Vijftien februari, of hoe je een oorlog niet stopt

dinsdag, 15 februari 2022

Vijftien februari is, voor wie strijdt tegen oorlog en imperialisme, een belangrijke datum om even bij stil te staan. Op 15 februari 2003 – terwijl ik dit schrijf negentien jaar geleden – vonden wereldwijd gigantische protesten tegen de snel naderende aanvalsoorlog die de VS en Groot-Brittannië aan het voorbereiden waren tegen Irak. Ook in Amsterdam waren we op straat, rond de honderdduizend demonstranten. Het was een van de grootste demonstraties sinds jaren. In Londen liepen er twee miljoen betogers. In Madrid en in Rome waren de aantallen soortgelijk. Zo indrukwekkend was het wereldwijde protest dat de New York Times stelde dat er nog maar twee supermogendheden waren: de Verenigde Staten aan de ene kant, de wereldwijde vredesbeweging aan de andere. Het leek denkbaar dat deze druk van de straat de gang naar oorlog kon afstoppen, of in ieder geval een aanloop zou zijn voor zodanig fel protest als de oorlog begon dat die oorlog er serieus door ontregeld zou raken.

We weten dat dit niet is gebeurd. De oorlog kwam op 19 maart, met zware luchtaanvallen en een invasie. Zes weken later was het regime van Saddam Hoessein weggevaagd, en de Westerse bezetting van Irak een feit. Maar daarmee bleek de oorlog pas goed begonnen, toen een guerrillastrijd de bezettingsmacht uitdaagde en raakte. Botte onderdrukking door de bezetters – het uit elkaar schieten van protest op straat, om maar eens wat te noemen – werkte dit verzet in de hand. Bloedige onderdrukkingsmaatregelen en felle gevechten volgden elkaar al snel op. Het totaal aantal doden – Iraakse burgers, Iraakse militairen, en ja, ook enkele duizenden Amerikaanse en wat Britse soldaten – liep in de vele honderdduizenden.

Rond 2011 verlieten vrijwel alle Amerikaanse militairen het land, met achterlating van een kapotgeschoten maatschappij en een corrupte autoritaire regering. Al in 2014 kwam het Amerikaanse militaire apparaat terug met luchtaanvallen en troepen op de grond, dit keer in actie tegen Daesh/IS, een ultrareactionaire, jihadistische beweging die deels ontkiemd was onder door Amerikaanse bezettingsmacht gevangen en geterroriseerde Irakezen. De VS bestreed weer eens haar eigen griezelige product.

Terug naar die vijftiende februari 2003. Ja, ik had werkelijk de hoop dat de vredesbeweging van die tijd – waar ik destijds als actief lid van de Internationale Socialisten deel van uitmaakte – het tij naar oorlog kon keren. Ik geloofde ook dat het niet zo heel veel scheelde. En inderdaad, de Britse oorlogsdeelname was een dubbeltje op zijn kant, en de druk die het anti-oorlogsprotest uitoefende speelde daarin een rol. Oorlogsdeelname was voor Labour – de regeringspartij destijds – electoraal riskant en aan flinke delen van haar achterban onverkoopbaar, zeker als de verkoper van het wanproduct de aalgladde reactionair Tony Blair was. Maar de hang naar imperiale glorie plus de loyaliteit aan de VS won, en ook het Britse leger trok ten strijde.

Ja, Nederland deed trouwens ook mee, met een bataljon om op een deel van Irak te passen waar weinig strijd was. Zo konden Britse en Amerikaanse op soldaten zich richten op het nog vuilere werk, zonder dat de Nederlandse koloniale rol al te erg in de gaten liep. Ook in Nederland waren we dus niet sterk genoeg om oorlogsdeelname te blokkeren, of zelfs maar om de Nederlandse rol voldoende omstreden te maken.

