Racisme is een veelkoppig monster

vrijdag, 23 juni 2017
Auteur
Weia Reinboud

Er is maar één echte definitieve oplossing tegen racisme en dat is totaal niet meer in termen van ras denken. Rassen bestaan niet, punt uit. Racisme bestaat intussen wel, dat wil zeggen dat een deel van de mensen, een onbehoorlijk groot deel, wél in termen van ras denkt. En daaraan bovendien allerlei waarde-oordelen koppelt, het een is beter dan het andere. Niet in termen van ras denken klinkt op samenlevingsniveau en op wereldschaal erg utopisch. Maar op individueel niveau kan het direct. En wel nu meteen.

Racisme heeft veel aspecten en racismebestrijding dus ook. De veelkoppigheid van dit giftige monster veroorzaakt ook dat wat langs de ene kant geredeneerd 'goed' lijkt, tegelijk langs een andere lijn 'fout' kan zijn. Of alles daartussenin. Op de ene manier doordacht, maar tegelijk langs een ander weg ook ondoordacht.

'Zwart' en 'wit' zijn niet-bestaande huidskleuren. De allerminst gepigmenteerde huid, van een albino, oogt rose doordat je het bloed kunt zien. De allermeest gepigmenteerde huid is verre van zwart. Doordat het niet-bestaande kleuren zijn, dragen de termen 'zwart' en 'wit' iets in zich van de oplossing, van het niet-denken in termen van ras. Alle andere kleuraanduidingen, bruin, geel, blank, rose, rood enzovoort, dragen wel iets in zich van het denken in termen van ras. Anti-utopisch.

Verschillende huidskleuren bestaan wel, maar grond voor waarde-oordelen zit daar niet in. Net zoals die niet zit in de vorm van iemands tenen, ook al bestaan er forse verschillen in teenvorm. Of oorvorm.

Alle verschillen tussen mensen gebruik je dagelijks als je iemand zoekt. In een menigte herken je een dierbare op grote afstand omdat je haar tuinbroek herkent. Op afstand gebruik je de grootste zichtbare kenmerken, van dichtbij juist heel kleine. Kleur jas, lang, klein, breed, dun, baard, staart. Op een bepaalde afstand heb je genoeg gezien om die ene, unieke persoon te herkennen.
Huidskleur kan dan een van de dingen geweest zijn voor de herkenning. In een grote big-band uit New Orleans valt die ene lichtgekleurde collega-saxofoniste op, in een Europees symfonie-orkest die ene supergoede violist van Surinaamse kom-af.

Afgaan op huidskleur kan dus volkomen neutraal zijn, maar ook volkomen fout. En van alles ertussenin, dat wil zeggen: van alles tegelijk.

Racistische mensen maken een onderscheid tussen het superieure ras en de inferieure rassen. Hiertelande hebben die lui het over de blanken versus de rest. Elders zou het precies andersom kunnen liggen, in elk geval is het totaal toevallig dat Europeanen zeeroversgewijs de wereld hebben veroverd en daar nog steeds op voortbouwen.

In anti-racistische context kan je er niet omheen om te benoemen wie wie discrimineert. De termen van de racisten worden dan bij voorkeur niet overgenomen, daar krijg je een vies gevoel bij. Dus 'blank' wordt 'wit' en 'neger' wordt 'zwart'. Dat is tegelijk fijn én niet fijn. Want enerzijds wil je de negatieve meningen van racisten niet overnemen en wil je andere woorden gebruiken, woorden die geen negatiefheid hebben. Maar tegelijk deel je mensen wel in, langs dezelfde lijnen nog wel die de racisten gebruiken.

Racisme is deel van een grote berg discriminatie. Mensen van Joodse of Marokkaanse afkomst moeten onder 'wit' vallen, als je ze al zou willen indelen. Maar ze kunnen te maken krijgen met dezelfde sodemieteropdiscriminatie als mensen met een Afrikaanse historie. Dan komen de Polen… En blijkt het allemaal xenofobie te zijn, nationalisme, eigen volk eerst. Ook hier is er maar één echte oplossing: volstrekt niet denken in termen van land, volk, natie enzovoort.

