De toekomst is nu

vrijdag, 17 april 2020

De komende maanden worden besluiten genomen met gevolgen op lange termijn voor militaire uitgaven en wapenproductie. De wapenindustrie heeft recentelijk delen van haar productie verplaatst van zwaarden naar ploegscharen om te helpen bij het produceren van de medische apparatuur die nodig is om het coronavirus te bestrijden. Dit is breed uitgemeten door industrie, pers en regeringen. Maar niet alle zwaarden zijn omgesmeed.

De industrie produceert nog steeds wapens, en fabrieken die zijn stopgezet vanwege de lockdown worden overal zo snel mogelijk weer heropend. In India dringen Europese en Amerikaanse wapenbedrijven als Boeing, Lockheed Martin en Airbus er op aan om de productie van militaire componenten snel te hervatten, zelfs in dit land in volledige lockdown met een zeer kwetsbare bevolking.

Creatieve geesten in de wapenindustrie tarten de intelligentie van het publiek. Een futuroloog van Airbus Defence and Space merkte op dat de militaire industrie zich snel kan aanpassen aan noodsituaties “hetgeen in de corona-crisis ten goede kwam aan de gezondheidszorg en de samenleving als geheel”. Misschien denkt hij dat mensen niet slim genoeg zijn om de enorme aanpassingen op te merken in het functioneren van supermarkten, ziekenhuizen, bejaardentehuizen en woonvormen voor gehandicapten. We hebben allemaal onze huishoudens razendsnel veranderd, zonder militaire training.

Een onderzoeker van het conservatieve Wilfried Martens Centrum in Brussel (een van de tien grootste denktanks ter wereld) verwacht vanwege COVID minder geld voor projecten van de militaire industrie in de EU en vraagt beleidsmakers in Brussel en andere EU-hoofdsteden alvast na te denken over de invloed van de pandemie op veiligheid en defensie. Aviation Week & Space Technology signaleert positieve en negatieve gevolgen - meer van het eerste - voor de defensie-industrie, net zo ingrijpend als na 9/11. Een van de meest cynische verwachtingen die het blad omschrijft is de ineenstorting van staten op verschillende plekken in de wereld, en de kans dat externe machten daar op zullen inspelen.

In de Verenigde Staten geeft de regering de militaire industrie alle mogelijke steun. Onder meer zijn de regels versoepeld voor het maken van prototypen, zodat het productieproces versneld kan worden. De federale overheid heeft de 2,5 miljoen werknemers in de sector opgedragen om hun werk voort te zetten, op basis van nationale veiligheid. Ook in Australië, Zuid-Korea en Noorwegen zijn ondersteunende maatregelen voor de defensie-industrie ingevoerd. In de Europese Unie komt de industrie zelf met voorstellen en probeert het post-COVID-beleid te beïnvloeden. Lobbyorganisatie ADS (voor 1100 bedrijven die actief zijn in de ruimtevaart-, defensie-, veiligheids- en ruimtevaartsector) meldt dat de Britse regering een reeks ondersteunende faciliteiten heeft. Opvallend is het aanbod van twee van de grootste Europese defensie-industrieën, Thales en Leonardo, van gratis cyberveiligheidsonderwijs aan andere ondernemingen, waarmee ze hun huidige positie in deze groeiende sector promoten.

Nederland heeft een defensie- en veiligheidslobbyorganisatie, de Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid (NIVD). De NIVD staat dicht bij de Commissie Militaire Productie bij het Ministerie van Economische Zaken en Defensie. Het komt met een pakket beleidsmaatregelen om de industrie te helpen, zoals versnelde betalingen, extra militaire en veiligheidsaanbestedingen door de regering en snellere besluitvorming over defensiebudgetten in het parlement. Soortgelijke eisen worden ook gesteld door de lobby van de maritieme industrie (NMT) om de agenda hun kant op te bewegen. De militaire industrie en het Ministerie van Defensie hebben geleerd van de economische crisis van 2008, toen de militaire uitgaven ook daalden.

Midden in de aanstormende economische crisis stemt de Tweede Kamer zeer binnenkort over een wet die de komende vijf jaar € 20 miljard reserveert voor militair materieel, en de verwachting is dat de wet wordt aangenomen. Dit zal zelfs in de verwachte magere jaren, onafhankelijk van toekomstige regeringen, inkomen voor de militaire industrie veiligstellen. Terwijl er in het VK juist een broodnodige pauze is ingelast voor nieuwe defensieplannen, om redenen die welsprekend zijn verwoord door Andrew Smith van de Campaign Against Arms Trade: “Dit zou een tijd moeten zijn voor reflectie en heroverweging van prioriteiten in de nasleep van de COVID-19 crisis. Hoe komt het dat zoveel artsen en verpleegkundigen geen basale beschermings-middelen kunnen krijgen, terwijl het VK nog steeds miljarden ponden ploegt in vliegdekschepen?”

NIDV en NMT zijn niet alleen actief op Nederlands niveau, ze adviseren ook de Nederlandse industrie om beter gebruik te maken van de Europese defensie-industriële ondersteuningsmechanismen in het kader van het Europees Defensiefonds. De Europese Commissie heeft onlangs een oproep gedaan voor innovatieve militaire projecten (niet alleen wapens) met een te verdelen bedrag van 160 miljoen euro.

De wapenindustrie is goed gepositioneerd, het zijn veelal private bedrijven die toch dicht bij de overheid staan, omdat overheden verreweg de belangrijkste klanten zijn voor militaire wapens. De militaire markt van ongeveer $100 miljard is beperkt tot een selecte groep klanten: ministeries van defensie, binnenlandse veiligheidsorganisaties enz. Regeringen zijn afhankelijk van de militaire- en veiligheidsindustrie om een militair beleid te kunnen ontwikkelen en te beschikken over instrumenten ter verdedigen, oorlogvoering en power projection. Vanwege deze veiligheidsbelangen is militaire productie uitgesloten van openbare aanbestedingen in belangrijke handelsovereenkomsten zoals de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel GATT.

Regeringen zoeken manieren om de economische neergang door de coronacrisis te bestrijden, maar wapenaankopen gaan ten koste van de budgetten voor ouderenzorg, herstel van ziekenhuizen en steun aan degenen die het zwaarst door de corona-crisis zijn getroffen. En ten koste van de transitie van een fossiele brandstofmaatschappij naar een duurzame samenleving, die nodig is om die andere grote crisis, de klimaatcrisis, een halt toe te roepen. Militair Keynesianisme is niet in het belang van de samenleving als geheel. De corona-crisis heeft laten zien dat zelfs geavanceerde en rijke samenlevingen heel kwetsbaar zijn. Thomas Piketty stelt dat om het ergste te vermijden, een sociale staat nodig is, geen afgesloten staat. Ik wil hieraan toevoegen dat er niet meer wapenindustrie nodig is, maar meer medicijnen en sociale uitgaven. Laten we positie bepalen, de toekomst is nu.

Martin Broek

Vertaling (door Wendela de Vries) van The Future is Now, en overgenomen uit broekstukken.blogspot.com