zaterdag, 23 januari 2021

Bij alle aandacht die er was voor de toeslagenaffaire liep daar als een rode draad die zogeheten Rutte doctrine doorheen. Even voor de duidelijkheid: die doctrine houdt dus in dat volgens onze Premier onderlinge discussies tussen bewindspersonen en ambtenaren vertrouwelijk plaats moeten kunnen vinden. Ik voelde aan dat ik dat maar eens goed tot me door moest laten dringen. Dat Rutte met zijn doctrine en daaruit volgend met het ronduit achterhouden van belangrijke informatie de democratische besluitvorming dwarsboomt staat buiten kijf. Erg genoeg dat hij er mee weg komt. Het lijkt wel of onze roep om meer democratie, om meer openheid vooral ook, eerder een averechts effect heeft gehad. De achterkamertjespolitiek bloeide onder Rutte juist op, zo lijkt het. Het gebrek aan openheid idem dito.

Over een aantal jaren zullen zelfs de nu nog fanatieke Ruttianen, die hem ondanks zijn meer dan kwalijke zienswijze nu zo graag in het torentje houden, tot de conclusie komen dat Rutte hier verre van het landsbelang en dat van de democratie heeft gediend. Al zeker als we ons het volgende realiseren. Wat me namelijk hogelijk verbaast is dat niemand in de Kamer (ook de pers pikt het niet op), zich realiseert dat het gekonkel in de krochten van het parlementsgebouw weleens een glijdende schaal zou kunnen zijn. Die doctrine van Rutte houdt in dat nog meer ruimte gegeven wordt aan die zogenaamde vierde macht zoals het ambtenarenkorps achter de bewindslieden vaak wordt genoemd. Dat haar invloed op de besluitvorming groter wordt.

Die invloed dient gecontroleerd te kunnen worden, daar moeten we zicht op hebben. Hoe anders kan ons Parlement de Ministeriële besluiten op waarde beoordelen. Onze volksvertegenwoordigers zullen toch willen weten in hoeverre derden hun belangen hebben behartigd, invloed hebben gehad, het zogeheten lobbyen. Hoe ver reikt de macht van de ambtenarij in haar beïnvloeding van de regering en vooral, hoe staat het met de beïnvloeding van de ambtenarij? U voelt hem aankomen. Inderdaad, corruptie.

Het kunnen overzien van hetgeen zich binnen de ambtenarij afspeelt staat in directe relatie tot corruptiebestrijding. Corruptie is een levensgrote bedreiging, een aspect dat bij de almaar groter wordende (materiële) belangen binnen ons doorgeslagen kapitalistisch systeem steeds nadrukkelijker op de deur van ons democratisch gebouw klopt.  We hoeven maar te kijken wat er in de Rotterdamse haven gebeurt. Met enige regelmaat worden douaniers en havenarbeiders opgepakt die hand-en-spandiensten zouden verlenen aan criminelen. Daarnaast nog niet lang geleden ook een politierechercheur en enkele agenten. Zie: https://www.nporadio1.nl/binnenland/27578-wat-is-er-aan-de-hand-in-de-rotterdamse-haven en https://nos.nl/l/2360517

In hoeverre heeft de corruptie in de Haven van Rotterdam al bestuurders en bestuursorganen bereikt en wat zou, zo dat zo is, hun invloed in “Den Haag” dan al kunnen zijn? Dat zijn geen onzinnige hersenspinsels. Het is een harde realiteit in een wereld waarin Nederland geen eiland is. Het is dit aspect waar de Tweede Kamer nadrukkelijk op aan moet slaan. Het is een dergelijk mogelijk afglijden dat een eind moet maken aan gekonkelfoes buiten het waarnemingsveld van onze volksvertegenwoordigers en van ons. Oprechte ambtenaren hebben van openheid niks te vrezen.

Henk Witte