• 01 november 1991
    Arbeidsethos en uitkeringsstrijd

Aan: Dienst Sociale Zaken

Anoniem

Hoe komt het dat met schadelijk werk toch geld te verdienen is? En dat maatschappelijk zinvolle arbeid grotendeels onbetaald blijft? Moet het begrip 'passende arbeid' niet aangevuld worden met een moreel criterium?

Twee brieven aan de Dienst Sociale Zaken over sollicitatieplicht, arbeidsmoraal, basisinkomen en democratie.

eerste brief, 15 januari 1991.

Sinds mijn afstuderen ben ik baanloos. Ik spreek liever over 'baanloos' dan 'werkloos', omdat de term werkloos lijkt te impliceren dat ik in al die tijd niet veel nuttigs of 'produktiefs' heb gedaan. Gewerkt heb ik echter zeker, maar onbetaald. Nu ik door u ben opgeroepen voor een heronderzoek, wil ik proberen uiteen te zetten waarom ik nog steeds baanloos ben en ook waarom ik in de periode waarvoor het heronderzoek geldt niet heb gesolliciteerd. In een gesprek zou dit moeilijk zijn. Ten eerste omdat er meerdere, deels met elkaar samenhangende redenen zijn. Ten tweede omdat de positie van waaruit u een en ander normaal gesproken beoordeelt waarschijnlijk zo verschilt van de mijne, dat er een twistgesprek zou kunnen ontstaan, waarbij het dan niet meer mogelijk is om meningen helder te verwoorden.

De wereld is doodziek. De aarde wordt steeds vuiler, lelijker, onleefbaarder. Overal ter wereld zijn er oorlogen of burgeroorlogen. Van de gehele wereldbevolking leeft twee derde in armoede, terwijl vijftien procent zich een ongekende luxe verschaft. Een arbeider in het Westen verdient tientallen malen meer en een chirurg of grote ondernemer honderden malen meer dan een doorsnee arbeider in de Derde Wereld. Tien miljoen kinderen komen per jaar van de honger om, terwijl er astronomische bedragen aan wapens worden uitgegeven. De ekonomische krisis en het konservatief-reaktionaire beleid van westerse regeringen en door hen gekontroleerde instanties als IMF, Wereldbank en G-7 hebben in het afgelopen decennium overal op de wereld de armoede en honger nog doen toenemen. Ook in Nederland neemt door de voortgaande bezuinigingen op uitkeringen, gezondheidszorg, onderwijs en welzijnswerk het leed van veel mensen toe. De maatschappij verhardt zich. Er is steeds meer geweld en vandalisme.

Het beleid dat door de politiek wordt gevoerd - bezuinigingen, meer regels, meer kontrole, zwaardere sankties, meer gevangenissen - zorgt alleen maar voor een verdere verharding en polarisatie. Aan de werkelijke oorzaken - bijvoorbeeld de krankzinnige verschillen in welvaart tussen bevolkingsgroepen en landen, de onrechtvaardige eigendomsverhoudingen, een ondemokratisch ekonomisch systeem gericht op steeds meer produktie en konsumptie, materialisme en geestelijke, spirituele armoede, streven naar macht en dominantie, arrogantie - wordt niets gedaan.

Ik kan dit alles niet aksepteren. De bijdrage die ik aan de maatschappij wil leveren bestaat dan ook uit het werken aan fundamentele veranderingen in die maatschappij.

parasiteren

Het al dan niet betaald worden van werk is geen graadmeter voor het maatschappelijk nut van dat werk. Er is veel noodzakelijk werk dat niet betaald wordt: huishoudelijk werk, vrijwilligerswerk in de bejaarden- of gezondheidszorg, voor Derde Wereld, mensenrechten-, milieu- of vredesorganisaties en andere groeperingen, verenigingswerk, enzovoort. Er is veel goed betaald werk dat uitermate schadelijk is voor de maatschappij als geheel en beter niet gedaan zou kunnen worden.

