want uiteindelijk zijn we er nog steeds en we vechten nog steeds. Alleen heeft het geen zin meer om te gaan roepen we moeten er 400 gulden bij hebben.

Als we iets hebben dan gooien we die eis er wel weer bij, maar het heeft geen zin om daarop actie te voeren, want dat is een verloren zaak. In deze tijd, als ze beginnen over verlaging van minimumlonen, van studiebeurzen, terwijl je uitkering afhankelijk is van het minimumloon, dan moet je natuurlijk niet als uitkeringsgerechtigde er 400 gulden bij gaan vragen als actiepunt. Ik denk dat je dan beter kan zeggen die wetgeving deugt niet, zorg dat er een behoorlijke wet komt. Want die 400 gulden die je er nu bij vraagt is over twee jaar ook al weer tekort. Ze geven je 400 gulden en ze knabbelen meteen. Want dan heb je 400 gulden meer en dus kan je huursubsidie omlaag en noem maar op, dan blijft daar ook niks van over.

Het voordeel van zo'n concrete eis is wel dat je daar makkelijker mensen op kunt mobiliseren en steun kunt krijgen...

We kunnen toch merken dat door discussies, artikelen en spreekbeurten onze punten ook bij de achterban gaan leven, terwijl je eerst nog het idee had dat je tegen een muur zat aan te praten. Bijvoorbeeld over de huwelijkswetgeving. Er waren mensen die dat heel eng vonden, zoals mensen met een kerkelijke achtergrond die dachten dat je alleen maar wilde hokken en zo, weet je wel, dat het huwelijk maar naar de knoppen moest en zo. Maar door iedere keer weer aan te komen met voorbeelden over wat er gebeurt, want kijk, als ik bij jou kom werken dan betaal je mij gewoon uurloon en op het moment dat ik met je trouw dan krijg ik geen reet meer en dan krijg jij meer als kostwinner. En ik doe hetzelfde werk, maar ik heb helemaal geen rechten, ik heb niks meer, terwijl ik daarvoor van alles had.

Als je dat maar iedere keer duidelijk naar voren bracht dan weten ze nu wel waar je het over hebt, het wordt ook veel minder beangstigend voor ze. Maar ik kan me ook wel voorstellen dat als je 40 jaar getrouwd bent geweest, want je bracht het niet alleen naar bijstandsvrouwen maar ook naar andere vrouwen, dat je er dan opeens achterkomt dat je veertig jaar lang voor Jan met de korte achternaam bezig bent geweest. Want op het moment dat hij weggaat heb je niks meer, je hebt geen inkomen meer en je hebt ook nergens meer recht op. En het huis waar je al die tijd voor gezorgd hebt gaat voor de helft ook nog naar hem en als je dan in de bijstand komt mag je die andere helft eerst gaan opvreten voordat je geld krijgt. Nou dat is natuurlijk fors schrikken, niemand wil natuurlijk op de mogelijkheid gewezen worden dat je ook in die rottigheid terecht kunt komen. En je gunt het ook niemand.

Maar de armoede neemt wel toe...

Door de plannen met de WAO waar ze nu mee bezig zijn en de weduwenpensioenen die ook lager uit gaan komen. Ik vrees dus dat we die kant wel opgaan, in ieder geval door hoe er nu met de mensen omgegaan wordt er geen verbetering komt.

...en dat roept meer verzet op?

Dat is dus het gevolg ja. Ik denk dat die grens heel nauwlettend in de gaten gehouden wordt. Tot hoever kunnen we gaan.

Denk je dat het mogelijk is binnen de huidige maatschappelijke verhoudingen jullie eisenpakket te realiseren?

Een van onze voornaamste eisen is dat we als mens erkend worden, daar komt het eigenlijk op neer en dat hoeft niets te kosten. Ik denk dat dat best een eis is die verwezenlijkt kan worden, maar waar we nog wel tegenaan moeten. De organisatie van bijstandsvrouwen is voornamelijk op zelfhulp gericht, dat is in oorsprong, en nog steeds, de grootste drijfveer. Vrouwen die in de bijstand terecht komen en niet genoeg informatie krijgen of niet weten waar ze heen moeten. Je gaat niet alleen financieel een eind achteruit, maar je dondert ook sociaal een paar behoorlijke treden naar beneden. Want het word je nog steeds niet in dank afgenomen dat je een alleenstaande vrouw bent.

Dan blijft dus het comitee de plek waar je kunt praten, waar je mensen tegenkomt die het meegemaakt hebben, die het overleefd hebben. Dat is iets heel goeds, dat je daar mensen ziet die weer echt kunnen lachen. Die pijler blijft altijd overeind en hoe beroerder het wordt des te meer drijfkracht zal die pijler nodig hebben, maar daarop blijft het altijd wel draaien. Maar er zijn ook vrouwen die het niet nodig hebben als uitlaatklep, die zich inderdaad op actie willen organiseren. Die stemmen hoor je dan ook, ja, we moeten actie voeren en zo. Maar ik denk dat actievoeren alleen maar zinnig is als je er of de ander wat minder stevig door in het zadel krijgt, of dat je echt bereikt wat je eist. Als we nou bijvoorbeeld die grote FNV-actie nemen voor de WAO dan denk ik nou, prima, maar als je het nu bekijkt dan kun je aan alles merken dat er bepaalde grenzen zijn waarbinnen zij kunnen spelen. Je wist gewoon dat wat de WAO-ers wilden, en wat de anderen wilden, dat zat er gewoon niet in. Nu blijkt zelfs, en dat kon je van tevoren niet weten, dat er helemaal niets in gezeten heeft.