Gediscrimineerden voelen niet niks. Alles tussen lichte wrevel en cholerische woede is mogelijk. En logisch. Vanuit dat gevoel zijn leuzen ontstaan als 'black is beautiful' en 'black power', beide in de jaren zestig. Het mooiste sportmoment aller tijden blijft wat mij betreft de Black-powergroet op het podium van de 200 meter van de Olympische Spelen van 1968. Intussen heb ik als anarchiste helemaal niets op met 'power'. Ook hier weer iets waar tegelijk een plus en een min aan zitten. De plus is: Opstand! Natuurlijk! De min is dat vrijwel direct 'white power' als leus naar voren kwam en dat gaf veel vies gevoel. Je kunt zeggen dat gediscrimeerden wel met dergelijke leuzen kunnen/mogen komen maar de discriminerenden niet. Dat is echter aanbrengen van een asymmetrie en zo'n asymmetrie is zeer onutopisch. En daarmee geen deel van de oplossing.

'Black is beautiful' heeft ook tegelijk een plus en een min. Opstand! Natuurlijk! Maar keer de uitspraak eens om, niet zwart is niet mooi, dan kom je toch in een verkeerd kamp terecht? In elk geval valt de uitspraak buiten het utopische. Dat geldt ook als door witten wordt gezegd: maar ik vind zwarte mensen juist mooi. Dat kan aardig, vriendelijk en lovend bedoeld zijn, maar het bevat wel het reproduceren van de vermeende rassenindeling. En daar moeten we echt van af. Waarbij 'we' staat voor 'de mensheid'.

De meerderheid van de mensen in Nederland is 'wit'. Daar kan je dan niks aan doen, hier wonen nu eenmaal veel 'witte' mensen en als die paren komen er 'witte' kindertjes van. Dus het is niet verwijtbaar. Het wordt wel verwijtbaar als deze witte kindertjes de witte ervaringen als de normale gaan beschouwen en vergeten dat er nog een heleboel andere ervaringen bestaan. De discussie rond Zwarte Piet heeft weer duidelijk gemaakt dat er ontzaglijk veel witten zijn die er geen snars van begrijpen. Die ook onwillig zijn om erover na te denken. Want ze merken er zelf eigenlijk niks van. Ja, hallo!

Het is het privilege van een meerderheid dat ze kan doen alsof de minderheid niet bestaat. Andersom, dat gaat niet. Een witte meerderheid ervaart allerlei dingen helemaal niet, want witten onderling, dat loopt soepel. Maar zwarten zullen altijd op hun hoede zijn. Zoals vrouwen altijd op hun hoede zijn, zoals lesbo's en homo's altijd op hun hoede zijn. Zoals zwarte lesbo's…, etcetera.
Het is luiheid van een meerderhed als ze niet opmerkt wat anderen meemaken en ervaren. Het is dus ook luiheid als witten denken dat het al heel wat is als ze zelf niet racistisch discrimeren. Dat is een begin, maar we zijn er pas als meerderheden óók heel gevoelig zijn voor de kleinste stukjes discriminatie. Ook al zit het in nog zo kleine dingetjes.

Voorbeeld van iets kleins: de atletiekbaan waar ik vaak kom ligt in een wijk met veel bewoners met een allochtone achtergrond, eerste, tweede en derde generatie. Ik heb sterk de indruk dat zij braver voor een rood fietsstoplicht wachten dan ik. Omdat ze braver zijn? Nou, ik vermoed dat het is omdat ze inschatten dat ze erg veel gesodemieter krijgen als ze betrapt worden, terwijl ik inschat dat ik er wel mee wegkom. Dat ze mijn ID-kaart, die ik niet bij me heb, niet eens zullen vragen. Zo'n voorval is klein, maar de achterliggende zaak, op je hoede zijn voor etnisch profileren, in het geheel niet.

Elke witte discrimineert, wordt wel gezegd. Dat zou wel eens dichtbij de werkelijkheid kunnen liggen, hoewel racisme niet aangeboren is. In mijn schoolboeken van ooit stonden dingen die niet door de beugel kunnen, zoals dat de Afrikaanse landen nog niet rijp waren om zelfstandig te zijn. Of iets van die strekking. Dat soort dingen heb je meekregen en als het goed is heb je ze níet onthouden. Heb je ook níet onthouden hoe in cabaret niet-witten worden neergezet. Heb je niet uit het typische Zwartepietgedrag afgeleid dat zwarten krom en dom praten.
Maar ook als stereotiepe associaties in je opkomen is er nog niemand overboord. Zo werkt het geheugen nu eenmaal, dat alles zomaar in je opkomt. Je verleden kan je niet verweten worden. Maar met een stereotiepe associatie kan je wel of niet instemmen, je kunt die wel of niet verder laten woekeren. Dat kan hier en nu.

