Het fabeltje van de economische zelfstandigheid

vrijdag, 14 januari 2011

Op de website van het 35 jaar geleden begonnen feministische tijdschrift Lover wordt de laatste tijd gediscussieerd over het boek ‘Verwende prinsesjes’ van Elma Drayer. Drayer heeft geen goed woord over voor vrouwen die kiezen voor een parttimebaan, die naast hun baan graag tijd houden voor andere bezigheden, zoals zorg voor kinderen, vrijwilligerswerk, muziekmaken, wandelen, een cursus volgen, genieten… Genieten, dat begrip komt in Drayers levensfilosofie al helemaal niet voor. Vrouwen die in de bijstand zitten zijn in haar ogen watjes, moeders met jonge kinderen niet uitgezonderd. Iedereen moet aan het werk, en onder werk verstaat zij natuurlijk alleen betaald werk buitenshuis.
Kortom, wat zij predikt heeft niets met feminisme maar alles met calvinisme en kapitalisme te maken.
 
De vrouwen van Lover zien dat blijkbaar anders, zij schrijven: ‘In dit hoofdstuk van Verwende Prinsesjes wast Elma Drayer ons allemaal stevig de oren. Of we nu zijn als die bijstandsmoeder die al achttien jaar de staat als kostwinner heeft of als die hoogopgeleide jonge vrouw die denkt zich meer te kunnen ontplooien door zich in haar hobby’s terug te trekken. Of slechts lid van een samenleving die het als een onaantastbaar vrouwenrecht lijkt te zien dat wij de keuzevrijheid genieten om ons desgewenst tot het aanrecht te beperken. Hoe is het in ’s hemelsnaam mogelijk dat wij met ons allen de keuze voor economische afhankelijkheid als het toppunt van vrijheid en een onbetwistbaar recht beschouwen?’
 
Elma Drayer ziet ‘het dedain tegenover betaalde arbeid als onderdeel van een veel breder gedragen vrijheidsstreven en afkeer van het calvinistische arbeidsethos’ – dat lijkt me correct. Deze anarchistisch-hedonistische instelling is haar echter een doorn in het oog, omdat (in de woorden van Lover) ‘wij op dit punt met ons allen een genderongelijkheid in stand houden die moeilijk als emancipatoir te verkopen valt’.
Hier worden een aantal kwesties door elkaar gehaald. Drayer bekijkt alles eenzijdig door een rechtse, kapitalistische bril, maar verkoopt dat als feminisme. Het doet er niet toe wat je doet, als het maar betaald werk is, en hoe meer betaald hoe beter. Voor zaken als milieu en solidariteit heeft ze al helemaal geen aandacht.
 
De zaak kan ook heel anders bekeken worden. Er is een tijd geweest dat de meeste getrouwde vrouwen zogenaamde huisvrouwen waren. In de feministische beweging (althans in de kringen waarin ik actief was) werd daar niet op neergekeken, er werd juist gezegd dat huishoudelijke arbeid en zorg net zo goed werk (in de zin van belangrijke bezigheden) waren als werk buitenshuis.
De financiële afhankelijkheid van de echtgenoot was natuurlijk verre van ideaal. Daarom werd er wel gepleit voor een huisvrouwenloon. Maar ook daaraan zaten haken en ogen, want moest je dan alles in geld uit gaan drukken? Beter zou het zijn – zolang het geld nog niet was afgeschaft – om iedereen gewoon een basisloon te geven. Dan konden mannen en vrouwen de zorg, het dweilen en koken verdelen, en konden beiden daarnaast nog volop nuttige, interessante en niet te vergeten leuke dingen doen.
 
Dat basisloon kwam er tot nu toe helaas niet, en ook het huishoudloon is niet van de grond gekomen. Wat wel kwam, en gaandeweg steeds meer uit de taboesfeer kwam, was het aanvragen van een uitkering. Wat Elma Drayer nu beweert is dat vrouwen met een uitkering niet economisch zelfstandig zouden zijn. Dat is natuurlijk onzin. Ze zijn financieel net zo afhankelijk van de staat als een onderwijzer, of een politieman (v/m) of mensen in andere uit de staatskas betaalde beroepen. Bovendien is niemand, helemaal niemand economisch zelfstandig. Mensen zijn nu eenmaal van elkaar afhankelijk, wat in de huidige samenleving voor velen ongunstig uitpakt, maar in een zorgzame en solidaire samenleving totaal geen probleem zou zijn.
In de bijstand zitten, daar kan je van alles op aanmerken, maar de verbetering is dat vrouwen (en mannen) niet langer afhankelijk zijn van het inkomen van hun partner. De rest is pure werkmoraal. Calvinisme.
 
Een ander punt is dat werk niet alleen een middel is tot financiële onafhankelijkheid, maar ook een activiteit waarin je al dan niet bijdraagt aan het welvaren van de samenleving. Drayer lijkt te denken dat elk soort werk aan de samenleving bijdraagt. Nee dus! Veel werk is uitgesproken slecht voor milieu, mens of dier, of is anti-sociaal (op concurrentie en winstmaken gericht), kortom nadelig voor de toekomst van iedereen. Dat werk zou veel beter niet dan wel gedaan kunnen worden. De samenleving waar zij voor pleit, waar concurrentie en carrièremaken de dingen zijn waar niet alleen voor mannen maar ook voor vrouwen alles om draait, en waar financiële onafhankelijkheid en het bereiken van de ‘top’ ook voor vrouwen tot de hoogste norm verheven worden, in zo’n samenleving voelen veel vrouwen, en ook heel veel mannen zich niet thuis.
Maar ik las laatst dat vrouwen al meer dan veertig procent van de privébedrijven in China bezitten. Goed nieuws voor Elma Drayer en consorten. Met zulke vrouwen, zou je kunnen zeggen, heb je geen mannen meer nodig.

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Filtered HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type='1 A I'> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id='jump-*'> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.