zaterdag, 1 juni 1991

Over 1 ding zijn politici en beleidsmakers van Groen Links tot de VVD het eens: de traditionele Nederlandse verzorgingsstaat met zijn uitgebreide sociale zekerheidsstelsel heeft zichzelf overleefd en moet op de helling. Honderdduizenden werklozen lopen rond op zoek naar werk, het aantal WAO-ers groeit naar het miljoen en met de vergrijzing van de bevolking voor de deur lijkt de sociale zekerheid onbetaalbaar te worden.

In de afgelopen twintig jaar groeide de bevolking, terwijl de werkgelegenheid hetzelfde bleef. In 1969 was de werkgelegenheid 4.700.000 arbeidsjaren, in 1990 was dit ongeveer hetzelfde. Wel was er de afgelopen twintig jaar een ekonomische groei van gemiddeld 2% per jaar. Anno 1990 wordt in Nederland aanzienlijk meer geproduceerd dan in 1969 met dezelfde hoeveelheid werk.

In de afgelopen twintig jaar was er een voortdurende reorganisatie van de produktie, die leidde tot het verdwijnen van hele industrietakken en het ontstaan van andere. Mensen die de veranderingen in het produktiesysteem en de opvoering van het produktietempo niet bij konden houden, werden geloosd in de WAO. Hierdoor heeft Nederland de hoogste arbeidsproduktiviteit van Europa. Dit leidde echter ook tot hogere premies, die de werkgevers poogden te betalen door een nog verder opvoeren van de arbeidsproduktiviteit. Een systeem, dat zichzelf versterkt dus. Het leidde tot een situatie, waarin honderdduizenden langs de kant staan, ziek geworden door de arbeidsomstandigheden.

De ene na de andere politicus kwam de afgelopen tijd met onsamenhangende bezuinigingsvoorstellen om de problemen op te lossen, zoals beperking van het aantal WAO-ers door de toetredingscriteria te verscherpen.

rapport

Centraal in de diskussie staat een rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, getiteld: "Een werkend perspectief". De WRR stelt drastische maatregelen voor, om de werkgelegenheid te verbeteren en het aantal uitkeringsgerechtigden te verminderen. In het rapport wordt gepleit voor verruiming van het begrip passende arbeid in ziektewet en RWW, herorientatiegesprekken met werklozen en strengere sancties voor werklozen die te weinig zouden doen om aan het werk te komen. Verder moet er een onderwijsstelsel komen, waarbij mensen voortdurend worden omgeschoold om de technologische ontwikkelingen bij te benen.

Klap op de vuurpijl is het voorstel het minimumloon met 30% te verlagen. Op deze wijze zou er nieuw werk bijkomen, dat nu nog te duur is om op commerciele basis uit te voeren.

Het valt op, dat het personeelsbeleid van de werkgevers, de doelstellingen van de economische produktie en de organisatie van de arbeid niet ter diskussie staan. De oplossing van de WAO-problematiek wordt niet gezocht in bijvoorbeeld het direct verbeteren van arbeidsomstandigheden. De WRR kijkt eigenlijk alleen naar maatregelen, die de loonkosten voor de werkgevers moeten verlagen. En naar faktoren aan de aanbodzijde van de arbeidsmarkt, die een hernieuwde participatie van werklozen in het produktieproces zouden belemmeren, bijvoorbeeld onvoldoende scholing. Loonkostenverlagingen hebben echter een beperkt werkgelegenheidseffect. 15% verlaging van het minimumloon leidt tot 200.000 (laagbetaalde) banen meer. Lang niet voldoende om alle werkzoekenden aan werk te helpen.

toenemende armoede

De voorstellen van de WRR zijn een aanpassing aan de huidige ontwikkelingen in de organisatie van de produktie. Uitvoering van de plannen zal leiden tot een verdere verarming voor grote delen van de bevolking, al of niet werkend. De kloof tussen arm en rijk zal daarbij groter worden.