Ik denk dat hier een les in verborgen is. De beweging van destijds, daarin actief gesteund door organisaties zoals die Internationale Socialisten, ging voor kwantiteit. Ze ging voor zo groot mogelijke acties. En ze poogde die acties, ook toen oorlog en bezetting een feit waren, keer op keer te herhalen, in de kennelijke hoop dat de druk zo groot zou worden dat regeringen uit de oorlogscoalitie zouden vallen en de oorlog opgegeven moest worden. Ik accepteerde helaas die aanpak en deed er actief aan mee.

Helemaal zonder effect was dat allemaal niet. In Tilburg konden een paar Internationale Socialisten, samen met activisten van het toen nog min of meer linkse Groen Links, de op dit thema erg actieve SOP en zelfs de PvdA, acht bussen vol demonstranten naar de demonstratie van 15 februari krijgen, en nog eens een keer twee of drie bussen toen de oorlog daadwerkelijk was uitgebroken en er weer landelijk protest was. Op de avond van de dag dat de oorlog was begonnen, liep het ongekende aantal van 600 demonstranten door de binnenstad van Tilburg, oog in oog met een verbouwereerde politie toen de menigte niet op de stoep van de Spoorlaan liep, maar gewoon op straat zoals dat hoort als je demonstreert. Aan inzet heeft het niet gelegen, en aan brede steun evenmin. Maar de oorlogsmakers, oorlogsstokers, de militaristen, imperialisten en hun regeringen lieten zich er niet door van de wijs brengen. En dat is eigenlijk niet zo vreemd.

Staten beginnen oorlogen met redenen. Ze beginnen grote oorlogen met grote redenen. Voor de VS waren die redenen tweeledig. In de eerste plaats wilde de VS, na de vernedering van de aanslagen van 11 september 2001, laten zien wie de baas was in de wereld. Het arme Afghanistan meteen in 2001 een bloedige aframmeling geven was daarvan het voorspel. Irak aan gruzelementen schieten was daarvan de follow-up. Het onderstrepen van die Amerikaanse overmacht was voor de VS geen kleinigheid: ze heeft die overmacht en het bijbehorende prestige nodig om haar belangen wereldwijd af te kunnen dwingen. Als mensen niet meer geloven in de bereidheid van de VS om een land in de as te leggen, wie luistert er dan nog naar Amerikaanse diplomaten als die van een land eisen om de economie te privatiseren en voor Amerikaanse multinationals open te leggen?

De tweede oorlogsreden was natuurlijk olie! Niet omdat de VS zelf geen olie heeft. Niet omdat de VS bang is dat al die SUV’s zonder komen te zitten als ze geen olie uit Irak kunnen halen. Zelfs niet omdat zonder de Iraakse olie Exxon geen winst meer kan maken. Nee. Olie is namelijk niet alleen een gebruiksartikel, in de vorm van brand- en grondstof. Het is niet alleen lucratieve handelswaar. Het is een strategische grondstof. Wie de baas is over de olie van het Midden-Oosten, kan landen die olie nodig hebben zijn wil op leggen. De greep van de VS naar de olie van Irak was een greep naar hegemonie, want daarmee kon de VS bepalen onder welke voorwaarden landen zonder olie dat onmisbare spul konden verkrijgen. Saoedi-Arabië was al deel van de Amerikaanse invloedssfeer. Irak en Iran niet. De oorlog tegen Irak was mede bedoeld om dat te veranderen, en volgens de oorlogsplanners rond president Bush was daarna Iran aan de beurt. De oorlog tegen Afghanistan speelde en verwante rol: daar ging het mede om de greep op een gebied waar belangrijke pijpleidingen moesten komen – en de VS hadden daar graag iets over te zeggen.

Strategisch overwicht, de greep op immens belangrijke grondstoffen in een regio die ervan bulkt: dat stond er voor de VS op het spel. Andere staten deden mee om bij de VS in een goed blaadje te blijven en wat mee te graaien van dat overwicht. Het was een imperialistische oorlog om hegemonie en strategische grondstoffen. Gezien vanuit machthebbers in vooral de VS stond er nogal wat op het spel.

