Dertig jaar Doca. Een terugblik

vrijdag, 27 december 2019

Op 31 december 2019 zal de Stichting Dokumentatiecentrum Arnhem (Doca) ophouden te bestaan. Na drie decennia maatschappelijke inzet, met name op de terreinen verantwoord ondernemen, vredesvraagstukken en duurzame ontwikkeling, is het tijd voor anderen – jongeren naar wij hopen – om het stokje op hun manier over te nemen. Wat nog rest van ons bestaan zijn de twee websites doca.nl en arnhemmondiaal.nl die om historische redenen online blijven. Verder is er het tienduizenden pagina’s tellende archief dat overgedragen is aan het Gelders Archief en dat daar hopelijk tot in lengte van dagen voor belangstellenden zal zijn in te zien. Tijd derhalve voor een terugblik op het illustere bestaan van deze ‘horzel van Arnhemse ondernemingen’ zoals dagblad de Gelderlander de stichting in een achtergrondartikel ooit noemde (1).

 

Multinationals in Arnhem

Het is midden jaren 80 en de actiebeweging is in Nederland grotendeels over haar hoogtepunt heen wanneer het Derde Wereld Centrum Arnhem (DWC) besluit om een cursus op te zetten voor vrijwilligers die ontwikkelingswerk willen gaan doen in wat toen nog algemeen de Derde Wereld heette. Niet zomaar een cursus over de verschillen tussen hier en daar en over wat je zoal tijdens je werk in ontwikkelingslanden kunt verwachten, maar een cursus over de daadwerkelijke oorzaken van de verschillen tussen arm en rijk in de wereld. Dat het westerse multinationale bedrijfsleven een van de veroorzakers van deze verschillen is, was toen al geen nieuws meer. Bedrijven als Philips, Shell en Unilever waren in Nederland al eerder doelwit van campagnes geweest met het doel deze concerns tot meer verantwoordelijkheid in hun bedrijfsvoering te bewegen. Met name organisaties als SOMO, SOBE, SOBI en MOL hadden hun sporen als onderzoeksgroepen op dit terrein al verdiend (2). Maar een onderzoek naar multinationals in Arnhem was nog niet eerder verricht. Publicist Ed Bruinvis wordt gevraagd een dergelijk onderzoek uit te voeren. Hij en Anne Salomé, bestuurslid van het DWC, kennen elkaar van hun werk bij De Rooie Arnhemmer, een wereldwinkel/boekhandel in Arnhem, waar het accent sinds de oprichting in 1974 al lag op deze problematiek.

In 1986 wordt met het onderzoek begonnen en drie jaar later worden de resultaten in boekvorm gepresenteerd (3). Van de 21 multinationale ondernemingen die de stad op dat moment telt, wordt in het boek echter niet alleen de relatie met Derde Wereldlanden uitgewerkt, maar wordt ook aangegeven hoe deze bedrijven met hun personeel omgaan, of ze zich schuldig maken of gemaakt hebben aan wapenhandel, aan octrooibreuk, aan ondersteuning van het apartheidsbewind in Zuid-Afrika, aan milieuvervuiling en wat hun rol was gedurende de Tweede Wereldoorlog. Kortom alles wat maar enigszins moreel verwerpelijk of wettelijk verboden is komt in het boek aan de orde en dat blijkt onthutsend veel te zijn. Feitelijk is er niet één van de 21 onderzochte bedrijven die niet een of meer van deze misdrijven op zijn kerfstok heeft.

Het boek wordt goed ontvangen door de (plaatselijke) pers en de presentatie op 3 april 1989 in jongerencentrum Willemeen zal het begin worden van wat een ware kruistocht tegen de allesvervuilende Arnhemse industrie genoemd mag worden (4).

Billiton

Een van die Arnhemse bedrijven is het dan al beruchte Billiton (5). Deze van oorsprong Nederlandse mijnbouwfirma die zijn kapitaal had vergaard met de winning van tin in het toenmalig Nederlands-Indië, had zich in 1928 in Arnhem gevestigd met een tinsmelterij en voegde daar later een loodsmelter en nog weer later een accubreker aan toe. Het resultaat was een tot grote diepte vervuild bedrijfsterrein, een vergiftiging van de tuinen in de aangrenzende woonwijk Het Broek met loodstof en met giftige metalen vervuilde sloten en haven. In 1985 worden de directeur van Billiton en een medewerker gearresteerd. Niet vanwege deze ernstige vervuiling, maar vanwege het illegaal dumpen van (giftig) bedrijfsafval op de vuilnisstort van Westervoort. Beide heren worden al na twee dagen met een proces-verbaal naar huis gestuurd.

Wanneer echter het jaar erop blijkt dat nieuwe bedrijfsvergunningen aan Billiton worden verleend waarin de milieunormen lang niet zo scherp zijn omschreven als zou moeten om verdere vervuiling door het bedrijf tegen te gaan, is de maat vol. Door de Gelderse Milieufederatie en Milieudefensie-Arnhem wordt een bezwaarschrift ingediend, samen met het dan inmiddels opgerichte Dokumentatiecentrum Arnhem, kortweg Doca geheten. Een formele stichting is het dan nog niet, maar die naam draagt het al wel. Doel van Doca: het op basis van het boek Multinationals in Arnhem doen van verder onderzoek en het aanspannen van procedures tegen Arnhemse bedrijven die de wet overtreden of die het niet zo nauw nemen met het milieu, het personeel, de consumenten of die zich anderszins op maatschappelijk gebied onverantwoord gedragen. Oprichter is de auteur van het bovengenoemde boek, ook al is dat boek op dat moment nog niet af. Het zal de invulling van zijn werkzame leven worden en de plaatselijke pers zal in die jaren – tot ergernis van het Arnhemse bedrijfsleven uiteraard – de activiteiten van Doca op de voet volgen. Over Billiton zal dan ook genoeg te schrijven zijn want de door Doca en de beide andere milieuorganisaties aangespannen procedure wordt tot aan de Raad van State doorgezet (6).

Leefwerkschool Eigenwijs

Direct na het verschijnen van Multinationals in Arnhem wordt Doca benaderd door de Leefwerkschool Eigenwijs te Nijmegen met het verzoek een lessencyclus te komen geven over de relatie tussen multinationals en ontwikkelingslanden. Het project slaat aan en levert na de bundel over Billiton een tweede uitgave op (7). Maar dat niet alleen. Opgeleid tot tekenleraar wordt Bruinvis verzocht om de tekenlerares van de school te vervangen die met zwangerschapsverlof is. En hoewel het – net als alle docenten op die school – een onbezoldigde betrekking is, zal hij vijf jaar lang aan deze school verbonden blijven. Voor de dienst Sociale Zaken & Arbeid van de gemeente Arnhem is dat aanleiding om hem op straffe van het intrekken van zijn uitkering te dwingen met dat onderwijswerk te stoppen. Onbetaald lesgeven is vrijwilligerswerk en dat mag alleen binnen de eigen gemeentegrenzen, luidt het argument. Het zal het begin zijn van een reeks tegenwerkingen van gemeentewege tot Doca er in 1999 genoeg van krijgt en de gemeente Arnhem voor de rechter sleept. Dan haalt het gemeentebestuur bakzeil en biedt het Bruinvis een zogeheten ID-baan aan op basis van minimumloon maar zonder pensioen. Veel is het niet maar er valt van te leven (8).

Doca wordt formele stichting

Tijdens de door Doca gevoerde inspraakprocedures blijkt het wel zo nuttig te zijn om van de organisatie een rechtspersoon te maken. Inmiddels is dan al voor de tweede keer een procedure tegen Billiton gestart (ditmaal vanwege vervuiling van de Rijn met zware metalen door het bedrijf) en ook tegen Akzo is een bezwaarschrift ingediend. De CMC-fabriek van het concern op het industriegebied Kleefse Waard stoot namelijk veel meer ethanol uit dan is toegestaan zonder dat de Provincie Gelderland als de vergunningverlener ingrijpt. Doca dreigt bij de rechter sluiting van het bedrijf te eisen als die uitstoot niet onmiddellijk wordt verlaagd. De plaatselijke pers smult ervan en pakt groots uit (9). Doca levert het een derde en vierde bundel op (10).

