vrijdag, 2 oktober 2020

Het zijn jaren van verschrikking, de jaren waarin we leven. Californië en andere Amerikaanse staten in de fik, net als eerder flinke delen van Australië. Planten- en diersoorten die uitsterven in een ijzingwekkend tempo. Een virus dat om zich heen greep, nadat het loskwam uit een context van urbanisatie en ontbossing, waardoor bosdieren opeens in aanraking komen met mensen, waarbij virussen die bij die dieren geen schade aanrichten, op mensen overspringen en daar de meest destructieve effecten hebben. Maar nee, ik ga het deze keer niet over corona hebben. Ik wil, tegen de achtergrond van ecologische verwoesting en pandemische effecten van die verwoesting, eens een positief verhaal vertellen. Een positief verhaal dat nog op feiten is gebaseerd ook. Ik ga het hebben over de terugkeer van de wolf in Nederland.

De afgelopen twee jaar is duidelijk geworden dat wolven hun weg naar bossen in Nederland hebben weten te vinden. Eerst was er sprake van een enkele rondtrekkende wolf. Inmiddels heeft zich op de Veluwe een roedel gevestigd. Ook in Noord-Brabant is vestiging in beeld en wel in het gebied van de Strabrechtse Heide.(1) Het is een opmerkelijke ontwikkeling, en een hoopgevende ontwikkeling ook.

De wolf was in Nederland uitgestorven, niet als bijeffect van ecologische destructie, sloop van leefgebied, uitsterven van prooidieren door menselijke invloed of iets dergelijks. Nee, de wolf was in Nederland welbewust uitgeroeid.(2) Dat is gebeurd met grote wreedheid en opmerkelijk fanatisme. Individuele bejaging met vallen kwam voor. Maar er waren vanaf de middeleeuwen ook grote wolvenjachten, door autoriteiten georganiseerd en met verplichte deelname. Wolven werden als vijand bejegend, vanwege het gevaar dat ze vormden voor schapen en dergelijke: ze waren concurrenten van veehouders, lang niet altijd rijke mensen. Wolven vielen ook jachtwild aan, en dat maakte ze tot gevaar voor degenen wie jacht als privilege uitoefenden: de adel, de elite op het platteland.

Tegelijk leefde er angst voor wolven vanwege het gevaar dat ze voor mensen zouden opleveren. Het kwam inderdaad voor dat wolven mensen aanvielen en doodden. Maar het waren eerder incidenten. De indruk bestaat dat de wolf vooral bestreden werd vanwege economische schade aan veeteelt en jacht, en dat de angst voor de wolf voornamelijk een extra propaganda-punt was en niet de echte reden. Die economische schade kon plaatsvinden vanwege de manier waarop de maatschappij dieren tot exploitatie-object had gedegradeerd, hetzij om ze te fokken voor vlees en melk, hetzij om ze te bejagen vanwege voornamelijk rijkeluisplezier en prestige. Een maatschappij die dieren met respect bejegent, heeft aan de wolf geen rivaal.

Maar het fanatisme waarmee de wolf is bestreden, tot uitroeiing in de negentiende eeuw aan toe, doet vermoeden dat er meer speelde. Het is alsof met de wolf de wildheid zelf, de ongecontroleerde, niet door beschaving gedegradeerde en onderworpen natuur, tot vijand was verklaard. Het was niet zomaar de veeteelt en de jacht die oprukte tegenover de wolf als oorzaak van economische schade. De beschaving zelf rukte op, tegenover de woeste natuur met de wolf als symbolische hoofdpersoon in die wildernis. De wolf was een soort van Ultieme Vijand die moest worden uitgebannen zodat beschaafde kindertjes rustig konden slapen zonder angst dat grootmoeder een verslindend roofdier bleek te zijn.

In de strijd tussen maatschappij en natuur, tussen beschaving en wildheid, legde de wolf het af. De aantallen liepen snel terug, en in de twintigste eeuw was de wolf in Nederland gereduceerd tot een stukje geschiedenis, een deel van de folklore, en een object van verbazing en vermaak in dierentuinen. De beschaving had gewonnen. De strijd tegen de wolf werd gestaakt. Maar intussen was bij sommige mensen enig besef gegroeid dat je de natuur niet eindeloos ongestraft kon verwoesten, en dat diersoorten het waard waren om behouden te blijven. Natuurbescherming werd een door veel mensen omarmd thema. Zo kwam aan de uitroeiingscampagne tegen de wolf in veel landen een einde. Er viel trouwens ook niet veel meer te jagen, wat wolven betreft. Die waren teruggedrongen tot onherbergzame streken.

En zie! Heel rustig aan nam het aantal wolven – nu een beschermde diersoort in veel landen – weer toe. Jonge wolven die op eigen benen kwamen te staan, maakten omzwervingen en kwamen daarbij geen jagers meer tegen, maar wel bossen waar allerlei dieren in aanzienlijke aantallen leefden. Van die dieren konden wolven leven. Rondzwervende eenlingen vonden elkaar, nieuwe roedels vormden zich. Het gebeurde in Duitsland, het was een kwestie van tijd voor zich ook weel wolven in Nederland vertoonden Voor landsgrenzen hebben die dieren immers niet het geringste besef of respect, hetgeen een van de talloze zaken zijn waarin wolven zich gunstig onderscheiden van de beschaafde mens. Nu leven er dus weer wolven in Nederland.

