woensdag, 11 november 2015
Auteur
Alain Badiou[3]

In juli, in de nadagen van het ‘Nee’ van het Griekse referendum, zocht filosoof Alain Badiou naar het begin van een nieuwe periode in de Griekse politiek. Een paar uur voordat Alexis Tsipras zijn ontslag indiende betreurde hij dat de Griekse minister president en zijn adviseurs deze ‘unieke’ politieke kans misten.

Op een foto (gedateerd zondag 5 juli 2015) zwaait een aanhanger van ‘NEE’ voor het parlementsgebouw op het Syntagma plein in Athenemet de Griekse vlagomde uitkomst van het referendum te vieren. De meest recente vorm die de Griekse economische crisis afgelopen tijd aannam, liet zien dat Griekenland uiteindelijk strenge bezuinigingsmaatregelen accepteerde die geldschieters eisten om het land van bankroet te redden en  om te voorkomen om, wellicht oneervol, uit de Eurozone geschopt te worden, (AP Photo/Emilio Morenatti).
 
1.      We dachten goed te begrijpen dat het belangrijkste uitgangspunt van de winnaar van de Griekse verkiezingen, Syriza, zijn krachtige motto ‘Nee’ tegen de bezuinigingen was. We dachten dat Syriza onvermurwbaar was en alle asociale, regressieve maatregelen zou afwijzen die door de verschillende financiële autoriteiten en hun Europese dekmantel tot de voorwaarden van hun leningen werden gemaakt — aanvallen op de meest basale principes van het streven naar gelijkheid en een acceptabel leven voor het volk. Veel mensen verheugdenzich over de mogelijkheid van een nieuwe politieke koers in Europa, een koers die eindelijk werkelijkbrak met de reactionaire consensus waar alle lidstaten hun publieke opinies nu al dertig jaar, vrijwillig of onder dwang, mee laten instemmen.

2.      Natuurlijk waren er al veel argumenten voor het matigen van deze hoop. Alleen al het zeer ongelukkige woord ‘soberheid’ dat de indruk gaf dat we haar tegendeel (en wat zou dat dan zijn?: ‘wel-zijn’?) kunnen bereiken zonder al teveel te veranderen. Vervolgens leek alles erop te wijzen dat Syrizas tegenstanders, de machthebbers en hun geldschieters van de wilde gemondialiseerde economie, niet de minste intentie hadden iets te veranderen en zelfs de dominante trend, die zíj managen en waarvan zíj profiteren, probeerden te consolideren en verergeren. Ook zagen we het gevaar van het grijpen van de macht via het aanvaarden van de bestaande regels: verkiezingen, onzekere meerderheden, weinig controle over het staatsapparaat en nog minder controle over financiële autoriteiten, de geïnstitutionaliseerde verleiding om corrumperende compromissen te sluiten, kortom, een zeer smalle manoeuvreerruimte. Tenslotte zagen we dat Syriza geen waarachtig georganiseerde, nauwe politieke banden met de massa’s onderhield: zijn succes was een succes van de publieke opinie, die per definitie grillig en vooral ongecontroleerd is en zonder waarborg voor zowel de interne als de externe aanval van het opportunisme, dat slechts één regel kent, namelijk het bereiken en het behouden van macht. Om al deze redenen behoor ik tot het kamp van de sceptici.

3.      Ik moet toegeven dat de vijf maanden ‘onderhandelingen’ die voorbij gingen zonder dat de Tsipras-regering ook maar enig spectaculair initiatief ondernam, ontmoedigend waren en dat dit het door mij betoogde pessimisme ondersteunde, maar dat tegelijkertijd het besluit om het referendum te houden, en meer nog zijn uitstekende resultaat (een volmondig en massaal ‘Nee’ tegen de schuldeisers), juist kon worden geïnterpreteerd als het openen van een absoluut nieuwe politieke sequentie. Het leek erop dat er een waarachtig avontuur aan de orde van de dag was, in een herwonnen dialectiek tussen de staat en zijn mensen. In diverse columns getuigde ik van een dergelijke hoop.[1]

4.      We kunnen zeggen dat dit niet het geval was en we ernaast zaten met onze beoordeling.

5.      Wat had er, ten onrechte lijkt het, kunnen gebeuren in onze verbeelding? Nou, heel eenvoudig, dat de Griekse regering en Alexis Tsipras een nieuwe fase in hun politiek teweeg zouden brengen, door het besluit te nemen de gevolgen uit het referendum te trekken en alleen dat en niets meer dan dat. Wat neerkwam op de verklaring dat er nu een krachtig en breedgesteund mandaat lag dat de maatregelen die de schuldeisers eisten categorisch afwees. Conform de overgebleven kernvan Syrizas programma. Men had dát moeten zeggen, zonder te verklaren dat Griekenland uit Europa zou vertrekken, maar juist met de expliciete en krachtige verklaring dat het in Europa blíjft, overeenkomstig de wil van de meerderheid van de Grieken. En dat de Griekse beslissingen die nog in het verschiet lagen, genomen door de staat met de autoriteit en onder het toezicht van een gemobiliseerd volk, voor alle volken en alle regeringen hét voorbeeld zouden zijn van een nieuwe en vrije manier van het deelhebben aan Europa.

