Dekolonisatie, ook binnen radicaal links

Onlangs, tijdens de anarchistische Pinkster Landdagen (PL) in Appelscha, vond een workshop plaats onder de noemer ‘Dekolonisatie van het anarchisme’ door twee mensen van de University of Colour (UoC). Deze groep was zeer actief tijdens de Maagdenhuisbezetting in 2015 en is daarna onverminderd doorgegaan onder het motto: No democratization without decolonization! Our aim is to decolonize and diversify the university. (zie: hier en hier)

Vierhonderd jaar lang was Nederland een koloniaal rijk, en behalve dat dit rijk daar schandalig rijk van werd, heeft dit vele generaties tot slaaf gemaakte mensen en andere slachtoffers van uitbuiting en discriminatie zwaar beschadigd. Deze geschiedenis is niet zomaar weg te vegen. Ook mensen die menen heel bewust bezig te zijn en te strijden voor een wereld zonder onderdrukking zijn zelf niet altijd vrij van discriminatie in hun denken en handelen. Heel wat jaren geleden schreef Philomena Essed het boek ‘Alledaags racisme’, en onlangs verscheen van Anousha Nzume het boek ‘Hallo witte mensen’, in beide boeken zijn vele voorbeelden te vinden van schijnbaar ‘subtiel’ racisme, dat helemaal niet subtiel is voor de ontvanger/ster ervan.

Al vele jaren bezoek ik de PL, en al vaak heb ik, met anderen, verzucht dat het zo jammer is dat de radicaal linkse beweging en ook anarchistische kringen zo wit zijn. Dit jaar stond er een interactieve lezing op het programma over de strijd tegen Zwarte Piet, en hoe witte bondgenoten in actie kunnen komen (door Jerry Afriyie van ‘Zwarte Piet is Racisme’ en oprichter van ‘Nederland wordt beter’ (nederlandwordtbeter.nl). Dat was op zaterdag. Op zondag stond de workshop over dekolonisatie op het programma, door Mirna Wabi en Phoenix Crio van de UoC. Na afloop bleek dat de bijeenkomst voor de sprekersters teleurstellend verlopen was, en dat er in de discussie precies die dingen gebeurden die ze aan de kaak wilden stellen. Mirna schreef er een uitgebreid artikel over en het lijkt me goed haar daarover hier zelf aan het woord te laten.

Rymke Wiersma, ook verantwoordelijk voor de  vertaling uit het Engels

Wit privilege in Nederlands anarchisme
De Pinkster Landdagen (PL) zijn in 1921 gestart door Nederlandse anarchistische jongeren. In 1933 kochten ze een aardappelveld waarvan ze een kampeerterrein maakten, waar elk jaar een drugs- en alcoholvrij Anarchistisch festival georganiseerd wordt.

Tijdens de PL van 2017 gaf de University of Color (UoC) een workshop over wit privilege en ‘post’-koloniale identiteit, om een gesprek te beginnen over het dekoloniseren van anarchisme. De workshop en het praten gingen moeizaam en heel wat reacties waren op verschillende manieren problematisch.

We denken niet dat dit kwam door een stel ongeleide projectielen in de zaal, eerder zien we het als een illustratie van terugkerende problemen in deze kringen die we nu juist in deze workshop wilden behandelen. Deze poging vereist een enorme emotionele inspanning van de kant van de UoC-leden, en we willen hier uitleggen waarom.

Het gaat hier niet om een filosofische discussie over onderwerpen waarover we in boeken lezen. Het gaat over de pijn die we nu nog steeds voelen en de strijd die we dagelijks voeren. Boeken kunnen hiervoor leerzaam zijn voor witte mensen, en voor mensen van kleur kunnen ze van pas komen bij het vinden van woorden om de pijn uit te drukken en te reproduceren. Als je een witte man bent en je luistert niet naar vrouwen van kleur over onderwerpen als racisme of sexisme, wees dan niet verbaasd als ze ervoor kiezen niet naar je te luisteren. Als je denkt dat je racisme beter begrijpt dan mensen van kleur dan is dat een uiting van wit privilege, wit machtsvertoon, en een koloniale houding.

Als witte mensen zich gekwetst of beledigd voelen als ze ‘wit’ genoemd worden, wordt dat ‘white fragility’ genoemd [ofwel witte fragiliteit, misschien te vertalen als ‘witte lichtgeraaktheid’ RW]. Dat betekent dat ze het onderwerp ‘ras’ zo zelden ervaren, dat als ze met deze uitspraak geconfronteerd worden, dit feit op zich de ergste vorm van discriminatie is waarmee ze in aanraking zijn gekomen. Mensen van kleur worden hiermee zo vaak geconfronteerd dat, als ze er elke keer zo heftig op zouden reageren, ze nergens anders meer aan toe zouden komen in hun leven. Het zou waarschijnlijk ook leiden tot arrestatie of dood.
Eén persoon die jou wit noemt is niet te vergelijken met een hele wereld, insituties, regeringen, politiek, legers, fysiek geweld, geschiedenis enzovoort, die je voortdurend labelt en je leven controleert. Kleurenblindheid is een onaangename uiting van wit privilege en helpt mensen van kleur niet, evenmin leidt het tot verdwijnen van racisme. Het probleem ontkennen lost het probleem niet op voor degenen die eronder lijden.