Wat zegt dit ons? Herstel is mogelijk! De organisatie van de maatschappij – gericht op winst, macht, beheersing – maakt de niet-menselijke natuur kapot. Maar waar, om wat voor reden dan ook, die destructie op onderdelen wordt stopgezet, maakt die natuur uit zichzelf een comeback. Stop met jagen op wolven, en de wolf duikt weer op. Behandel de natuur met enige terughoudendheid, niet als vijand maar als bevriende macht… en de natuur hervindt haar kracht en glorie. Stop met de niet-menselijke natuur – en de natuur in de mens! – als veroveraar te bejegenen… en vrijwel uitgestorven diersoorten komen terug, bossen bloeien op op de ruïnes van een beschaving waarvan de ondergang bepaald niet alleen door wolven, maar ook door opgewekt onbeschaafde, want vrije, mensen verwelkomd kan worden.

De nederlaag die de natuur structureel lijdt tegenover de agressieve beschaving, is zwaar maar nog steeds niet definitief. Als de wolf als symbool van wildheid terug kan komen, kan de wildheid zelf het ook. Die beschaving is niet onoverwinnelijk, en dat is voor de natuur, inclusief de menselijke natuur die net zo goed door de beschaving wordt platgewalst als de natuur daarbuiten, toch een enigszins hoopgevende gedachte.

Helaas is hiermee het verhaal niet af, al was het maar omdat de beschaving nog helemaal niet de ondergang heeft beleefd die ik haar – voor ons aller welzijn – toewens. Met de terugkeer van de wolf duiken ook de oude angsten weer op. Ze vangen onze schapen! Ze leveren economische schade! Er is geen ruimte voor de wolf in Nederland! Het klopt: wolven vangen soms schapen. Maar waar die schapen gevangen gehouden zijn door mensen, om wol en melk te leveren, en om vroeg of laat de dood in gejaagd te worden voor vlees, past het mensen niet om al te zielig te doen over die gevangen dieren. Wie werkelijk geen schapen dood wil laten gaan, zou kunnen ophouden met schapenvlees te eten en schapenteelt te tolereren. Het is niet het schapenleed, maar het verlies van inkomsten, dat hier het motief is om de wolf opnieuw tot vijand uit te roepen. Overigens is het aannemelijk dat, als wolven zich eenmaal echt in een streek hebben gevestigd, ze op wilde dieren jagen, meer dan op schapen.(3) Ze blijven toch bij voorkeur uit de buurt van die gevaarlijke tweebeners.

Ja, soms doden wolven veel meer schapen dan ze opeten. Hoe dat komt? Dick Klees, geïntroduceerd als ‘wolvendeskundige uit Chaam’, legt het uit bij Omroep Brabant. ‘Een wolf is gewend een kudde wild op te sporen. Hij vangt dan een van de beesten en de rest maakt zich uit de voeten’, aldus Klees. ‘Maar een schaapskudde kan geen kant op. De schapen zitten in een afgesloten weiland. “En dus blijft de wolf maar prikkels krijgen van prooi die hij kan vangen’, zegt Klees. “Zijn ogen zijn veel groter dan zijn maag. Het gevolg is dat hij blijft doden terwijl hij het voedsel niet nodig heeft”’ (4)

Het is de gevangenschap van de schapen, niet de wrede bloeddorst van de wolf, die al die schapen fataal wordt. Als je niet wilt dat zoiets gebeurt kun je twee dingen doen. Je kunt als schapenhouder het verblijf van schapen heel goed beveiligen, met adequate omheining. Dan krijgt de wolf geen kans om schapen te vangen. Je kunt natuurlijk ook ophouden met het gevangen houden, exploiteren en doden van schapen. Dat is sowieso een beter idee.

Terug naar de wolf zelf. Laten we de terugkeer van dat dier begroeten en vieren! En laten we  iedereen die de oude beschavingsmissie wil hervatten en de jacht op de wolf weer wil heropenen een snoeihard halt toeroepen. Tot de wolf zeg ik: wees welkom!

Noten:

1 ‘Wolf lijkt een blijvertje en vestigt zich op de Strabrechtse Heide’, Omroep Brabant, 17 augustus (2020? Jaartal niet vermeld bij artikel), https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3209964/schapenbloedbaden-nemen-juist-af-als-wolf-zich-permanent-in-brabant-vestigt

2 Jan H. de Rijk: ‘Wolven in Nederland: een samenvatting van de historische gegevens’, Huid en Haar 4, 1985, 73-84, https://www.wolveninnederland.nl/sites/default/files/wolveninnederland2-historisch-overzichtsartikel-jan-de-rijk-in-huid-en-haar.pdf gevonden via Jessica Smit, ‘De wolf is geen moordenaar’, 21 mei 2020, https://joop.bnnvara.nl/opinies/de-wolf-is-geen-moordenaar

3 Frances Vermeeren, ‘ “ Schapenbloedbaden nemen juist af als de wolf zich permanent in Brabant vestigt”’, Omroep Brabant, 28 mei (2020? Jaartal niet vermeld bij artikel), https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3209964/schapenbloedbaden-nemen-juist-af-als-wolf-zich-permanent-in-brabant-vestigt

4 ‘Wolf in Brabant: gaat hij weer weg of worden het er meer? Dit denken de kenners’, Omroep Brabant, 3 juni (2020? Jaartal niet vermeld bij artikel), https://www.omroepbrabant.nl/nieuws/3212417/wolf-in-brabant-gaat-hij-weer-weg-of-worden-het-er-meer-dit-denken-de-kenners

Peter Storm