Maar op 7 november 1989 vindt dan eindelijk de inschrijving van Doca als stichting bij de Kamer van Koophandel plaats. Behalve Ed Bruinvis zijn de al eerdergenoemde Anne Salomé en verder Mirjam Rudolpus en Rita Spikker de bestuursleden, respectievelijk als voorzitter, penningmeester, secretaris en algemeen bestuurslid. Alle vier kennen elkaar van hun werk in bovengenoemde wereldwinkel/boekhandel De Rooie Arnhemmer. Dat heeft als voordeel dat men van elkaar weet waar men voor staat en dat men als bestuur bovendien goed ingevoerd is in de materie waar Doca actief in is. De vier bestuursleden zullen dat dan ook dertig jaar lang blijven tot het moment dat besloten wordt om de stichting op te heffen (11).

Arnhem en de apartheid in Zuid-Afrika

Mag zoals aangegeven de actiebeweging in Nederland midden jaren 80 over haar hoogtepunt heen zijn, dat geldt niet voor de solidariteit met de strijd tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika (12).

Ook in Arnhem wordt dan al jaren actiegevoerd tegen de apartheid in Zuid-Afrika en het gemeentebestuur – met name de vier PvdA-wethouders in het college – wil na ampel beraad ook een duit in het zakje doen. Besloten wordt om als gemeente geen zaken meer te doen met Arnhemse bedrijven die in Zuid-Afrika investeren. Het komt hen op een reprimande te staan van de Raad van State en het raadsbesluit wordt binnen de kortste keren door de Kroon vernietigd. Mocht het ooit al tot een boycotbesluit van overheidswege komen, dan is dat een ministerieel besluit en niet een gemeentebesluit, zo wordt het Arnhems college van B&W vanuit Den Haag voorgehouden. Wat voor Arnhem overblijft is symboolpolitiek: wat in de volksmond de Nieuwe Brug heet wordt omgedoopt in de Nelson Mandela-brug.

Doca heeft dan al enkele jaren eerder de strategie op de kop getikt die een particuliere inlichtingendienst (Pagán International) in opdracht van Shell heeft ontwikkeld om de anti-apartheidsprotesten te pareren. Shell als groot-investeerder die het leger en politie in Zuid-Afrika van brandstoffen en chemicaliën voorziet, heeft in die jaren in toenemende mate met sabotage en een boycot door consumenten te maken gekregen en wil dat daar een eind aan komt (13).

Op verzoek van een Nijmeegse anti-apartheidsgroep volgt Doca vervolgens de gang van zaken rond de Zuid-Afrika motie in de Arnhemse gemeenteraad op de voet en ook daar wordt een bundel over uitgebracht (14). En hoewel in deze kwestie het Arnhemse bedrijfsleven een rol speelt, wordt met het uitbrengen van deze bundel wel een eerste stap gezet in de verbreding van het werkterrein van de stichting. Een stap die niet zonder gevolgen voor de stichting blijft zoals we verderop in deze terugblik zullen zien.

Verdere verbreding

In het jaar 1990 wordt weliswaar nog een bezwaarschriftenprocedure tegen de Arnhemse vestiging van het Duitse chemieconcern BASF gestart vanwege vervuiling van de IJssel met chemicaliën, maar wordt tegelijkertijd een volgprogramma opgezet voor buurtcomités om vervuiling van de woonomgeving door de industrie te bestrijden. Tot veel respons leidt het initiatief echter niet, al wordt in de jaren daarop wel samen met het buurtcomité in de woonwijk Het Broek een procedure tegen ProRail gestart vanwege de overlast die het bedrijf met name ’s nachts veroorzaakt met het rangeren van goederentreinen en het warm laten draaien van diesellocomotieven. En er wordt een onderzoek gestart naar een speculant in de binnenstad van Arnhem (Van ’t Riet Beheer BV) vanwege vermeende handel in stroomstootwapens. Op het eerste gezicht kleinschalige en wat secundaire acties, maar het versterkt wel de reputatie van Doca als een stichting waarmee het lokale bedrijfsleven rekening dient te houden.

Platform tegen Wapenhandel

Toch wordt het voor het Doca-bestuur steeds duidelijker dat het verzet tegen de macht van multinationals niet beperkt kan blijven tot een plaatselijke stichting van vier bevlogen leden. Weliswaar wordt in de procedures tegen lokale multinationals nauw samengewerkt met de Gelderse Milieufederatie (GMF) – althans waar het milieukwesties betreft – maar er zal veel meer in landelijk en internationaal verband gewerkt moeten worden wil deze strijd tot succes kunnen leiden, zo luidt de conclusie binnen het bestuur. Bovendien heeft het onderzoek naar Arnhemse ondernemingen meer zaken aan het licht gebracht die niet door de beugel kunnen dan alleen milieuvervuiling. Zo blijkt Akzo een rol gespeeld te hebben bij de Golfoorlog in Irak in 1991 en heeft het Arnhemse bedrijf Melchemie willens en wetens grondstoffen voor gifgas geleverd aan het bewind van Saddam Hussein waarmee de Koerden en het leger van Iran bestookt werden. Doca spreekt de beide bedrijven erop aan, maar wanneer in 1991 het landelijk Wapenhandel Overleg (WHO) wordt opgericht (in 1997 omgedoopt tot Platform tegen Wapenhandel), ziet het bestuur meer mogelijkheden om wat te doen tegen bedrijven die hun winst halen uit internationale wapenhandel en sluit Doca zich dus bij het overleg aan (15).

Als vervolgens blijkt dat er binnen dit platform behoefte is aan reguliere informatie-uitwisseling, neemt Doca deze secretariële taak op zich en wordt in 1997 de maandelijkse PTW-Info in het leven geroepen. In de achttien jaren die volgen zal Doca – bij dit project financieel ondersteund door Oxfam Novib – 354 Info’s samenstellen van in totaal 23.463 pagina’s.

Een vredescentrum in Arnhem?

De Stichting Samenwerkende Arnhemse Vredesgroepen (SAV) komt alle eer toe bij het tot stand komen in Arnhem van een gemeentelijk vredes- en ontwikkelingsbeleid. Opgericht met het doel om vanuit Arnhem de grote vredesdemonstraties in 1981 en 1983 te ondersteunen, zal na afloop van deze historische jaren het accent van de SAV-inzet verschuiven naar het streven om het gemeentebestuur van Arnhem tot een vredesbeleid te bewegen (16). Het zal drie jaar van brievenschrijverij en discussieavonden vergen voordat B&W en gemeenteraad om zijn, maar dan gaat het ook snel. Mede dankzij een bevlogen burgemeester en een wethouder die verder kijkt dan de gemeentegrenzen, komt in 1986 in nauwe samenwerking met de ruim twintig vredes- en ontwikkelingsorganisaties in de stad, een platform voor vrede en ontwikkeling tot stand. Vertegenwoordigers van dit platform krijgen een zetel in een raadscommissie en er wordt een gemeentelijk Bureau Vrede en Ontwikkeling (Bureau Vront) opgericht.

Het idee om ook een vredescentrum in de stad op te zetten waar lezingen, exposities en manifestaties kunnen worden gehouden, is dan snel geboren. Maar dan gaat opeens geld een rol spelen, want wie gaat dat centrum beheren? En wie betaalt de huur en wie het onderhoud van het pand? Wanneer het gemeentebestuur besluit af te zien van een vredescentrum omdat er in de stad geen draagvlak voor zou zijn, zet Doca een tegenonderzoek op waaruit blijkt dat een dergelijk centrum in Arnhem wel degelijk haalbaar is. Er volgt een touwtrekkerij van enkele jaren tot het centrum uiteindelijk van de baan is en de talloze vredes- en ontwikkelingsorganisaties in de stad zich weer teruggeworpen zien in hun keldertjes en zoldertjes waar hun archieven vergelen en waar ze maar zelf moeten zien hoe ze hun informatieavonden organiseren (17).

