vrijdag, 26 maart 2021

Ik sta te popelen om U over mijn kennismaking met Erich Fromm te vertellen. Maar helaas moet het hier eerst gaan over die met Paul Cliteur.

Cliteur heeft een boek geschreven. Het heet Cultuurmarxisme, Gold Edition. Voor zo´n misgebakken titel moet je bij Uitgeverij Aspekt zijn. Uitgever Perry Pierik heeft het werk geredigeerd, en in een podcast wordt het de hemel ingeprezen door Cliteur zelf en de ook door vader en zoon Pierik ontdekte Sid Lukkassen.

Het door verongelijktheid getekende piepstemmetje van Lukkassen kende ik al, maar het wat bedaarder geluid van Cliteur -promotor van zowel Lukkassen als Pierik junior- is nieuw voor me. Misschien weegt de man zijn woorden wat meer sinds hij als dientdoend docent aan de Leidse universiteit in opspraak is geraakt.

Cliteur speelt met overtuiging de rol van professor. Een vreselijke mensensoort. Je hoort hem een riedel afdraaien en voelt ook zelf weer wat de adolescent voelt die door die deun voor de ideeën van de man gewonnen moet worden, en -want dat is het enige doel van de uitnodiging in het kapitale grachtenpand- uit de broek of rok moet.

Professsor Paul. Hij begint over zijn nederige afkomst. Vaste prik. De meeste hooggeleerden beoefenen tegenover hun arme studenten het betere arbeiderisme. Cliteur speelt een ander instrument. Hij komt van de Mavo. Is een klimmertje. Ga maar na: van de Mavo via de Havo helemaal naar de universiteit. Hier spreekt tot U de bergkoning van het peloton dat zich profdoc mag noemen.

Ik wist niet dat er in het paradijs, tussen de Amsterdamse Beethovenstraat en Amstelveen, ook Mavo´s waren, maar ik geloof Cliteur op zijn woord dat hij als zeventienjarige (als Havist dus?) een boekhandel in Amstelveen binnenstapt en daar met het oeuvre van Erich Fromm gekonfronteerd wordt: ´Wel zeven of acht van die boeken op een rij, echt waar!´

Fromm, daar is ie eindelijk. Voor de warme en mooie noot in dit verder zo treurigmakende, door de verstokte incel Lukkassen gedomineerde verhaal. Erich Fromm. Ik wist niet eens dat ie filosoof was, laat staan eentje van de Frankfurter Schule. Voor mij is ie until fucking Kingdom come de schrijver van Die Kunst des Liebens: het boek van Sanne.

Nooit gelezen, dat boek, maar het ligt nog altijd ergens in een kelder of op een zolder in Finland, tussen de fotoboeken en wat andere persoonlijke dingetjes die op een goede dag ook nog eens naar Nederland verhuisd moeten. Met voorin het in haar ontroerende Grundschulehandschrift geschreven briefje van Sanne.

Sanne, uit Hamburg. Tenminste, als dat niet ook een van de leugentjes was waarin het meisje grossierde. Haar leeftijd heb ik nooit geweten, zelfs naar haar achternaam sloeg ik altijd maar een slag. Ook nooit echt op de hoogte geweest van wat ze met de dertig gulden deed die ik haar regelmatig gaf. Misschien kocht ze er dope voor, misschien voer voor haar katten.

Aan het meesterwerk van Fromm besteedde ze in elk geval geen cent. Dat was ‘geklaut’, zoals ze eerlijk vermeldde toen ze het van onder haar jasje vandaan haalde en aan me overhandigde. Maar dat maakt het voor mij geenszins minder waard. Want ik zou met de beste wil ter wereld niet kunnen bedenken wat zij mij anders had moeten geven.

Sanne was een van de junkies die door de Amsterdamse sociale dienst op de even bouwvallige als legendarische studentenflat Zilverberg werden gedumpt toen geen student daar meer wilde wonen. Voor hun onderhoud draaiden wij medebewoners op. Sanne vond uiteindelijk haar vroege einde op die andere legendarische studentenflat Uilenstede, in Amstelveen.

Zo zijn we weer terug bij de puberende Cliteur, die in die boekhandel al dat werk van Fromm verfoeit en zo graag ‘het werk van andere filosofen naast de kassa had zien liggen’. En met een sprongetje naar vandaag gaat het in de uitzending over ‘Femke Halsema en Geert Mak die wel naast de kassa liggen!’ Voor een antwoord op die ‘cultuurmarxistische deugboekjes’ moet je naar Aspekt of De Blauwe Tijger.

Een paar jaar terug wurmde Aspekt zich bij de bekendste Bossche boekhandel naast de kassa. Een trieste mijlpaal, waaraan ik mijn column in de plaatselijke huis-aan-huis wijdde (*). Moord en brand uit Soesterberg en een radeloze eigenaar van het krantje die niet wist met wie en wat hij van doen had. Maar ik leerde uit de affaire een belangrijk ding.

De Pierikken plegen mensen die vraagtekens stellen bij het hoe en waarom van hun uitgeverij monddood te maken met behulp van zogenaamde vaststellingsovereenkomsten. Perry zadelde ook mij met eentje op, in 2015. Die was dus van kracht toen ik zijn Bossche goodwill -offensief ramde. Omdat onze deuger me toen niet alsnog voor de kadi heeft gesleept, is die vaststellingsovereenkomst dus fake.

Sindsdien werk ik aan een boek, ik heb het hier al een keer aangekondigd. Het komt Aspecten van Aspekt te heten, met als ondertitel De bedrijfsvoering van een bruine uitgeverij. Met een maandje of wat moet het klaar zijn. En is het in elke boekhandel te verkrijgen. Mits die deugt natuurlijk…

(*) Bruine smet op Bossche oorlogsboeken, verscheen op 9 mei 2018 in het inmiddels ter ziele gegane Stadsblad Den Bosch

(JoopFinland)