Hoe komt het dat met schadelijk werk toch geld is te verdienen? In het algemeen kun je spreken over een gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef: mensen doen veel dingen zonder zich te bekommeren om de gevolgen ervan. Dit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt en in stand gehouden door onze 'kapitalistische' of 'vrije markt' ekonomie. Echt vrij is deze ekonomie niet: het zijn vooral de mensen met het meeste kapitaal en door hen ingehuurde managers die beslissen wat er gebeurt. Het wordt normaal gevonden dat zij bedrijven laten produceren, zonder zich veel te bekommeren om de schade die daarbij aan mensen en de natuur wordt toegebracht. De redenering daarbij is dat bedrijven immers moeten konkurreren met andere bedrijven: het voorkomen van schade aan de natuur of het scheppen van goede arbeidsomstandigheden zou de konkurrentiepositie te zeer aantasten.

Bedrijven houden slechts rekening met het milieu en mensen als dit de bedrijfsresultaten ten goede komt of als ze er door de overheid toe worden verplicht of als ze er door vakbonden toe worden gedwongen. De vernietigende kracht en de wreedheid van de 'logika' van de 'vrije markt' is dan ook vooral zichtbaar in Derde Wereld landen, waar mensen om te kunnen overleven alles moeten aanpakken wat ze kunnen krijgen, waar vakbonden weinig macht hebben, waar regeringen machteloos staan tegenover de grote multinationale ondernemingen of korrupt zijn: mensen krijgen hongerlonen betaald, moeten twaalf uur per dag werken onder slechte arbeidsomstandigheden waardoor hun gezondheid wordt geruïneerd; mensen die niet (meer) kunnen werken worden aan hun lot overgelaten; de natuurlijke hulpbronnen worden in een ontzettend tempo geplunderd, regenwouden omgehakt, vuil zonder bewerking of kontrole gestort, gassen en afvalwater zonder zuivering uitgestoten of geloosd.

Ook Nederlandse multinationals doen hieraan mee. Doordat zij de mensen in de Derde Wereld uitbuiten en de natuur plunderen kunnen ze hun produkten zo goedkoop aan de westerse konsumenten aanbieden. En de mensen hier kopen de produkten in de winkels, zonder erbij stil te staan ten koste van wat ze zijn geproduceerd.

Het is een van de absurditeiten van onze maatschappij dat mensen die 'slechts' van een uitkering leven en daarbij zinvol werk doen door velen worden beschouwd als profiteurs of parasieten terwijl anderen die werkelijk parasiteren op andere mensen en de natuur, daarmee grote rijkdom kunnen verwerven en een hoog aanzien genieten.

De Max Havelaar koffie is een klein voorbeeld van het feit dat het ook anders kan. De kleine boeren of koöperaties die deze koffie produceren krijgen wel een zodanige prijs dat ze menswaardig kunnen leven. Toch blijft Douwe Egberts beweren dat ze niet meer voor de koffie kunnen betalen, omdat ze dan niet meer zou kunnen konkurreren met andere koffieproducenten. Het ene bedrijf rechtvaardigt plundering en uitbuiting met het argument dat een ander bedrijf het ook doet. Er zou helemaal geen koffie te koop moeten zijn die zo is geproduceerd!

'passende arbeid'

Uitkeringsgerechtigden zijn verplicht te solliciteren en 'passende arbeid' te aksepteren. Op zijn minst zou voor de bepaling van wat 'passende' arbeid is ook een moreel kriterium moeten worden gehanteerd. Iemand moet werk kunnen weigeren op grond van het feit dat hij of zij dit schadelijk acht voor mensen of de natuur. Het zou onzinnig moeten zijn een ontvanger van een uitkering te dwingen tot het doen van betaald werk met het argument dat de maatschappij de kosten van die uitkering niet kan of wil dragen, terwijl de kosten van het betreffende werk voor de maatschappij (de schade die dat werk aan de maatschappij toebrengt) hoger zijn.

Voor iemand die gevoelig is voor de teloorgang van de natuur, het leed van mensen en de verharding van de maatschappij is er nog maar weinig betaald werk dat akseptabel is. Met het meeste werk doe je mee aan de milieuvervuiling, het verspillend gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de uitbuiting van de Derde Wereld, de absurde verschillen in welvaart tussen landen of in de eigen maatschappij, hiërarchische, ondemokratische arbeidsverhoudingen of het in stand houden van dit alles door regulering, kontrole en dwang.