Ondanks deze tegenvaller van gemeentezijde blijven de leden van het Platform Vrede en Ontwikkeling bij elkaar en wanneer daar eenzelfde informatiebehoefte ontstaat als in het Platform tegen Wapenhandel, biedt Doca aan om ook voor dit samenwerkingsverband een maandelijkse Info samen te stellen. Het zal de Info Arnhem Mondiaal worden waarvan het eerste nummer in januari 1993 verschijnt en het laatste in december 2015 (18).

Lidmaatschap vredesplatform

Gezien de gang van zaken rond het vredescentrum en sowieso benauwd voor gemeentelijke bureaucratie, wordt bij Doca niet enthousiast gereageerd wanneer vanuit het Platform Vrede en Ontwikkeling (in de wandeling ook wel het vredesplatform genoemd) het dringende verzoek komt zich bij het Platform aan te sluiten. Ook is het voor het bestuur de vraag of het overige werk van Doca niet gaat lijden onder deze ongetwijfeld tijdrovende activiteit. Niettemin wordt in 1995 na het zoveelste verzoek, toch besloten om tot dit samenwerkingsverband toe te treden, voornamelijk om het vredeswerk in de stad te versterken. Maar het blijft niet bij dit lidmaatschap en het maandelijks uitbrengen van genoemde Info. Wanneer een jaar later een vacature voor secretaris ontstaat, treedt Doca, in de persoon van Ed Bruinvis, toe tot het Platformbestuur en zal dat tot vlak voor het einde van het Platform blijven. Sterker nog, wanneer de zittende voorzitter in 2000 zijn taak na afloop van zijn termijn neerlegt, neemt hij ook de functie van voorzitter op zich. Niet omdat hij die dubbelfunctie ambieert, maar omdat er geen andere gegadigden zijn en het bestuurlijk werk voortgezet moet worden. Of dat een verstandige keus is geweest mag achteraf betwijfeld worden. Niet alleen zal het een te zware belasting blijken te zijn, maar bovendien is een dubbelfunctie uit organisatorisch oogpunt onjuist: het maakt een organisatie te kwetsbaar.

Geheime dienst

Een geheime dienst zou een geheime dienst niet zijn wanneer zijn oog niet was gevallen op de door Doca uitgebrachte PTW-Info’s. Een schat aan informatie immers waar een BVD (in 2002 omgevormd tot AIVD) en een MID hun vingers bij aflikken. Deels aangewezen als een inlichtingendienst altijd is op openbare bronnen, is niets zo prettig als onopvallend toegang krijgen tot de informatievoorziening die anderen verzorgen. In dit geval een maandelijks overzicht van allerhande activiteiten in ons land op het gebied van wapenhandel en antimilitarisme, geïndexeerd en wel.

De eerste poging die de dienst onderneemt om de PTW-info in handen te krijgen dateert van juli 1998 met een simpele vraag om als abonnee op de verzendlijst te komen. Uiteraard niet ondertekend met ‘BVD’, maar indirect gesteld via het distributiebedrijf Martinus Nijhoff International te Zoetermeer (19). De poging is tamelijk doorzichtig en wanneer telefonisch wordt geïnformeerd naar wie de opdrachtgever is van dit verzoek, verspreekt de telefoniste zich en geeft ze aan dat dit het ministerie van Binnenlandse Zaken is. Daarbij noemt ze bovendien de naam van de betreffende ambtenaar.

Daarop schrijft Doca de persoon in kwestie aan met het verzoek om een toelichting, een verzoek dat uiteraard niet wordt gehonoreerd maar wel tot een jarenlange reeks van pogingen vanuit het ministerie leidt om de Info alsnog in handen te krijgen, waarbij de vriendelijke toon gaandeweg in een intimiderende verandert (20).

Het mag dan ook geen verwondering wekken dat wanneer door Doca en zijn voorzitter bij de BVD om inzage in eventuele BVD-dossiers wordt gevraagd, de reactie in datzelfde jaar 1998 negatief is (21).

De eerste vijf jaar

De eerste vijf jaar van het Doca-bestaan verlopen zoals we hierboven hebben gezien, tamelijk productief. Grote ondernemingen als Billiton, BASF en Akzo zijn, vaak voor het eerst in hun Arnhemse bestaan, met een kritische benadering geconfronteerd terwijl de verschillende samenwerkingsverbanden waaraan Doca is gaan deelnemen dit kritische bereik hebben vergroot. Toch zal niet alles – en hoe kan het ook anders? – van een leien dakje gaan. Zo heeft de gemeente Arnhem zich onberekenbaar getoond in de kwestie rond het vredescentrum en moet voortdurend gewaakt worden voor de schimmige praktijken van een overheidsdienst die zegt op te komen voor het democratisch gehalte van onze samenleving. Bovendien zijn niet alle door Doca geïnitieerde projecten even succesvol. Zo loopt het videoproject ‘Billiton in Brazilië’, een onderzoek dat samen met het Arnhemse videobedrijf STUG de milieugevolgen van de metaalwinning door het bedrijf in Brazilië moet belichten, in 1990 vast omdat het niet lukt de financiering rond te krijgen. En wanneer drie jaar later een onderzoek naar de nikkelmijn Cerro Matoso, ook geëxploiteerd door Billiton, wordt uitgevoerd in opdracht van een Brits onderzoeksbureau, blijft betaling achterwege.

Ook gaat in die jaren veel tijd zitten in kleinere projecten waarvan achteraf de vraag gesteld kan worden of ze wel de prioriteit verdienden die ze kregen gelet op de beperkte tijd die nu eenmaal altijd een rol speelt in onderzoekswerk.

Zo wordt in 1993 het reclamebeleid van Shell aangekaart omdat het concern geweld als middel toont om aan Shell-spaarzegels te komen. In de landelijk uitgezonden radio- en tv-spotjes wordt een gevangene door de politie onder handen genomen om achter het geheim van die zegels te komen en wordt in een ander spotje een slachtoffer door middel van de ‘Chinese watermethode’ gemarteld met hetzelfde doel. Shell biedt in een brief aan Doca zijn verontschuldigingen aan en stopt met het uitzenden van de spotjes. En zo daagt Doca in datzelfde jaar het kledingbedrijf Pronto uit het naburige Duiven voor de Reclame Code Commissie omdat het bedrijf koeien in de wei behangen heeft met dekkleden waarop reclame voor het bedrijf is gedrukt. De kwestie komt op tv waardoor het bedrijf zich genoodzaakt ziet met de campagne te stoppen (22).

Ook in datzelfde jaar wordt een klacht ingediend bij het Italiaanse kledingbedrijf Benetton vanwege het gebruik van bebloede kleding van een omgekomen soldaat als verkooplokkertje. Teleurstellend is ook dat organisaties van goede naam zich in die jaren door het (goed betalende) bedrijfsleven laten gebruiken om reclame te maken. Zo stelt Amnesty International zich open voor sponsoring en laat de fietsersbond ENFB toe dat een fietsersbrug waarvoor de bond zich heeft ingezet, wordt gesponsord door McDonald’s.

Het Medisch Juridisch Comité Nederland-Vietnam wordt eveneens door Doca aangeschreven omdat het comité – sinds de oprichting in 1968 het volk van Vietnam en Laos ondersteunend in zijn strijd voor onafhankelijkheid – zich laat sponsoren door Akzo. Het comité verdedigt zich door te stellen dat het slechts het logo van het concern in zijn folders opneemt, daarbij blind voor het feit dat Akzo het comité gebruikt als springplank voor nieuwe investeringen in dat deel van de wereld.

Stuk voor stuk initiatieven die vanuit maatschappelijk oogpunt de moeite van het nemen waard zijn, maar die wel zorgen voor rommeligheid in het projectwerk. Bijkomend effect van deze inzet is echter wel dat drie studenten van de HAN (Hogeschool Arnhem-Nijmegen) een succesvolle onderzoeksstage bij Doca doen naar het reclamebeleid van de gemeente Arnhem.