Er bestaat niet zoiets als ‘tegenovergesteld racisme’. Iemand wit noemen is geen racistische daad, het is slechts het vaststellen van een feit, het feit dat er zoiets bestaat als geïnstitutionaliseerd racisme, zoals dat al honderden jaren bestaat, en witte mensen maken dat niet mee. Dat heet wit privilege en dat is geen racistische uitspraak. Racisme is niet discriminatie gebaseerd op huidskleur, het is voortdurende geïnstitutionaliseerde onderdrukking van mensen van kleur en het ‘zuiden’, sinds de genocide van ons volk en onze cultuur door West-Europese eenheden.

Vergelijken van koloniaal geweld met de Nederlandse strijd tussen katholieken en protestanten: doe het niet. Opnieuw kleurenblindheid en wit privilege.

Vergelijken van culturen met natiestaten: cultuur is, anders dan Europese staten, iets waarvoor mensen in gekoloniseerde landen hebben moeten vechten om het te behouden. We zijn trots op onze cultuur en we vechten ervoor om die te behouden, dat wil niet zeggen dat we trots zijn op onze regering. Het is ook problematisch dat de anarchisten die met dit argument aankomen het bestaan niet kennen van de anarchistische cultuur waar ze zo van houden.

Wat is er mis met witte Europese mannen die inheemse, feministische en andere Latijns Amerikaanse bewegingen leiden? Alles. Inderdaad, witte mannen kunnen op de hoogte zijn van de kwesties, maar ze moeten zich ook bewust zijn van de hoeveelheid ruimte die ze innemen, en ruimte geven aan mensen om voor zichzelf te spreken. We hebben geen behoefte aan de bevestiging van witte Europese mannen, want ook dat is weer een voorbeeld van een koloniale houding. Zelfs met de beste bedoelingen creëren witte Europese mannen een ongelooflijk onveilige omgeving voor mensen van kleur, door te midden van mensen van het ‘zuiden’ te doen alsof ze het beter weten. Ze kunnen het proberen, maar ze kunnen het zich gewoon niet voorstellen hoe het voor immigranten van kleur is, en hoe vaak we het gevoel hebben dat we toestemming moeten vragen om ergens te zijn, om iets te zeggen of te doen.

Als je een wit persoon bent en je echt het gevoel hebt dat je beter dan een persoon van kleur weet wanneer er racisme in het spel is of dat je beter weet hoe je ideeën over dat onderwerp naar voren kunt brengen… stop dan en denk: ‘Waar komt dit gevoel vandaan?’ ‘Wat is de bron?’ ‘Is het houdbaar?’ Waar het vandaan komt is entitlement (het menen bepaalde rechten te hebben), doordat je een witte Europeaan bent. De bron is witte overheersing, het is niet houdbaar en het kan een onveilige omgeving veroorzaken voor mensen van kleur. Bijvoorbeeld, het is heel problematisch als Nederlandse mensen proberen een Braziliaanse vrouw de les te lezen over ‘post’-koloniale identiteit.

Voor een witte Nederlandse anarchist is het belangrijk te beseffen dat het niet eens zijn met een iemand van kleur niet betekent dat er zomaar filosofische meningsverschillen zijn met zomaar een kameraad, maar dat het een heel konkreet en praktisch voorbeeld is van een machtsverschil op basis van kleur. Omdat witte Nederlandse anarchisten toegang hebben tot bronnen, ruimtes en geschiedenis in Nederland. Deze meningsverschillen leiden tot vervreemding, verwijdering en talloze uitingen van racistische micro-agressie, die het voor mensen van kleur vrijwel onmogelijk maken om zich in witte Nederlandse anarchistische kringen te begeven zonder zich veroordeeld te voelen.

Bijvoorbeeld: toonmatiging. ‘We zijn het (in theorie) eens met wat jullie zeggen maar het staat ons niet aan hoe jullie het brengen.’ Dat is zoiets als zeggen: jullie hebben waarschijnlijk gelijk, want dat heb ik in een boek gelezen, maar ik vind het niet leuk dat jullie zo emotioneel zijn, want dat is niet ‘gezellig’ of respectvol tegenover ons. Het gaat erom dat we hierover natuurlijk emotioneel zijn omdat we nog steeds lijden en onze wonden nog open zijn. Veel witte mensen zijn moedwillig onwetend hierover omdat ze er veel belang bij hebben de (racistische) status quo te handhaven, en tevens hun label ‘geen racist’.

