Gekkenwerk

woensdag, 19 augustus 2020

In de roman Gekkenwerk van Minka Nijhuis schrijft oorlogscorrespondente Lotte tussen 10 februari 1993 en 20 december 2016 brieven aan haar neef Alexander. Lotte begint als stewardess en overweegt de stap naar de journalistiek te zetten. Als ze in Bangkok op een vlucht wacht vindt daar net een staatsgreep plaats en de stewardess wordt gegrepen door het moment als ze op straat tanks ziet. “Volg die tanks,” zegt ze met klem tegen de taxi chauffeur. Uiteindelijk waren het geen tanks maar pantservoertuigen en de achtervolging leidde tot niets, behalve dat ze nu zeker weet welke kant ze op wil.

 Lotte en Minka Nijhuis

Fictie en feiten moeten gescheiden blijven. Maar ik vraag me af of de journalistieke carrière van Nijhuis zelf hier ook begon. Die loopbaan begon wel in Azië, met een artikel in Trouw over Vietnam dat zucht onder een gebrek aan middelen en oorlogsschade. Ze schreef verschillende bijdragen over de coup in Thailand van 1992. Birma werd in die begintijd haar hoofdonderwerp.

Dat is ook de eerste bestemming van Lotte, als deze af gaat op de vergeten oorlog tegen de Karen. Het hoofdkwartier in Manerplaw wordt aangevallen door gevechtsvliegtuigen als ze er net is. “Ik hoorde helikopters en het geratel van machinegeweren. Bang was ik niet. Daarvoor voelde het te onwerkelijk.” Twee stemmen speelden daarvoor al door haar hoofd. De ene zei “Dit is gekkenwerk,” de andere “no guts, no glory,” ze besloot naar die laatste stem te luisteren en dat blijft zo tot de laatste pagina van het boek.

Kwart eeuw oorlogen

Het boek omspant bijna een kwart eeuw en in die kwart eeuw komen niet alleen oorlogen voorbij maar -vooral- ook de mensen in die oorlogen. Al snel duikt een techneut in Manerplaw op die landmijnen voor de oorlog knutselt. Het was zijn keus niet om de oorlog in te gaan, maar hij werd door de situatie gedwongen. Als je dichtbij bent wordt alles ingewikkelder, stelt Lotte een paar maal in een brief.  

Het is onvermijdelijk dat sommige van de mensen die een rol spelen in de carrière van Lotte door de jaren heen verdwijnen achter de horizon, maar ze blijft ook velen volgen. Dat geldt zeker voor haar eerste gids in het land van de Karen, True Love, die zichzelf om begrijpelijke redenen liever TL laat noemen. Als hij langdurig in de gevangenis zit, brengt dit Lotte tot de overweging dat je ook kunt rouwen om de levenden. De man antwoord in 2015 – als hij eindelijk weer vrij is – op de vraag of het glas half vol of half leeg is in Birma, voorzichtig en zuinig, dat er genoeg water is om een visje in te laten zwemmen.

Betrokkenheid

Regelmatig duikt de betrokkenheid van Lotte op. Ze verbindt zich met de mensen die ze tegen komt en lapt daarmee de wijze raad van oude rotten om zich niet emotioneel te binden aan haar laars. Een andere journalistieke mores is die van de objectiviteit. De kennis die ze van haar neef opstak over Indochina was gekleurder dan past bij de hoedanigheid van journalist, stelt ze. Maar als die kennis nu met feiten of onderbouwde analyse te staven is? Waar komt toch dat vreemde fenomeen vandaan dat journalisten geen mening mogen hebben of dan tenminste toch een objectieve? Dat zal immers al snel neer komen op het volgen van de dominante mening en die dan het stempel objectief geven. De feiten, niets dan de feiten, hoor ik een journalist nog zeggen. Maar welke feiten je wel en niet laat zien maakt een wereld van verschil. De pers heeft de functie om de macht te controleren, lees ik ergens in een brief van Lotte, maar je kan de uitkeringsfraudeur opsporen en de kleine man controleren, of een creatief vluchtverhaal als fraude opdissen waar de overheid te weinig daadkrachtig op reageert. Het is maar waar je ziel en zaligheid ligt. 

Lotte gaat wel de verbinding aan met mensen die ze tegenkomt. Heeft wel een mening. Doet dingen die je alleen doet omdat je vindt dat de waarheid boven water moet komen, zoals een verblijf in een gewelddadig Oost-Timor rond het referendum waar de Timorezen voor onafhankelijkheid kozen, ondanks het schrikbewind van het leger. Ze bestreed dat hier de waarheid in het veilige midden lag. Het ging niet om de strijd tussen voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid, maar om eenzijdige brute repressie van het leger om de bezetting voort te kunnen zetten. Ze bepaalt ook dat sommige bronnen zo geloofwaardig zijn dat ze voor twee tellen, want een journalistieke wijsheid is dat één bron géén bron is en een betrouwbaar verhaal dat het waard is verteld te worden moet niet sneuvelen vanwege een onwrikbare richtlijn.