De zaak Bosio

Een kwestie die in deze beginjaren van Doca veel media-aandacht krijgt is de zaak Bosio. Deze Arnhemse ondernemer van Frans afkomst haalt het nieuws omdat hij beweert dat zijn handelsbedrijfje in airconditioningsapparatuur misbruikt is door geheime diensten. Daardoor is hij een krediet van 2,3 miljoen gulden misgelopen. De kwestie krijgt ook van politieke zijde de nodige aandacht en er wordt zelfs vanuit de Tweede Kamer een onderzoekscommissie op gezet. Maar met een bevredigend resultaat komt die commissie niet. Omdat de geruchten dat het bedrijfje van Michel Bosio (Russel Air Conditioning Inc.) door Amerikaanse en Nederlandse inlichtingendiensten als cover-up is gebruikt voor de handel in drugs en wapens, geeft de minister van Justitie de Rijksrecherche opdracht de zaak te onderzoeken. Ook dit onderzoek bevestigt het vermoeden dat er wel degelijk iets aan de hand is met het bedrijfje van Bosio, maar opnieuw komt de waarheid niet boven tafel (23).

In juli 1992 wordt door Doca samen met enkele andere organisaties een schaduwonderzoek opgezet met het doel meer duidelijkheid in deze affaire te krijgen (24). Ondanks de enorme hoeveelheid materiaal waar de schaduwgroep de hand op weet te leggen, lukt het ook Doca en collega’s niet om de affaire geheel te doorgronden. Wel wordt duidelijk dat Michel Bosio niet de brandschone ondernemer is die hij zegt te zijn en dat het hebben van veel geld en dure auto’s wel erg belangrijk is voor hem. En zijn het niet juist dat soort ondernemers die bruikbaar zijn voor de escapades van een geheime dienst ..? (25)

Militaire productie bij Akzo Nobel

In 1994 fuseert het Arnhemse chemieconcern met het Zweedse Nobel Industrier AB. Het Zweedse bedrijf is geen onbekende op de internationale wapenmarkt. Niet alleen is de onderneming de bakermat van het dynamiet, maar ook wapenfabrikant Bofors – later overgenomen door Saab – maakt dan nog deel uit van het Nobel-conglomeraat. De fusie trekt derhalve de aandacht van Doca. Akzo was al eens opgevallen door een lyrisch commentaar van het Akzo-bestuur dat de geallieerde overwinning in de Golfoorlog van 1991 mede te danken was aan door Akzo ontwikkelde organo-metaalverbindingen voor in nachtzichtapparatuur (26). Bekend is dan ook al dat de door Akzo ontwikkelde supergaren Twaron (sterker dan staal en brandveilig) toegepast wordt in legerhelmen en de bepantsering van legervoertuigen en helikopters. Maar verder onderzoek leert dat er veel meer militaire toepassingen van Akzo-producten zijn dan tot dan toe bekend. Met als belangrijkste conclusie dat Akzo wereldleider is met zijn verf- en coatingsdivisie mede dankzij de militaire toepassingen: camouflagelakken, lichtabsorberende coatings, anti-radardetectie-coatings voor op vliegtuigen, anti-corrosieverven voor op marineschepen enz.

Het onderzoek naar deze militaire toepassingen komt in de zomer van 1994 gereed en de tekst wordt voorgelegd aan de Akzo-directie. Die reageert weliswaar met te wijzen op enkele technische onvolkomenheden maar zwijgt verder in alle talen over de verantwoordelijkheid die het bedrijf heeft op het gebied van de oorlogsvoering. Het onderzoeksresultaat wordt in september van hetzelfde jaar uitgebracht en wel in de serie Dokumenten waarin ook de andere bundels van Doca zijn uitgebracht (27). Achteraf bezien zou het beter zijn geweest om de bundel als zelfstandig boek uit te brengen bij een bevriende uitgeverij. Dat had het bereik van het onderzoek ongetwijfeld groter gemaakt. Wel is in 1998 een samenvatting van dit onderzoek uitgebracht in een publicatie van de uitgeverij Papieren Tijger in Breda (28).

LETS-groep Knooppunt Arnhem

De al eerder in deze terugblik genoemde verbreding van het werkterrein van Doca krijgt in 1995 een nieuwe impuls wanneer de stichting benaderd wordt met het verzoek mee te helpen aan de oprichting van een LETS-groep in Arnhem (29). LETS – Local Exchange and Trading System – is een uit Canada overgewaaid ruilhandelssysteem waarbij zo min mogelijk geld te pas komt en de arbeid die voor elkaar verricht wordt (of de producten en diensten die met elkaar worden geruild) in uitwisselbare waardepunten wordt geadministreerd. Het systeem heeft de sympathie va het Doca-bestuur als een alternatieve vorm van economie bedrijven waarbij bovendien de lokale uitwisseling van arbeid en diensten garant staat voor zo min mogelijk transport en het milieu dus ook zo min mogelijk wordt belast. Een LETS-groep die in Arnhem dan al enkele jaren bestaat, is nauw verbonden met de Holistische Beweging en kent een strenge ballotage voor nieuwe leden. Knooppunt Arnhem probeert daarentegen juist zo open en algemeen mogelijk te zijn, waar met name mensen met een krappe beurs van kunnen profiteren.

En dus gaat Doca met dit tweede systeem in zee waarmee ze aan de wieg staat van een jarenlang goed functionerend ruilsysteem. Bovendien zal ook voor deze organisatie het secretariaat gevoerd worden, tot de werkbelasting in 2002 te groot wordt en teruggekeerd wordt naar de oorspronkelijke uitgangspunten van de stichting.

Shell in Nigeria

Wel in lijn met de oorspronkelijke uitgangspunten is de deelname van Doca in 1995 aan het dan net opgerichte Ogoni Platform (30). Dit platform stelt zich ten doel om de olievervuiling in de Nigerdelta in Nigeria in de schijnwerpers te zetten en om vooral de oliemaatschappijen – met de Brits/Nederlandse Shell Groep voorop – te dwingen de vervuiling op te ruimen en de plaatselijke bevolking compensatie te bieden voor het verlies aan landbouw- en visserij-inkomsten. De escalatie van het conflict in Nigeria zal voor Doca een dieptepunt in zijn bestaan betekenen. Want de arrestatie en de ter dood veroordeling van de schrijver Ken Saro Wiwa, voorzitter van de MOSOP-campagne tegen de olievervuiling in Ogoniland, veroorzaakt wereldwijd een schok die zal leiden tot grote woede jegens de veroorzakers van die vervuiling (31). Wanneer de MOSOP-voorzitter op 10 november 1995 samen met acht medestanders en na door een militaire rechtbank veroordeeld te zijn vanwege medeplichtigheid aan de moord op vier traditionele stamhoofden, op last van generaal Sani Abacha daadwerkelijk wordt opgehangen, is het voor Doca en de andere organisaties in het Platform op een verschrikkelijke manier duidelijk waartoe het onverantwoord ondernemen van multinationals kan leiden.

Het Ogoni Platform zal niettemin tot ver in 1999 actief blijven waarbij Doca ook voor dit samenwerkingsverband een maandelijkse Info samenstelt en meedoet aan demonstraties voor het hoofdkantoor van Shell in Den Haag en de ambassade van Nigeria. Maar het zal nog vele jaren duren voordat Shell – daartoe door een gerechtelijke uitspraak in 2018 gedwongen – een zekere verantwoordelijkheid voor de vervuiling van zijn dochtermaatschappij SPDC erkent (32).

