Open brief aan Mark Zuckerberg

woensdag, 16 september 2020

Lieve Mark Zuckerberg. Staan die namen van je voor Duits? In mijn geboortestreek heeft men veel met Duits. Mijn eerste wiskundeleraar bijvoorbeeld heette Reichardt. Op hem kom ik zo terug. Andere namen eindigen er veel op -ink. We hadden een wereldberoemde biljarter in de jaren zeventig, Hans Vultink. En over sport gesproken: ik zat bij een broer van de hardfietsende boer Henk Lubberding in de klas. En ook bij de broer van Pedro Tragter.

Pedro wie? Met het noemen van zijn namen zijn we bij de humor aangeland. Pedro -die broer heette overigens ook gewoon Henk, dus was Pedro dan een mediterraan avontuur van zijn moeder, of een artiestennaam?- reed niet op het tegendeel van een racefiets (de trekker zoals ze dat bij ons noemen) maar op een opgevoerde brommer, of motorfiets, zo je wilt.

En -het kon niet op op onze streekschool- dan had je nog een derde ‘broer van’. Zijn namen zijn me ontschoten, maar ik herinner me hoe ik de prestaties van zijn broer in de plaatselijke krant volgde. Een kleine, schriele knaap, die broer. De bloedverwant naast wie ik in de Engelse les zat, was wat gezetter, met een bijpassend zwaar gemontuurde bril. Zijn broer was een getalenteerd schaker.

Schaken. Da’s een zogenaamde denksport. Net als dammen. Maar ook net als kruiswoordpuzzels oplossen. Hersengymnastiek. Was dat hetzelfde als ‘denken’? De veertienjarige versie van mij had het daar moeilijk mee. Niet met die puzzels, maar met dat op een lijn stellen van ‘denken’ en denksporten. Was denken niet iets anders dan het je herinneren van zetten en faits diverts?

Mijn kennismaking met de broer van de schaakkampioen -die hoog steeg in de ranking van junior beoefenaren van die sport maar van wie ik nadien nooit meer heb vernomen- bevestigde mijn vermoeden dat er iets goed mis was met de wereld. Discrepantie. Er was een verschil tussen wat ik over de wereld dacht aan de ene, en hoe de wereld zichzelf voorstelde aan de andere kant Ik kom daar zometeen op terug. Eerst vermaken we ons met die broer van die schaakspeler.

Hij was de eerste nerd. In ieder geval in mijn leven, maar misschien wel op deze bol. Vanachter zijn brilleglazen bekeek hij de wereld in cijfertjes en formules. Hij blonk uit in natuur-, wis- en scheikunde. En hij had werkelijk geen enkel idee van al het andere. Ik moest voortdurend zijn Engels verbeteren. Voor dat vak las hij voor zijn ‘lijst’ Ivanhoe. En ik was geloof ik de enige op de hele school tot wie hij soms een paar woorden sprak.

Daar zaten wij naast elkaar in de schoolbank. Het moet best een koddig gezicht zijn geweest. De Dikke en de Dunne, want ik werd er van verdacht aan lintworm te lijden. Of Yin en Yang, maar dan zonder het evenwichtige eindresultaat. Dag en Nacht, en ik keek bij hem met angst in het zwarte gat. Ik vroeg me af hoe het hem zou vergaan. En ik besefte dat hij zich het omgekeerde nooit zou afvragen. Warm en Koud.

Ik was dus niks in wis-, natuur- en scheikunde, en ook niet in denksporten. Ik was de ultieme alfa, zoals dat toen heette. Ik mocht die eerste leraar in meetkunde en algebra graag , maar dat was omdat hij een vriendelijke baard had en -in mijn ogen voor een wiskundige wel heel vreemd- op zaterdagmiddag best wel op niveau voetbalde, bij Excelsior Sportief Arnhem. Voor de rest herinner ik me niets van hem, niet eens zijn voornaam, en al helemaal niet wat hij me moest leren.