Voor sommige soorten betaald werk waar ik wel achter sta - zoals biologisch boeren, kunst of individuele hulp aan mensen - beschik ik niet over de vereiste opleiding of kapasiteiten. Ik ben politicologie gaan studeren, omdat ik door middel van de partijpolitiek de maatschappij wilde gaan veranderen. Inmiddels heb ik in de partijpolitiek echter geen vertrouwen meer. Ook in het universitaire klimaat voel ik me een vreemde eend in de bijt. Het meest passend bij mijn motivatie en kapasiteiten zou het werken voor een kritische, alternatieve organisatie zijn, die streeft naar maatschappelijke veranderingen, bijvoorbeeld een vredes-, milieu- of mensenrechtenorganisatie. Veel betaalde banen zijn er bij deze organisaties echter niet. Daarbij komt dat naar mijn mening het gezichtsveld van zulke organisaties vaak te beperkt is: ze richten zich te veel op 1 bepaald probleem, terwijl maatschappelijke problemen sterk met elkaar samenhangen en alleen gezamenlijk kunnen worden opgelost. Verder zijn zeker de grotere 'alternatieve' organisaties vaak te burokratisch, hiërarchisch of ondemokratisch.

Ik ben zeker bereid tot het verrichten van betaalde arbeid, als het gaat om werk dat past bij mijn kapasiteiten en motivatie. Maar al met al is het denk ik bepaald niet eenvoudig om zulk werk te vinden.

basisinkomen

Het afschaffen van de sollicitatieplicht en de invoering van een basisinkomen is naar mijn mening zeer wenselijk. Een basisinkomen zou mensen de vrijheid verschaffen om onbetaald werk te doen dat ze werkelijk zinvol vinden en de mogelijkheid om werk te weigeren dat ze voor zichzelf moreel niet kunnen verantwoorden. Het zou zo een belangrijke bijdrage kunnen zijn aan de noodzakelijke maatschappelijke veranderingen.

Een basisinkomen kan beschouwd worden als een gedeeltelijke kompensatie voor iets wat de huidige maatschappij de mensen heeft ontnomen, namelijk het vermogen om zelfstandig in hun bestaan te kunnen voorzien. In vroegere tijden voorzagen de meeste mensen in hun eigen levensonderhoud. Ze hadden een eigen stukje grond waarop ze voedsel verbouwden. Verder hadden ze het gebruiksrecht over gemeenschappelijke weidegronden voor hun vee en over bossen voor bijvoorbeeld het sprokkelen van hout of het verzamelen van noten en vruchten. Toen de huidige kapitalistische ekonomie zich begon te ontwikkelen is aan mensen de toegang tot weidegronden en bossen ontzegd. De feodale heren maakten ze tot exklusief priveebezit, omdat ze de mogelijkheid kregen er geld mee te verdienen. Een enorme verpaupering was het gevolg. Mensen waren nu gedwongen om voor landheren of fabriekseigenaren te gaan werken om in hun levensonderhoud te voorzien. Er was veel verzet maar vergeefs.

Hoe gewoon de afhankelijkheid van loonarbeid nu ook lijkt, deze afhankelijkheid is toen de huidige maatschappijvorm zich ging ontwikkelen met veel geweld en ten koste van onnoemelijk veel leed afgedwongen. Dit onrecht is nog steeds niet hersteld. Een basisinkomen zou nog slechts een gedeeltelijke kompensatie zijn. Uiteindelijk moet er een fundamentele diskussie komen over de (on)rechtvaardigheid van de huidige eigendomsverhoudingen. Ook zou daarbij de vraag aan de orde moeten komen of grote verschillen in welvaart en inkomen (deels samenhangend met de eigendomsverhoudingen) wel te rechtvaardigen zijn.

verantwoordelijkheid

Als ik onverhoopt nog langere tijd baanloos zou blijven, dan heeft deze maatschappij naar mijn mening nog niet het recht mij te dwingen werk te doen dat ik voor mezelf niet kan verantwoorden, omdat ze mij de mogelijkheid heeft ontnomen om zelfstandig in mijn levensonderhoud te voorzien. Mij verplichten tot solliciteren vind ik ook om andere redenen niet juist. Het zou een miskenning zijn van mijn oprechte wil om een bijdrage te leveren aan deze maatschappij. Uitgaande van deze oprechtheid zou mij de vrijheid moeten worden gegeven om zelf te bepalen op welke wijze ik deze bijdrage het beste denk te kunnen leveren. Ook zouden sollicitaties onder dwang niet zinvol zijn, omdat ik alleen al door oprecht te zijn over mijn motivatie en opvattingen mezelf zou diskwalificeren voor het betreffende werk.