Arnhem stemt Duurzaam

Het jaar 1997 vertoont een dermate groot aantal taken en samenwerkingsverbanden dat het eigenlijk een raadsel is dat de stichting nog overeind staat. Het is inmiddels het tweede jaar dat het secretariaat voor het Platform Vrede en Ontwikkeling wordt gevoerd, her vijfde jaar dat voor dit platform de maandelijkse Info wordt geproduceerd, het tweede jaar dat het secretariaat voor de LETS-groep wordt verzorgd, het zevende jaar dat deelgenomen wordt in het landelijk Wapenhandeloverleg, het tweede jaar dat ook voor dit platform een maandelijkse Info wordt samengesteld, het derde jaar dat deelgenomen wordt aan het landelijk Ogoni Platform met ook een maandelijkse Info. Dan is er nog de begeleiding van drie stagiaires van de HAN die het buitenreclamebeleid van de gemeente Arnhem onder de loep nemen, het aanspreken van organisaties die zich dreigen te laten inpakken door het bedrijfsleven (in dit geval de Openbare Bibliotheek die zich laat sponsoren door McDonald’s). Verder loopt er een beroepsprocedure bij de rechtbank in Arnhem om inzage te krijgen in een mogelijk BVD-dossier over Doca en wordt bij het provinciebestuur van Gelderland een bezwaarschriftenprocedure gestart tegen de uitstoot van giftige stoffen door BASF Kleefse Waard.

En of dit alles niet genoeg is wordt in dit jaar deelgenomen aan een nieuw stedelijk project dat opgezet is door enkele provinciale organisaties met het doel om lokale politieke partijen ertoe te brengen duurzame ontwikkeling op te nemen in hun verkiezingsprogramma’s. Dit met het oog op de gemeenteraadsverkiezingen die in het voorjaar van 1998 worden gehouden (33).

De inzet is hoog en vraagt nogal wat bellen en schrijven en het resultaat zal achteraf pover blijken te zijn. De tijd dat duurzame ontwikkeling als een vanzelfsprekende maatstaf voor gemeentelijk beleid geldt, moet – in Arnhem althans – dan nog komen. Voor Doca reden om het tijdelijke project Arnhem stemt Duurzaam om te zetten in het permanente project Arnhem Duurzaam.

Arnhem Duurzaam
 

Het project ‘Arnhem Duurzaam’ begint op zaterdag 28 februari 1998 letterlijk en figuurlijk stormachtig met Doekendag, een idee van COS-Gelderland dat in tal van steden in het land wordt uitgevoerd en waarbij organisaties door middel van zelf beschilderde doeken de politiek oproepen haast te maken met duurzame ontwikkeling (34). Dat de oproep in Arnhem weinig effect sorteert, is voor Doca en Milieudefensie-Arnhem aanleiding om meer druk op de ketel te zetten. Die kans krijgen de beide organisaties in het jaar erop wanneer de NCDO Doca benadert om mee te werken aan de uitvoering van de zogeheten Lokale Duurzaamheidsspiegel (35). Met dit landelijke onderzoek beoogt de NCDO de overheid zicht te laten krijgen op de vorderingen binnen de Nederlandse gemeenten op het gebied van duurzame ontwikkeling. De beide organisaties grijpen de mogelijkheid met beide handen aan en er wordt een werkgroep opgericht die vier edities van het Spiegelonderzoek in Arnhem zal verzorgen (1999, 2000, 2001, 2002). Maar de werkgroep doet meer. Er wordt in die jaren ook meegedaan aan de internationale Niet-Winkeldag, aan een manifestatie rond tolerantie en er wordt een onderzoeksproject opgezet naar militaire productie op Veluwezoom in relatie tot duurzame ontwikkeling.

Verder sluit Doca zich in dat jaar aan bij het Platform Liemers, het vierde samenwerkingsverband waarin de stichting deelneemt, ditmaal gericht op het bestrijden van luchtvervuiling in de regio Arnhem waarbij de nadruk vooral ligt op de uitstoot van giftige stoffen door de vuilverbrandingsinstallatie van Avira in Duiven. De inzet van het platform zal er mede toe leiden dat Avira in de schoorsteen betere luchtfilters zal plaatsen (36).

Militaire productie en duurzame ontwikkeling

Behalve het uitvoeren van het Spiegelonderzoek is het vooral het onderzoek naar militaire productie in de regio Arnhem dat in deze jaren de meeste tijd van de werkgroep Arnhem Duurzaam vergt. Niet zozeer vanwege de grote ondernemingen als Akzo Nobel waarvan het aandeel in de wapenindustrie inmiddels al is onderzocht, maar eerder vanwege de vele kleine bedrijfjes die weggestoken op lokale bedrijventerreinen research en specialistische productie plegen voor de wapenindustrie. Het zal Doca uiteindelijk drie jaar duren voor de inventarisatie compleet is. Alle onderzochte bedrijven hebben dan de mogelijkheid gekregen te reageren op het onderzoek, waarbij de meeste zich verschuilen achter het feit dat ze nu eenmaal een kleine speler zijn of dat hun producten ook voor civiel gebruik geschikt zijn. Slechts een enkel bedrijf geeft toe voor Defensie te werken, maar benadrukt daarbij dat het om defensieve producten gaat. De resultaten van het onderzoek worden uiteindelijk in 2002 zowel in de gemeenteraad van Arnhem als – vanwege het regionaal karakter van het onderzoek – bij Gedeputeerde Staten van Gelderland gepresenteerd. Zonder dat dit veel ophef veroorzaakt overigens (37).
 

Doca 10 jaar oud

Terugblikkend op de eerste tien jaar dat Doca als stichting actief is (1989-1999), valt vooral het brede scala aan werkzaamheden op. Zijn het in het beginjaren vooral de grote ondernemingen in Arnhem die met Doca te maken krijgen vanwege hun aandeel in lucht- en watervervuiling (Akzo, Billiton en BASF), de wapenhandel (Akzo Nobel) en steun aan het apartheidsbewind in Zuid-Afrika en de militaire dictatuur in Nigeria (Shell), gaandeweg gaat de aandacht ook meer uit naar deelterreinen (reclamebeleid, sponsoring, speculatie). Daarnaast treedt Doca in die eerste tien jaar van zijn bestaan toe tot maar liefst vijf samenwerkingsverbanden (Plaatselijk Platform Vrede en Ontwikkeling, plaatselijke LETS-groep, regionaal Platform Liemers, landelijk Wapenhandel Overleg en landelijk Ogoni Platform). Verder wordt nog, maar dan meer op ad hoc-basis, samengewerkt met buurtcomités en afzonderlijke organisaties in of buiten de regio Arnhem. De keuze van de stichting om binnen deze platformverbanden ook bestuurstaken (Platform Vrede en Ontwikkeling en de LETS-groep Knooppunt Arnhem) alsook secretariële taken te vervullen (PTW-Info, Info Arnhem Mondiaal, Info Arnhem Duurzaam), vraagt veel van de stichting. Eigenlijk te veel naar de zin van het bestuur: er is weinig reservetijd over voor onverwachte werkzaamheden zoals ook de rust voor reflectie ontbreekt. Eigenlijk loopt men voortdurend op zijn tenen en is het nog een wonder dat het zolang goed gaat.

De volgende tien jaar

In de tien jaar die volgen (1999-2009) valt vooral op dat routine een rol gaat spelen. De ene maand na de andere worden de Info’s uitgebracht, worden bedrijven nog steeds gemonitord (BASF krijgt opnieuw een procedure aan zijn broek vanwege het lozen van onvolledig gezuiverd afvalwater op de Rijn) en worden de bestuurstaken uitgevoerd. Nieuw is de keuze om een reeks specials uit te brengen over het plan van de regering om de jachtbommenwerper F-16 te vervangen door de JSF (Joint Strike Fighter). Het zal het duurste wapenprogramma van de Nederlandse overheid worden (38). Gedurende de periode 2002-2015 brengt Doca 62 specials over het JSF-project uit, alle in de serie PTW-Info.

Nieuw is ook de klus die Doca op zich neemt door het archief van de Samenwerkende Arnhemse Vredesgroepen dat bij verschillende oud-leden thuis en in de kelder van de dienst Welzijn van de gemeente Arnhem ligt opgeslagen, geschikt te maken voor overdracht aan het Gelders Archief. Het zal een klus van drie jaar worden, maar op 3 februari 2006 is het dan zover en vindt in het Duivelshuis, het oude deel van het Arnhemse stadhuis, de formele overdracht plaats.

