Denkend aan linkse gezamenlijkheid

maandag, 1 juni 2020

Terwijl ik vanmorgen op de radio hoorde dat ondernemers het vertrouwen in de economie langzaam terugkrijgen en Asscher uitlegde dat 'deze tijd geen politieke verdeling toestaat', worstelde ik net met de vraag of een probleem kan bestaan als er geen oplossing voor is. Dat gemijmer was opgeroepen door een gewetensvraag: heeft het zin een probleem aan te kaarten door een nieuw probleem op te roepen.

Concreet: wat te doen met de constatering dat de actuele crisis een totaal vastgelopen kapitalisme laat zien en er geen sprake is van een brede linkse tegenbeweging? Een schrale troost is dan wel dat Asscher een deel van het probleem is, maar hij en zijn partij niet alleen. Omdat zo'n beweging niet af te kondigen is, zou het kunnen helpen de noodzaak ervan te benadrukken. Dat moet dan maar. Niet voor het eerst. Maar juist voor links geldt, zonder hoop valt niet te leven.

Dominerend rechts

Over de urgentie van die tegenbeweging spreekt Abram de Swaan in De Groene Amsterdammer van 7 mei jongstleden. In een boeiend essay – Vóór de catastrofe – maakte hij een vergelijking tussen 10 mei 1940 en 10 mei 2020. Toen, de onderschatting in linkse kringen van de dodelijke gevolgen van het racisme en antisemitisme ten tijde van de aanstormende catastrofe. Nu, de crisisvolle actualiteit met een giftig mengsel van de corona pandemie, de op gang zijnde economische crisis en de al enige jaren groeiende verrechtsing - opnieuw een dreigende, internationale catastrofe. Na een bijna wanhopige constatering dat het lijkt of in deze tijd progressieve bewegingen de moed verloren hebben, is de slotzin van De Swaan: Tegen de opkomst van extreem-rechts helpt alleen collectieve actie in stevige organisaties, zoals politieke partijen. Met als laatste, enigszins berustende woorden: Dat moet dan maar.

Geen oplossing, wel een open oproep die 'breed links' zich kan aantrekken. De eerste nood is echter geen totaal programma met een reeks van eisen, daar ligt het euvel van links niet. Wel bij de historische en bijkans gekoesterde verbrokkeling en het gebrek aan samenwerking en (een begin van) gezamenlijke initiatieven en organisatie. Zwakten die uitmonden in een geringe mobilisatiekracht.

Met deze mankementen is het gestelde probleem er niet minder om. Vooral niet, omdat zowel 'fatsoenlijk' rechts als radicaal rechts binnen en buiten het parlement de politieke en sociale agenda bepalen en tegenspraak in de media zelden te horen is. Een plaag zijn inmiddels de sociale media, een bron van nationalistische en antisemitische scheldpartijen, en een vreemdelingenhaat die zich sedert de verspreiding van het coronavirus expliciet richt op mensen met een (veronderstelde) herkomst uit China. Expliciete aandacht voor deze boosaardige verwensingen zullen in de plaats moeten komen van halfzachte opvattingen die zijn terug te voeren tot 'geen slapende honden wakker maken'. Temeer, daar deze vijandschap deel uitmaakt en geïnspireerd wordt door een internationaal woekerend, autoritair populisme dat in de huidige Coronatijd de 'sterke man' en afkeer van elk spoor van progressiviteit vleugels geeft.

Niet van gisteren

En nu? In het maatschappelijk debat is een stemming te merken van 'zo kan het niet meer, het moet anders'. Misschien tijdelijk en opportunistisch of een eerste rechtvaardiging voor onvermijdelijke bezuinigingen: thuis werken is goedkoper, online bijeenkomsten schelen veel tijd, enzovoort. Het rondgestrooide geld kan immers niet alleen uit de lonen teruggehaald worden.

Maar zo'n stemming kan ook geraakt worden door de ervaren verminderde geluidshinder en luchtvervuiling, Door de dier-onterende, geïndustrialiseerde fokkerijen en slachthuizen. Door de weigering de komst van (jonge) vluchtelingen te financieren. Door de onmenselijke leef- en woonomstandigheden van arbeidsmigranten. Of door nauwelijks democratisch gecontroleerde staatsbemoeienis met het dagelijks leven.

Opnieuw, en nu? De eerste 'opdracht' aan links is deze veel besproken actualiteiten met elkaar in verband brengen. Dit in tegenstelling tot de schijnbare overzichtelijkheid waarmee de vele deskundigen in een 'routekaart' de crisis in de volksgezondheid gefaseerd losmaken van de crisis in de economie. De eerste is een ramp die de mensheid overkomen zou zijn, de tweede is daarvan een gevolg. Alsof de onderlinge afhankelijkheid en kwetsbaarheid van de mondiale economie uit de lucht is komen vallen. Alsof de fabrieksmatige en massale vleesproductie sinds gisteren opduikt. Alsof de honderdduizenden vluchtelingen vorige week op de Griekse eilanden zijn gestald. Alsof migranten voor een karig loon met z'n tienen tot twintigen plotseling in een vakantiehuisje zijn gepropt. Alsof de ziekenhuizen sinds kort bezwijken onder bezuinigingen. Alsof de farmaceutische industrie ineens bedacht heeft winsten voor de aandeelhouders de hoogste prioriteit te geven. Alsof door een donderslag vele zelfstandigen zonder personeel tot de precaire arbeid(st)ers behoren.

Het ontstaan en de werking van de pandemie hebben met de economische crisis een overeenkomstige economische, sociale en politieke bron. Dat aan de orde stellen is de bestaansgrond van linkse organisaties, partijen, bewegingen en actiegroepen. Dat is toch wel het minste dat we vanaf morgen kunnen uitdragen. Op de weer vrij komende straten, de volop draaiende bedrijven en de (eigen) media. Daar komen we elkaar minimaal tegen en is er behalve de noodzaak ook een unieke kans de veel beleden linkse gezamenlijkheid te praktiseren.

Hans Boot