Misschien denkt u na het voorafgaande verhaal: allemaal goed en wel, maar het doet niet ter zake. Er zijn bepaalde regels, demokratisch vastgesteld, die we moeten uitvoeren. Echter, denkend aan de misdaden die in het verleden zo vaak uit naam van het volk of de demokratie zijn begaan moet duidelijk zijn dat je als mens nooit zomaar kunt zeggen "regel is regel" of "bevel is bevel". Mensen kunnen hun verantwoordelijkheid niet afschuiven op anderen en moeten al hun handelen ook aan hun persoonlijke geweten toetsen.

tweede brief, 16 augustus 1991.

(...) dat de denkbeelden die in onze maatschappij overheersen,dat de organisatie van en de verhoudingen binnen onze maatschappij zoveel onrecht en leed veroorzaken, zoveel vernietiging, zoveel onmenselijkheid, kilheid, onverschilligheid, eenzaamheid en dat de richting waarin onze maatschappij zich de laatste decennia heeft ontwikkeld zo rampzalig is, dat ik mij wel duidelijk tegenover dit alles moet opstellen. Er zijn naar mijn mening en mijn gevoel maar zeer weinig plaatsen, waar de denkbeelden en handelswijzen die ik als oorzaak van al het genoemde leed en de gevoelloosheid zie, niet zijn doorgedrongen. Wat ik om me heen zie gebeuren vind ik zo verschrikkelijk, zo onakseptabel, dat ik geen halfslachtige houding kan aannemen.

geweten

Als men van mij eist dat ik iets doe wat tegen mijn geweten ingaat, waar ik niet achter kan staan, dan eist men van mij dat ik mezelf niet meer ben. Mezelf zijn, alleen datgene doen wat naar mijn gevoel waarachtig is, dat is voor mij een eerste stelregel in mijn leven. Als ik het geloof in mezelf, in mijn morele gevoel zou moeten opgeven, dan zou ik daarmee ook het geloof in het leven op moeten geven. Ik kan niet "een klein beetje" tegen mijn geweten in handelen, zonder aan mijn hele geweten te gaan twijfelen.

Veel mensen lijken zich te schikken in de loop der dingen, omdat ze denken er toch niets aan te kunnen veranderen. Ze berusten in fatalisme, houden zich vast aan een onberedeneerd optimisme of wachten op "iets" dat komen zal en dat de problemen voor hen zal oplossen.

Ik kan niet berusten of alleen maar toekijken. In hoeverre het mogelijk is onze maatschappij en de wereld te veranderen weet ik niet. Hoe ik het beste een bijdrage kan leveren aan de pogingen deze maatschappij te veranderen weet ik ook nog niet. Over deze dingen denk ik na om voor mezelf duidelijker te krijgen welke plaats ik in deze maatschappij wil innemen.

gehoorzaamheid

Wat mijn principiële keuzes en stellingnamen betreft zie ik de voormalige dissidenten in Oost/Midden-Europa als een voorbeeld. Met name voel ik me geïnspireerd door zaken die Václav Havel heeft geschreven (ook al ben ik het niet eens met alles wat hij nu als president doet). In zijn boek "Poging om in waarheid te leven" heeft hij overtuigend beschreven hoe een stilzwijgende instemming van het overgrote deel van de bevolking (het meedoen aan de nep-verkiezingen, de nep-parades en andere uitingen van instemming die de Kommunistische Partij van hen verlangde), ook al geloofden de mensen al lang niet meer in de kommunistische ideologie, het systeem nog lang in stand heeft gehouden. Ook in onze maatschappij veranderen naar mijn mening veel dingen niet, omdat mensen gewoon niet uitspreken wat ze werkelijk denken. Ik wil hier niet aan meedoen. "Schijn-sollicitaties", solliciteren zonder dat je de baan echt wilt hebben, alleen maar om aan de formele verplichtingen voor het ontvangen van een uitkering te voldoen, beschouw ik ook als een stilzwijgende instemming met iets waar ik het in feite helemaal niet mee eens ben; als een knieval in ruil voor geld om in leven te kunnen blijven.