6.      In de nasleep van het referendum was het mogelijk de bal met de volgende woordente kaatsen in het kamp van de eurocraten: Wij zitten in Europa, met de Euro, maar we hebben het mandaat van onze mensen om uw voorwaarden categorisch te weigeren. We moeten de onderhandelingen hervatten, zonder de ernstige fout van het stellen van deze voorwaarden te herhalen, die zoals het referendum laat zien, tegen het Europa van de volkeren werkt en niet ervoor. Dat had in de nacht van het referendum het onderwerp van een verklaring moeten zijn om krachtig drie punten te benadrukken: [i] geen weigering van Europa, [ii] geen acceptatie van de opgelegde voorwaarden voor het betalen van de economisch onrechtvaardige en onbetaalbare schulden, [iii] een nieuw geopende weg voor allen, voor een Europa van de volkeren en niet van de banken.

7.      Er is pas sprake van politiek wanneer we een probleem dat de tegenstander poneert, vervangen door een ander probleem. De tegenstander zegt: of u gehoorzaamt mij of u vertrekt uit Europa. Hij is degene en hij alleen die het Grexit bedenkt en ermee zwaait. De Griekse regering moet op geen enkele wijze reageren op en meespelen met hetzelfde theaterstuk als dat van de Europeanen, met de kwaadaardige Duitse moeder, de hartelijke maar timide Franse vader en het stoute kleine Griekse jongetje, een theaterstuk waarin Tsipras uiteindelijk zijn plek leek te hebben gevonden. Waarom niet onvermoeibaar als volgt reageren: ‘Wij overwegen geen Grexit. Van Grexit is geen sprake. We stellen de kwestie als volgt: óf u verandert uw voorwaarden, na de onderhandelingen, óf wij starten in Europa, met een andere manier om met de crisis om te gaan. U hebt geen enkel middel om ons uit te sluiten. We zullen een andere manier zoeken, één waarvan we alle consequenties aanvaarden, en we nodigen alle regeringen die ertoe in staat zijn uit om daaraan bij te dragen, net zoals andere politieke krachten die in Europa beschikbaar zijn’.

8.      Met andere woorden: misschien was er geen direct toepasbaar plan B voor de muntvraag (en nogmaals, dit is helemaal niet zeker), maar er was een politiek probleem B dat we noodzakelijkerwijze met volharding moesten poneren, dat niet te herleiden viel tot het probleem van ‘u gaat akkoord of het is Grexit’. Dat was niet de houding die Tsipras en de groep die hem adviseert en ondersteunt, aannam. In het theaterstuk opgevoerd door de Europese kapitalistische harem, accepteerdenzij de rol van de leerling dieondanks zijn onvoorspelbaarheid toch vooruitgang boekt.Langzaam maar zeker kozen ze positie in een probleem gedefinieerd door hun tegenstandersen ze blijven dat dag na dag doen, alleen maar om te geloven dat het goed is dat zij aan de macht zijn in plaats van de andere Griekse partijen (de partijen waarmee ze straks gaan regeren!). Als de dingen zo zijn als men beweert dan zou het waardiger zijn te vertrekken. Het zou een oneindig betere voorbereiding op de toekomstzijn. Dit soort capitulatie is nog erger dan de slappe en verachtelijke zelfgenoegzaamheid van de vorige regeringen, omdat ze het idee van waarachtige politieke onafhankelijkheid onaannemelijk maakt, en dat in ruil voor een nietig resultaat, misschien zelfs voor de prijs van een aanzienlijke verslechtering van de situatie van het volk.