Dekolonisatie en identiteit
Bijna elke keer dat ik mensen vertel dat ze wit zijn of Nederlands, reageren ze defensief met: ‘Maar jij bent zelf ook een soort wit’, of: ‘Jij bent niet zwart’, of de beste: ‘Hoe zou jij je voelen als ik je Latina of Braziliaanse zou noemen?’ Het is lachwekkend en zorgelijk dat ze zo’n uitspraak als aanval zien. Ja, ik ben Latijns Amerikaanse, en ik ben Braziliaans. Nee, ik ben niet zwart. Dat verandert niets aan het feit dat zij wit zijn en Nederlands.

Ik denk dat ze zo reageren omdat ze denken dat, als ik ze aanduid met wat ze zijn en de nadruk leg op hun privileges, dat zou impliceren dat ik geen privileges zou hebben en dat ik daarom beter zou zijn. Het is juist omgekeerd: ik benadruk hun privileges, omdat ik ze van mezelf erken. Deze verkeerde aanname is een ernstige vorm van agressie naar mensen van kleur, want West-Europeanen vonden het altijd prima om anderen te labelen terwijl ze zelf neutraal bleven, en dit heeft een grote rol gespeeld bij het instandhouden van de witte overheersing.

Het zegt ook iets over hoe ongebruikelijk en afschuwelijk het voor hen is om zich veroordeeld te voelen op basis van hun huidskleur of nationaliteit, iets waar mensen van kleur min of meer aan gewend zijn. Moeten toegeven dat ze voor een keer met één onderwerp niet de objectieve stem van de rede zijn is ongelooflijk pijnlijk voor mensen die lijden aan witte fragiliteit. En als het gaat over racisme en dekolonialisme vormen zij niet de redelijke stem die de beweging moet leiden. Voor een keer zullen ze niet in het centrum van de belangstelling staan, en wij willen geen plaats aan hun tafel.

Ik ben een ongelooflijk geprivilegeerd iemand, en ik probeer altijd zorgvuldig, kritisch en bewust met dit privilege om te gaan. Het is lastig te herkennen of er sprake is van discriminatie wanneer je verschillend behandeld wordt, want je kunt paspoorten of huidskleur niet zomaar omwisselen. Soms zien we de micro-agressie en onderdrukking niet doordat we niet beter weten. Dat leidt tot een hoop ellende, paranoia en vaak zelfs het idee dat zwarte mensen collectief lijden aan een posttraumatisch slavernijsyndroom.

Ironisch is dat ik een hoop leerde over wat het inhoudt om een Braziliaanse/Latina te zijn en alszodanig behandeld te worden, nadat ik Europeaanse werd. Aan grenzen, in groepen, met partners, met andere Brazilianen, alles veranderde compleet. Reizen was veel makkelijker, aan de grens voelde ik vertrouwen en het recht om daar te zijn in plaats van angst en vrees. Vreemde witte mannen flirtten niet zo agressief met me en vroegen me niet te dansen en met mijn kont te schudden.

Na tien jaar weg te zijn uit Brazilië werd mijn huid lichter door minder zon, en mijn haar steiler door minder vochtigheid, dingen die ook het verschil duidelijk maakten tussen behandeld worden als een wit meisje of een Latina. Mensen waren geneigd te denken dat ik in Europa was om te studeren in plaats van om te ‘werken’, wat allebei inhoudt dat ik in Europa was om mezelf te verbeteren, met impliciet de verwachting van dankbaarheid van mijn kant.

Brazilianen begonnen tegen me te praten alsof ik leefde als een prinses en ik niets wist van de onrust en strijd van het Braziliaanse leven. Ik was trots en politiek betrokken als kind, maar het Europese paspoort gaf een radicaliserende wending aan het vervolg. De vervreemding van alle kanten zette me ertoe aan het onderwerp Identiteit en alles wat daar bij hoort heel serieus te nemen. Witte West-Europeanen hebben afgeschermd geleefd van dit soort ervaringen, waardoor ze niet de onvermijdelijke motivatie hebben gekregen om hun witheid te onderzoeken. Dus, witte mensen, denk hier goed over na want er is een revolutie in opkomst en je moet kiezen: of je met ons bent of tegen ons. Dekolonisatie is altijd een heftig verschijnsel. (Fanon)

Ik heb me nooit veilig gevoeld in deze kringen (PL en de Nederlandse witte-anarchistische scene). Ook al is het mooi dat er zoveel mensen zijn die tot op zekere hoogte het probleem van de witte overheersing erkennen, en deze beweging veiliger willen maken, het is voor mij een moeizame strijd geweest de laatste zeven jaar, en ik ben het beu.

Het is heel goed dat mensen de noodzaak zien van deze discussies en zich richten op diversiteit in de beweging. Maar niet goed is het om daarbij te leunen op mensen van kleur om het werk voor je te doen, en we hopen dat witte anarchisten manieren vinden om elkaar erop aan te spreken en dit probleem zelf op te lossen.

Referenties: Angela Davis, Audre Lorde, Gloria Wekker, bell hooks, Frantz Fanon, Paulo Freire en Maria Lacerda de Moura.

Mirna Wabi-Sabi, University of Color (inleiding en vertaling Rymke Wiersma)