Sonoor gekakel

donderdag, 3 november 2016
Auteur
Rymke Wiersma

In 1980 begon ik met een paar andere vrouwen een drukkerij. In de linkse beweging wemelde het toen van de alternatieve bedrijfjes, ook al kregen we zelf het woord ‘bedrijf’ in die tijd niet over onze tong. We waren geenszins van plan er ooit van te gaan leven want dat zou betekenen dat we allemaal rare dingen moesten drukken. Commerciële shit, maar ook gewoon: pamfletten en krantjes met opvattingen waar we het niet genoeg mee eens waren. Het kwam heel precies, en terecht!
Drukken is een mooi vak, maar het ging ons vooral om het schrijven. Het was bijzonder dat je je eigen werk kon afdrukken en verspreiden. Bijzonder, en ergens misschien zelfs een tikje scheef, onrechtvaardig, dat wij er de middelen voor hadden en anderen niet. Hoewel wat wij deden voor iedereen mogelijk was, omdat we die derdehands drukpers betaald hadden van geleend geld, dat we probeerden terug te verdienden door biologische taarten te bakken.
 
Bijzonder is het autonoom verspreiden van meningen al lang niet meer. Iedereen kan al lang brochures of boeken (laten) printen, of laten drukken, zonder hoge kosten. Voor weinig geld kun je via printing on demand je boek zo gewenst in een oplage van één laten afdrukken. Al dan niet via een van de vele als paddenstoelen uit de grond gerezen eigenbeheer-uitgeverijen. Betaalbaar voor iedereen.
En sinds we in het digitale tijdperk beland zijn kan het allemaal nog goedkoper en makkelijker en kun je het hele afdrukken overslaan: gewoon je mening neertikken, in een eigen blog, een digitaal tijdschrift, Indymedia, Twitter, Facebook of waar dan ook. 
 
Schrijven heeft als voordeel boven spreken dat het langzamer gaat, dat je je zinnen nog eens na kunt lezen en kunt corrigeren. Zou je zeggen. Naïef natuurlijk. De stukken die ik digitaal lees komen meestal uit linkse en/of feministische hoek, het zijn vaak stukken die inzicht geven en soms weer wat moed, door het idee dat er nog verstandige mensen bestaan, dat er nog wordt nagedacht – maar dan moet je op veel sites bepaald niet dóórlezen, niet kijken naar die reacties onderaan, anoniem meestal en vaak onaardig op zijn zachtst gezegd en meestal ondoordacht. Soms doe ik dat tóch. Omdat ik mijn kop niet in het zand wil steken. Hoewel, een objectief beeld van wat de mensen zoal denken geeft zoiets natuurlijk niet. Althans, dat hoop ik dan maar.
 
Opinies, meningen. Plato schreef er al over. Hij onderscheidde meningen van Ware Kennis. Het zou mooi zijn als er ware kennis bestond. De hevig door Plato bekritiseerde sofist Gorgias had weinig op met die waarheid en was daarmee eigenlijk al heel modern. Zijn redenering ging ongeveer zo: ‘de waarheid bestaat niet, stel dat die wel zou bestaan dan zouden we die niet kunnen kennen en als we de waarheid wél zouden kennen zouden we die niet kunnen verwoorden’.
Dagelijks verschijnen er honderdduizenden nieuwe kleine waarheidjes in kranten, tijdschriften en vooral op internet. Nee dus, geen waarheden maar opinies, meningen, opvattingen, meer of minder doorwrocht, maar altijd feilbaar. Natuurlijk kan iedereen denken en zeggen wat zij/hij wil, bla-bla-bla, maar het zou veel ellende schelen als iedereen zich ervan bewust zou zijn dat geen mens de waarheid in pacht heeft.
 
Zij/hij, schreef ik heel correct, zijn/haar. Maar hoewel veel digitale reacties anoniem zijn, is het duidelijk dat de grote meerderheid van de stemmen op internet van mannen afkomstig is. Stel je het gekakel eens voor, nou ja, het sonore gebrom, geschal, gelal, als al die woorden in geluiden weergegeven zouden worden…
 
Op de site ikschrijf.com is te lezen dat de prijs voor het beste filosofieboek (de Socratesbeker) nog nooit door een vrouw gewonnen is. ‘Een sexistische jury?’ zo vroegen de vrouwen achter deze site zich af. ‘Nee hoor. De harde waarheid was veel vervelender: onder de 64 filosofieboeken die dit jaar verschenen waren er maar zes van een vrouwelijke auteur.’ Sexistische uitgevers dan? Nee, of in elk geval, er gaat nog wat aan vooraf: ook de uitgevers weten niet hoe het zit, slechts een klein deel van de inzendingen die zij ontvangen komt van een vrouw.
 
Iets dergelijks valt te zien bij radikaallinkse bladen. Vrouwelijke auteurs zijn er ver in de minderheid. Is het onzekerheid? Of zijn vrouwen (gemiddeld!) minder geïnteresseerd in meningen, in politiek, het botsen der meningen? Of is het vooral een kwestie van cultuur: heb je eenmaal een redactie met alleen of grotendeels mannen, dan is het moeilijk daar iets aan te veranderen. Een redactie die grotendeels uit mannen bestaat ademt (niet noodzakelijk, maar wel vaak) een bepaalde sfeer, waarin lang niet elke vrouw zich thuis zal voelen. (Iets dergelijks geldt ook voor de witheid van vele redacties, netwerken, organisaties.) En dan zijn er de onderwerpen waarover geschreven wordt. Het persoonlijke is politiek, klonk het dertig, veertig jaar geleden in feministische kringen. En het politieke is belangrijk, maar veel mannen schrijven er met veel afstand over.
 
Vrouwen schrijven wel degelijk, maar ze schreeuwen hun meningen minder van de daken. Voor wat betreft de korte-lontjes-meningen missen we daar niks aan en kunnen we die van mannen ook missen als kiespijn, maar voor doordachte opvattingen is het jammer dat de wereld zoveel meningen van vrouwen moet missen, want doordachte opvattingen, daar kunnen er niet genoeg van zijn.
 
De vrouwen achter de site ikschrijf.com hebben een essaywedstrijd uitgeroepen: ‘Hoe maken we iets van onze toekomst?’ (http://www.ikschrijf.com/missie/)
De wedstrijd is alleen voor vrouwen, maar het zou natuurlijk leuk zijn als ook de anonieme reaguurders eens stil zouden staan bij bij die vraag.