De drie kernsmeltingen bij Fukushima

zondag, 3 juli 2011

Ondanks het gebrek aan aandacht in de internationale media blijft de situatie bij de Fukushima Dai-ichi kerncentrale (Fukushima 1) “zeer ernstig”. Zo staat te lezen in het wekelijkse nieuwsbulletin van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) van eind mei. Tot half mei was de officiële lezing dat de kernreactoren zwaar beschadigd raakten door de tsunami. Maar op 15 mei geeft de eigenaar van de kerncentrale, Tokio Elektriciteitsmaatschappij (TEPCO), toe dat de brandstof in kernreactor 1 al 16 uur na de aardbeving voor het overgrote deel was gesmolten. Het insluitingsvat van reactor 1 blijkt te lek om de reactorkern effectief te kunnen koelen. In de eerste week van juni geeft Japan toe dat ook bij de reactorblokken 2 en 3 de brandstof door de insluitingsvaten waren gesmolten. Wat eigenlijk geen nieuws was, want de  Amerikaanse waakhond van de kernindustrie, de Nuclear Regulatory Commission (NRC) had dat al in de eerste week van april gemeld. Een meltdown bleef reactorblok 4 bespaard doordat er geen brandstof in zat, maar er zijn wel ernstige problemen met het zwaar beschadigde bassin in dat blok waar gebruikte brandstofstaven worden gekoeld. Dat zijn in dit geval in plaats van gebruikte brandstofstaven met licht verrijkt uranium, gebruikte brandstofstaven van een mengsel van plutonium en verarmd uranium (MOX brandstof). In tegenstelling tot het koelbassin bij reactor 2 is men er hier niet in geslaagd een werkend koelsysteem te installeren, waardoor er voortdurend van buitenaf water op moet worden gepompt. Het verrichten van werkzaamheden in reactor 2 is praktisch onmogelijk door de zeer hoge luchtvochtigheid in het reactorgebouw. TEPCO dacht dat de bron daarvan de warmte was van het bassin met gebruikte brandstof, maar nu de koeling daarvan is gerepareerd, beseft het dat de bron de gesmolten reactorkern is op de bodem van het reactorgebouw, wat veel moeilijker aan te pakken is. Bij reactor 3 heeft een enorm lek in het beschadigde noodkoelsysteem van de reactorkern niet lang na de aardbeving een kernsmelting veroorzaakt. TEPCO stelt dat deze kern nu weer wordt gekoeld, maar er zijn ook berichten dat de temperatuur weer toeneemt.
 
Japan gaf begin juni ook toe dat de hoeveelheid straling tenminste twee keer zo hoog was dan wat de elektriciteitsbedrijf tot dan toe had verklaard. Wat ook al geen nieuws was, want uit eigen onderzoek van de Oostenrijkse regering, gebaseerd op de werkelijke metingen van radioactiviteit was dat al in de derde week van maart gebleken. De oorspronkelijke berichtgeving over de kernramp door TEPCO en de Japanse regering was dus een veel te positieve voorstelling van hoe de zaken er voor stonden. Tot half mei hield TEPCO vol dat ‘slechts’ een klein deel van de kernbrandstof van reactor 1 zou zijn gesmolten en dat met behulp van de aanvoer van veel water en de constructie van een nieuw koelsysteem de kern uiteindelijk zou kunnen worden gekoeld. Ook de problemen bij de andere reactoren zouden kunnen worden opgelost. Volgens schema zouden eind 2011 de problemen onder controle zouden zijn. Maar nu is duidelijk dat dit schema bij lange na niet haalbaar is.
 
De kernramp is nog steeds aan de gang en het ziet er niet naar uit dat er binnenkort een einde aan komt.
Volgens onafhankelijke wetenschappers vertegenwoordigen de hoeveelheden kernbrandstof in de eerste drie reactoren en de drie opslagbassins van gebruikte kernbrandstof, waaronder die in reactorgebouw 4, een hoeveelheid radioactief materiaal die in theorie een kernramp met een omvang van 20 ‘Tsjernobyls’ kan veroorzaken. Er zijn al grote hoeveelheden radioactief materiaal ontsnapt, vooral cesium-134 en cesium-137, die ook bij de ramp in Tsjernobyl de voornaamste besmettingsproducten waren. TEPCO sproeit water op de reactoren en brandstofkernen. Maar dit heeft alleen maar geleid tot grotere problemen, zoals uitstoot van straling in de lucht via stoom en verdampt zeewater en natuurlijk de vorming van honderdduizenden tonnen hoog radioactief zeewater. En waar laat je dat besmette water?
 
Onafhankelijke wetenschappers houden toezicht op locaties van radioactieve “hot spots” verspreid over heel Japan, en hun bevindingen zijn verontrustend. Tot op 200 kilometer afstand van de kerncentrale zijn hot spots gevonden van meer dan 20 millisievert (mSv) per jaar, en 60 mSv per jaar op 40 kilometer van de centrale. Vrijwel overal ter wereld wordt een limiet gehanteerd van 1 mSv per jaar, maar die is in Japan in maart verhoogd tot 20 mSv per jaar, een norm die elders geldt voor werknemers in de kernindustrie. Een belangrijk verschil met de kernramp in Tsjernobyl is de veel hogere bevolkingsdichtheid rondom de kerncentrale. De miljoenenstad Tokio ligt slechts op 250 kilometer van de getroffen centrale.

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Filtered HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type='1 A I'> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id='jump-*'> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.