Rechters

zondag, 6 november 2016
Auteur
Piet van der Lende

Rechters en gemeenten mijden principiele uitspraken over de participatiewet en zij volgen soms slaafs de ideologische prietpraat van de regering. Het komt vaak voor, dat advocaten een rechtszaak namens een client beginnen tegen de gemeente in verband met de participatiewet. Dit betreft dan individuele zaken. Soms trekt de gemeente een besluit dat op een individu betrekking heeft in, bijvoorbeeld wanneer een voorlopige voorziening is aangevraagd, en de gemeente ziet aankomen dat ze het gaat verliezen.
Maar ook bij rechtszaken trekt de gemeente soms een besluit op het laatste moment in, soms om te vermijden dat de rechter een principiele uitspraak gaat doen over het gemeentelijk beleid. In dat geval hoeft de gemeente geen rekening te houden met een mogelijke rechterlijke uitspraak waarin wordt gesteld dat het gemeentelijk beleid in strijd is met de wet. Want dergelijke uitspraken komen voor. Bij de client die naar de rechter is gestapt wordt het besluit dan teruggedraaid. In andere vergelijkbare gevallen kan de gemeente, wanneer de betrokken persoon geen procedure gaat voeren, het besluit gewoon handhaven, hoewel het in strijd is met de wet, en dat doen gemeenten soms ook. Bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam handhaaft dan het beleid voor die clienten, die niet een procdure zijn begonnen. Dit is bijvoorbeeld gebeurd met de verschillende regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten in het verleden.

Voor de Centrale Raad
Ook komt het regelmatig voor, dat een bepaalde procedure door een client gevoerd wordt tot aan de Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechterlijke instantie waar het gaat om de Participatiewet. Ook daar gebeurt het, dat de gemeente haar bestreden besluit op het laatste moment intrekt. Je kunt niet zeggen, dat er expliciete afspraken zijn tussen gemeenten en Centrale Raad, waarover ze achter gesloten deuren overleggen. Dat mag niet. Maar de Centrale Raad kan tijdens de openbare rechtszitting tussen de regels door 'dreigen' door het stellen van vragen en het maken van opmerkingen over een principiele uitspraak ten nadele van de gemeente, waarop de gemeente haar besluit intrekt om dat te vermijden. Bijvoorbeeld over de tegenprestatie in het kader van de Participatiewet. Dat wil niet zeggen dat de Centrale Raad altijd kritisch is. Vaak blijkt de Centrale Raad van Beroep slaafs het beleid van de regering te volgen, zonder daar inhoudelijk kritiek op te leveren. Ook is de Centrale Raad zeer terughoudend om de Nederlandse wetten, zoals die door het beleid van de regering tot stand komen, te toetsen aan internationale mensenrechten-verdragen die Nederland ondertekend heeft. De Centrale Raad bijvoorbeeld verwijst bijna nooit in haar motivaties naar het EVRM. (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens)

Dat de Raad het rekeringsbeleid soms slaafs volgt blijkt bijvoorbeeld recent bij 13 uitspraken over de kostendelersnorm in verschillende uitkeringen. De Raad voerde aan, dat bij de kostendelersnorm zoals de regering zegt, "de vangnetfunctie van de bijstand blijft gewaarborgd, het lonend blijft om te werken en er een bijdrage wordt geleverd om de schatkist van de overheid op orde te brengen.'' Twee dagen later publiceerde het onderzoeksbureau Regioplan, dat in opdracht van de gemeente Amsterdam een onderzoek had uitgevoerd, een rapport waaruit bleek dat van de argumenten van de Centrale Raad veel niet klopte. Het punt was, dat de kostendelersnorm werd ingevoerd omdat volgens de regering twee alleenstaanden die in het zelfde huis wonen veel kosten kunnen delen en dus minder kosten van levensonderhoud hebben dan een alleenstaande die alleen woont. Het onderzoek van Regioplan toonde aan, dat die redenering niet opgaat. De alleenstaanden die in hetzelfde huis wonen kunnen veel kosten niet samen delen. En komen door de kostendelersnorm in grote armoede.

De Bijstandsbond heeft een petitie lopen waarin je kunt aangeven dat je tegen de kostendelersnorm bent, zoals die geldt in de bijstand en verschillende andere uitkeringen. De petitie vraagt de kostendelersnorm volledig af te schaffen, dus niet alleen voor mantelzorgers, of AOW-ers of migranten met het gezin in het land van herkomst. De petitie kan getekend worden op https://geensamenwoonboete.petities.nl