Welnu, is het reëel om te geloven dat machthebbers van zo’n belangrijk project afzien, enkel en alleen omdat de publieke opinie nee zegt? Gaat een Bush, een Blair, een Balkenende, terugkrabbelen vanwege opiniepeilingen, twee grote landelijke demonstraties, wat plaatselijke demonstraties en vervolgens eens per jaar een landelijke betoging om ons eraan te helpen herinneren dat de oorlog maar door ging? Dat is waar de strategie van de vredesbeweging op neer kwam. Ja, de Internationale Socialisten gingen verder, en ageerden ook tegen imperialisme en kolonialisme. Maar dat waren vooral woorden, in publicaties, tijdens openbare bijeenkomsten en symposia. Bijbehorende daden bleven uit. In de praktijk van de beweging overheerste de indruk dat de publieke opinie als zodanig de oorlog tegen kon houden of alsnog kon doen stoppen. Maar de tweede supermacht, die wereldwijde anti-oorlogsbeweging, bleek daartoe volstrekt niet in staat. Precies haar geloof in de kracht van een publieke opinie als machtsmiddel bleek haar grootste zwakte. En precies dat geloof, die democratische illusie, werd ook door radicaler groepen als de Internationale Socialisten, volstrekt onvoldoende bestreden. Laat staan dat we een radicaler praktijk zochten of aanmoedigden, eerder het tegendeel: geen kleinschalige blokkades, kameraden! Laten we ons niet isoleren van De Massa’s! Ja, ook ik deed aan die flauwekul.

De vredesbeweging keerde het oorlogstij dus niet. Daar is nu niets meer aan te doen, maar imperialistische staten, groot en klein, bereiden nieuwe oorlogen voor terwijl ze met de bestaande doorgaan. De vraag hoe je zoiets stopt is daarmee actueel. Welnu, hoe stop je oorlogen? Door ze impopulair te maken en het gebrek aan steun ervan te laten zien, zoals we in 2003 deden, op zichzelf met succes? Dat kan een begin zijn, maar niet meer dan dat.

Breed protest tegen oorlog en oorlogsdreiging kan de springplank zijn voor verzet – maar dan dient er ook gesprongen te worden! Wat als aan het eind van 15 februari 2003 honderdduizenden mensen in tientallen hoofdsteden nu eens niet netjes naar huis waren gegaan, maar naar regeringsgebouwen, Amerikaanse en Britse ambassades waren opgetrokken om die te belegeren? Wat als demonstranten naar kazernes waren opgetrokken om soldaten op te roepen niet te gaan? Wat als de enkele pogingen van arbeiders om militaire transporten te blokkeren, nu eens maximaal waren ondersteund en uitgebreid? Wat als er systematisch was ingezet op stakingsactie in wapenfabrieken, op havenstakingen tegen troepentransporten? Wat als directe actie en sabotage tegen oorlogsvoorbereiding en oorlog vanaf het begin waren beklemtoond en op touw gezet? Wat als de hoofdstroom van de beweging vanaf het begin scherp was geweest en gezegd had: de publieke opinie is op zich geen machtsmiddel, we moeten de oorlog onuitvoerbaar helpen maken?

Protest is niet genoeg, verzet is nodig. Dat geldt sowieso bij grote maatschappelijke problemen, van woningnood tot en met klimaatellende. Bij grote oorlogen geldt het niet minder. Protest, hoe omvangrijk ook, oefent te weinig druk uit om oorlogen te stoppen of voortijdig te doen beëindigen. Dat zag ik als trotskist helaas volstrekt onvoldoende in rond die historische 15 februari 2003, en handelen naar dat inzicht deed ik al helemaal niet. Het is dan ook een inzicht dat veel meer past bij het anarchisme dat ik veel later herontdekte, ook in mezelf, en omarmde: niet smeken, maar zelf doen! Dat inzicht, en een bijbehorende strategie van directe actie – van staking tot en met sabotage en ontmanteling van de oorlogsmachine, uiteindelijk van staat en kapitaal zelf – kan daadwerkelijk aan oorlog en oorlogsgevaar een einde maken.

Peter Storm