Op de trekschuit

donderdag, 28 mei 2020

Na amper drie maanden komt er dus al een eind aan onze tocht. De paarden op de oevers zijn vergiftigd, en op de volgende brug wacht ons een met stokken, stenen, vuurwerk en tatoes uitgeruste mob.

Terwijl het zoveel beloofde. Plotsklaps was daar die merel die zong. Die was daar natuurlijk altijd geweest en had ook al die tijd gezongen, maar het afgelegd tegen de auto’s, de brommers, de radio’s en de mensen die boven de herrie uit hun koopwaar aanprezen.

Opeens hoefde niemand meer de deur uit om te werken of naar school te gaan. Was het afgelopen met het niet-aflatende gebulder van het snelverkeer en waren de filemeldingen afgeschaft. Ontdekten ouders dat ze kinderen hadden en zag de kroost wat pa en ma eigenlijk deden voor de kost.

Van de ene dag op de andere was het finito met het consumeren. Maanden supermarkten hun klanten tot haast en waren de winkelstraten ontvolkt. Geen reclamezooi meer in de brievenbus en zelfs de koopkoopkoop-blokken op radio en tv werden ingedamd.

En het was afgelopen met de feestjes en vliegvakanties. Aan de misschien meest cynische verschijningsvorm van het vreet-en-zuip-of-ik-schiet-kapitalisme – binnensteden vol lallende terrassers en boa’s, en dito campinggasten pal naast vluchtelingenkampen- kwam een abrupt einde.

Over en uit was het met het groei-evangelie, we keken naar de rokende en stinkende puinhopen van het casinokapitalisme, we waren de weg kwijtgeraakt en baden dat we nog net de tijd zouden krijgen om dat aan elkaar uit te leggen.

Terug naar de trekschuit. Dat was niet langer het adagio van een clubje wereldvreemden of een autistisch blaag uit Zweden. Neen, dat werd uitgesproken door mannen en een enkele vrouw die een week daarvoor nog de vloer aanveegden met de onthaasting en de minderminderminder-mensen.

Heel stilletjes liep onze trekschuit van stapel en heel schuchter begon ze aan haar tocht. Zou ze het winnen van Schiphol en de KLM, van de vroemvroem-partij en de klimaatontkenners? Zou iedereen ook in de toekomst thuisblijven en alleen nog voor het hoognodige naar een winkel gaan?

Niet dus. Met dezelfde snelheid van het licht waarmee we over onze gezondheid begonnen na te denken, zijn de neuzen nu gericht op de schadevergoeding. Het heeft allemaal vreselijk veel gekost en voor die kosten moeten we nu met zijn allen opdraaien.

En daarbij gaat het dus niet over de kosten van driehonderd jaar industriële revolutie. Over de kosten die het roofkapitalisme heeft veroorzaakt, met haar oorlogen en hongersnoden, en haar uitbuiting van mens en natuur.

Neen, nu gaat het over de kosten van het nadenken, het eventjes de pas inhouden, de reflectie op hoe het verder zou moeten. Dat heeft geld gekost. En dus niets opgeleverd. Nog steeds zijn we niet in staat om na te denken anders dan in termen van geld en van winst en verlies.

Kijk, de meute op de brug wordt aangevoerd door Ursula von der Leyen, de tot voorzitter van ‘Europa’ gecatapulteerde voormailge Putzfrau van Merkel. Zij heeft de toekomst uitgeroepen, als zijnde de next generation. Die moet eeuwig bloeden voor de lafheid van de von der Leyens.

Wie kinderen heeft in de adolescente leeftijd, die weet wat hen te wachten staat. De twintigers van vandaag hebben bullshitbaantjes, geen vrije tijd en krijgen geen kinderen. In een land als Finland neemt de bevolking sinds 2017 af met drie tot vijf procent op jaarbasis.

Waar wij, hun verwekkers, in soortgelijke omstandigheden in de tachtiger jaren elkaar vonden, op straat, in de beweging, in onze gekraakte woonwerkleef-panden, daar leven zij in een geatomiseerde wereld, vol met sociale media en andere fopspenen voor zelfbewustzijn.

Die next generation van jou, Uschi, die komt er helemaal niet…

JoopFinland