De moord op Louis Sévèke

Dan, op 15 november 2005, wordt ’s avonds rond 9 uur in het centrum van Nijmegen de onderzoeker en activist Louis Sévèke doodgeschoten. Het motief is op dat moment niet duidelijk en de speculaties lopen uiteen van wraak vanwege het speurwerk dat hij verricht in dienst van het onderzoeksbureau OBIV tot een vergissing of het werk van een doorgedraaide politieman (39). De moord veroorzaakt een schokgolf door heel Nederland en aan de uitvaartdienst in de Sint-Stevenskerk en de begrafenis doen honderden mensen mee.

Pas in 2007 wordt de moordenaar aangehouden terwijl hij in een internetcafé in Barcelona zit. Hij blijkt niet alleen de moord op Louis Sévèke op zijn geweten te hebben, maar ook een serie bomaanslagen in Arnhem op de bankfilialen van Pays-Bas en Crédit Lyonnais alsook op het verkoopkantoor van BASF. Met het bezoek dat de Arnhemse politie aan Doca brengt om aan de weet te komen of daar misschien een link is te vinden met de acties, zit ze dus geheel verkeerd. Tijdens het proces dat op de arrestatie van de moordenaar van Louis Sévèke volgt, kunnen de officier van justitie noch de rechter maar moeilijk geloven dat een ruzie van jaren her het ware motief achter de moord is. Maar mede vanwege de bomaanslagen wordt de moordenaar van Louis Sévèke in 2008 tot levenslang veroordeeld.

In de tussenliggende jaren wordt door veel activisten rekening gehouden met een afrekening vanuit een van de Nederlandse geheime diensten voor wie Louis Sévèke meer dan een luis in de pels was. Het OBIV staat dan al jaren mensen met succes bij die inzage willen in door de diensten over hen aangelegde dossiers, terwijl ook de twee uitgebrachte boeken (zie noot 39) een motief voor een politieke afrekening zouden kunnen zijn.

Om in elk geval te zorgen dat alles wat in de pers over de moord en het politieonderzoek geschreven wordt, niet verloren gaat en eventueel bruikbaar is voor een schaduwonderzoek, start Doca meteen na de moord met de Info Louis. Tot de veroordeling van de moordenaar in 2008 wordt deze Info, geïndexeerd en wel, maandelijks uitgebracht.

Het werk en de dood

De dood zal in de jaren dat Doca actief is nog menigmaal toeslaan. Alleen al binnen het Platform Vrede en Ontwikkeling (in 2000 omgedoopt in Platform Arnhem Mondiaal) en aangesloten organisaties overlijden in de periode dat Doca deel uitmaakt van het samenwerkingsverband, acht mensen. De meesten van ouderdom, maar ook enkelen door ziekte of een hartaandoening. Moeilijker te verkroppen is de dood van Angelique Doodkorte in 2001. Zij was medeoprichter van de bovengenoemde LETS-groep Knooppunt Arnhem en werd even buiten Arnhem doodgereden door een automobilist die met hoge snelheid door rood reed. De man kwam er met een lichte straf vanaf voornamelijk omdat hij geen rijbewijs had en na de aanrijding doorreed. Op de hoek van de Schelmseweg met de Amsterdamseweg herinnert een eenvoudig houten kruis in de berm nog altijd aan haar dood.

In het jaar na de moord op Louis Sévèke wordt bij Doca begonnen aan het boekstaven van vijfentwintig jaar Platform Arnhem Mondiaal. Opgericht in 1986 zal 2011 het jaar zijn waarin het zilveren jubileum gevierd gaat worden. Maar ondanks de op het oog ruime tijdsmarge blijkt de tijd toch te kort om zowel het archief te completeren als het schrijfwerk te voltooien. In plaats van het geplande jubileumboek brengt Doca een special uit in de serie Info Arnhem Mondiaal. Door middel van interviews wordt daarin teruggeblikt op de voorbije periode.

Het zijn tegelijkertijd de jaren waarin geen andere grote projecten meer worden aangegaan of het moeten de projecten in platformverband zijn waar vanuit de stichting steeds meer tijd in gaat zitten. Projecten als de Vrede Express en De Democratiefabriek zijn de moeite van het organiseren waard, maar vragen te veel inzet van Doca hetgeen zich na verloop van tijd zal wreken zoals we verderop in deze terugblik zullen zien.

Multinationals verlaten Arnhem

Er is echter een tweede reden waarom de multinationals bij Doca steeds minder aan bod komen. In 1994 sluit de Billiton-vestiging aan de Westervoortsedijk definitief haar poorten, een ernstig vervuild bedrijfsterrein als erfenis achterlatend en in 2003 verlaat ook het chemiebedrijf BASF de stad. Het bedrijf produceerde synthetische latex op het industrieterrein Kleefse Waard. Ook BASF laat een vervuild bedrijfsterrein achter. Alleen een bescheiden handelskantoor in Arnhem-Zuid herinnert dan nog aan de aanwezigheid van de Duitse chemiebedrijven in Arnhem, want het handelskantoor van Bayer is al beginjaren 90 gesloten. Wat dan nog rest aan chemiebedrijven in Arnhem is de CMC-fabriek van Akzo Nobel waar verdikkingsmiddelen worden geproduceerd voor gebruik in bijvoorbeeld remschijven en tandpasta. En waar tot 2001 Acordis (een afsplitsing van Akzo Nobel) nog een garenfabriek in bedrijf had, neemt het Japanse chemiebedrijf Teijin Ltd. begin dat jaar de productie over, zij het niet meer met het spinnen van de garens zelf, maar met de aanmaak van de pulp als grondstof voor die garens. Ook Teijin wordt door Doca aangesproken wanneer in 2010 blijkt dat het bedrijf te veel sulfaatoplossingen loost op de Rijn. Wellicht wijs geworden door de ervaringen van zijn voorgangers, biedt het bedrijf onmiddellijk zijn verontschuldigingen aan en belooft de lozingen terug te brengen en voortaan jaarlijks melding te doen van de lozingen in een duurzaamheidsverslag.

Maar ook andere multinationale ondernemingen hebben dan de stad al verlaten, zoals Melchemie (tegenwoordig Melspring International geheten) in 2007 en VBF-Buizen (Tata Steel, voorheen Hoogovens) in 2010. Op retailgebied verdwijnt verder nogVendex KBB uit Arnhem: de V&D-poot vanwege faillissement in 2015 en de andere poot, De Bijenkorf, in 2014. Het servicebedrijf van Philips in Arnhem is dan al veel langer weg uit de stad (1991).

Arnhem Millenniumgemeente

Het is inmiddels 2007 wanneer de fractie van GroenLinks in de gemeenteraad van Arnhem voorstelt om de stad op de lijst van Millenniumgemeenten in Nederland te plaatsen. Het voorstel wordt door de raad met enige scepsis ontvangen maar er wordt akkoord gegaan met een haalbaarheidsonderzoek. Daartoe wordt begin 2008 Doca benaderd. Hoewel ook dit terrein niet direct tot de kerntaken van de stichting behoort, wordt toch besloten deze kans niet te laten glippen en mee te werken aan een wellicht forse gemeentelijke stap richting van duurzaamheid, energiebesparing en mondiale armoedebestrijding. Het zou bovendien na het inzakken van het gemeentelijk vredes- en ontwikkelingsbeleid in de jaren 90 een nieuwe impuls voor het gemeentebestuur kunnen zijn om verder te kijken dan de eigen gemeentegrenzen. Doca sluit zich derhalve aan bij een gemeentelijke werkgroep waarin behalve enkele ambtenaren en raads- en commissieleden ook vertegenwoordigers van COS-Gelderland en de Raad van Kerken Arnhem zitting krijgen. Van 2008 tot 2009 wordt bovendien voor deze werkgroep het secretariaat verzorgd.