Zeker in deze tijd, waarin een "no-nonsense" mentaliteit de maatschappij steeds meer in haar greep neemt, vind ik het belangrijk om duidelijk voor mijn meningen uit te komen.

In onze maatschappij kun je op veel manieren je mening kenbaar maken. Politici, managers en andere beleidmakers zitten echter zo vast in hun eigen denkpatronen, dat ze niet meer in staat zijn om echt naar afwijkende meningen te luisteren. En tegelijkertijd wordt van je verlangd dat je van tijd tot tijd je instemming betuigt met de maatschappij zoals zij is door konform bepaalde regels te handelen. Een echt protest, het gaan staan voor je mening, wordt niet geaksepteerd. Daarop staan sankties. Als je niet gestraft zou worden, dan zouden weleens teveel mensen je voorbeeld kunnen gaan volgen. Dan zouden er misschien, na verloop van tijd, niet meer genoeg jongeren voor het leger zijn, dan zouden er misschien niet meer genoeg mensen zijn om defensiebelasting te betalen, dan zouden er misschien niet meer genoeg mensen bereid zijn om geestdodend of milieuvervuilend of mens-onvriendelijk werk te doen. Dan zou er misschien echt wat gaan veranderen in deze maatschappij.

demokratie

Waarom wordt aan mensen in deze maatschappij zo'n keurslijf opgelegd? Waarom dwingt de meerderheid steeds de minderheid om datgene te doen wat zij wil? Is demokratie hetzelfde als een diktatuur van de meerderheid? Waarom wordt aan mensen zo weinig ruimte, zo weinig daadwerkelijke eigen verantwoordelijkheid gegeven?

Veel mensen zijn denk ik bang voor ingrijpende veranderingen. Veel mensen zijn bang om hun aanzien, hun macht of hun materiële welvaart te verliezen. En veel mensen zijn bang om de zekerheid van het hun vertrouwde bestaan te verliezen.

Ook als u het niet met bepaalde meningen die ik in het voorafgaande heb verwoord eens bent, hoop ik toch dat ik u van de oprechtheid van mijn bezwaren heb kunnen overtuigen. Als u in deze oprechtheid gelooft, dan zult u het verder wel met mij eens zijn dat er zwaarwegende redenen moeten zijn om (eventueel) te rechtvaardigen dat ik gedwongen word tegen mijn geweten in te handelen door mij een sollicitatieplicht op te leggen.

Welke redenen geven mensen ter rechtvaardiging van de sollicitatieplicht? Een reden die wordt aangevoerd is dat veel mensen niet meer zouden willen werken als er geen sollicitatieplicht zou zijn. Een andere dat er een chaos zou ontstaan als iedereen zou kunnen doen wat hem of haar het beste lijkt. Een derde reden die wordt aangevoerd is dat de maatschappij in ruil voor de uitkering die ze iemand geeft daar iets voor terug mag verlangen.

Waarom ik het niet eens ben met deze laatste redenering heb ik in mijn vorige brief uiteengezet.

Wat de andere redeneringen betreft zou ik u kunnen vragen: gelooft u ook dat veel mensen niet meer zouden willen werken als ze niet meer zouden moeten? Zou het overgrote deel van de mensen niet toch blijven werken, gewoon omdat ze niet buiten werken kunnen of omdat ze graag werken, of omdat ze meer geld dan een minimum-uitkering willen bezitten? En als, wat mij in ieder geval op korte termijn onwaarschijnlijk lijkt, een groot deel van de mensen niet meer zou willen werken, zegt dat dan niet iets over de kwaliteit van het werk in deze maatschappij (en daarmee over de maatschappij zelf)? Zou er dan niet iets aan het werk moeten veranderen in plaats van mensen te dwingen zulk werk te doen?

Verder wil ik u vragen: gelooft u dat het een chaos zou worden als mensen in overeenstemming met hun geweten zouden handelen? Is de oorzaak van chaos en ellende niet eerder dat veel mensen niet naar hun geweten luisteren?

