zaterdag, 25 juni 2016
Auteur
Martin Broek

Met deze column maak ik de tien jaar vol. De eerste ging over de aanschaf van de JSF. Ik schreef hem vanuit een piepklein kantoor dat deze week nog opdook in de Volkskrant in een column van Margriet Oostveen (24 juni 2016). Oostveen legt zeer duidelijk bloot hoe het militair industrieel complex uit de wind denkt te blijven: kritische journalisten uitsluiten, woorden als 'oorlog' niet gebruiken en mooie wensen naar de toekomst gebruiken als PR. Rond wapenbeurs MAST was dit beleid onprofessioneel, bleek toen Oostveen even doorbeet.

De komende peperdure aanschaf voor het Nederlandse leger, de onderzeeboten werden op MAST aan de man gebracht. Niet verkocht, maar dat is dan ook een proces van jaren. Een proces dat pas in zijn laatste fase bovenwater komt, om nog lang voort te kabbelen met D-brieven, debatten en stukkies in de krant. Dit jaar startte het openbare circus. Dat gaat dan ten koste van zorg en onderwijs, die veel meer bijdragen aan veiligheid dan zo'n waterdichte buis met wapens en motor.

Zo ging het bij de Joint Strike Fighter al in 1994, waarvan nog niemand had gehoord toen de Luchtmacht al een lobbygeldpotje vond om de – toen nog heel toepasselijk JAST genoemde – aan de man te brengen. Vervolgens gooide het Ministerie van EZ er in 2000 nog 200 miljoen bovenop. Een luchtgevecht boven de polder ontspon zich en de F-35 werd 22 jaar later en miljarden verder voor het eerst boven Nederland gezien.

Over wapenhandel en over die F-35 gingen veel van mijn columns voor Konfrontatie. Ook deze. Eigenlijk vooral over de samenhang tussen beide. In het eind vorig jaar verschenen rapport over het wapenexportbeleid 2014 (dat is het meest recente, zie pagina 9) wordt gesproken over een post van 700 miljoen euro. Grotendeels onderdelen voor de Joint Strike Fighter die elders geassembleerd worden. Het gaat om leveranties naar de VS, Italië én Turkije. Bij dergelijke leveringen wordt gebruik gemaakt van een globale vergunning die het mogelijk maakt een hele lading onderdelen aan een afnemer te leveren op basis van één vergunning die drie jaar geldig is. Het gaat dan ook om betrouwbare bondgenoten, zo luidt het verhaal. Het is Europese regelgeving die dit mogelijk maakt. Die is aangepast aan de wens tot een militair krachtige EU (en NAVO) en om de onderlinge soepele verkoop van wapenonderdelen te faciliteren. Industrie en militairen blij.

Maar is Turkije niet dat land, waar niet alleen mensenrechten dagelijks worden vertrapt, maar dat ook weer een binnenlandse oorlog tegen de Koerdische bevolking is begonnen? Hoe zit het dan met het Nederlandse mensenrechten beleid? Vond Nederland bij een vorige golf aanvallen van Turkije op de Koerden niet dat hierbij nooit meer Nederlandse straaljagers ingezet zouden mogen worden. Zou dat dan ook niet moeten gelden voor onderdelen?

Wapenexportcontrole op componenten naar bondgenoten is de afgelopen jaren stilletjes afgebroken. NAVO, EU en een handjevol bondgenoten kunnen rekenen op wat ze nodig hebben uit de landen van de Europese Unie. Hoe ze er vervolgens mee omgaan is grotendeels een kwestie van goed vertrouwen, wegkijken of het door de vingers zien.

Op 6 juli aanstaande praat de Tweede Kamer over de komende NAVO-top in Warschau. Het Amsterdams Vredesinitiatief (AVI) roept de regering op om NAVO-lid Turkije daar tot de orde te roepen. Geen bommen op burgers! Vrijheid voor Koerden! Voor een democratisch Turkije! Het Amsterdams Vredesinitiatief organiseert een wake voor vrede in Koerdistan en Turkije. Kom ook, maak borden, breng kaarsen en fakkels mee en gebruik de hashtag #GeenBommenOpKoerdistan op social media.

Datum: dinsdag 5 juli 2016
Tijd: 19.30-20.30 uur
Plaats: de Dam, Amsterdam

Martin Broek