In sommige kringen kom je veel mensen tegen met niet-witte achtergrond, in andere juist niet. Is dat laatste verwijtbaar? Soms wel, soms niet. Als er een sfeer is van racistische grapjes is het zeer verwijtbaar. 'Maar het zijn vriendelijke grapjes, hoor.' Zacht racisme bestaat niet, racisme is aan of uit.
Maar het kan ook een biologenstudiegroep over een bepaald soort dieren zijn, een ongevaarlijke activiteit die geschikt is voor iedereen. Zo'n groep kan uit louter witten bestaan, historisch is dat zo gegroeid. Ik kan me goed voorstellen dat een niet-witte, door allerlei ervaringen met andere witte groepen dan denkt: nou laat maar. Dan is het die studiegroep niet te verwijten, maar de samenleving wel.

'Waar kom je vandaan? is een vraag die vanuit twee heel verschillende optieken gesteld kan worden. Vanuit racistische optiek, waarbij de volgende opmerking zou kunnen zijn: wanneer ga je terug? Maar ook kan het helemaal omgekeerd liggen, kan het belangstelling zijn voor iemands persoonlijke geschiedenis, voor wat iemands familie allemaal heeft meegemaakt. De volgende vraag zou kunnen zijn: hoe zeg je in jouw moedertaal 'hoe gaat het?'

Toe-eigening is ook een complexe zaak. Toe-eigening is in de jazz wel gebeurd, dat een zwarte musicus iets uitvond, dat een witte musicus dat overnam omdat het een fraaie muzikale uitvinding was, en dat vervolgens de uitvinder in financiële zin het hoofd niet boven water kon houden terwijl het orkest van de witte musicus er rijk mee werd. Dan is een witte aan de haal gegaan met iets zwarts. Zou je kunnen zeggen, maar als je niet in termen van ras denkt dan kan iets muzikaals niet zwart zijn en niet wit, zodat toe-eigening niet eens kan bestaan.
Dus je kunt er iets kwaadaardigs in zien, rijk worden met andermens ideeën, profiteren van bestaande scheve verhoudingen waarin wat witten doen serieuzer wordt genomen dan wat zwarten doen. Maar helemaal andersom geredeneerd kan je het mooi vinden dat uitvindingen van wie dan ook zich door de hele mensheid kunnen verspreiden. Wat zou de wereld mooi zijn als dat vrijelijk gebeurde.

Laatst hoorde ik iets geks, het ging over de hoofdpersoon van een roman, ze was lesbisch, maar dat speelde verder geen rol in de roman. Waarom is ze lesbisch, werd gevraagd. Ze moet toch iets zijn, was het antwoord. Maar het wordt helemaal niet geproblematiseerd, niet uitgewerkt, het speelt geen rol!
Kijk, dat is een foute heteroreactie.
Want als bij een heterohoofdpersoon geen 'waarom' nodig is, dan is bij iedere niet-hetero óók geen 'waarom' nodig.
Idem bij een witte hoofdpersoon of een Antilliaanse.
Idem bij een vrouw of man of nog iets anders.
Hoofdpersonen kunnen alles zijn, er is geen normaal. Wit hoort niet de norm te zijn, man hoort niet de norm te zijn, hetero ook niet.

En dan ís er een hoofdpersoon en ze is een vrouw met Surinaamse roots. Dan zouden haar ervaringen met en gedachten over racisme en seksisme een groot thema van het boek kunnen zijn. Maar het hoeft niet. Het is wel mogelijk, maar niet noodzakelijk. Dus ook hier weer twee erg verschillende mogelijkheden.

Dit lijkt me leuk: een roman over een interessante wiskundeprofessor en helemaal op de laatste bladzij blijkt dat de professor een vrouw is, dat ze lesbisch is en dat ze geboren en getogen is in het burgeroorloggebied van Oost-Zaire. Al die dingen spelen geen rol in de roman, al die dingen worden niet geproblematiseerd. Om te laten zien dat het leven zoveel rijker is dan het laveren tussen alle discriminaties door, discriminaties die je gratis en voor niks en geheel ongevraagd raken.

Weia Reinboud