Exploitatiemaatschappijen en groothandelsbedrijven streven ernaar steeds meer vaste kosten om te zetten in variabele kosten. Allerlei zaken die vroeger in het bedrijf zelf werden gemaakt worden uitbesteed aan toeleveringsbedrijven, zoals het produceren van halffabrikaten en dienstverlenende taken als schoonmaak en onderhoud van machines. Tijdelijke dalingen in de vraag naar produkten worden volledig op juridisch zelfstandige dochterondernemingen of toeleveringsbedrijven afgewenteld. Deze ontwikkeling leidt ook tot een flexibilisering van de arbeidsrelaties en de arbeidsvoorwaarden. Mensen moeten ontslagen kunnen worden als er even geen werk is. Omdat toeleveringsbedrijven werken met smalle financiele marges kunnen zij slechts lage lonen uitbetalen, terwijl anderzijds het personeel in groothandelsbedrijven en exploitatiemaatschappijen goede arbeidsvoorwaarden heeft.

Het overheidsbeleid sluit hierop aan. Werklozen, gedeeltelijk arbeidsongeschikten en vrouwen worden onder het mom van emancipatie en ontplooiingskansen onder druk gezet om de tweederangsarbeid te gaan verrichten. Herorientatiegesprekken, kontrole op de naleving van de sollicitatieplicht, werkervaringsplaatsen en banenpools moeten de werklozen terugleiden naar de arbeidsmarkt. De arbeidsreserve heeft zo een loondrukkende werking, waardoor werkgevers de lonen in bepaalde sectoren nog verder kunnen verlagen.

Wanneer deze ontwikkelingen op hun beloop worden gelaten, ontstaat er een groep mensen, die enerzijds bestaat uit uitkeringsgerechtigden die beslist niet meer kunnen werken en die rond moeten komen van een minimale uitkering, en anderzijds een groep die zichzelf met flexibele arbeid in leven moet trachten te houden zonder dat er uitzicht is op een vaste baan met een redelijk inkomen. Gemeenschappelijk kenmerk van de mensen die tot deze groepen behoren is, dat men in armoede leeft en zodanig is afgesneden van het sociale en ekonomisch leven, dat een uitweg uit die armoede nauwelijks mogelijk is.

andere voorstellen

In de diskussie over de toekomst van de verzorgingsstaat doen ook andere voorstellen de ronde. Bijvoorbeeld een drastische hervorming van het belastingstelsel. Belastingen en premies drukken in Nederland relatief sterk op de faktor arbeid. Een deel van de lastendruk op arbeid zou verschoven kunnen worden naar heffingen op grondstoffen en milieuonvriendelijke produkten en produktiemethoden. Hierdoor wordt arbeid relatief goedkoop, zodat er meer werkgelegenheid ontstaat. Tegelijkertijd wordt de milieuvervuiling teruggedrongen, omdat milieuonvriendelijke produktie duur wordt. Door verschuiving van lasten zullen milieuvriendelijke alternatieven goedkoper worden. Deze alternatieven zijn vaak arbeidsintensiever. Het PvdA-kamerlid Vermeend bepleit een dergelijke verschuiving in de belastingdruk.

Welke oplossing zal het kabinet Lubbers-Kok kiezen, de voorstellen van de WRR of die van Vermeend? Het antwoord moet waarschijnlijk luiden: een kombinatie van beide. In een interview met NRC Handelsblad deelde Wim Kok mee, dat het kabinet op Prinsjesdag met voorstellen zal komen. Verlaging van het minimumloon is voor hem bespreekbaar, evenals een vergroting van inkomensverschillen tussen werkenden en uitkeringsgerechtigden en werkverschaffing door banenpools. Maar ook de invoering van een 'ecotax', een heffing op milieuvervuilende produktie, behoort tot de mogelijkheden. Anders gezegd: iets milieuvriendelijker produceren, terwijl tegelijkertijd de armoede voor een gedeelte van de bevolking toeneemt.

vakbonden

En de vakbonden? In november 1990 presenteerde de FNV het plan "Ekonomische zelfstandigheid en solidariteit". In dit plan wordt gestreefd naar een eerlijke verdeling van betaalde en onbetaalde arbeid. Om met name vrouwen in staat te stellen betaalde arbeid te verrichten is een drastische herverdeling van betaalde arbeid noodzakelijk. Uiteindelijk zal de gemiddelde werkweek terug moeten naar 28 uur. Verder moeten aan grote deeltijdbanen goede arbeidsvoorwaarden verbonden zijn en moeten kleine flexibele deeltijdbanen verdwijnen. Om een zelfstandig inkomen voor iedereen te realiseren wordt verder o.a. gepleit voor een Algemene Volksverzekering tegen werkloosheid. Het realistische van dit plan is, dat alleen door een herverdeling meer mensen betaald werk kunnen krijgen. Meer werkgelegenheid door ekonomische groei of verlaging van de lonen is een illusie. Zal de FNV zich sterk maken voor dit plan? Het lijkt er niet op. De arbeidstijdverkorting is bij de CAO-onderhandelingen in het slob geraakt.

