dinsdag, 1 december 2020

Mensen kunnen in van alles en nog wat geloven. Dat de aarde plat is. Dat Kerst belangrijk is, en Piet. Dat Het Virus niet bestaat. Dat Trump alle staten gewonnen heeft. Dat vaccineren tot autisme leidt. Dat 5G-fotonen met lage energie gevaarlijk zijn maar oranje fotonen van een kampvuur niet, ook al hebben die honderdduizend keer meer energie. Dat economische groei nodig is. Dat de personenauto een belangrijke uitvinding is. Dat shoppen belangrijk is, en elke dag koffie. En feesten en religie en dat de tarwe gezaaid moet worden als de maan daar en daar staat.

Ik noem hier allerlei dingen waarvan bekend is dat een deel van de mensen er heilig in gelooft en een deel het flauwekul vindt. Overbodig. Van onbenullig tot gevaarlijk.

Je zou denken dat het tot op flinke hoogte mogelijk is om kul en slim van elkaar te onderscheiden. Niet door de gelovigen zelf, maar wie alles van buitenaf rustig beschouwt komt een heel eind. Toch? Ik moet je teleurstellen: dat valt tegen.

In de loop van de eeuwen dat er aan kennistheorie werd gedaan, kalfden er steeds meer zekerheden af. Het eindpunt van die geschiedenis is een alles omvattend filosofisch skepticisme, maar toen ik de filosofische literatuur erop doornam waren er nauwelijks voorgangers te vinden. Er zijn wel allerlei boeken over skepticisme, maar dat zijn voornamelijk auteurs die skepticisme willen weerleggen, omdat het aan hun geloofspoten zaagt. In de westerse wetenschap zijn het dus vooral christenen die over skepsis schrijven. Daarnaast is er een enkeling die wel zegt skepticus te zijn, maar mij kwam het voor dat het vooral om dwarsigheid ging. Overal tegen zijn. Een mij te eenvoudig standpunt, dus het werd: zelf schrijven.

Mensen weten heel goed hoe skepticisme werkt, want ze zijn al skeptisch over de ideeën van veel of misschien wel alle anderen. Deskundigen bijvoorbeeld kunnen skepsis verwachten van degenen die ergens niet aan willen. Zelfs cijfers en metingen worden terzijde geschoven als bijvoorbeeld de veetelers het niet zint. Dus mensen zijn skeptisch over anderen en wat ontbreekt is slechts skepsis over de eigen ideeën. 'Slechts'!

Er zijn pogingen gedaan om wetenschappelijke kennis hard te kunnen onderscheiden van daagse kennis. Dat is niet gelukt, ook al heeft de zoektocht een hoop interessants opgeleverd. Het kon ook niet lukken, want volgens mij zitten alle ideeën, theorieën, gedachtenstelsels, meningen en wensen op dezelfde manier in elkaar. Alles begint met gissingen, gokjes, verzinsels en die combineer je, je bouwt erop voort. Dit geldt echt voor alles, zelfs voor zoiets dat als onomstotelijk en aangeboren voelt, zoals 'de buitenwereld bestaat'. Want ga maar na, de hersenen vinden dat de buitenwereld bestaat, maar de hersenen zijn zelf nooit buiten geweest. Ze weten het door wat de zintuigen aanleveren? Maar hoe weten de hersenen hoe die zintuigen werken en dat ze betrouwbare gegevens aanleveren? Dat kunnen de hersenen logischerwijs nooit weten. Ze kunnen wel een model maken van hoe die zintuigen werken en waar de werkelijkheid volgens de zintuigindrukken uit bestaat.

Wat hier uit volgt is dat 'waarheid' een volkomen onbruikbaar begrip is. Als het al lukt om het bestaan van de buitenwereld niet te bewijzen, dan houdt alles op. Of nee, dan begint alles juist, dan zie je dat iedereen (van de veronderstelde buiten bestaande andere mensen) in hetzelfde schuitje zit. Dan zie je dat iedereen voortdurend aan het modellen maken is en dat dat al die modellen beginnen met particuliere gissingen en wensen. Verschillen die van de jouwe dan zou je er eigenlijk op dat niveau over moeten praten, want in de details helpt niets als de gissingen verschillen.

Zoals koningen zeiden of zeggen dat god het juist vindt dat de monarchie bestaat, zo zeggen kapitalisten dat het goed is om rijkdom te vergaren. Het komt allemaal uit de duim. Je kunt daar allerlei grote verhalen tegenover zetten, maar ook die komen in laatste instantie uit de duim. Dat geeft niet, en als je er open over bent geeft het nog minder. Ik heb bijvoorbeeld een model van de wereld en van de mensen daarin (en andere dieren) en dat er spiegelneuronen zijn en brokjes aangeboren rechtvaardigheidsgevoel en dat mensen van vrijheid houden en soms/vaak van samenwerken en dat anarchisme daar het meest rekening mee houdt. Dit lijkt me trouwens niet zo'n erg groot verhaal, niet zo groot als modellen over de klassenstrijd en de dialectiek in de geschiedenis. Ik had op de universiteit ooit een docent die hele redeneringen hield, vol goede bedoelingen, maar toch liepen ze vast. En dan maakte hij een sprong naar iets heel anders en zei: dat is nou de dialectiek.

Ik hou niet per se van kleine verhalen. Wel denk ik dat het voor iedereen goed is om te beseffen hoe klein en beperkt onze hersenen zijn, hoe lastig het dus is om met andersdenkenden verder te komen, hoe goed het voor de wereld zou zijn om de grote verhalen te verkruimelen. Dat het goed is om veel te weten over weten. En zo voorts. Maar ook dat is allemaal model, zo heet mijn boek over kennis dan ook: Modellisme.

Weia Reinboud