Zoals ik in mijn vorige brief schreef is het feit alleen dat iets een wet is, uitgevaardigd uit naam van een meerderheid van de bevolking, niet voldoende rechtvaardiging om iemand te dwingen zich aan die wet te houden. Men kan zich afvragen welk recht een meerderheid heeft om een minderheid tot iets te dwingen. Het feit alleen dat ze de meerderheid vormt is niet voldoende. De meerderheid zal zich ook tegenover de minderheid moeten verantwoorden, als zij die minderheid tot iets wil dwingen.

De geschiedenis heeft vaak aangetoond dat de meerderheid het niet bij het rechte eind had. Ook zijn er uit naam van de meerderheid vaak gruweldaden begaan. Daarom kan het zuivere feit dat iets door een meerderheid is beslist nooit meer als een voldoende morele rechtvaardiging worden gezien om iemand ergens toe te dwingen.

moraal en ideologie

Wanneer mensen in een diskussie graag tot overeenstemming willen komen, dan zullen ze moeite doen om de mening van de ander te begrijpen en bereid zijn om de eigen mening ter diskussie te stellen, evenals de vooronderstellingen en gevoelens die eraan ten grondslag liggen. Alleen wanneer een diskussie zo helemaal tot het einde toe is gevoerd en desondanks blijkt dat de meningen tegenover elkaar blijven staan en dat er geen gemeenschappelijke waarde kan worden gevonden op grond waarvan beoordeeld kan worden wat er moet gebeuren, alleen dan zou uiteindelijk het belang van de meerderheid de doorslag kunnen geven. In onze maatschappij en wereld is het veeleer zo dat de macht van de meerderheid, en vaak ook de macht van een minderheid, de doorslag geeft, zonder dat die meerderheid of minderheid veel moeite doen om hun besluiten moreel te rechtvaardigen. Meestal wordt een diskussie voorkomen of tot zwijgen gebracht door te verwijzen naar een of andere ideologie. Een ideologie die de zaken zo voorstelt alsof een bepaald besluit wel genomen moest worden (bijvoorbeeld om ekonomische redenen). Ideologieën verdoezelen vaak dat het in feite gaat om een morele keuze.

De enige mogelijkheid om bij tegengestelde morele opvattingen werkelijk tot een moreel gerechtvaardigde beslissing te komen is naar mijn mening zover mogelijk terug te keren tot de oorsprong van die meningen.

Ik geloof dat de enig mogelijke fundamentele, algemene basis voor welke morele waarde dan ook onze eigen diepste gevoelens zijn; en ik geloof verder dat een van de eerste dingen die deze gevoelens ons zeggen is, dat we de waarde van ieder individueel mens moeten erkennen en respekteren; en daarmee ook het geweten van die mens. Ik geloof daarom niet dat het iemand dwingen om tegen zijn geweten in te handelen moreel gerechtvaardigd kan worden.

Als men de diepste menselijke gevoelens, zoals die worden verwoord door het geweten, als de oorsprong van alle morele waarden verwerpt, dan denk ik dat in feite iedere moraal verworpen moet worden. Ik kan geen andere algemene morele basis bedenken, die voor alle mensen akseptabel zou kunnen zijn.

Iedere moraal die zich niet baseert op het menselijke geweten is naar mijn gevoel een "gelegenheidsmoraal", oftewel een ideologie ter verdediging van een bepaalde bestaande situatie of de belangen van bepaalde mensen.

nawoord

Graag wil ik een korte toelichting geven op de bovenstaande brieven.

De brieven zijn niet geschreven met het oog op publikatie. Mij is naderhand gevraagd of ze in een of andere vorm in Konfrontatie konden worden geplaatst. Het is niet mijn bedoeling om nu met deze openbaarmaking mijn persoonlijke situatie tot publiek debat te verheffen. Om die reden heb ik er voor gekozen om mijn naam en woonplaats niet te vermelden. "Plichtplegingen" en gedeelten die te zeer op mijn persoonlijke situatie waren toegespitst zijn eruit weggelaten. Hier en daar zijn de formuleringen veranderd. De tussenkoppen zijn ten behoeve van het artikel toegevoegd.