Om te voorkomen dat de discussie rond deze thematiek in een papierberg vastloopt, stelt Doca voor om een film te maken over de Millenniumdoelen en besluit de stichting tevens om een overzicht te produceren van alle sinds 2000 in Arnhem ondernomen initiatieven die onder de Millenniumdoelen geschaard kunnen worden. Film (gemaakt door het plaatselijk filmbedrijf Lokaalmondiaal) en overzicht komen eind 2008 gereed en blijken voldoende om de raad te overtuigen van de waarde van aansluiting bij de Millenniumgemeenten in Nederland (40). Op 26 januari 2009 is deze aansluiting een feit en zal de gemeente Arnhem de acht Millenniumdoelen omarmen. Daarbij blijft de liefde tot teleurstelling van Doca wel voornamelijk beperkt tot de twee doelen waar Arnhem zelf het meest aan heeft: lokale duurzaamheid en energiebesparing. Het primaire doel: mondiale armoedebestrijding en alles wat daarmee samenhangt, blijft bij de gemeente Arnhem buien beschouwing.

De laatste tien jaar

Mag de deelname aan de Millenniumwerkgroep een regelrecht succes worden genoemd, tegelijkertijd stagneert echter de structuur van andere samenwerkingsverbanden steeds meer. Het Platform tegen Wapenhandel komt nog maar onregelmatig bijeen en binnen het Platform Arnhem Mondiaal raken de groepen die erin vertegenwoordigd zijn steeds verder geïsoleerd. Het gebrek aan aanwas door jongeren en het ouder worden van de zittende leden begint het Platform als geheel langzaam maar zeker op te breken. Dit met als consequentie dat steeds meer bestuurs- en organisatiewerk neerkomt op de schouders van de drie zittende Platformbestuurders en dan met name op die van de voorzitter/secretaris. Het aanvankelijke onderzoekswerk van Doca naar het gedrag van multinationale ondernemingen in Arnhem heeft gaandeweg – we zagen het al in het voorgaande stapsgewijs gebeuren – plaats gemaakt voor secretariaatswerk, coördinerende bestuurstaken binnen de verschillende platforms waarin de stichting actief is en werkzaamheden op het gebied van vredesvraagstukken (zoals de organisatie in Arnhem van de jaarlijkse VN-Vredesdag en de campagne tegen kernwapens) en duurzame ontwikkeling. Bovendien is Werkgroep Arnhem Duurzaam na het afhaken van Milieudefensie-Arnhem in 2003 eigenlijk een solo-activiteit van Doca geworden. Verder wordt stug doorgewerkt aan het boek over het vredes- en ontwikkelingswerk in Arnhem. Maar door gebrek aan tijd en het steeds opnieuw voorrang geven aan de actualiteit, schuift de aanvankelijk te behandelen periode (1986-2011) steeds verder op. Ging het dus in eerste instantie om een jubileumboek over 25 jaar Platformwerk, een paar jaar later valt het besluit om er dertig jaar van te maken (1986-2016) waarna in 2015 besloten wordt om er veertig jaar van te maken (1976-2016).

Uiteindelijk zal het boek op 19 september 2019 worden gepresenteerd op een publieksavond in Bezoekerscentrum De Molenplaats in Arnhem (41). Het boek is dan evenwel met een kleine duizend pagina’s en een even groot aantal illustraties dermate omvangrijk geworden, dat een papieren uitgave niet haalbaar is en daarom digitaal verschijnt (42).

Opheffing Stichting Doca

2015 is het jaar waarin Doca een drietal interne beleidsdiscussies voert met als centraal thema: wat is het perspectief van ons werk en hoe willen we verder? Vastgesteld wordt dat het aan respons en solidariteit met ons werk ontbreekt, dat sociale media de plaats hebben ingenomen van het authentieke documentatie- en actiewerk en dat de gemeente ondanks aansluiting bij de Millennium- en Fair Trade-gemeenten in Nederland zich niets gelegen laat liggen aan het vredes- en ontwikkelingswerk in de stad.

Het Platform Arnhem Mondiaal is tot dezelfde conclusie gekomen en heft zichzelf op 22 september 2016 op. Voor Doca is een jaar eerder dan het besluit al gevallen om de projecten die niet langer beantwoorden aan de doelstellingen van de stichting, af te bouwen.

Dat besluit houdt in dat na twintig jaar gestopt wordt met het bestuurswerk voor het Platform Arnhem Mondiaal, dat na vijfentwintig jaar het uitbrengen van de Info Arnhem Mondiaal wordt gestaakt en na negentien jaar de PTW-Info. Ook komt met deze besluiten na achttien jaar een eind aan de inzet rond het project Arnhem Duurzaam.

Het zijn ingrijpende beslissingen en ze zullen de inleiding betekenen tot het besluit dat uiteindelijk op 5 november 2019 wordt genomen, namelijk de opheffing van Doca. Op 20 december wordt de stichting uitgeschreven bij de Kamer van Koophandel in Arnhem. Het bovengenoemde boek Arnhem Mondiaal dat twee maanden eerder verscheen is daarmee de laatste actie van Doca geweest. De komende tijd zal worden doorgewerkt aan het overdrachtsklaar maken van het stichtingsarchief van Doca aan het Gelders Archief waar in 2016 al het bedrijven- en projectarchief zijn ondergebracht.

Uit historisch oogpunt echter blijven de beide websites doca.nl en arnhemmondiaal.nl zoals eerder aangegeven online.

Ed Bruinvis

Stichting Doca

Noten

(1) ‘Karakter van bedrijfsleven blootleggen’- De Gelderlander, 16/8/1989.

(2) - SOMO: Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (Amsterdam, 1973).

- SOBE: Stichting Onderzoek Bedrijfstak Elektrotechniek (Eindhoven, 1975).

- SOBI: Stichting Onderzoek Bedrijfs Informatie (Bilthoven, 1976).

- MOL: Onderzoeksgroep Multinationale Ondernemingen in Latijns-Amerika (Amsterdam, 1973).

(3) Multinationals in Arnhem – Ed Bruinvis, Uitgeverij Tegendruk, Arnhem, 1989, 467 pag.

(4) - Multinationals in Arnhem in kaart gebracht – De Gelderlander, 4/4/1989.

- Multinationals kritisch bekeken – Arnhemse Courant, 5/4/1989.

(5) Voluit de NV Hollandsche Metallurgische Industrie Billiton (HMIB) geheten.

(6) Drie bezwaarschriften tegen Billiton – Stichting Doca, Arnhem, 1989, 145 pag.

(7) (Onder)ontwikkeling en multinationals – Stichting Doca, Arnhem, 1989, 94 pag.

(8) ID-banen staan voor Instroom-Doorstroombanen. Ze waren de opvolgers van de zogeheten Melkert-banen. Bedoeld voor werkzoekenden om hen werkervaring te laten opdoen waarmee hun kans op een vaste baan elders groter zou moeten worden.

(9) - Productieverbod Akzo-fabriek – De Gelderlander, 18/8/1989.

- Protest tegen uitbreiding CMC-fabriek – Arnhemse Courant, 18/8/1989.

(10) - Nieuwe procedures tegen Billiton – Stichting Doca, Arnhem, 1990, 159 pag.

- Akzo en de ethanolaffaire – Stichting Doca, Arnhem, 1991, 90 pag.

(11) Dit besluit werd genomen op de bestuursvergadering van 5 november 2019.

(12) Pas met de vrijlating van Nelson Mandela in 1990 is het definitief gedaan met de – wettelijk vastgelegde – apartheid in Zuid-Afrika. Mandela groeide in de 27 jaar dat hij gevangen zat uit tot hét symbool van de anti-apartheidsstrijd.

(13) De counterstrategie van Shell met betrekking tot apartheid – Stichting Doca, Arnhem, 1987, 41 pag.

(14) De Zuid-Afrika motie in de gemeenteraad van Arnhem – Stichting Doca, Arnhem, 1988, 136 pag.

(15) Het Platform tegen Wapenhandel (1997-2015) bestond uit: Amnesty International, AMOK-Noord, AMOK-Utrecht, Campagne tegen Wapenhandel, Doca, Franciscaanse Vredeswacht, Haags Vredesplatform, Haarlems Vredesplatform, IKV Pax Christi, LAKA, Vredesburo Eindhoven, Vredesburo Heerlen, Vredesburo ’t Witte Huis, Werkgroep Wapenhandel en Women’s International League for Peace and Freedom.

