zondag, 21 maart 2021

Nederland heeft voor rechts gekozen. Dat wil overigens niet per sé zeggen dat er ook voor rechtse politiek is gestemd. Zoals steeds in de afgelopen decennia hebben partij-ideologische of zeg maar toekomstvisies over hoe de samenleving er moet gaan uitzien een minder grote rol gespeeld. Het zijn toch vooral de dagkoersen en de zogeheten poppetjes die van meer belang geweest zijn bij het maken van een keuze.

Zo heeft Rutte, die toch aantoonbaar in de voorbije tien jaar ernstige steken heeft laten vallen, zijn succes vooral te danken aan de coronacrisis, de dagwaarde dus, en mag Kaag van D’66 zich rijk rekenen mede dankzij strategisch stemgedrag bij de kiezer (niet voor D’66, maar tegen de populisten van de PVV, JA21 en Forum). Maarten van Rossum was in dat laatste geval de verpersoonlijking van die invalshoek en heeft wellicht tijdens zijn TV-optreden waarin hij zijn keuzes en motivatie kenbaar maakte kijkers in zijn keuze meegetrokken.

Sinds de verdwenen verzuiling is de keuze vanuit idealistische overwegingen toch al behoorlijk aan corrosie onderhevig. Daar komt nog eens bij dat de enorme versplintering en het populisme de kiezer tot een dolende in de partijenwoestijn heeft gemaakt en de tijd, wie heeft er nog tijd, brengt bovendien met zich mee dat kiezers al snel met gemakkelijke one-liners en of met overvloedig en luidruchtig ratelende politici meebewegen, zelfs als die aantoonbaar de grootst mogelijke onzin verkondigen.

Voor links is er nog maar één oplossing, een fusie. Natuurlijk is er de angst dat zo’n fusie slechts tijdelijk succesvol zal zijn. Het samengaan van KVP, ARP en CHU kon, ondanks het aanvankelijk succes de teloorgang van het ontstane CDA niet voorkomen. Niettemin lijkt een in elkaar opgaan van PvdA, GroenLinks en de SP de enige mogelijkheid om  politiek nog  voet aan de grond te krijgen.

Geen van deze partijen moet nog de illusie hebben zelfstandig een rol van betekenis in het politieke krachtenveld te kunnen gaan spelen, en zo dat al een keer zal lukken, dan zal dit gebaseerd zijn op de toevallige, aansprekende partijleider. Een partij als Volt heeft echter m.i. bewezen dat het goed naar de kiezer kunnen doen doorsijpelen van een overtuiging voldoende kan zijn. Die overtuiging kunnen de gevestigde linkse partijen vrijwel zeker niet meer (voldoende) bereiken. De zeer matige en weinig inspirerende verkiezingscampagnes op links, met name die van de Partij van de Arbeid. hebben dat aangetoond.

Die fusie op links zal er dan ook nu echt moeten komen. Niet alleen om invloed terug te winnen, maar ook vanuit een verplichting naar de vooruitstrevende sociaal ingestelde kiezer die schreeuwt om invloed. 

Henk Witte