Gertjan van Beynum en Bas van der Plas

Kadertekst

Op 16 november 1990 vond in het Rai Congres Centrum te Amsterdam de afsluiting van het actiejaar plaats met een groots opgezet Tribunaal. Op dit Tribunaal werd de Nederlandse Staat aangeklaagd vanwege de discriminerende wetgeving voor vrouwen. In het boekje 'Vrouwen Tegen De Staat', dat vorige maand is uitgekomen, staan de verhalen van getuigedeskundigen, verhalen van vrouwen die tijdens het Tribunaal te horen waren. Verhalen die niet op zich zelf staan, maar verhalen die de levens van duizenden vrouwen vertegenwoordigen. De verhalen werden ondersteund door middel van pleidooien. Aan het einde van het Tribunaal verklaarde de rechter de Nederlandse Staat schuldig aan het handhaven en uitvaardigen van discriminerende wetgeving voor vrouwen. Zij stelde dat met onmiddellijke ingang deze wetgeving geschrapt diende te worden. Deze publikatie is te bestellen bij het Landelijk Steunpunt Vrouwen en de Bijstand: Europalaan 276, 3526 KS, Utrecht. Telefoon: 030899793. Mensen met een uitkering betalen 10 gulden, alle anderen 17,50 gulden (inclusief verzendkosten).

Kadertekst

Wat is Vrouwen en de Bijstand?

In 1965 wordt de Bijstandswet tot sluitstuk van het sociale zekerheidsstelsel gemaakt. Vrouwen die van deze wet gebruik (moeten) maken ervaren hoe zo'n sluitpost in de dagelijkse praktijk werkt. Er blijkt dat van de bijstand niet is rond te komen en verzet ontstaat. Dit leidt in 1978 in Groningen tot de oprichting van het Komitee Vrouwen in de Bijstand. Al spoedig volgen veel andere plaatsen met dergelijke komitees. Een paar maal per jaar komen vrouwen uit plaatselijke komitees landelijk bijeen om activiteiten uit te wisselen en acties voor te bereiden. Op zo'n landelijke bijeenkomst in april 1982 wordt voorgesteld om structuur aan te brengen in de beweging van bijstandsvrouwen. Er moet een landelijke coördinatiegroep komen. Door ruim 100 vrouwen wordt dan het Landelijk Overleg Komitees Vrouwen in de Bijstand opgericht. De coördinatiegroep bestaat vanaf deze tijd uit contactvrouwen uit de verschillende provincies waar plaatselijke komitees actief zijn.

De plaatselijke komitees blijven autonoom en hebben ieder een eigen werkwijze. De doelstelling is voor iedereen hetzelfde, namelijk "positieverbetering voor bijstandsvrouwen en hun eventuele kinderen". In januari 1983 wordt een grootscheepse actiemaand georganiseerd, waarin met name de eis "bijstand 400 gulden per maand erbij" de nodige stof doet opwaaien. Na deze actiemaand ziet het Landelijk Overleg zich gesteld voor de vraag: hoe nu verder? Uiteindelijk wordt, met subsidie van het ministerie van WVC (uit de potten emancipatiezaken en opbouwwerk) eind 1983 het Landelijk Steunpunt Vrouwen en de Bijstand opgezet. Naast landelijke themadagen worden vanuit het Steunpunt veel acties gevoerd, om zodoende lopende politieke ontwikkelingen die de positie van bijstandsvrouwen nog verder aantasten, een halt toe te roepen. Verder geeft het Steunpunt het kwartaalblad "Landelijke Bijstandskrant" uit, met als ondertitel "voor en door bijstandsvrouwen''. Met te weinig vrouwkracht neemt het Steunpunt deel aan allerlei overleggen, heeft eigen studiegroepen en daarnaast nog vele contacten met vrouwen die informatie wensen over de bijstand, die hun woede kwijt willen, of het juist niet meer zien zitten...

Vanaf september 1986 ontwikkelt Vrouwen en de Bijstand een nieuwe strategie. Een van de vrouwen drukt het zo uit: "Wij hebben ons afgelopen jaren rot gewerkt, stukken geschreven, in de Tweede Kamer gezeten. Ik ben er nu zes jaar mee bezig en ik schiet er geen donder mee op. Wij zullen ons toch eens moeten bezinnen op de toekomst en ons niet alleen bezig houden met wat vandaag gebeurt en gisteren gebeurde. Ik vind dat je duidelijker kunt vechten voor wat je doet als je een toekomstperspectief ziet". De nieuwe lijn in het verzet en het ontwikkelen van een perspectief betekent een keuze voor samenwerking met alleen diegenen die de strijd willen ondersteunen. Het betekent ook een offensieve strategie, die niet langer alleen achter politieke ontwikkelingen en besluiten aanloopt. Deze nieuwe koers mondt uiteindelijk uit in het Tribunaal Vrouwen tegen de Staat, waarover in dit interview meer te lezen staat.