Uitzondering
Een uitzondering op bovenstaande ontwikkelingen zijn de uitspraken van rechters over boetes die gemeenten oplegden. Deze waren gebaseerd op de Fraudewet, ingesteld door de voorganger van minister Asscher, Kamp van de VVD. Deze wet werd op 1 januari 2013 van kracht. De uitkeringsgerechtigde heeft over het algemeen een inlichtingenplicht naar de uitkeringsinstantie toe. Deze inlichtingenplicht is zeer ruim geformuleerd. Je moet alles melden, wat van belang 'zou kunnen' zijn. Ja wat zou er allemaal wel niet van belang kunnen zijn, bijvoorbeeld je krijgt een boekenbon van 25 euro voor je verjaardag van je oma, zou dat van belang kunnen zijn?
In het oorspronkelijke boete beleid moest bij een waarschuwing omdat iemand de inlichtingenplicht volgens de uitkeringsinstantie had geschonden, meteen ook een boete worden opgelegd. Ook al was er bij de uitkeringsgereechtigde duidelijk geen sprake van opzet. De Fraudewet maakte het mogelijk dat de overheid het onterecht uitgekeerde bedrag terugvorderde en datzelfde bedrag ook nog eens als boete oplegde. Bij herhaling kon de boete oplopen tot 150 procent van de betwiste uitkering. Daarnaast kon de uitkering enkele maanden worden stopgezet. Daarmee moest de fraudeaanpak worden gestroomlijnd met het strafrecht.
De Nationale Ombudsman en de rechter wezen er in uitspraken echter op dat in het strafrecht opzet moet worden aangetoond en dat bij deze fraudeaanpak van opzet werd uitgegaan. Men sprak zich uit over een reeks situaties waar geen sprake was van opzet maar eerder onvermogen en misverstand. Zo was soms niet duidelijk welke informatie de overheid wilde hebben van de uitkeringsontvanger. In de jurisprudentie hebben rechters een streep door dit boetebeleid gezet. Het was ook voor hen te belachelijk. Maar ook hier kwam het bovengenoemde vermijdingsgedrag van de rechterlijke macht naar voren. Hoewel de Fraudewet evident in strijd was met mensenrechtenverdragen, zoals het EVRM, gebruikten rechters dit arument nooit in de boetezaken. Ze zochten altijd een andere jurdische grond voor hun uitspraken. Minister Asscher kwam tegemoet aan de uitspraken van de rechters en de kritiek van de ombudsman. De hoogte van de boete wordt afhankelijk van de ernst van de overtreding, van de mate waarin de fraudeur blaam treft en van de omstandigheden van de fraudeur. De uitkeringsinstantie kan voortaan ook een waarschuwing zonder boete geven.

Invloed van rechtse prietpraat
Maar de konfronatie van de rechterlijke macht met de Haagse politiek bij het boetebeleid is een uitzondering en ook daar probeert men bepaalde argumenten te vermijden. Mijn stelling is, dat de gemeenten en de Centrale Raad een harde confrontatie met de Haagse politiek bij juridische procedures proberen te vermijden, omdat ze bang zijn voor de discussie die dan kan volgen. Ze zijn bang dat bij het overheersende rechtse klimaat het nog slechter wordt, of... ze zijn het eigenlijk wel eens met de maatregel, zoals de tegenprestatie, hoewel ze weten dat de maatregel eigenlijk in strijd is met bepaalde rechten zoals neergelegd in mensenrechtenverdragen. Maar ze willen dan daarover geen uitspraak doen.
De toets aan internationale mensenrechtenverdragen zoals EVRM hanteert men zelden bij zaken in de sociale zekerheid. Dit kan te maken hebben met het feit, dat de Europese eenwording en de Europese regelgeving controversieel zijn waarbij in de Haagse politiek en in de samenleving stemmen opgaan om bijvoorbeeld het EVRM maar niet meer te onderschrijven. Om een voorbeeld te noemen: de invloedrijke VVD-ers Stef Blok en Klaas Dijkhof betoogden al in 2011 in de Volkskrant, dat de regering binnen Europa steun moest zoeken om het Europees Hof aan banden te leggen. De rechters in Straatsburg zouden wetten in EU-landen bedreigen die democratisch tot stand zouden zijn gekomen. Met andere woorden: als wij, als uitvoerende en wetegevende macht een wet aannemen, moet de rechterlijke macht zich er niet mee bemoeien en het gaan toetsen aan mensenrechtenverdragen. De rechters willen een discussie daarover vermijden en geen voeding geven aan dit standpunt. Ook al omdat de Centrale Raad zelf onder vuur ligt. Bij de discussie in de Haagse politiek over de reorganisatie van de rechterlijke macht gaan stemmen op om de Centrale Raad maar op te heffen. De Centrale Raad staat onder druk. Hieruit blijkt de grote invloed van rechtse prietpraat, ook als de verkondigers daarvan niet de macht hebben, zoals Wilders.

Veranderen van het Haagse en gemeentelijk beleid via juridische procedures is een moeizame weg, al moet je het tezamen met andere acties volgens mij wel blijven proberen. De gang van zaken bij de boetes toont aan dat het wat kan opleveren, maar je moet er niet teveel van verwachten.