Wat ontbreekt

Het is onvermijdelijk gezien de periode die beschreven wordt, dat Lotte ook in Afghanistan en Irak zal belanden. Nederland vecht mee in het eerste land en het tweede is de open zenuw van de Westerse interventiepolitiek. De leugenachtige reden voor de oorlog van 2003, het uit de hand lopen daarna (van regelmatige bomaanslagen tot de Islamitische Staat toe) maken het moeilijk om een goed woord over deze oorlog te zeggen. Zelfs de vreugde over het verdwijnen van Saddam Hoessein is gesmoord in de chaos, het laten ontsporen van een heel land en de wraakuitoefening door ophanging. Ze haalt op dat Rumsfeld – de neoconservatieve minister van Defensie onder Bush jr. – in de jaren tachtig als afgezant van Reagan bij Saddam langsging. De inzet van chemische wapens vormden toen geen bezwaar. En dan mis ik in Lotte de kritische journalist die nog even fijntjes toevoegt dat Nederland met Van Anraat en Melchemie een flinke bijdrage leverde aan de arsenalen chemische wapens (naar schatting zo'n 45 procent van de grondstoffen voor Irak’s chemische wapenprogramma) en dat VVD-leider Bolkenstein in dat dossier een dubieuze rol speelde. Het ontbreekt. De Feiten. Niets dan de feiten.

Bij elkaar gebrachte kennis

Zou je alle korte en stellige opmerkingen over oorlogsjournalistiek, de rol van vrouwen daarin, en de rol van de media uit het boek overnemen dan had je een paar A-4's nodig. Een losse opmerking bij een journalistiek project van een Zuid-Koreaanse fotograaf is er daar een van: waarom hebben wij weinig aandacht voor wat buiten het Westen gebeurt, vraagt Lotte zich af. Je hebt journalisten die denken dat ze niet buiten de poort van een bases kunnen komen zonder dat hen de keel wordt doorgesneden en anderen die er rustig een kebab gaan eten. “Het vergt geen hogere wiskunde om te bedenken dat hun berichtgeving over het land nogal verschilt,” schrijft ze. Niet alleen korte opmerkingen, hele boeken worden genoemd. Zou je de genoemde boektitels en schrijvers verzamelen, van Martha Gellhorn via Sebastian Haffner naar Night Draws Near van Anthony Shadid, dan zouden er pagina's bijlage bij de roman zitten. 

Oorlogscorrespondentenclub

Boeken lezen is een van Lotte's methodes om zich snel inhoudelijk te verdiepen, en schrijvers dienen regelmatig als inspiratiebron. Het is niet de enige methode die ze hanteert. Ze zit bij een club van oorlogscorrespondenten, De Daring Dutch of DDD. Die DDD richt zijn kritiek onder andere op berichtgeving rond de War on Terror op het thuisfront: “waan van de dag in plaats van visie had de nieuwsvoorziening voortgejaagd.” De DDD zal echter met ruzie uit elkaar vallen. De kijk op vluchtelingen is het breekpunt. Ik kan het toch niet laten om een bericht over de Eerste Club van Nederlandse Oorlogscorrespondenten te noemen. Je hoeft niet bijster ingevoerd te zijn om hier de parallellen tussen fictie en realiteit te zien. Een roman geeft ruimte om bijna dertig jaar ervaring, observaties, wijze slogans, en meningen in kwijt te kunnen, zonder de lezer te overvoeren.

Wat drijft oorlog

Lotte stelt in het boek voor om eens vaker door de bril van een psycholoog naar conflicten te kijken en wat minder als politiek analist de situatie te duiden. Dan zou je misschien ook snappen waarom complotdenken welig tiert en wantrouwen een tweede natuur wordt van hen die leven in landen waar machthebbers geen rekenschap afleggen. Het is wederom een pleidooi voor het luisteren naar mensen. Toch komt Lotte heel vaak de internationale machtsverhoudingen tegen als een reden voor de vergeten conflicten of oorlogen waarover ze schrijft. Verslaggeving over oorlog, de door mensen gemaakte ramp, raakt aan veel aspecten van de menselijke samenleving (economisch, milieu, machtspolitiek, sociologisch, psychologisch etc.). 

Als antwoord op de stelling dat er geen good guys zijn in Syrië, schrijft Lotte haar neef, “Geloof me die zijn er wel. Maar het worden er met de dag minder.”

Mail-wisseling

Het boek, de inzet voor de mensen in uitzichtloze, al-dan-niet vergeten oorlogen, had me pijnlijk geraakt. Het verteren kostte veel aandacht. Wat kan ik nog, vroeg ik me tijdens het lezen regelmatig af. Het boek doet een appel op je positie in deze wereld. Iemand schreef me dat ik het niet te serieus moest nemen. Mijn antwoord was dat ik “Gekkenwerk wel een serieus te nemen boek vond, vol rake observaties (over oorlog en mensen, noord-zuid, journalistiek, media, etc.) en vol one-liners.”

We waren het uiteindelijk eens, en zo eindigt deze bespreking met de woorden uit een mail- wisseling. “Gekkenwerk is natuurlijk wel een serieus te nemen boek, en het klopt ook dat er rake observaties inzitten. Wat ik absoluut waardeer is de gezonde dosis zelfspot in de reflecties over haar heel belangrijk vak van oorlogsverslaggeving.”

Gekkenwerk is meeslepend, vaak met humor, spannend en is vooral meelevend.

Martin Broek

(Verscheen eerder op https://broekfoto.blogspot.com/2020/08/boeken-in-augustus.html
onder de titel Meeleven met mensen in oorlog)