Een Fukushima schuilt overal

donderdag, 28 april 2011

Natuurrampen en epidemieën zijn nooit te voorkomen en kunnen catastrofale effecten hebben waar niet of nauwelijks grip op is te krijgen. Maar niet alleen de natuur kan mens en dier schade berokkenen. Het hoogst ontwikkelde wezen van onze planeet met zijn moderne technologie kan er ook wat van. Behalve kernwapens, bestaat er niets in de mensenwereld dat een zo vernietigend potentieel in zich heeft als een kerncentrale. Maar als zich eenmaal een kernongeluk van formaat voordoet mag het geen naam hebben. Ook al missen zulke uitspraken elke basis. Zo hoorde ik laatst nog de psychiater Johan Havenaar beweren dat er bij de gedeeltelijke kernsmelting in de kerncentrale Three Mile Island nabij Harrisburg (maart 1979) geen radioactiviteit was vrijgekomen, terwijl daar toen om de druk in het reactorvat te doen verminderen grote hoeveelheden radioactieve stoffen zijn geloosd, waaronder radioactief jodium, cesium en strontium. Naar de effecten daarvan is nooit adequaat onderzoek verricht, maar ook toen al was de conclusie snel getrokken: de mensen in de omgeving waren vooral ziek geworden door de angst voor radioactieve straling. Het zat en zit allemaal tussen de oren! En dat is makkelijk gezegd, want aantonen dat je ziek bent geworden van radioactieve straling is praktisch onmogelijk, behalve wanneer het gaat om blootstelling aan hoge doses straling. De enige hulpmiddelen die de wetenschap ons biedt om dat vast te stellen is statistisch onderzoek, waarop het vak epidemiologie is gebaseerd. Maar dat blijkt na rampen opeens altijd heel moeilijk uitvoerbaar en wordt dus maar nagelaten. Niet bij het meten van de gezondheidseffecten van roken en het drinken van alcohol. Cijfers waarbij na het zich voordoen van een kernramp altijd graag naar wordt verwezen. Dat ook blootstelling aan radioactieve deeltjes gezondheidsschade kunnen toebrengen is geen topic. De stralingsdeskundige Dr. Keith Baverstock, die in 2003 bij de WHO vertrok – moe van de politieke koehandel binnen deze organisatie waar zijn werk onder leed, verklaarde onlangs in The Guardian dat het na 25 jaar ideologisch getouwtrek tussen voor- en tegenstanders van kernenergie over de medische gevolgen van de kernramp in Tsjernobyl het de hoogste tijd is voor uitgebreid onderzoek in de directe omgeving van Tsjernobyl, in Oekraïne, Wit-Rusland en Rusland. Daar heeft het al die tijd aan ontbroken. Hij zei dat de Europese Commissie hiervoor 10 miljard euro beschikbaar moet stellen. Een zinnig voorstel, maar het zal hoogstwaarschijnlijk niet gebeuren. Maar ook andere maatregelen, zoals het doen verkleinen van de kans op een ernstig kernongeval worden niet genomen.
 
Waarschijnlijk of mogelijk?
Vandaag de dag is onze benadering van risico's gestoeld op kansberekening. Welke milieueffectrapportage van een chemisch of nucleair bedrijf je ook bekijkt, de kans op een ernstig ongeval is altijd onwaarschijnlijk klein. De waarschijnlijkheid dat een tsunami een half dozijn van de kernreactoren van de kerncentrale Fukushima 1 ernstig zou beschadigen was uiterst klein. Alleen al het idee dat een tsunami zou kunnen plaatsvinden heeft bij de kerndeskundigen, ook bij de toezichthouders, nooit postgevat. Ze faalden niet alleen in de mogelijkheid van het voorspellen van een zeer zware aardschok en een tsunami, maar ook in het doen van onderzoek naar kwetsbare plekken in het ontwerp van de Fukushima kerncentrale voor een natuurramp op deze schaal. In plaats daarvan vaarden ze blind op een geschiedenis van feilloos werkende kerncentrales als een garantie voor toekomstige veiligheid. Dat maakt dat onverwachte gebeurtenissen geen rol spelen bij de inschatting van risico's. Om die reden is het beter te kiezen voor een worstcase benadering van risico's, de mogelijkheid of het vooruitzicht dat een ernstige ramp zich voordoet. Bij deze benadering zijn ongelukken die voorheen nooit gebeurden wel mogelijk. Sterker, ze doen zich de hele tijd voor. Zo beschouwt is de kans op een (gedeeltelijke) kernsmelting bij een kerncentrale niet eens in de 100.000 jaar, het laagste risicocijfer dat ons is voorgespiegeld, maar 3 keer in 32 jaar: Harrisburg (1979), Tsjernobyl (1986) en Fukushima (2011).
 
Al deze drie kernongevallen hebben gemeen dat er veiligheids- of controlesystemen faalden. En bij ieder ongeluk of bijna-ongeluk, zoals bijvoorbeeld bij de kerncentrale in het Zweedse Forsmark (2006), wordt beweerd dat er lering zal worden getrokken uit de fouten die zijn begaan. Maar iedere keer weer blijkt er feitelijk niets te zijn geleerd, wordt er – of je nou in een socialistisch of een kapitalistisch systeem woont – weer censuur gepleegd, wordt er weer geen adequaat onderzoek verricht en worden weer de rampzalige gevolgen van de ramp domweg ontkend.

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Filtered HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type='1 A I'> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id='jump-*'> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.