zaterdag, 25 februari 2012
Auteur
Ronald van Haasteren

De AIVD publiceerde vorige week een analyse van het jihadistisch Internet. Naast een enigszins alarmerende toon – op het voor gewone stervelingen ontoegankelijke Dark Web organiseert de Internationale Jihad zich en bereidt nieuwe aanslagen voor – was ook een opmerkelijke relativerende toon te beluisteren. Veel wetenschappers,  journalisten en andere ‘invloedrijke personen in het openbare debat’ schatten de jihadistische dreiging veel te groot in, omdat ze de jihadistische herriemakers en poseurs op het openbare deel van het Internet op hun woord geloven. Ze trappen in de ‘propagandaval’ van jihadisten die een centrale aansturing door Al Qaida suggereren, evenals een enorme slagkracht van het netwerk. Quod non.
 
Die virtuele valkuil geldt niet alleen de jihad. Twee ontwikkelingen zijn daarbij van belang. Ten eerste de enorme explosie van internet en nieuwe sociale media, die per definitie schijn en werkelijkheid door elkaar heen laten lopen. Het beeld van Nederland dat verschijnt als je bijvoorbeeld een tijdje rechts-populistische en anti-islamitische websites volgt, is een compleet andere dan als je gewoon een dagje over straat slentert. Het is een parallelle realiteit. Ten tweede het ongemak van de oude media met de nieuwe media. Zeker sinds het idee heeft postgevat dat de oude media de boze ontevreden Nederlander decennialang schromelijk heeft verwaarloosd, wordt geestdriftig uit de sociale media geciteerd als nieuwe stem des volks. Dat het doorgaans gaat om een marginaal kleine groep die daadwerkelijk dag in dag uit het ressentiment de ether in slingert, is een detail dat over het hoofd wordt gezien. Niets makkelijker dan voortdurend volstrekte non-informatie uit tweets of blogs doorgeven, en daarmee doen alsof je een volstrekt authentieke en oprechte politiek-maatschappelijke stroming eindelijk het decor gunt dat hen zo lang is onthouden. Het is in feite de emancipatie van de dorpsgek. Dat de oude media de dorpsgek op het podium hijsen, is vooral een teken van de volstrekte visieloosheid, het opportunisme en conformisme en de vervreemding van het eigen ambacht.

Voorbeeld van zo'n roeptoeter die dankzij de reguliere media een podium buiten de parallelle realiteit heeft gekregen is Bert Brussen. Bert stopt nu met twitteren. Waarom? "Ik heb op twitter een alter ego gecreëerd dat groter werd dan mijn werkelijke ego. Op twitter was ik degene die alles schreeuwde, het tegenwicht tegen de bedeesde en decente degelijke persoon die ik in het werkelijke leven ben. (…) Voor mij was het een eenvoudige wijze om een rel te schoppen, (…) een grenzeloos vehikel om dingen te zeggen waar mensen letterlijk van over de rooie kunnen gaan (…) een machine die al dan niet ironische bedoelde woede of al dan niet eloquente lompe scheldpartijen opwaardeerde naar totale psychologische oorlogsvoering."

Tja. Door dat soort megalomane types laat het politieke en publieke debat in Nederland zich nu al een jaar of tien gijzelen. Bert Brussen is nog steeds columnist van de Volkskrant, waar hij eens per week de degens kruist met Thomas van der Dunk. Bert mompelt dan steeds iets over de 'gutmensch' en de 'linkse kerk' en op onverklaarbare wijze meent de Volkskrant dat dit een zinvolle bijdrage is aan een politiek-maatschappelijk debat. Dat de dorpsgek een podium zoekt is tot daar aan toe. Dat de media dat podium bereidwillig in elkaar spijkeren, is onbegrijpelijk. Kunnen we daar nu eindelijk eens een keer mee ophouden?

Ronald van Haasteren