In de tweede klas moest er iets gebeuren, want ik reeg de ene na de andere 1 aan elkaar bij Reichardt. Gelukkig voor mij was het 1971: het wat ik hou voor het beste decennium in de geschiedenis van de mensheid moest nog echt beginnen. De schoolleiding nam de enig juiste beslissing: men bedacht dat het vak wiskunde weliswaar niet afgeschaft maar wel opgesplitst kon worden, in Highstream en in Lowstream.

De hoge stroom was voor degenen die in het vak verder gingen, de lage was voor mij en de meisjes. We werden met ons twaalven in een lokaaltje gezet waarin af en toe een volwassene kwam kijken of we er nog waren, en mochten daar in een ruitjesschrift figuren uitrollen zoals je die wel in de schilderijen van Escher ziet. Onze kunst heette officieel vectorverzameling, maar kwam neer op tijdverdrijf.

Lieve Mark. Was het toeval dat ik in de jaren zeventig op deze manier gered werd? Volgens mij niet. Gaan we terug naar die discrepantie. Vijftig jaar geleden werd de wereld weer de wereld, zou je kunnen zeggen.Na een lange periode -van om precies te zijn vijfentwintig jaar- waarin propaganda wilde dat wij geloofden dat die wereld er in 1945 heel anders had uitgezien.

Tussen 1945 en 1970 geloofde men -op de lagere school die ik bezocht, in de kerk waar ik naar toe moest, op radio en later televisie, in dagbladen en tijdschriften- dat iedereen in de oorlog OK was geweest. Goed, er waren wel de verhalen over Auschwitz, over de oorlog in Rusland en in de woestijn, en er waren ook wel Anne Frank en de atoombom. Maar het gekke was dat geen van die verschrikkelijke dingen van doen leek te hebben met onze landgenoten, onze buren, onze familieleden. Laat staan met onszelf.

Behalve bij mij thuis. Ik bespeurde als kind die discrepantie omdat het bij ons allemaal zo anders toe ging als buiten. Bij ons werden de gordijnen dichtgetrokken als de buren de vlag uithingen. Bij ons ging het elke dag, jaar in jaar uit, over de oorlog, terwijl er buiten speciale dagen en gelegenheden voor bestonden. En bij ons bestonden er geen winnaars van die oorlog.

Ik geloof dus dat we gezegend werden met de jaren zeventig van de vorige eeuw, omdat toen de oorlog voor het eerst werd herbeleefd in haar verschrikkelijke gedaante. Toen pas was het afgelopen met het heldendom, toen pas werd zichtbaar dat de mens voor de andere mens een beul was geweest. In het groot, en in het klein. Niemand uitgezonderd. Toen pas werd zonneklaar dat die oorlog ook voorkomen had kunnen worden.

Ik was dus een meisje, in die jaren zeventig. Ik mocht dat zijn. Met mijn lange haren, met mijn super-alfa vakkenpakketje op school, met mijn droom om schrijver te worden, met mijn wens om uit militaire dienst te mogen blijven. Ik mocht dat alles zijn en willen. Testosteron was verfoeid, een feminiener periode is er in de moderne geschiedenis niet geweest, ik hoefde me niet eens tot meisje te laten ombouwen om me toch zo te mogen voelen.

En toen kwam jij.

Want de Lowstream waarin ik leefde, was maar de helft van het verhaal. De andere helft ging door in de verzamelingenleer. En kwam uit in de informatietheologie, de IT. En kreeg zoveel voor het zeggen dat ze haar santekraam sinds een jaar of twintig mag uitventen als ‘digitale revolutie’. De ultieme nachtmerrie.

Ik moet nu leven in het gezelschap van de broer van die schaker. Of nog erger: onder de knoet van die gek! Waar ik dacht dat de zeventiger jaren voor eeuwig een warme niche hadden geschapen voor ons van de lage stroom, daar leef ik al weer decennia in de discrepantie van toen. De IT vertegenwoordigt het ‘denken’. En wederom herken ik dat denken niet als mijn denken.