(16) De beide demonstraties tegen de voorgenomen plaatsing van kruisraketten in Nederland (en Europa) brachten in 1981 400.000 mensen op de been in Amsterdam en in 1983 550.000 mensen in Den Haag. Het waren daarmee de grootste demonstraties die Nederland ooit gekend heeft.

(17) Een vredescentrum in Arnhem? – Stichting Doca, Arnhem, 1993, 155 pag.

(18) Zowel de jaargangen PTW-Info als de jaargangen Info Arnhem Mondiaal zijn in te zien tijdens openingstijden van het Gelders Archief in Arnhem waar inmiddels het gehele archief van Doca is ondergebracht.

(19) Het gerenommeerde Haagse boekenbedrijf Martinus Nijhoff, opgericht in 1853, werd in 1970 verkocht aan het uitgeversconcern Kluwer (het latere Wolters Kluwer) die het in 1989 via een zogeheten managers buy-out van de hand deed. Na een nieuwe periode van zelfstandig ondernemerschap ging Martinus Nijhoff International in 2002 over naar ‘informatiebemiddelaar’ Swets & Zeitlinger. Ook dit bedrijf poogde van 2002 tot 2005 onder de namen ‘Swets Blackwell’ en ‘Swets Information Services’ en in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken de PTW-Info in handen te krijgen. ‘Swets’ ging in 2014 failliet.

(20) ‘Ordernummer S 102486. Onze klant heeft de hieronder genoemde nummers niet ontvangen op zijn abonnement. Wij verzoeken U onze klant deze per omgaande te doen toekomen en dit formulier voorzien van Uw reactie aan ons te retourneren.’ – Martinus Nijhoff International, 9/8/1998.

(21) ‘De reden daarvoor is dat de BVD zijn wettelijke taken uitsluitend binnen een zekere mate van geheimhouding effectief kan uitvoeren. Kritische ondergrenzen daarbij zijn: de bronnen, de werkwijze en het actuele kennisniveau van de dienst.’ – Brief mr. A.W.H. Docters van Leeuwen, hoofd Binnenlandse Veiligheidsdienst, aan Ed Bruinvis van Stichting Doca, 1998.

(22) De voorzitter van Doca gaat op 23 oktober 1993 in het tv-programma Spijkers met koppen van de VARA de discussie aan met de bedrijfsleider van het kledingbedrijf Pronto. Hij krijgt daarbij zoveel adhesie uit de zaal dat het bedrijf zich genoodzaakt ziet om direct na die middag met de reclamecampagne te stoppen.

(23) De zaak Bosio – Stichting Doca, Arnhem, 1991, 80 pag.

(24) De andere organisaties die aan het schaduwonderzoek meewerken zijn Buro Jansen en Janssen uit Amsterdam, AMOK-Utrecht en het onderzoeksbureau IVON eveneens uit Utrecht.

(25) De Franse onderzoeksjournalist Sylvain Ephimenco deed in de jaren 80 voor het dagblad Libération eveneens onderzoek naar de zaak Bosio. Maar ook zijn onderzoek leverde niet de zo gewenste helderheid op. Fictie en werkelijkheid bracht hij om die reden samen in het boek Facades, Uitgeverij In de Knipscheer, Haarlem, 1991.

(26) ‘De snelle en beslissende overwinning van de geallieerde legers in de Golfoorlog werd mede mogelijk gemaakt door een product van Akzo’s Chemie Divisie’ – Reporter nr.5, Akzo Chemie, Amersfoort, mei 1991

(27) Militaire productie bij Akzo Nobel – Stichting Doca, Arnhem, 1994, 101 pag.

(28) Nederlandse wapenhandel in de jaren 90 – Papieren Tijger, Breda, 1998, 133 pag.

(29) Het verzoek komt van een medewerkster van de stichting Rijnstad (stedelijk jongerenwerk) en een voormalige onderzoekster bij AKB (Alternatieve Konsumentenbond).

(30) Het Ogoni Platform telde inde periode 1995-1999 als leden behalve Doca de Vereniging Milieudefensie, Greenpeace, Amnesty International, The Body Shop, A SEED en UNPO (Unrepresented Nations and Peoples Organization).

(31) MOSOP: Movement for the Survival of the Ogoni People.

(32) SPDC: Shell Petroleum Development Company of Nigeria Ltd.

In 2019 diende een minstens zo belangrijk rechtszaak namelijk rond de vraag in hoeverre Shell medeverantwoordelijk is voor het neerslaan van de opstand van het Ogonivolk in Nigeria in de jaren 90 en voor de executie van Ken Saro Wiwa en zijn acht medestanders.

(33) Deze organisaties zijn de Gelderse Milieufederatie (GMF), COS-Gelderland en de Werkgroep Gelderland van de Evert Vermeer Stichting (EVS).

(34) - Doeken wapperen door de politieke wind – Arnhemse Courant, 2/3/1998

- Kleurrijk en duurzaam – De Gelderlander, 2/3/1998

(35) NCDO: Nationale Commissie voor Internationale Samenwerking en Duurzame Ontwikkeling. Opgericht in 1970 had de Stichting NCDO als taak om de burgers te betrekken bij duurzame mondiale ontwikkeling. In 2017 zijn de uitvoerende werkzaamheden van de NCDO beëindigd. In het land krijgt de NCDO vooral bekendheid als de initiator van de Lokale Duurzaamheidsspiegel.

(36) Behalve Doca hebben ook de Gelderse Milieufederatie (initiator), Stichting Werkgroep Lathum, Milieuvrienden Duiven, Milieugroep Westervoort, Werkgroep Milieu Didam, Leefklimaat Zevenaar, Meldpunt Gezondheid en Milieu, Vereniging Stedelijk Leefmilieu Nijmegen en Stichting Werkgroep Weurt-plus zitting in dit platform.

(37) Militaire productie in de regio Arnhem en duurzame ontwikkeling – Stichting Doca, Arnhem, 2002, 139 pag.

(38) Voor de vervanging van de nu nog 61 F-16’s die de Koninklijke Luchtmacht in dienst heeft zijn 46 Joint Strike Fighters (JSF, F-35) aangeschaft. Het gehele investeringsbedrag voor de vervanging van de F-16 door de JSF is gestegen tot een slordige 6 miljard euro. De kosten per toestel zijn inmiddels opgelopen van oorspronkelijk 28 miljoen euro tot 80 miljoen euro.

(39) OBIV: Onderzoeksbureau Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten. Louis Sévèke wordt als een van de auteurs gezien van het anoniem uitgebrachte boek Tragiek van een geheime dienst (1990) over het volgen en bespieden van activisten door de Nijmeegse PID (plaatselijke inlichtingendienst van de gemeentepolitie).

Samen met Frank Schoenmaeckers en Ed Bruinvis schreef hij het boek Operatie Homerus (1998) over de provocaties door een infiltrant van de toenmalige BVD.

(40) De film Op weg naar 2015 (zo genoemd vanwege de VN-Millenniumcampagne die van 2000 tot 2015 liep) werd geregisseerd door Stefan Verwer en Thomas Hurkxkens en laat een groot aantal mensen aan het woord die hun betrokkenheid bij de Millenniumdoelen illustreren. Het vertonen van de film in de raadscommissie op 12 januari 2009 was een succes en leidde tot het aannemen van de motie van GroenLinks Arnhem om Arnhem tot Millenniumgemeente uit te roepen.

(41) Arnhem Mondiaal, veertig jaar samenwerkende vredes- en ontwikkelingsorganisaties in Arnhem – Stichting Doca, Arnhem, 2019, 953 pag.

(42) Om het boek leesbaar te maken is door ControLuce Visuele Communicatie Nijmegen een website gebouwd (arnhemmondiaal.nl). Het boek kan gratis worden gedownload of vanaf het scherm worden gelezen. Bovendien is op deze website historisch materiaal ondergebracht van het Platform Arnhem Mondiaal dat zichzelf in 2016 ophief.