9.      In deze hele affaire creëerde het referendum — en niets anders! — wat ik een pre-evenementiële situatie zou noemen. De overheid deed een beroep op de mensen. De mensen reageerden positief en wachtten af hoe de overheid zou reageren op hun antwoord, dat zij gaven in het licht van de politieke daad. Dat was een uniek moment. Alexis Tsipras ‘antwoordde’ door te zeggen … dat hij net zoals daarvoor verderzou gaan. Op geslepen wijze ontkende hij, in het scenario van de politieke besluitvorming, dat het hele ding dat hij had georganiseerd enige relevantie had. Wat we kunnen zeggen van een dergelijke houding is niet eens een kwestie van links of rechts: Tsipras en zijn adviseurs getuigen van de onbekwaamheid om te doen waartoe — ik heb het niet eens over de grote revolutionairen — conservatieven als De Gaulle of Churchill wel in staat waren. Ze zijn niet bereid of in staat geweest — het zou ook een zeldzaamheid zijn geweest, dat is waar — een waarachtig politiek besluit te nemen: één die een nieuwe mogelijkheidcreëert, waarvan de consequenties moeten worden onderzocht, waarbij al diegenen die gegrepen worden door de urgentie van de daad worden gemobiliseerd, ver buiten enkel de politieke autoriteiten. Zij namen ten overstaan van de Europese bureaucraten niet dezelfde stijl aan als die van Mirabeau en de afgevaardigden van de Derde Franse Republiek in 1789 toen de koning hen sommeerde te verspreiden: ‘Net als u bevinden we ons in Europa en in de Euro. In tegenstelling tot u zijn wij de bezorgers, bij de wil van het volk, van een andere visie op het Europa en de Euro. Als u Grexit wilt, zeg het dan duidelijk, en probeer die ons op te leggen door geweld!’

10.   Kortom, in mijn ogen was de fout van Tsipras en zijn groep eenvoudigweg het feit dat zij niet politiek handelden toen, wonderbaarlijkerwijs, misschien voor een paar uur (de nacht van het referendum?), het van hun afhing om dat wel te doen. Ik vrees dat we na dit tekortschieten terugkeren naar de alledaagse sores: voor niemand zal Griekenland meer iets betekenen, het zal betalen wat het kan, de mensen zullen nog een beetje erger gedemoraliseerd en miserabel zijn, en in de grote ontreddering van het wereldwijde kapitaal zullen wij deze grote periode vergeten.

11.   Als er een les is die uit de grote momenten van de geschiedenis getrokken kan worden is dat de politieke mogelijkheid zeldzaam is en dat zij nooit zal terugkeren. We kunnen zeggen dat sinds de negentiende eeuw de sociaaldemocratie zichzelf als volgt heeft gedefinieerd: nooitalshetgrijpenvan de zeldzame mogelijkheid om een nieuwe mogelijkheid te laten ontstaan in de politieke daad. Maar in tegendeel, als het verbeten werken om te doen alsof deze mogelijkheid nooit heeft bestaan. Zijn Alexis Tsipras en zijn regeringsteam de nieuwe sociaaldemocraten, waar het kapitalo-parlementarisme zo’n grote behoefte aan heeft, gezien de constante en vermoeiende slechtheid van de oude garde?[2]Als dit het geval is, als het eenvoudigweg het uur van de aflossing is voor de gevestigde orde en haar bewaker aan de linkerkant, dan hebben we niets meer te bespreken. Als de nieuwe avonturen, waaronder het groter en gestructureerder worden van de macht van de Syriza-fractie, tegengesteld aan de huidige gang van zaken, de zoektocht laat zien naar een nieuwe politieke weg op Europees niveau, of zelfs de wereld, en Griekenland is nog in leven, dan verheugen wij ons daar zonder twijfel op.

Vertaling: Jorg Meurkes en Jan Nol

 
[1]Alain Badiou (2015) ‘Onze notes inspirées de la situation grecque’ in Libération. Gepubliceerd op 8 juli 2015.
[2]Onze tijd wordt volgens Badiou simpelweg gedomineerd door de huidige parlementaire democratie en het kapitalisme die dusdanig met elkaar vervlochten zijn dat de praktijk van de democratie heel anders is dan de heerschappij van het volk die de term eigenlijk inhoudt. Er is naar zijn idee sprake van een oligarchie die in stand wordt gehouden door middel van uitbuiting en onderdrukking van de massa’s. Hij denkt hierbij aan de massa’s Afrikanen die er niet toe doen maar ook de massa’s van gewone mensen in het Westen die niets in te brengen hebben behalve hun stemrecht. Die massa’s noemt hij de niet-bestaanden (Badiou, A. (2012). The Rebirth of History: Times of Riots and Uprisings (Elliot, G. vert.), p. 55-6. Londen: Verso. Oorspronkelijke uitgave 2011). Badiou munt voor deze nauwe verbondenheid van het kapitalisme met de parlementaire democratie de term kapitalo-parlementarisme (noot van de vertalers Jorg Meurkes en Jan Nol).
 
Alain Badiou
Nederlandse vertaling Jorg Meurkes en Jan Nol, met dank aan Laurens!