Verder wil ik nog iets zeggen over de motivatie waaruit de brieven zijn geschreven. In de eerste plaats wilde ik een open, eerlijk gesprek mogelijk maken. Daarbij hoorde dat ik het belangrijk vond om juist op het moment dat ik er zelf mee werd gekonfronteerd mijn opvattingen ten aanzien van betaald werk en de sollicitatieplicht duidelijk te maken. Ook was er de behoefte om mijn keuzes tegenover de maatschappij en haar vertegenwoordigers te verantwoorden. De tweede brief geeft een gedeeltelijk antwoord op de vraag waaruit deze behoefte voortkomt. Daar wil ik nu nader op ingaan.

Sommigen zullen de op dialoog gerichte houding waarvoor ik kies wellicht afkeuren of niet begrijpen: kun je wel rustig "alsof er niets aan de hand is" gaan praten met mensen die beleid uitvoeren dat onderdeel is van een politiek van overheid/staat en bedrijfsleven/kapitaal, die onnoemelijk veel leed en vernietiging in de wereld veroorzaakt?

In de persoonlijke omstandigheden waarin ik hier in Nederland leef, zie ik mij voor het dilemma geplaatst, dat de mensen die ik door hun werk of hun leefwijze medeverantwoordelijk acht voor onder meer uitbuiting en onderdrukking, zeer sympathiek kunnen zijn en in ieder geval nooit alleen maar personifikaties van "het kwade". Ook kan ik de redenen waarom ze gekozen hebben voor hun leefwijze of hun werk vaak goed begrijpen. Desondanks zou ik natuurlijk voor konfrontatie kunnen kiezen door hen onder de neus kunnen wrijven dat ik afkeur wat ze doen. Om twee redenen kies ik daar niet voor.

In het verleden nam ik vaker een onvriendelijke, misprijzende houding aan of zette een enigszins kwaad gezicht op om te laten merken dat ik iets afkeurde. Mijn ervaring is echter dat je daarmee niet veel bereikt. Als mensen voelen dat ze aangevallen, veroordeeld worden, dan nemen ze meestal onmiddellijk een verdedigende of zelfs agressieve houding aan en verdwijnt iedere bereidheid om te overwegen wat je zegt. Mensen zullen alleen met een zekere openheid en welwillendheid luisteren, als ze zich als persoon op zijn minst gerespekteerd voelen en als je een zeker begrip hebt voor hun gevoelens en opvattingen.

Behalve deze strategische of pragmatische reden is er een andere, belangrijkere reden, namelijk mijn mensbeeld of "mensgevoel" waarop mijn idealen zich baseren. Dit mensbeeld kan ik niet in enkele zinnen uiteen zetten. Het houdt echter onder meer in, dat ik probeer mensen altijd, ook al doen ze dingen waar ik het absoluut niet mee eens ben, te waarderen, te begrijpen en met hen in gesprek te blijven.

uitkomst

Omdat ik bij het eerste heronderzoek de brief pas tijdens het gesprek overhandigde en er toen nog andere redenen aan te voeren waren, samenhangend met vervangende dienst, voor het feit dat ik niet solliciteerde, is toen aan de inhoud van de eerste brief zoals die hierboven staat tijdens het gesprek geen aandacht besteed. Bij het tweede heronderzoek is mij meegedeeld dat ik gehouden bleef aan de sollicitatieplicht, maar dat ik niet hoefde te solliciteren naar werk dat ik voor mezelf moreel niet zou kunnen verantwoorden. Verder hoefde ik geen minimum aantal sollicitaties te verrichten in de periode tot het volgende heronderzoek. Bij dat heronderzoek zou mijn situatie opnieuw worden beoordeeld.

Mijn bereidheid om in principe betaald werk te verrichten, als het in overeenstemming is met mijn overtuigingen en vermogens, en het feit dat ik er intensief mee bezig was om te bekijken en erover na te denken welk werk ik zou willen doen, hebben wellicht vooral het "milde oordeel" bij het laatste heronderzoek bepaald. De open opstelling die ik gekozen heb heeft denk ik ook een rol gespeeld. Maar het is de vraag wat er gebeurt als ik bij het volgende heronderzoek nog steeds geen betaald werk weet waarop ik zou willen solliciteren, of hoe men zich zal opstellen als ik er dan duidelijk voor zou hebben gekozen om vrijwilligerswerk te doen in plaats van loonarbeid.