maandag, 13 december 2010
Auteur
Paul Benschop

De schandalen binnen de Rooms-Katholieke Kerk wereldwijd stapelen zich op. Afgelopen week werd bekend dat er alleen al in Nederland bijna 2000 klachten zijn ingediend over seksueel misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk. De combinatie van een eindeloze stroom aan schandalen enerzijds en de houding van de Kerk anderzijds zorgen voor gouden tijden voor cabaretiers en cartoonisten. Aan inspiratie is op deze manier geen gebrek. Ook uitgerangeerde politici die zich nog eenmaal in de kijker willen spelen varen wel bij deze zedenzaken.

In Nederland heeft de Commissie Deetman de taak gekregen om het misbruik te onderzoeken. Los van de vraag in hoeverre deze commissie onafhankelijk is, is het aanstellen van de persoon Deetman als voorzitter een opmerkelijke keuze. Als voorzitter van de ‘Onderzoekscommissie seksueel misbruik van minderjarigen in de RK Kerk’ is het belangrijk dat je in ieder geval twee dingen kan. Ten eerste moet je het slachtoffer of het individu centraal stellen en de belangen van de instantie Rooms-Katholieke Kerk ondergeschikt kunnen maken aan de belangen van de slachtoffers. Ten tweede moet je in staat om op een transparante manier te werken omdat slachtoffers vertrouwen in je werk moeten hebben en je moet de RK Kerk te dwingen openheid van zaken te geven. Nu kan je veel zeggen van de voormalig burgervader uit de Hofstad, maar als hij gedurende zijn carrière heeft aangetoond twee dingen níet te kunnen, dan zijn het wel het centraal stellen van de burger en transparant werken.

Naast het onderzoeken van de klachten over seksueel misbruik wordt de commissie ook geacht om aanbevelingen te doen om toekomstige gevallen te voorkomen. Opmerkelijk is dat Deetman dit voorjaar voorstelde om bij zijn onderzoek ook te kijken naar

“de relatie tussen seksueel misbruik en het celibaat voor priesters en de gelofte van kuisheid voor mannelijke en vrouwelijke religieuzen”. Het onderwerp celibaat werd vervolgens snel door de media werd opgepikt. Ook in andere landen wordt er discussie over het celibaat gevoerd. Zo stelde de Belgische bisschop Jozef de Kesel deze zomer de vraag of “het verplichte celibataire karakter behouden moet blijven”.

Op zichzelf ben ik – voor zover dit mij als niet kerkganger aangaat – voorstander van het afschaffen van het celibaat. Het celibaat gaat uit van het bekrompen idee dat seks enkel mag plaats vinden binnen het huwelijk en dat seks enkel is bedoeld voor voortplanting. Dat seks ook gewoon leuk kan zijn wordt binnen de Rooms-Katholieke Kerk blijkbaar als irrelevant gezien.

Toch is de discussie over het wel of niet afschaffen van het celibaat niet hetgeen waar ik mij over verbaas. Verbaasd ben ik over de richting van de discussie en de suggestie dat er een schijnbaar legitiem verband zou kunnen bestaan tussen celibaat en seksueel misbruik en dat dáárom het celibaat ter discussie moet komen te staan. Door te stellen dat door afschaffing van het celibaat er minder seksueel misbruik plaats zou vinden, bevindt de discussie zich op een hellend vlak.

De achterliggende gedachte achter deze redenatie is dat seks een soort van burgerrecht is en als mensen niet bijtijds seks hebben zij dit dus zullen afdwingen. De logische gedacht dat seksueel misbruik altijd verkeerd is wordt blijkbaar over het hoofd gezien. Wanneer een verkrachter voor de rechtbank aanvoert dat hij alweer een half jaar geen seks heeft gehad en dit daarom als verzachtende omstandigheid moet worden gezien, zal dit niet snel worden geaccepteerd. Des te opmerkelijker is het dat de discussie over het celibaat zich wél deze kant op ontwikkeld.

De Tweede feministische golf stelde destijds terecht dat verkrachting geen seks was, maar een heftige vorm van geweld. Dat uitgerekend een van de grootste zedenzaken ooit dit in twijfel durft te trekken is een klap in het gezicht van alle slachtoffers van seksueel geweld.

Paul Benschop