Grondige twijfels

zaterdag, 22 augustus 2020

Bij VPRO-Zomergasten van vorige week zondag zei Carola Schouten iets dat zich in mijn hoofd vasthaakte aan vragen die me al een tijdje bezighouden. Ik ga het hier niet over Carola Schouten hebben, ook niet over het programma Zomergasten, maar ik meende het toch even te moeten melden, dat ik niet alles uit mijn eigen duim zuig c.q. in mijn eigen hoofd bedenk. Ze zei dat je in de politiek alles altijd zeker moet weten, althans, je hebt duidelijke meningen nodig, twijfel maakt je kwetsbaar en is daarmee zo'n beetje taboe. Het is misschien niet zo'n opzienbarende uitspraak, maar voor mij wel bruikbaar voor wat kwesties, kwesties van zowel persoonlijke als van politieke aard.

Kwesties van persoonlijke aard: aha, ik twijfel altijd graag (of: ik ben filosofisch aangelegd, dat klinkt al heel wat mooier). Na een antwoord op een vraag gevonden te hebben zit ik altijd meteen weer met een volgende vraag, of liever meerdere vragen, waardoor ik nooit 'zeker' over kom. Heel soms wordt dat gewaardeerd, maar veel vaker luisteren mensen liever naar iemand met een stelliger mening. Sterker nog: ik zelf vaak ook. Hangt wel van de mening af natuurlijk. Stellige linkse/feministische/anarchistische-etc. meningen, daar luister ik meestal met plezier naar, maar stellige meningen waarmee ik het falicant oneens ben vind ik erg irritant, dan hoor ik liever iemand eindeloos twijfelen.

Niet alle twijfel is interessant, het gaat om twijfelen met gegronde redenen… Iemand die twijfelt is iemand die zoekt, iemand die kan luisteren. Vooral in een gesprek van mens tot mens is dat vaak veel prettiger, maar ook in het politieke debat zou het een verademing zijn als er meer zoekend gepraat zou worden, als mensen zichzelf en elkaar daar de tijd voor zouden gunnen. Ik wed dat heel wat kwesties dan sneller tot een oplossing gebracht zouden worden.

Waar het wemelt van de stelligheid, en het twijfelen – deftiger gezegd: het actief zoeken naar hiaten in de eigen theorie – zelfs onder een vergrootglas niet te vinden is, dat is in de sociale media. Velen bouwen een muur om zich heen, met kijk- en schietgaten, en ze schieten lukraak om zich heen als ze zich aangevallen voelen. En dat voelen ze zich snel. Schieten met zekerheden.

Wist vroeger ook iedereen alles zo zeker, of is dat een gevolg van die nieuwe middelen? Of… is het misschien helemaal niet zo dat iedereen alles zeker weet, is het maar een houding, omdat het doodeng is om je kwetsbaar op te stellen, omdat je dan geheid (inderdaad:) gekwetst wordt. Misschien niet door je directe vrienden, maar dan toch wel door andere lezers, die wat verder van je afstaan.

Die laatsten wil je natuurlijk wel mee laten lezen, anders kun je net zo goed je mond houden op al die kwebbelpagina's – en dat laatste is dan ook wat ik vaak doe.

Laatst was er weer zo'n discussie waar 'Zeer Zeker' zich teweerstelde tegen 'Stelliger dan Stellig'. Iemand die het eens was met alle argumenten voor veganisme kon het toch niet aldoor opbrengen om alle melk en andere dierlijke kost te laten staan. Oké denk ik dan, dat kan, op zich prima dat diegene dat toegeeft. Maar het bleef niet bij die 'bekentenis' (die voor mij helemaal niet had gehoeven, je hoeft zoiets toch niet in het openbaar op te biechten!), de net-niet-veganist meende te moeten stellen dat deze niet-consequente houding eigenlijk veel beter was dan die van de radikale vegans die anderen veroordelen, met het vingertje wijzen en zichzelf moreel ver boven de melkslurpers en kaaskwijlers uit vinden steken.

Hier wordt dus de eigen onzekerheid omgevormd tot een wapen om anderen mee te treffen. De mogelijkheid dat er ook consequente veganisten zijn die niet met hun vingertje wijzen en zich niet superieur voelen wordt over het hoofd gezien. De bijna-veganist die het zo maar wilde houden kreeg veel bijval. Iemand die er 'lekker' stellig tegenin ging kreeg de volle laag.

Op een ander forum stelde iemand dat antiracisten ook veganist zouden moeten zijn. Afgezien van het onzinnige van dat 'moeten' begrijp ik de logica: als je tegen onderdrukking en discriminatie bent, trek die lijn dan door, ook naar niet-menselijke dieren, want ook die kunnen lijden. Hier sprongen (natuurlijk) anderen op in die stelden dat alle veganisten óók antiracist zouden moeten zijn. Dit laatste heb ik zelf ook in het verleden aangekaart in vegan-kringen, en dat zal ik blijven doen.

Ik erger me bijvoorbeeld aan de nadruk die sommigen (of best wel velen, vrees ik) leggen op rituele slacht, aan de geringe betrokkenheid bij bv vluchtelingenkwesties, ook blijkt soms dat veganisten waar het de medemens betreft bijzonder misantropisch kunnen zijn. Dat misantropische keert zich tegen de hele mensheid en is wat dat betreft niet racistisch, het scheert alle mensen over één (negatieve) kam.

Dat begrijp ik dan soms wel weer, eventjes dan, ze doen soms uitspraken die ik thuis 'onder goede verstaanders' ook wel eens doe, in de trant van 'de mensheid is een plaag voor de rest van de dieren' – ik houd er wel van om dingen eens van een andere kant te bekijken. Toch zit er ook iets akelig negatiefs in, en zelfs iets engs: door het idee mensheid in negatieve zin te gebruiken gaat het individu verloren, zoals dat ook verloren gaat in uitspraken over 'overbevolking'. Het individu, het kwetsbare individu, dat is wat we zijn, en hoe we het meest van elkaar kunnen genieten.

Kortom, wat deze laatste discussie betreft, ik begrijp beide kanten, maar ik begrijp niet waarom deze stellingen tegenover elkaar komen te staan, omdat ze voor mij van dezelfde aard zijn. Niet of-of maar en-en! Zo vind ik het zelf ook logisch om tegen discriminatie van LHBT's etc. te zijn, en natuurlijk tegen alle vormen van seksisme, tegen discriminatie op grond van uiterlijke kenmerken, tegen validisme, tegen leeftijdsdiscriminatie, en, pfff, moet ik nog doorgaan, waarom noemen we dit niet gewoon anarchisme, tegen alle vormen van overheersing en onderdrukking, dan zijn we er toch?

Of… klinkt dat alles wat al te stellig – zeker voor iemand die net nog een pleidooi hield voor het altijd blijven vragen en zoeken? Het antwoord houd ik lekker voor mezelf.

Rymke Wiersma