Ik heb het indertijd -nadat Ivanhoe op de Engelse boekenlijst was gezet- niet voor mogelijk gehouden, maar het is gebeurd. Ik weet niet hoe jij in de Koude Oorlog hebt gestaan. Was die periode voor jou als Amerikaan alleen maar een voortzetting van de verloren oorlog in Vietnam? Dus een kwestie van nog es, uit wraak, een landje hier en een landje daar naar de Stone Age bombarderen. Of betekende KO voor jou nog es naar Canada, of naar Europa vluchten om onder je plicht jegens het vaderland uit te kunnen komen?

Voor mij was de Cold War vooral Oost-Europa. En vooral dat deel ervan dat Duits sprak. Ik vond het erg dat miljoenen mensen die ik als deel van Europa beschouwde leefden in een verklikkersstaat. In een samenleving met papieren muren, met buren en collega’s en familieleden die je niet kon vertrouwen. Dat ze niet op de VVD mochten stemmen en niet in een Mercedes konden rijden, dat vond ik niet zo erg voor ze. Maar dat hun VVD hen tot in de slaapkamer controleerde en hun denken censureerde, dat vond ik erg. Vind ik nog steeds erg.

Want ik las voor de Engelse lijst destijds niet Ivanhoe, maar 1984 van George Orwell, en Brave New World van Aldous Huxley. Boeken waarin dus voorspeld was hoe het ons allemaal zou vergaan als we alleen nog maar Ivanhoe zouden kunnen lezen, en alleen nog maar in cijfertjes en formules zouden kunnen denken, en we dat denken denken zouden gaan noemen, en tot de norm zouden gaan verheffen. Als we allemaal de broer en zus van die schaker zouden zijn geworden.

Wat gebeurde? 1945 werd 1989…

We maakten met de zogenaamde Val van de Muur weer, net als in 1945, de geschiedenis dood en hebben toen een leugen de wereld ingeholpen. Oost-Europa is helemaal niet bevrijd, maar uitgebreid. Wij, in het zogenaamde Vrije Westen, leven nu met zijn allen in de oortjessamenleving! En nog wel uit vrije wil! Wij hebben ze omarmd: de telefoons met snapshotmogelijkheid, de koelkast die kan ‘denken’, en al die apparatuur aangesloten op de harde schijf daar bij jou in het Pentagon. We zijn zelfs zoveel achterlijker dan de Polen, Roemenen en Albanezen van destijds dat we ons mobieltje bij ons dragen als we gaan demonstreren tegen de aantasting van onze privacy!

Die vrije wil… Die mindset waaraan dus geen knuppel of tank of boekverbranding te pas komt. Die maakt van de IT-sektor een sekte. Die maakt van jou en je mede-nerds sekteleiders, guru’s, niet minder doortrapt en niet minder machtsbelust dan al die andere guru’s. Mensen vallen voor je verkooppraatje, mensen raken verslaafd aan wat je ze verkoopt, mensen zijn bereid om hun hele hebben en houen en ieder die ze liefhebben in te ruilen -en desnoods te verraden- voor het hebbedingetje dat jij ze biedt.

En in het geval ze toch naar buiten willen, ontvankelijk worden voor een alternatief, dissident -o, wat waren we tijdens de Cold War verliefd op de dissidenten uit het andere blok!- worden… in het geval dat plaats vindt, dan komt de censuur. Zoals nu in jouw Facebook. Je bent mensen ‘met extreme opvattingen’ aan het weren uit je Facedinges. Extremere opvattingen dan Ivanhoe…? Maar wat belangrijker is: ik wil gewoon dat de opvattingen van andere mensen voor mij zicht- en leesbaar zijn. Ik wil niet weer dat iemand anders voor mij bepaalt wat ‘denken’ is, en hoe de wereld er uit ziet.

Moge jouw sekte dus eindigen zoals alle sektes eindigen: als een lekgeprikte luchtballon...

(JoopFinland)