vrijdag, 26 februari 2021

In zijn prachtige 'Stemmen als reflex'' vertelt Hans Boot over zijn Ome Kees die tijdens Wo2 met pionnen op de kaart van Europa de opmars van de Sovjets aangaf: 'Ze zijn nu hier'. Mijn grootvader van vaderszijde had ook zo'n kaart in de kast.

Het brengt me terug naar hoe, na de onafzienbare reeks van overwinningen door Hitler's Wehrmacht (denk aan Polen, Oostenrijk, Tsjechoslowakije, Benelux, Frankrijk, Balkan etc.) eindelijk een spaak werd gestoken in het nazi-wiel. Door het Rode Leger. 

Het grootste wonder van de XXe eeuw. 

En dan denk ik terug aan mijn goede vriend Beer (Behrend) Bluhm (te vroeg overleden), joods verzetsman, bokser en operazanger, die, na met de Weerafdeling (SA) van de NSB te hebben gevochten in het centrum van Amsterdam, onderdook bij een boer in Friesland. Wat hij had gedaan behalve als boerenknecht werken? 'Naar de radio luisteren en de vorderingen van het Rode Leger noteren'. Dát had hem door de oorlog heen geholpen. 

Geen wonder dat hij geen slecht woord wilde horen over Jozef Stalin, met wiens naam op de lippen de soldaten de onoverwinnelijke pantsers van de nazi's aanvielen. Niemand gaf een sou voor hun kansen. De Sovjet-Unie was opgegeven. 

Beer (al communist vóór de oorlog) hield hoop, ook al claimde Hitler Leningrad, Moskou en later Stalingrad te hebben bezet. De ommekeer in januari 1943. Hoe hij lachte en trappelde in zijn bedstee. 

Later diende hij in het Israëlische leger in de oorlog van 1948. Kreeg onderscheiding voor betoonde moed.

Tot zijn compagnie een Arabisch dorp moest aanvallen. 

Zie zijn betraande gezicht voor me. De arme weerloze mensen. 'Gelukkig was ik de commandant'. We weten welke misdaden zijn gepleegd. 

Zijn zionistische droom was over. Hij klaagde over Duitse joden op topposities die zich als 'nieuwe nazi's' gedroegen in zijn ogen. 'Daarbij miste ik Amsterdam en vooral de Pijp. De mix van mensen'. 'Alleen maar joden is niks', vertrouwde hij me toe.

In MSM is het Joods verzet 'opnieuw ontdekt'.

In Amsterdam staat een monument, niet ver van de Stopera, voor het Joods verzet. Al bijna 30 jaar. Dat is mede te danken aan Beer Bluhm, die met andere joodse verzetsmensen het benodigde geld en bereidheid van de autoriteiten forceerde. Dat was nog niet zo makkelijk. Het idee dat joden zich als makke schapen hadden laten afslachten was wijd verbreid en kwam de macht goed uit.

De joodse maarschalken en generaals in het Rode Leger, hij kende hun namen. 

Ik ontmoette ooit kolonel David Miljstajn, tankcommandant in de slag bij Koersk, een volgende veldslag die de ommekeer zou inleiden. Ik was 17 jaar en stelde een domme vraag, 'hoe het was geweest'. De kolonel streek door zijn grijze haar en zei in het Jiddisch 'wat denk je'. 'Afschuwelijk' wist ik nog uit te brengen. ' We verloren niet', hij pakte mijn hand, 'dat was het belangrijkste'. (WK)