woensdag, 24 november 2021

Ook in de Tweede Kamer laat extreem rechts zich horen. Van Ja21, via PVV naar FvD; helaas klinken de afkortingen nauwelijks boosaardig. Een scheldpartij over 'dreigende tribunalen' riep heel wat commotie op, zo veel zelfs dat de voorzitter verontrust opriep tot een debat over 'fatsoenlijke omgangsvormen'. Een paar weken daarvoor vreesden Rutte en Hoekstra nog de linkse wolk. Welke? Van GroenLinks en de Partij van de Arbeid. Oftewel de Haagse politiek hoopt op rechts fatsoen en schuwt linkse motregen. Een tragische combinatie van onderschatting en overschatting.

Een eerste les voor links is dan ook: geen onderschatting en geen beschaafde plooiing van extreem rechts. Zeker niet in een periode waarin 'politiek Den Haag' daar een rijpe voedingsbodem voor biedt. Hier in deze bijdrage eerst enkele opmerkingen over die regulier rechtse broedplaats en daarna aandacht voor de onvermijdelijke vraag: wat staat ons te doen.

Ideologische onverschilligheid

Extreem rechts kent een rampzalige geschiedenis en heeft de laatste jaren in meerdere landen de politieke macht in handen. Mede door internationale contacten is ook in Nederland de invloed toegenomen. De parlementaire politieke positie is daar een uitdrukking van. De maatschappelijke werking reikt echter verder, aangejaagd door de covidpandemie en het bestrijdingsbeleid onder de verantwoordelijkheid van Neerlands bijna langstzittende premier. Een langzamerhand uitzonderlijke figuur die met zijn luchtige mededeling geen visie te hebben, leugen (een vergissing) en bedrog (aansprakelijkheid elders) rechtvaardigt. Een model van en voor ideologische onverschilligheid, grijpklaar voor extreem rechts.

Tegen die achtergrond gaat Ruttes regering aan de slag, wanneer in maart 2020 de coronacrisis als pandemie erkend wordt. Met een beleid dat enerzijds rust op niet te verhullen, jarenlange bezuinigingen op het brede terrein van de sociale voorzieningen. Van gezondheidszorg tot onderwijs, van woningbouw tot uitkeringen. Een kaalslag die gepaard gaat met een criminele overheid in bijvoorbeeld het 'toeslagenschandaal' en een uitzichtloze ontwrichting van het bestaan van een groeiende groep mensen, jongeren in het bijzonder. En anderzijds een regime dat getekend wordt door het wereldvreemde optreden van de betrokken ministers die zich onuitgesproken laten sturen door de belangen van bijvoorbeeld Shell, Schiphol en de bankensector, het hart van regulier rechts. Recent universitair onderzoek komt uit op een ''laag-vertrouwensamenleving'' – het vertrouwen in de overheid nam van 70 procent in april 2020 af naar 30 procent in september 2021.

Brede kritiek op regeringsbeleid

Het grillige en ongeloofwaardige beleid, noch de vertrouwenscrisis, het beklemde sociale leven, de mistige toekomst en de concrete medische gevolgen van de pandemie vormen de bron van een groeiend extreem rechts. Wel leiden ze tot risicovol ongeduld. Bestaande groepen, al of niet verbonden aan de in het parlement optredende politieke partijen, grijpen de veelvoudige crisis aan om hun opvattingen uit te dragen. Die lopen van antisemitisme en homohaat tot nationalisme en vreemdelingenhaat, van autoritair leiderschap en geweldsverheerlijking tot bestrijding van links.

Het eerste aangrijpingspunt in de strijd tegen extreem rechts is dan ook een brede kritiek op het regeringsbeleid. Zonder ontkenning of nuancering van de ernstige betekenis en invloed van de pandemie. Het wordt tijd dat links vertrouwen toont in de betekenis en kracht van haar argumenten en standpunten. Een tweede handvat sluit daarop aan, namelijk een systematische bestrijding van de 'nep analyses' over de oorsprong, werking en bestrijding van het virus.

Maar er is meer te doen.

* Niet alle ontkenners van de materiële werkelijkheid van het virus – van streng gelovigen tot antroposofen – en degenen die zich onaantastbaar wanen, zijn 'gevoelig' voor het extreem rechtse gedachtegoed. Van belang is dan ook de discussie over hun standpunt niet te voeren via dat gedachtegoed. Bovendien kan het effectief zijn het misbruik daarvan door extreem rechts aan de orde te stellen.

* Hetzelfde geldt voor het standpunt van de vakbonden om uitsluiting van de arbeid door ongevaccineerden af te wijzen. De dwang tot vaccinatie is een stap op een hellend vlak van te stellen eisen aan arbeidsdeelname. Voor bonden onaanvaardbaar, ook omdat de maatregelen om vaccinatie te voorkomen onvoldoende nageleefd worden of lang op zich laten wachten. Intern is er alle reden een beleid waar te maken waardoor extreem rechts alleen komt te staan.

* Voor zover we toegang hebben tot of krijgen van de reguliere media, moet de leidraad zijn extreem rechts te negeren. Essentieel is de visie en kritiek op het coronabeleid toe te lichten en alternatieven te bieden.

* Tot slot, als duizenden deelnemen aan een 'klimaatmars' die de regering Rutte bepaald niet spaarde, verdient een demonstratie tegen het totale regeringsbeleid een brede linkse aandacht. Niet alleen tegen de bestrijding van het virus en uitmondend in een goed georganiseerde uitvoering. Zo'n initiatief heeft als interessante bijvangst dat linkse partijen, groepen en bewegingen en de vakbonden met elkaar in debat gaan voor een gezamenlijk doel. En niet vergeten met erkenning van de onderlinge verschillen en in te te brengen leuzen en eisen.

Wie of wat houdt ons tegen?

Hans Boot