De ekonomische ontwikkeling die leidt tot twee soorten arbeid biedt de werkgevers de mogelijkheid een verdeel en heersbeleid te voeren. Aan de ene kant kunnen groepen personeelsleden door privileges en specialistische opleidingen aan het bedrijf worden gebonden. Aan de andere kant kan aan kategorien nieuw aan te werven personeelsleden een flexibel kontrakt worden geboden met slechte voorwaarden. Een mogelijkheid die sterk wordt bevorderd door de hoge werkloosheid. Het verdeel en heersbeleid van de werkgevers kan een de-solidarisering van kategorien werknemers ten opzichte van elkaar bevorderen.

De tendens tot een toenemende decentralisatie van de CAO-onderhandelingen sluit hierbij aan. Steeds meer arbeidsvoorwaarden worden op bedrijfsniveau vastgesteld in overleg tussen werkgevers en een vakbondsvertegenwoordiging in het bedrijf of de ondernemingsraad. In bedrijven waar de organisatiegraad van de vakbonden hoog is kan de werkgever onder druk worden gezet om de arbeidsvoorwaarden te verbeteren. Maar in veel bedrijven, met name in de dienstensector, is de positie van de vakbonden en de ondernemingsraad niet sterk genoeg om invloed uit te oefenen op de vaststelling van de arbeidsvoorwaarden door de werkgever. Arbeidsvoorwaarden kunnen zo in bedrijven en sectoren sterk uiteen gaan lopen. Dit kan het onderscheid tussen groepen werknemers met arbeid onder goede voorwaarden en groepen met tweederangsarbeid versterken.

De vakbonden hebben tot nu toe geen goed antwoord gevonden op deze ontwikkeling. Een echte doorbraak in de dienstensector heeft niet plaatsgevonden. De uitvoering van het plan FNV2000, bedoeld om groepen ongeorganiseerden te bereiken, stagneerde omdat het niet echt prioriteit had bij de aangesloten bonden. En ondertussen doet de WRR voorstellen om de positie van de vakbonden verder te verzwakken. De organisatie pleit voor raam-CAO's of cafetaria-CAO's, waarbij in het overleg op bedrijfstakniveau alleen enkele randvoorwaarden worden vastgelegd. Het personeel in een bepaald bedrijf en de werkgever moeten de arbeidsvoorwaarden verder invullen.

Wim Kok wil verder praten over het afschaffen van de algemeen bindend verklaring van CAO's. Deze verklaring houdt in dat, wanneer op bedrijfstak of sectorniveau afspraken zijn gemaakt, alle bedrijven in die sector zich aan de afspraken moeten houden. Dit voorkomt, dat in bedrijven waar de organisatiegraad van de vakbonden laag is, de werkgever de arbeidsvoorwaarden eenzijdig vaststelt. De invoering van raam-CAO's en de afschaffing van de algemeen bindend verklaring betekent, dat de Nederlandse arbeidsverhoudingen meer gaan lijken op de Japanse. Op bedrijfsniveau worden arbeidsvoorwaarden vastgesteld door 'bedrijfsbonden', die het personeel wel organiseren, maar die sterk afhankelijk zijn van de werkgever.

Het is te hopen, dat er verzet zal ontstaan indien de overheid gaat pogen, de reorganisatie van de verzorgingsstaat door te voeren op basis van de uitgangspunten die de WRR heeft geformuleerd. Indien dit niet gebeurt, betekent het, dat door economische groei steeds meer rijkdom wordt geproduceerd, terwijl tegelijkertijd de milieuvervuiling en de armoede onder grote groepen van de bevolking toenemen.

Piet van der Lende, Werklozen Belangen Vereniging Amsterdam